Geschiedenis van Israël 71 - 1947 n.C.

Uit Christipedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Deze geschiedenis van Israël betreft de geschiedenis van het volk Israël van het jaar 71, volgend op de verwoesting van Jeruzalem (70 n.C.) tot aan het jaar 1948, waarin de staat Israël werd gesticht.

Zie ook

In de eerste eeuwen van de christelijke jaartelling waren er reeds Joodse gemeenten in Italië, Spanje en Gallië.

De geschiedenis van het Joodse volk als van een volk dat op geestelijke bodem staat en steunt, zijn Tora en zijn wetenschap, is nu veel duidelijker zichtbaar. Voor de verwoesting van Jeruzalem had Rabbi Jochanan, ben Zakkaj van Vespasianus de onschendbaarheid van Jabue en zijn leerschool verkregen. Van daaruit wordt het geestelijk-godsdienstige leven van de Joden bestuurd, die zich hier langzaam van de slagen herstelden. De godsdienstleeraren waren de leiders van het volk.

2e eeuw n.C.

100 n.C.: Hogescholen te Tiberias. Vaststelling der Massorah.

De godsdienstleraren waren de leiders van het volk; grote strijd hadden zij te voeren in het begin van de tweede eeuw tegen de invloeden van het gnosticisme op de nog geschokte gemoederen.

Er komen Joden naar de lagere Rijnlanden (Keulen). Trier, Tongeren, Doornik, Nijmegen en Utrecht staan in levendige handelsbetrekking met Keulen.

In de oorlog tussen de Parthen en de Romeinen hadden de Joden in de verschillende landen overal de zijde van de Parthen gekozen. In de dagen van de Romeinse keizer Trajanus (98 - 117 n.C.), terwijl hij in beslag genomen werd door een veldtocht in Mesopotamië (115—117 n.C.), kwamen de Joden in Alexandrië (Egypte), Cyrene (Cyreus), op Cyprus en ook in Mesopotamië (Babylonië) in opstand. In 116 stonden ze tegen Trajanus op, die een verlof tot tempelherbouw weer had ingetrokken.

Trajanus zond zijn beste veldheren: Quietus en Turbo. Turbo dempte de opstand in Egypte en Cyprus. Quietus deed hetzelfde in Mesopotamië. Vooral in Cyrene was het verzet bloedig en hevig. Doch ook deze pogingen om een niet meer mogelijke vrijheid te heroveren werden met geweld onderdrukt. Palestina had zich, onder invloed van enige, de gevolgen goed inziende, „geleerden" buiten de strijd gehouden.

132-135. Laatste opstand der Joden in Israël onder Bar Kochba. De opstand wordt tenslotte bloedig onderdrukt (135).

Toen echter keizer Hadrianus ten gevolge van het aandringen van Samaritanen, heidenen en Christenen, zijn opnieuw gegeven verlof tot tempelherbouw had ingetrokken, Jeruzalem tot een heidense stad maakte, de landvoogd Tinius Rufus regeerde en in Simon Bar Kochba een voortreffelijke volksaanvoerder opstond, brak in 132 in het land van Israël de opstand uit. De laatste Joodse opstand aldaar.

Bar-Kochba was waarschijnlijk een bijnaam van Simeon, die op munten uit deze tijd als „vorst van Israël" voorkomt, en dus als Messias wilde optreden. Naast hem was Eleazar, de priester, leider van de opstand. Niet geheel zeker is het, of de Messiaanse aanspraken van Simeon de eerste aanleiding waren tot de oorlog, dan wel het door keizer Hadrianus (keizer 117-138 n.C.) uitgevaardigd verbod, de besnijdenis toe te passen, en zijn voornemen, op de plaats van het verwoest Jeruzalem een Romeinse stad, Aelia Capitolina, en een aan Zeus gewijde tempel te stichten. 

De Romeinen werden overal verslagen. Bar Kochba, door de Rabbi Akiba als Messias erkend, werd meester van heel Palestina. Hadrianus zond Julius Severus. Met legioenen-overmacht drong hij heel langzaam de Joden terug in de vesting Bethar (Beth-thèr), hun laatste toevlucht, ten zuidwesten van Jeruzalem. De vesting hield het beleg een vol jaar uithield en viel eindelijk door verraad van een Samaritaan (135 n.C.). Ook deze strijd eindigde met een volslagen onderwerping van de Joden.

