Gaudete (kerstlied)

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Gaudete is een Latijns kerstgezang, dat gecomponeerd werd in de 16e eeuw

Het gezag werd opgenomen in de Latijnse zangbundel Piae Cantiones ecclesiasticae et scholasticae veterum episcoporum ("vrome kerkelijke en schoolse gezangen van de oude bisschoppen"), een collectie van Fins-Zweedse kerkgezangen uitgegeven in 1582.

Hieronder een vertolking door het jongenskoor Libera.

Gaudete
(met vertaling[1])

Refrein:
Gaudete, gaudete Christus est natus
   Verheugt u, verheugt u! Christus is geboren
Ex Maria virgine, gaudete
   uit Maria, de maagd, verheugt u!
Gaudete, gaudete Christus est natus
   Verheugt u, verheugt u, Christus is geboren
Ex Maria virgine, gaudete
   uit de maagd Maria, verheugt u!

Tempus adest gratiae
   De tijd van genade is gekomen
Hoc quod optabamus
   waarnaar wij verlangden.
Carmina laetitiae
   Liederen van vreugde
Devote reddamus
   laat ons [die] eerbiedig offeren.

Refrein

Deus homo factus est,
   God is mens geworden
Natura mirante
   terwijl de natuur zich verwondert.
Mundus renovatus est
   De wereld is vernieuwd
a Christo regnante
   door Christus die regeert.

Refrein

Ezechielis porta
   De gesloten poort van Ezechiël
Clausa pertransitur
   wordt doorgegaan.
Unde lux est orta
   Vanwaar het licht is opgegaan
Salus invenitur
   wordt het heil gevonden.

Refrein

Ergo nostra concio
   Laat dus onze vergadering
psallat iam in lustro
   reeds in de reiniging(stijd) lofliederen zingen,
Benedicat domino
   de Heer prijzen;
salus regi nostro
   heil onze Koning!

Refrein


Het jongenskoor Libera zingt "Gaudete".

Hieronder volgen enkele opmerkingen.

Gaudate. De titel Gaudete ("Verheugt u") is in het Rooms-katholieke kerkelijke jaar ook de naam van de derde zondag in de adventstijd, de tijd vóór Kerst.

"De wereld is vernieuwd door Christus die regeert". Mogelijk drukt deze regel de gedachte uit dat Christus, na zijn geboorte, dood en opstanding, verhoogd is en thans vanuit de hemel regeert, terwijl wij nu in het Vrederijk leven. Deze gedachte is echter zeer aanvechtbaar. Christus zit weliswaar aan de rechterhand van de Majesteit in de hoge, doch de wereld is nog niet vernieuwd en het vrederijk is nog niet gekomen.

“De gesloten poort van Ezechiël wordt doorgegaan.” In Ezechiël wordt ons te kennen gegeven dat God eenmaal door de oostelijke poort van de buitenste voorhof van de tempel van het Vrederijk naar binnen zal gaan.

Eze 43:4 En de heerlijkheid van de HEERE kwam het huis binnen via de poort die op het oosten uitzag. (HSV)

Daarna en daarom moet de poort gesloten blijven.

Eze 44:1 Toen bracht Hij mij terug via de poort van het buitenste heiligdom die naar het oosten gekeerd was, maar die was gesloten. Eze 44:2 En de HEERE zei tegen mij: Deze poort moet gesloten blijven. Hij mag niet geopend worden en niemand mag erdoor binnenkomen, want de HEERE, de God van Israël, is erdoor binnengekomen. Daarom moet hij gesloten blijven. Eze 44:3 Wat de vorst betreft, de vorst, alleen hij mag erin zitten om brood te eten voor het aangezicht van de HEERE. Via de voorhal van de poort mag hij binnenkomen en via dezelfde weg naar buiten gaan. (HSV)

Sommige van de Ouden hebben die poort als symbool van de Maagd Maria gezien, door wie Christus in deze wereld kwam als mens, op een unieke wijze geboren uit haar, een maagd. Niemand is ooit meer uit haar geboren dan wel door bovennatuurlijke oorzaak (zonder gemeenschap met een man) in haar verwekt, zo is de gedachte van de uitleggers. Deze symbolische uitleg vinden wij bij rooms-katholieken, maar ook bij vele protestantse schrijvers[2]. Een dergelijke symbolische uitleg van de doorgegane en daarna gesloten oostpoort heeft vermoedelijk geleid tot de regel in het lied.

De beschrijving van Ezechiël ziet echter op de toekomstige tempel van het Vrederijk. Er zal een oostelijke poort van de buitenhof zijn die, nadat de heerlijkheid van Jahweh is binnengegaan, voortaan gesloten zal blijven. De genoemde symbolische uitleg is niet aannemelijk.

'In de reiniging(stijd)’ is wellicht te verstaan als een tijd van bezinning en zonodig zelfreiniging. De gedachte is dan dat wij in de adventstijd, die in de kerkelijke kalender aan de kerstdagen voorafgaat, ons hebben voor te bereiden, onszelf hebben te reinigen van verkeerde dingen. Vergelijk: "Maak u gereed om uw God te ontmoeten, Israël!" (Am. 4:12) Een dergelijke gedachte aan een reinigings- / bezinningstijd vóór de kerst is echter niet bijbels. Immers, het kerstfeest is geen bijbels voorgeschreven feest, en bezinning of reiniging van zonden hoeft niet bijzonder plaats te vinden in de tijd voorafgaand aan de kerst[3].  

Voetnoten

  1. De vertaling is op 4 dec. 2016 gecontroleerd door een docent klassieke talen.
  2. Aldus John Gill in John Gill's Expositor, commentaar bij Eze. 44:2
  3. Maar misschien is de uitdrukking ingegeven door deze Schriftplaats:

    1Jo 3:3 En ieder, die deze hoop op hem heeft, reinigt zich, gelijk hij rein is. (TELOS)

    Die hoop heeft betrekking op de wederkomst van Christus. In afwachting van Zijn terugkeer zullen wij lofliederen zingen aangaande zijn eerste komst in de wereld, zijn geboorte op aarde.