Genesis/Hoofdstuk 35

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oude Testament: Ge Ex Le De Jo Ri Ru 1Sa 2Sa 1Ko 2Ko 1Kr 2Kr Ezr Ne Es Job Ps Sp Pr Hgl Jes Jer Kla Eze Da Hos Joë Am Ob Jon Mi Na Hab Zef Hag Za Mal
Nieuwe Testament: Mat Mar Luk Joh Hand Rom 1Kor 2Kor Gal Ef Flp Col 1Th 2Th 1Tim 2Tim Tit Flm Heb Jak 1Petr 2Petr 1Joh 2Joh 3Joh Jud Opb

Genesis:


Hoofdstuk 35 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Gen. 35:2

Ge 35:2 Toen zeide Jakob tot zijn huisgezin, en tot allen, die bij hem waren: Doet weg de vreemde goden, die in het midden van u zijn, en reinigt u, en verandert uw klederen; (SV)

Die in het midden van u zijn. Waar kwamen die vreemde goden vandaan. Misschien voor een deel uit de geplunderde stad van Sichem (34:27v).

Gen. 35:8

Ge 35:8 En Debora, de voedster van Rebekka, stierf, en zij werd begraven onder aan Beth-el; onder dien eik, welks naam hij noemde Allon-bachuth. (SV)

Allon-bachuth. Dat is "eik van geween".