Godsdienstige plichtsvervulhng werd verboden en met de dood gestraft. De Joden werd de besnijdenis en de openlijke uitoefening van hun eredienst verboden; op de puinhopen van Jeruzalem verrees een Romeinse stad, Aelia Capitolina, waar geen Jood de voet mocht zetten, waarin onderscheiden tempels ter ere van heidense godheden werden gesticht.

135: De Romeinen hernoemen Israel tot 'Palestina'. Het verblijf te Jeruzalem wordt de Joden verboden.

Langzamerhand kon het volk zich herstellen en zich weer met zijn godsdienst en zijn wetenschap bezighouden. De grote leraar Rabbi Jehoeda (leefde 135 - 217), „de Vorst", verzamelde, in korte artikelen vervat, de tradities van de leraren (van de Tannaïem) tot op zijn tijd, rangschikte ze systematisch in zijn nog niet opgeschreven, maar in het geheugen bewaarde „Misjna" (lett. „lering", „geleerde sententie"); tegen het einde van de tweede eeuw was hij gereed. De Misjna werd de grondslag voor de studie in de leerscholen èn in Palestina èn in Babylonië.

Ca. 200 - 500 n.C.

De geschiedenis van het Jodendom sedert ca. 200 n.C. loopt gedeeltelijk parallel met de historie van de volkeren, onder welke de Joden woonden. Slechts een enkel moment kan hier worden aangestipt.

In het heidense Romeinse rijk werden de Joden geduld en genoten er zelfs vele voorrechten. Na de overwinning van het Christendom werd hun vrijheid door edikten en door besluiten van concilie's beperkt. In het Byzantijnse Rijk werden zij van alle ambten uitgesloten en werden zij gedwongen naar Rusland te verhuizen.

Na Rabbi Jehoeda (leefde 135-217), „de Vorst", verdwijnt langzamerhand, tot op geringe resten, de Joodse bevolking uit Palestina. Wel staat het geestelijk en godsdienstig leven en de studie van de Joodse wetenschap in zekere zin op hoog peil; arbeiden leraren en volk ijverig tezamen; maar stoffelijk treedt grote verarming in.

In de tijd van ± 200—500 n.C. ligt het zwaartepunt nog in het Oosten, in het land van Israël en Babylon. De Misjna, waaraan Rabbi Jehoeda hannasi een groot aandeel had, ± 200 n.C., was een „herhaling" en uitbreiding van Israëls wetten. In de jaren 200—500 werden deze bepalingen nog meer uitgebreid en aangevuld (Gemara), en vormden met de Gemara de Talmud, onderscheiden in een Babylonische en Jeruzalemse. Zij deden de religie van het Jodendom nog vaster zich concentreren om de wet, wettische bepalingen en wetsuitleggingen, zodat het leven van de orthodoxe Jood wordt „gebod op gebod, regel op regel".

4e eeuw n.C.

In Rome was reeds vóór Christus een Joodse gemeente. Constantijn de Grote (regeerde 308-337) en zijn opvolgers passen op de Joden allerlei uitzonderingsbepalingen toe en persen hen uit. Dit leidde tot een opstand onder Natronai; die onderdrukt werd.

321: Constantinus gebiedt dat de Joden te Keulen zich niet mogen onttrekken aan het stadsbestuur.

358: Vaststelling van de joodse kalender.

Onder keizer Julianus de Afvallige (regeerde 361-363) kwam er even verademing voor de Joden.

363: De Romeinse keizer Julianus verleent vele Israëlieten het Romeinse burrecht en aandeel in het staatsbestuur.

384: Vrijheid van godsdienst in Italië.

In de Christelijke landen begonnen de onverdraagzaamheid en de kwellingen zodra het christendom macht had gekregen. De bisschoppen (bv. Ambrosius van Milaan, leefde 337-397) zorgden voor uitzonderingsbesluiten en synagoge-verbrandingen. Doch tot Justinianus (627—666) werden ze in hun godsdienstuitoefening niet beperkt.

5e eeuw

400: Chrysostomus ijvert tegen de Joden.

416: Bisschop Grillus van Alexandrië zorgt voor de verjaging der Joden uit de stad.

418: De Joden in het Rom. rijk verliezen hun recht van burgerlijke en militaire ambten te bekleden.

