Gedalia (landvoogd)

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Gedalia (ook gespeld Gedalja), de zoon van Ahikam, was de landvoogd die door Nebukadnezar, de koning van Babel, over het overblijfsel der Joden en hun steden in Juda was gesteld, nadat het koninkrijk Juda met de hoofdstad Jeruzalem gevallen was.

Gedalia had een Chaldeeuwse wacht.

De profeet Jeremia voegde zich na zijn vrijlating bij Gedalia. Gedalia zei tot de Joden die tot hem kwamen: 

Jer 40:9 Gedalia, de zoon van Ahikam, de zoon van Safan, zwoer hun en hun mannen: Wees niet bevreesd voor het dienen van de Chaldeeën. Blijf in het land, dien de koning van Babel, dan zal het u goedgaan. Jer 40:10 En ik, zie, ik blijf in Mizpa om in dienst {letterlijk: voor het aangezicht} van de Chaldeeën te staan die naar ons toe komen. Maar [wat] u [betreft], verzamel wijn, zomervruchten en olie, doe ze in uw vaten, en verblijf in uw steden die u ingenomen hebt. (HSV)

De landvoogd regeerde blijkbaar goed, maar hij werd in 582 v.Chr. verraderlijk vermoord door Ismaël van Juda, die, volgens de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus(Oudheden, x. 9, 3) een lid van de koninklijke familie was. Gedalja was voldoende gewaarschuwd, maar had een te goede dunk van de man (2 Kon. 25:22-25; Jer. 39:14; 40:5-16; 41:1-18; 43:6.)

 Juda tijdens de wegvoering naar Babel. 

Bron

A New and Concise Bible Dictionary s.v. Gedaliah. George Morris, 1899. Hieruit is vertaalde tekst opgenomen in 2011.