Galatenbrief/Commentaar/Hoofdstuk 2

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 2 van het Bijbelboek Galatenbrief wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Gal. 2:18

Ga 2:18  Want als ik wat ik heb afgebroken, weer opbouw, dan betoon ik mijzelf een overtreder. (Telos)

Wat ik heb afgebroken. Een eigen gerechtigheid op grond van werken van de wet (vers 21), een leven onder de wet en voor de wet (= om gerechtvaardigd te worden op grond van werken van de wet). Het volgende verzen verklaren wat door 'afgebroken' verstaan moet worden: het ervoor houden dat ik aan de wet ben gestorven (vers 19), doordat ik met Christus ben gekruisigd (vers 20).

Weer opbouw. Weer onder de wet ga leven en (vers 21) daarbij de genade van God terzijde stel.

Dan betoon ik mijzelf een overtreder. Doordat de wet de zonde prikkelt.

Gal. 2:19

Ga 2:19 Want ik ben door de wet aan de wet gestorven om voor God te leven. (Telos)

De wet prikkelt de zonde. Zonde is overtreding van de wet. Het gevolg van de zonde is de dood. Wie dood is, is dood voor de wet, omdat de wet geldt voor levende mensen.

Gal. 2:20

Ga 2:20 Met Christus ben ik gekruisigd en ik leef, echter niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en wat ik nu leef in [het] vlees, leef ik door [het] geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven. (CP[1])  

Vertaling. In enkele andere vertalingen:

Ga 2:20 Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven. (HSV)

Ga 2:20 Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, [dat is], niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu [nog] in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven. (NBG51)

De Emphasized Bible van Joseph Bryant Rotherham vertaalt aldus:

With Christ have I been crucified; and living no longer am I but, living in me is Christ,––while so far as I now do live in flesh by faith, I live – The faith in the Son of God, who loved me, and gave himself up in my behalf.

De woorden met de meeste nadruk in de brontekst zijn onderstreept. Het "niet ik, maar ..." komt ook naar voren in 1 Cor. 15:10

1Co 15:10 Maar door de genade van God ben ik wat ik ben; en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest, maar ik heb overvloediger gearbeid dan zij allen; maar niet ik, maar de genade van God met mij. (TELOS)

En ik leef. Met Christus zijn wij, krachtens onze vereniging met Hem, gestorven én opgestaan. Dat Paulus niet dood (gebleven) is, blijkt uit "en wat ik nu leef" en vers 19 "om voor God te leven". De dood en opstanding van Christus baant de weg naar een nieuw leven voor, met en door Hem.

In Maria, de moeder van de Heer, heeft Jezus negen maanden geleefd. Zij had kunnen zeggen "Christus leeft in mij".

Wat ik nu leef in [het] vlees. Sommigen vertalen in plaats van 'wat ik': 'voorzover ik'.

En Zichzelf voor mij heeft overgegeven. Tot de dood aan het kruis, uit liefde voor mij. En zo komen we weer uit bij het kruis, waarmee dit vers ook begon.

Gal. 2:21

Ga 2:21  Ik stel de genade van God niet terzijde; want als de gerechtigheid door de wet is, dan is Christus zonder reden gestorven. (Telos)

Ik stel de genade van God niet terzijde. Dat zou ik doen door weer onder en voor de wet te gaan leven om (vergeefs) mijn eigen gerechtigheid op te bouwen met werken van de wet.

Dan is Christus zonder reden gestorven. Want Christus wilde ons gerechtigheid schenken buiten de wet om. Maar als we door gehoorzaamheid aan de wet gerechtigheid konden verwerven, dan was zijn dood niet nodig geweest.

Voetnoot

  1. Vertaling op Christipedia (CP), een wijziging van de Telos-vertaling.