426: In 426 het „patriarchaat" in Palestina door de Byzantijnse keizers opgeheven

De leraren verzamelden de besprekingen in de Palestijnse leerscholen over de Misjna, rangschikten ze volgens de draad der Misjna en vormden zo de Palestijnse Talmoed. In Babylonië was een sterke Joodse gemeenschap gegroeid, die een eigen organisatie had en in uitnemende verstandhouding tot vorsten en bevolking stond. De grote leraren stichtten er nieuwe bloeiende leerscholen en stonden in geregeld verkeer met de leraren in Palestina. De studie in de scholen, studie, waaraan het volk zelf deel nam, bloeide. Rav/Rab Ashi/Asjie (362—427) begon de overgedragen leerstof te verzamelen en systematisch te rangschikken.

Na zijn dood begonnen ook in Babylonië vervolgingen; vooral door de ontzettende mishandelingen en uitmoordingen onder Piroez (468—486) leden de Joden ontzaglijk. Dadelijk na Piroez' dood, toen rust intrad, voltooide men Rab Asji's rangschikkingsarbeid van de overgeleverde leerstof en sloot het af: de Babylonische Talmoed (± 600).

Theodorik de Grote (475-526) beschermt de Joden.

500 - 1000 n.C.

In de periode van 500—1000 is het lot van de Joden in verschillende rijken zeer onderscheiden. In Rome was reeds vóór Christus een Joodse gemeente; ook in Italië en Spanje en Gallië waren er reeds in de eerste eeuwen der Chr. jaartelling. Wel werden ze door sommige vorsten beschermd, zoals door Theodorik de Grote; doch de Christengeestelijkheid trachtte steeds, vaak met goed gevolg, volk en vorsten tegen hen op te zetten. Synagogeverbrandingen waren heel gewoon; doopdwang en plunderingen eveneens.

In de Germaanse rijken werden zij in het begin der Middeleeuwen zacht behandeld. Van de vervolgingen der latere Katholieke West-Gothen in Spanje werden zij bevrijd door het binnendringen van de Islam, onder welks bestuur zij een periode van hoge bloei beleefden.

Met het gehele cultuurleven verplaatst zich ook de ontwikkeling van het Jodendom meer naar het Westen. In Babylon en Syrië waren zij, onder de heerschappij van de Islam, in gunstiger conditie en genoten groter vrijheid dan in het Byzantijnse rijk. Zij breidden zich uit over Duitsland, Frankrijk, Italië en Egypte.

Van betekenis voor de innerlijke ontwikkeling is de aanraking met de Arabische filosofie en wetenschap, die op het jodendom in deze periode haar invloed doet gelden.

Onder de Arabische heerschappij in Spanje konden ze normaal leven; alle wetenschappen bloeiden onder hen. De grote geleerden waren vaak de eerste staatsdienaren der kaliefen; zoals Joessoef Chasdaj ibn Sjaproet onder Abdarrahman III (912—961) in Cordova. De Talmoed-studie, de Hebreeuwse taalstudie, de Hebreeuwse dichtkunst werden ijverig beoefend, waarbij wij het voor ons merkwaardige schouwspel waarnemen, dat een heftige wetenschappelijke taalkundige strijd tussen twee wetenschapsmannen, Menachem ben Saroek en Doenasj ben Labras, en hun leerlingen, in poëtische vormen gevoerd werden, waarin ze elkaar vaak heftig, maar altijd echt dichterlijk in het Hebreeuws te lijf gingen. 

Na de verovering van Babylonië kon het Jodendom in de studie daar weer tot vroegere glans terugkeren. De schoolhoofden hadden de titel van „Gaon" verkregen en deze tijd is (tot einde 10e eeuw) de tijd der „Gaoniem". De Talmoed werd ijverig bestudeerd, vooral op grond van de mondeling overgeleverde verklaringen. Onder invloed van de strijd in de omgeving kwam ook hier verzet tegen de traditie in verschillende vorm. Doch vooral was van grote invloed het optreden van Anan ben David, de stichter van de secte der Halaïeten. Deze secte verwierp theoretisch alle traditie; hield zich alleen aan de Bijbeltekst; en kwam vaak tot veel strengere wettentoepassingen, dan het traditionele Jodendom ; soms tot onmogelijke consequenties en vanzelf tot letterknechterij. Er ontstonden onder hen van zelf veel ondersecten. Wel nam tengevolge van hun optreden de studie van de Bijbel sterk toe; doch er ontstonden ook sterke richtingen onder hen, die het hele gezag van de Bijbel vernietigden. Verschillende oorzaken hadden mede een ongunstige uitwerking op de geestelijken toestand van de Joden in Babylonië; vooral de twisten omtrent de Gaonaten, de hoogste waardigheden: schoolhoofd te Soera en schoolhoofd te Poembedita. Een groote verandering trad in, toen men Saadja (892—942) in 928 tot hoofd van de school te Soera benoemde. Hij was een Egyptische Jood; wijsgeer, exegeet, Talmoedist, taalkundige. Zijn welverdiende naam had hij verworven door zijn onweerstaanbare bestrijding van het Kareeërs. Door zijn onkreukbare eerlijkheid kwam Saädja al spoedig in botsing met mannen van grote invloed; ten gevolge daarvan bracht hij 6 jaren (932—937) te Bagdad in ballingschap door, in welke tijd hij zich geheel in zijn wetenschap verdiepte en vele werken schreef. In 937 werd hij als hoofd der school te Soera teruggeroepen en bracht onmiddellijk haar oude grootheid terug.

