Genesis/Hoofdstuk 28

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 28 van het Bijbelboek Genesis wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Inhoud

Gen. 28:12

Ge 28:12 En hij droomde; en ziet, een ladder was gesteld op de aarde, welker opperste aan den hemel raakte; en ziet, de engelen Gods klommen daarbij op en neder. (SV)

Het opklimmen en neerdalen van de engelen doet denken aan wat de Heer Jezus tegen Nathanaël zei:

Joh 1:49 (1-50) Nathanael antwoordde Hem: Rabbi, U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israel. Joh 1:50 (1-51) Jezus antwoordde en zei tot hem: Omdat Ik je gezegd heb: Ik zag je onder de vijgeboom, geloof je? Je zult grotere dingen zien dan deze. Joh 1:51 (1-52) En Hij zei tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg je: Je zult van nu aan de hemel geopend zien en de engelen van God opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen. (TELOS)

Het is alsof de Heer zegt: ik ben de ladder, de verbinding tussen aarde en hemel. Elders heeft Hij gezegd: "Ik ben de Weg".