Genesis/Hoofdstuk 42

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 42 van het Bijbelboek Genesis wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Inhoud

Gen. 42:36

Ge 42:36 Toen zeide Jakob, hun vader, tot hen: Gij berooft mij van kinderen! Jozef is er niet, en Simeon is er niet; nu zult gij Benjamin wegnemen! al deze dingen zijn tegen mij!

Jacob was benauwd, bevreesd dat hij nog meer kinderen zou verliezen. Vergelijk:

Ge 43:14 En God, de Almachtige, geve u barmhartigheid voor het aangezicht van dien man, dat hij uw anderen broeder en Benjamin met u late gaan! En mij aangaande, als ik van kinderen beroofd ben, zo ben ik beroofd! (SV)

Misschien is deze vrees een voorafschaduwing van de benauwdheid die het volk Israël zal bevangen in de eindtijd, een toestand die "Jacobs benauwdheid" wordt genoemd.

Jer 30:7 O wee! want die dag is zo groot, dat zijns gelijke niet geweest is; en het is een tijd van benauwdheid voor Jakob; nog zal hij daaruit verlost worden. (SV)