Na zijn dood waren er weinig grote mannen, die hem opvolgden. Alleen de laatste hoofden Bab Sjeriera en zijn zoon Bab Haj (1000—1040) waren mannen van grote betekenis. De eerste had veel van politieke vervolging te lijden ; de laatste schreef belangrijke wetenschappelijke werken. Met zijn dood hield het Gaonaat op. Het Babylonische Jodendom verliest zijn betekenis. Het centrum der Jodenheid verplaatst zich voorlopig naar Spanje. Alleszins wonen nog enige eeuwen lang vele Joden in Babylonië en zijn er nog zeer lang zeer grote gemeenten.

In de laatste eeuwen was de verspreiding van de Joden sterk geworden. Uit het Byzantijnse rijk waren Joden gevlucht naar het land van de Khazaren, een Tataarse stam ten noorden van de Kaspische Zee. De vorst van het land ging (1e helft 8e eeuw) tot het Jodendom over; en langzamerhand volgden zijn onderdanen zijn voorbeeld. Zijn land was een toevlucht voor Joodse vluchtelingen uit de Christelijke vervolgingen. De laatste Khazaren woonden in de Krim; een Russische grootvorst maakte (begin 11e eeuw) een einde aan hun rijk.

In Duitschland waren de Joden als zogenaamde "Kammerknechte" eigendom van de keizer en daardoor veelal veilig, hoewel gedwongen om hoge belastingen op te brengen.

6e eeuw

Justinianus (627—666) verscherpte de oude drukkende besluiten en begon met het verbieden van allerlei godsdienstvoorschriften en schreef bv. voor, dat de Bijbelverklaringen voor het volk uit de Christelijke vertalingen moest geschieden.

541: Theodebert beperkt de rechten der Joden te Orleans tegen de huwelijken van Joden met Christenen.

562: Mishandeling van de Joden onder Chilperich. Priscus, een Jood, Muntmeester. Joodse huwelijken moeten in de christenkerken voltrokken worden.

582: Concilie te Orleans tegen de Israëlieten.

584: Bekeringsijver onder Guntram, die in 567 koning van Bourgondië, Marseille en Arles was geworden.

590: Paus Gregorius I klaagt bij Theoderik en Theodebart, dat de Joden ongestoord handel dreven in christenslaven. Gregorius I is de Joden niet ongunstig gezind.

7e eeuw

In Palestina plaatsten de Joden zich wegens de vervolgingen door de Christenen aan de zijde van de Perzische heerscher Chosroe II en hielpen hem in een bloedige oorlog (608—614) Palestina te veroveren.

615: De Frankische koning Chlotarius II ontneemt de Joden alle ambten. Concilie van Parijs. Joden mogen tegen Christenen niet procederen en met dezen geen gemeenschappelijke handel drijven.

627: Verbod tegen de slavenhandel.

De Perzische veroveraar van Palestina hield zijn beloften aan de Joden niet en teleurgesteld helpen zij Heraclius in zijn strijd (628) om Palestina.

629: De Frankische koning Dagobert zoekt door geheel het rijk de Joden te bekeren. Hij gedoogt weer joodse pachters. Maar alle Joden die geen Christenen wilden worden verdreef hij uit Gallië.

Ongeveer 636 veroverden Arabieren Palestina.

640: de Arabieren veroveren Babylonië, waarna de toestand van de Joden daar beter werd.

689: Onder de West-Gotische koningen leefden de Joden aanvankelijk in Spanje rustig. Maar toen in 689 Reccared op de 3e synode te Toledo het Arianisme voor de Katholieke leer deed wijken, begonnen de uitzonderings- en onderdrukkingswetten.

