Genesis/Hoofdstuk 35

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 35 van het Bijbelboek Genesis wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Gen. 35:2

Ge 35:2 Toen zeide Jakob tot zijn huisgezin, en tot allen, die bij hem waren: Doet weg de vreemde goden, die in het midden van u zijn, en reinigt u, en verandert uw klederen; (SV)

Die in het midden van u zijn. Waar kwamen die vreemde goden vandaan. Misschien voor een deel uit de geplunderde stad van Sichem (34:27v).

Gen. 35:8

Ge 35:8 En Debora, de voedster van Rebekka, stierf, en zij werd begraven onder aan Beth-el; onder dien eik, welks naam hij noemde Allon-bachuth. (SV)

Allon-bachuth. Dat is "eik van geween".