Gaven van de Geest

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De gaven van de Geest of de Geestesgaven zijn gaven van de Heer Jezus / de Heilige Geest aan de Gemeente tot opbouwing of voor bepaalde taken.

Woord van wijsheid

1Co 12:8 Want aan de een wordt door de Geest gegeven een woord van wijsheid; en aan een volgende een woord van kennis volgens dezelfde Geest; (TELOS)

Woord van kennis

1Co 12:8 Want aan de een wordt door de Geest gegeven een woord van wijsheid; en aan een volgende een woord van kennis volgens dezelfde Geest; (TELOS)

1Co 14:6 En nu, broeders, als ik tot u kom en in talen spreek, welk nut zal ik u doen, als ik niet tot u spreek of in openbaring, of in kennis, of in profetie, of in leer? (TELOS)

Openbaring

1Co 14:6 En nu, broeders, als ik tot u kom en in talen spreek, welk nut zal ik u doen, als ik niet tot u spreek of in openbaring, of in kennis, of in profetie, of in leer? (TELOS)

Profetie, profeten

1Co 14:6 En nu, broeders, als ik tot u kom en in talen spreek, welk nut zal ik u doen, als ik niet tot u spreek of in openbaring, of in kennis, of in profetie, of in leer? (TELOS)

De nieuwtestamentische profeten werden gebruikt om Gods gedachten, die toen nog niet bekend waren, te onthullen (1 Cor. 12:28). Zij konden zeggen: „zo spreekt de Heer", een uitspraak, die ook de oudtestamentische profeten gebruikten. Vooral aan de apostel Paulus zijn vele geheimenissen door de Heer geopenbaard, die hij dan ook in zijn brieven heeft doorgegeven (Rom. 16:25-27 en andere plaatsen).

Col 1:25 waarvan ik een dienaar geworden ben overeenkomstig het rentmeesterschap van God dat mij gegeven is voor u, om het woord van God te voleindigen: Col 1:26 de verborgenheid, die van alle eeuwen en geslachten verborgen is geweest, maar die nu geopenbaard is aan zijn heiligen. (TELOS)

Nu het woord Gods volledig is en we alle openbaringen, die de Heer bekend gemaakt heeft in het nieuwe testament vermeld vinden, zijn er in die zin geen grondleggende profeten meer, evenmin als er nu nog apostelen zijn. Wel is het zó, dat, wanneer iemand door de Geest van God gedrongen wordt om een woord te spreken, hij kan profeteren tot stichting, vermaning en vertroosting of bemoediging (1 Cor. 14:3).

Evangelisten

Om de Gemeente te vormen heeft de Heer evangelisten gegeven, die de blijde boodschap alom mogen verkondigen. In zekere zin wil de Heer alle gelovigen daartoe gebruiken, maar de evangelisten hebben hiertoe een bijzondere gave ontvangen; ze zijn geroepen deze gave te besteden (Ef. 4:11).

Slechts één persoon wordt evangelist genoemd, namelijk Filippus en wij zien hoe hij, in opdracht van de Heer, deze dienst bij een Ethiopiër verricht.

Duizenden gelovigen heeft de Heer met deze gave toegerust (Hand. 21:8; 8:26-40). Aan Timotheüs schrijft Paulus: „doe het werk van een evangelist” (2 Tim. 4:5). Dit is een persoonlijke opdracht en we lezen nergens in de bijbel, dat hiervoor een bijzondere schoolopleiding nodig is of dat het uitzenden door de Gemeente plaats moet vinden. Wel is de Gemeente er in betrokken.

Leer, leraars

1Co 14:6 En nu, broeders, als ik tot u kom en in talen spreek, welk nut zal ik u doen, als ik niet tot u spreek of in openbaring, of in kennis, of in profetie, of in leer? (TELOS)

In de Gemeente heeft de Heer, door de werking van de Geest, leraars gegeven, die door Hem gebruikt worden om de gelovigen te onderwijzen (Ef. 4:11). Ook dit is een bijzondere gave. Door zelf met Gods woord bezig te zijn, worden deze leraars, door de voorlichting van de Heilige Geest, zelf dieper ingeleid in de gedachten van de Heer, die ze dan zó mogen doorgeven aan hun medegelovigen, dat dezen er door onderwezen en opgebouwd worden; vooral vindt dit plaats in de „eigen bijeenkomst" (Hebr. 10:25).