Een paar keer werden Jodenverdrijvingen en doopdwang, met het stijgen van de macht der Katholieke geestelijkheid steeds sterker; kinderontrukking en goederenconfiscatie — tot eindelijk de Joden de Arabieren (711) als ware levensredders begroetten.

8e eeuw

772: Onder de Arabieren in Spanje worden de Joden toegelaten en zeer begunstigd.

9e eeuw

800: Karel de Grote is de Joden gunstig gezind. Scholen, synagogen. Izaäk, afgezant bij de kalief al Raschid. De missi dominici (Inspecteurs in de provincies) zetten de jaarmarkten van zaterdag op een andere dag. De mindere geestelijkheid is onverdraagzaam. Agobardus, bisschop, schrijft tegen de Joden. Onverdraagzaamheid ook in Nederland bij de hoge regering; bij de voornaamste bisschoppen vond men steeds verdraagzame beginselen maar bij de plaatselijke overheden en gewone herders veelal willekeur en vooroordelen.

Karel de Grote verblijft veeltijds te Aken en te Nijmegen, waar vermoedelijk reeds Joden gevestigd waren. Hij voltooit in Nederland de aanneming van de Christelijke godsdienst.

839: Lodewijk de Vrome begunstigt de Joden en legt de grond tot de latere rijksbescherming, waaronder de Israëlieten door de Duitse keizers geplaatst werden. Lodewijk de Vrome heeft Zedekias tot lijfarts. Hij begunstigt inzonderheid rabbi Domat en zijn kleinzoon Samuël. Hij heeft een Magister Judaeorum, voor het afdoen van rechtszaken waarin Israëlieten gemoeid zijn.

840: De Duitse keizers na Lodewijk de Vrome volgen zijn voorbeeld. Er waren Joden in de voornaamste steden van Duitsland en de Nederlanden. De graven echter mogen hen niet toelaten dan met bijzondere vergunning van de souverein. Zij behoren met lijf en goed de keizer, wat alleszins in hun belang was en tegen velerlei knevelarij waarborgde.

Ca. 1000 - 1200 n.C.

Het tijdvak van ± 1000—1200 wordt gekenmerkt enerzijds door een opleving van het Jodendom, anderzijds door de bloedige vervolgingen, waaraan zij blootstaan. In Spanje woedde de strijd tussen Christenen en Mohammedanen, wat voor de rust van de Joden aldaar niet ongunstig was; ook in het Oosten was de oppermacht van de Arabieren tot de dood van Sultan Saladin in 1193 een periode van rust.

In de christenheid waakte door de kruistochten helaas een vijandige gezindheid op tegen alle ongelovigen, tegen de vijanden van het kruis van Christus. Deze stemming, hoewel niet de enige oorzaak, is toch niet vreemd aan de Jodenvervolgingen, tijdens verschillende kruistochten in ettelijke Duitse steden ingesteld.

Vanaf de aanvang van de Kruistochten (1096-1271) werd de toestand van de Joden in Europa gevaarlijk. Hevige vervolgingen werden in Frankrijk en Duitsland tegen hen op touw gezet door het opgezweepte volk, inz. bijgelegenheid van de Zwarten Dood (1348-50). De overlevenden werden als verworpelingen bejegend; hun werden afzonderlijke wijken ter bewoning aangewezen (ghetto's), zij werden gedwongen een bijzondere kleding te dragen (spitse hoeden enz.); burgerrecht en grondbezit werden hun ontzegd en zo kwamen zij ertoe door sjaggeren en woekeren in hun onderhoud te voorzien en zoveel mogelijk geld bijeen te schrapen om bij dreigend nieuw onheil niet van middelen ontbloot te zijn. Haat en verachting was allerwege hun deel.

Vermelding verdient uit dit tijdvak de filosoof Maimonides (1135/38 – 1204), onder wiens invloed een pantheïstische, mystieke trek in het Jodendom zich ging aftekenen, die scherp stond tegenover het legalistische en de casuïstiek, en velen bekoorde.

11e eeuw

1096: Peter de Kluizenaar en Walter Gottschalk gaan ter kruistocht, en dwingen de Joden tot omhelzing van het Christendom. Groot bloedbad in Gelder en Holland; in Trier, Metz, Keulen en Maintz. Enige Joden vinden een schuilplaats bij de keizer, op zijn burchten en in zijn steden. Anderen vluchten naar Moravië, Silezië en Polen.

Duitse joden in de 13 eeuw. Ter onderscheiding van andere burgers dragen zij spitse hoeden.

