Galatenbrief/Commentaar/Hoofdstuk 5

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 5 van het Bijbelboek Galatenbrief wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Gal. 5:1

Ga 5:1  Voor de vrijheid heeft Christus ons vrijgemaakt; staat dan vast en laat u niet weer onder een slavenjuk binden. (Telos)

Voor de vrijheid. Wij zijn 'geroepen om vrij te zijn' (5:13).

Slavenjuk. Een juk van wetsregels, zoals de wet van de besnijdenis (vers 2), een bepaling uit de wet van Mozes (vers 3).

Gal. 5:6

Ga 5:6  Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht, noch onbesneden zijn, maar geloof dat door liefde werkt. (Telos)

Dat door liefde werkt.

Ga 5:13  Want u bent geroepen om vrij te zijn, broeders; gebruikt echter de vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees, maar dient elkaar door de liefde. (Telos)

Gal. 5:8

Ga 5:8  Die overreding is niet uit Hem die u roept. (Telos)

Die u roept.

Ga 5:13  Want u bent geroepen om vrij te zijn, broeders; gebruikt echter de vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees, maar dient elkaar door de liefde. (Telos)

Gal. 5:12

Ga 5:12  Och, lieten zij die u opstoken zich maar afsnijden![1] (Telos)

Afsnijden. Tekstverband (Telos-vertaling):

Ga 5:3 Nogmaals betuig ik aan ieder, die zich laat besnijden, dat hij verplicht is de gehele wet na te komen. Ga 5:4 Gij zijt los van Christus, als gij door de wet gerechtigheid verwacht; buiten de genade staat gij. (...) Ga 5:11 Maar ik, broeders, als ik nog de besnijdenis predik, waarom word ik dan nog vervolgd? Dan is immers het struikelblok van het kruis te niet gedaan. Ga 5:12 Och, lieten zij die u opstoken zich maar verminken! Ga 5:13 Want u bent geroepen om vrij te zijn, broeders; gebruikt echter de vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees, maar dient elkaar door de liefde. (TELOS)

Andere vertalingen:

Ga 5:12 Och, of zij ook afgesneden werden, die u onrustig maken! (SV)

Ga 5:12 Lieten zij die u opruien, zich maar afsnijden! (HSV)

Ga 5:12 Zij moesten zich maar laten snijden, die u verontrusten! (NBG51)

Er zijn twee verklaringen van dat 'afsnijden':

  1. Ontmannen. De voorstanders van de besnijdenis der gelovige heidenen moesten zichzelf maar ontmannen (castreren), dus nog verder gaan dan de besnijdenis, om des te groter gerechtigheid te verkrijgen, als de gerechtigheid afhankelijk is van het besneden zijn.
  2. Afsnijden van het volk. Een onbesnedene, een mannelijk persoon van wie de voorhuid niet verwijderd is, moest uit de gemeenschap gestoten worden, omdat hij het verbond verbroken had (Gen.17:14). Het Hebreeuws zegt dat de straf voor het niet besnijden van de nakomelingen van Abraham is: kareet, letterlijk betekent dit: snijden, en dat houdt in: afgesneden zijn van je volk. Een interessante woordspeling: als je je mannen niet besnijdt, zal je afgesneden worden van je volk. Juist door het wegsnijden van de voorhuid, voorkwam men dat men afgesneden werd van het volk Israël en het Verbond met God. Bij de Joden zal niet-besnijden ingehouden hebben dat ze afgesneden waren van hun volk. Het lijkt dat Paulus in Gal.5:12 gericht aan Joden inhaakt op deze woordspeling. Paulus keert het hier om door zich te laten besnijden worden ze juist afgesneden van de gemeente, en dat zegt hij met de woorden: "Och, of zij ook afgesneden werden, die u onrustig maken!" (ST.Vert.).

Gal. 5:13

Ga 5:13  Want u bent geroepen om vrij te zijn, broeders; [gebruikt] echter de vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees, maar dient elkaar door de liefde. (Telos)

Vlees. Onze zondige natuur in ons lichaam.

Dient elkaar door de liefde. Zie ook vers 6 en 14.

Ga 5:6  Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht, noch onbesneden zijn, maar geloof dat door liefde werkt.

Gal. 5:16

Ga 5:16  Maar ik zeg: wandelt door de Geest, en u zult de begeerte van het vlees geenszins volbrengen. (Telos)

Wandelt door de Geest. Ook vers 25 spreekt van wandelen door de Geest. De vrucht van de Geest is, ten eerste, liefde (vers 22). De liefde doet de ander geen kwaad (1 Cor. 13), dus bijt of verslindt de ander niet (vgl. vers 15).

Geenszins volbrengen. Dan doet u niet wat het zondige vlees begeert, namelijk de dingen die Paulus in de verzen 19-21 opsomt.

Gal. 5:17

Ga 5:17  Want het vlees begeert tegen de Geest, en de Geest tegen het vlees; want deze staan tegenover elkaar, opdat u niet doet wat u wilt.  (Telos)

Opdat u niet doet wat u wilt. Opdat u niet doet wat u naar het vlees begeert te doen. Wie doet wat het vlees begeert, volbrengt de begeerte van het vlees (vers 15).

Gal. 5:21

 Ga 5:21  afgunst, moorden, dronkenschappen, zwelgpartijen en dergelijke; waarvan ik u tevoren zeg, zoals ik ook tevoren heb gezegd, dat wie zulke dingen bedrijven, Gods koninkrijk niet zullen beerven. (Telos)

Afgunst. Zie ook vers 26, 'afgunstig'.

Gal. 5:26

 Ga 5:26  Laten wij niet streven naar ijdele eer, terwijl wij elkaar tergen en afgunstig zijn op elkaar. (Telos)

Wanneer een ander dan jij eer krijgt, kun je afgunstig worden. Jaloersheid (vers 20), afgunst (vers 21) is een werk van het vlees

Voetnoot

  1. Christipedia-vertaling, hier gebaseerd op een aanpassing van de Telos-vertaling