Deze leraars zijn in Gods leerschool en Gods woord spreekt niet van aparte opleidingen. Ook wordt in de Heilige Schrift niet over profetenscholen gesproken, zoals soms wordt beweerd.

Herders

Ook worden herders genoemd (Ef. 4:11), die tot taak hebben zich met de schapen van de Heer Jezus bezig te houden. Dit is een gave, die slechts weinigen ontvangen hebben. Met veel geduld, liefde en medegevoel mogen zij trachten de schapen te verzorgen en bij elkaar te houden. Hierbij hebben ze er altijd aan te denken, dat ze schapen en lammeren van een ander, van de Heer Jezus, hebben te weiden en te hoeden. Helaas is het de vijand gelukt de schapen uit elkaar te drijven, zodat ze geen zichtbare eenheid meer vormen, maar in allerlei groepen en partijen uiteen zijn gejaagd.

Spreken en vertolken van talen

Het spreken in een voor de spreker onbekende (maar wel bestaande) taal alsook het vertolken van de taal (die de tolk niet kende) zijn eveneens gaven van de Geest (1 Cor. 14:4-16). Wie in een tong (of taal) spreekt, sticht zichzelf, dus niet de Gemeente, tenzij hij het ook uitlegt.

1Co 14:18 Ik dank God, dat ik meer dan u allen in talen spreek; 1Co 14:19 maar in de gemeente wil ik liever vijf woorden spreken met mijn verstand, om ook anderen te onderwijzen, dan tienduizend woorden in een taal. (TELOS)

Over het voorkomen van deze gave in de tegenwoordige tijd bestaat verschil van mening. Sommigen wijzen erop dat God de gave nog steeds schenkt. Anderen menen dat ze gave niet meer voorkomt, ze is voor de Gemeente overbodig geworden, omdat[1] er geen nieuwe openbaringen te verwachten zijn en Gods woord in eigen taal gelezen en verklaard wordt.

Trouwens, het spreken in tongen was een teken voor de ongelovigen (1 Cor. 14:21-22). Het was een oordeel van God over hen, dat ze zouden luisteren zonder het te verstaan.

Onderscheiding van geesten

Ook de gave van te kunnen onderscheiden of de Geest uit God of uit een verkeerde bron is, is zeer belangrijk.

Gaven van genezingen

Verder wordt gesproken over gaven van genezingen (1 Cor. 12:9). 't Blijkt, dat de Heer deze gaven gebruikt heeft tot vestiging en opbouwing van Zijn Gemeente.

Over het voorkomen van deze gave in de tegenwoordige tijd bestaat verschil van mening. Sommigen wijzen erop dat God nog steeds wonderbaarlijke genezingen doet door de dienst van gelovigen. Volgens anderen [1] heeft Hij ze gegeven tot een tijdelijk sieraad, zodat ze later niet meer genoemd worden (Ef. 4:11), en komen ze, voor zover bekend, niet meer voor.

Overige gaven

Tenslotte worden genoemd gaven van krachten, gaven om te helpen, gaven om te besturen. Gelukkig zijn er ook nu nog zulke gelovigen, die, door de hun van de Heer geschonken gaven, tot grote steun zijn, ook om orde en regel in de Gemeente te bevorderen.

Verdeling van de gaven

De gaven kunnen allen het deel zijn van één persoon, maar gewoonlijk heeft de Heer slechts één of twee gaven aan een bepaald gelovige gegeven.

Mening over buitengewone gaven

Gaven als profetie, genezing, spreken en vertolken van een taal worden als buitengewone gaven gezien. Steeds meer christenen raken ervan overtuigd dat de buitengewone gaven van de Geest ook in deze tijd nog kunnen voorkomen en niet beperkt zijn tot de tijd van de eerste christenen.

Bron

H. Moll, Wat zegt Gods Woord over ...?; enige belangrijke onderwerpen door Gods Woord belicht, deel II (Dordrecht, H. Moll, z.j.), blz. 71-73. Tekst hiervan is, onder toestemming, op 7 okt. 2017.

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 Bijvoorbeeld H. Moll, Wat zegt Gods Woord over ...?; enige belangrijke onderwerpen door Gods Woord belicht, deel II (Dordrecht, H. Moll, z.j.), blz. 72.