Genesis/Hoofdstuk 13

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 13 van het Bijbelboek Genesis wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Gen. 13:1 Vertrek uit Egypte

Ge 13:1  Alzo toog Abram op uit Egypte naar het zuiden, hij en zijn huisvrouw, en al wat hij had, en Lot met hem. (SV)

Naar het zuiden. 'Zuiden' is de vertaling van het Hebreeuwse woord נגב, negeb, van een niet voorkomende stam in de betekenis van "verdroogd zijn". De NBG51-vertaling heeft 'het Zuiderland'. De NBV2004-vertaling en de Naardense Bijbelvertaling hebben 'de Negev'. Abraham trok niet naar het zuiden van Egypte, maar naar het zuiden van Kanaän: het zuidelijk gedeelte van het latere grondgebied van Juda, waarin Bersjeba lag. Dat gebied heeft ook nu de Negev. Abraham was eerder van Beth-El naar het zuiden vertrokken en van daar naar Egypte.

Ge 12:8 En hij brak op van daar naar het gebergte, tegen het oosten van Beth-el, en hij sloeg zijn tent op, zijnde Beth-el tegen het westen, en Ai tegen het oosten; en hij bouwde daar den HEERE een altaar, en riep den Naam des HEEREN aan. Ge 12:9 Daarna vertrok Abram, gaande en trekkende naar het zuiden. Ge 12:10 En er was honger in dat land; zo toog Abram af naar Egypte, om daar als een vreemdeling te verkeren, dewijl de honger zwaar [was] in dat land. (SV)

Nu trok hij via dat zuiden weer terug naar Beth-EL

Ge 13:3 En hij ging, volgens zijn reizen, van het zuiden tot Beth-el toe, tot aan de plaats, waar zijn tent in het begin geweest was, tussen Beth-el, en tussen Ai; (SV)

De geografische uitdrukking 'het zuiden' is dus hier gebruikt vanuit het gezichtspunt in het Beloofde Land.

Abraham in Kanaan (Access Foundation).jpg