Filippi

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Filippi of Philippi was een stad in het oude Macedonië, waar door de dienst van de apostel Paulus een christelijke gemeente ontstond. De bewoners van de stad worden Filippenzen of Filippiërs genoemd. Aan de gelovigen daar schreef de apostel een brief.

Paulus deed met Silas de stad aan tijdens zijn tweede zendingsreis.

Hnd 16:11 Wij nu voeren van Troas af en liepen recht op Samothrace aan, en gingen de volgende dag naar Neapolis, Hnd 16:12 en vandaar naar Filippi, dat de eerste stad is van dit deel van Macedonie, een kolonie. En wij verbleven enige dagen in die stad. (TELOS)

Ook op zijn derde zendingsreis bezocht hij de stad.

Ligging van Filippi in Macedonië (Macedonia). Paulus stichtte de gemeente tijdens zijn tweede zendingsreis.
Overblijfselen van het centrum van Filippi.

De stad was gesticht en versterkt door Philippus, de vader van Alexander de Grote. Zij was een Romeinse kolonie of volkplanting, en de eerste of voornaamste stad van dit deel van Macedonië, dat is van Macedonia prima, zoals het gewest heette ten tijde van de Romeinse heerschappij, Hand. 16:12.

Brief van Paulus

Op zijn tweede en derde zendingsreis heeft Paulus deze stad bezocht en aldaar ontstond door zijn dienst een christelijke gemeente. Op duidelijke aanwijzing van de Heer waren Paulus, Silas en anderen de zee overgestoken en hadden daar in Europa Lydia en andere vrouwen ontmoet, die tot gebed waren bijeengekomen. Deze namen de goede boodschap aan.

De gevangenbewaarder vraagt Paulus wat hij moet doen om behouden te worden.'

Door tegenstand van ongelovige zijde werden Paulus en Silas in de gevangenis geworpen. Hier zongen zij Gode lofgezangen, ondanks hun striemen en verwondingen. Toen er een aardbeving ontstond, kwam ook de gevangenisbewaarder met zijn gezin tot het geloof in de Heer Jezus.

Deze pasbekeerden, onder wie Lydia de purperverkoopster en de gevangenbewaarder van de stadsgevangenis, werden direct gedoopt en vormden de eerste leden van de gemeente.

Daar de Christenen te Filippi aan de apostel in zijn gevangenschap te Rome geldelijke ondersteuning gezonden en hem daardoor bewijzen van hun hartelijke genegenheid gegeven hadden, schreef hij ca. 62 n.C. hun een brief, die hij zond met Epafroditus, waarin hij hun dank zegt voor hun liefde, hen geruststelt omtrent zijne gevangenschap en opwekt tot standvastigheid in de beproevingen.

Zie brief van Paulus aan de Filippenzen voor het hoofdartikel.

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Philippensen' is op 14 feb. 2016 verwerkt.