12e eeuw 

1100: de geldhandel in Nederlans is voornamelijk in handen van de Israëlieten.

1105: Rasji de Commentator (Rabbijn Salomo Ben Isak) sterft.

1121: De Joden worden uit Vlaanderen gebannen

1160: Gunther van Castillon, domproost te Doornik, schrijft tegen de Israëlieten.

1183: De Joden vinden de ordebrieven uit.

1190: Joden in 's-Hertogenbosch mishandeld.

1200 - 1500

In deze eeuwen moeten de Joden veel smaad en vervolging verduren.

Erg was voor hen de ommekeer in Spanje, toen de Mohammedanen daar verdreven en dat rijk de grootste Kath. mogendheid was geworden. Voornamelijk om de door dwang bekeerde Joden te bewaken, werd daar de Inquisitie ingevoerd en na de verovering van Granada (1492) werden zij geheel verdreven; evenzo uit Portugal in 1493.

Uit Spanje werden zij in 1492 verdreven. Veel Spaanse joden kwamen na 1492 terecht in Portugal. Toen ook daar het jodendom werd verboden, vluchtten ze onder meer naar Antwerpen. De uit Spanje en Portugal verdreven Joden vluchtten onder meer naar Engeland en Nederland.

Ook in Duitsland breidden zich de vervolgingen uit. De ijver van de kerk om de Joden tot het Christendom te bekeren, en de positie van de Joden, die vaak een groot economisch overwicht bezaten, werkten samen tot een bemoeilijking en verdrukking van het Jodendom.

Uit Duitsland, Spanje en Frankrijk zochten zij in grote getale een toevlucht Oostwaarts; vooral in Polen en Rusland zetten zij zich neer.

13e eeuw

1202: Midden-Oosten getroffen door een aardbeving.

1204: Paus Innocentius III verordent onderscheid in kleding. Hij wil echter de Joden beschermd hebben. Er zijn veel Joden in Brabant. Zij belenen op panden, drijven handel in goud, zilver en edel gesteenten.

1215: Het vierde concilie van Lateraan bevestigt de voorschriften van Innocentius III. Op dit Lateraans Concilie onder paus Innocentius III wordt helaas bepaald dat Joden een geel insigne moesten dragen (en ook moslims moesten onderscheidende tekenen gaan dragen)[1]. Het Tweede concilie van Ravenne bepaalt dat er een gele ronde lap op het kleed van de Joden zal gehecht worden. Het Concilie van Vienne voegt er de punthoed (pileus cornutus) bij.

In Nederland zijn de Joden doorgaans met een geel lint uitgemonsterd en dragen een punthoed. Even als de Lombardiers nemen de Joden in Nederland hoge renten en worden wel eens van woekerhandel verdacht.

1254: Lodewijk IX (de Heilige) ijvert tegen de Joden. Enige wagens afschriften van de Talmoed te Parijs verbrand.

1260: Hertog Hendrik van Braband bepaalt bij testament dat alleen eerlijke Joden en Lombardiers in het land mogen blijven Zij die woeker drijven moeten vertrekken.

1270: De Joden in de Lage Landen zweren dat zij alle eerlijke lieden zijn en blijven in Antwerpen, Brussel en Leuven. Hertog Jan I beschermt hen.

1290: Uit Engeland worden de Joden verbannen. 15.000 Joden zwerven rond. In Nederland worden er enige Joden opgenomen.

1295: Hertog Jan II van Brabant en Limburg (hertog van 1294-1312) vergunt de Joden het oprichten van openbare geldbanken, een besluit dat hij later 1307 weer intrekt.

Bij gelegenheid van een nieuwe kruistocht geschiedt er nogmaals een Jodenmoord in Brabant. Hertog Jan ll geeft de Joden een schuilplaats op zijn slot te Gemappe en verdrijft de meute die hen kwam belegeren.

14 eeuw

1321: De Joden uit Frankrijk gebannen. In Nederland worden Joden opgenomen. De graaf van Henegouwenen Holland geeft hun een wijkplaats in Mons. Graaf Willem IV is gevader van een gedoopte Jood. Een gedoopte Jood (uit wie de familie de Jeude) wordt lid van de schepenbank te Arnhem.

1347: In Nederland worden de Joden vrij algemeen beschouwd als oorzaken van de toen heersende pest.

1348: Paus Clemens VI beschermt de Joden.

1349: Karel IV vergunt de keurvorsten om buiten hem een toestemming te verlenen tot bescherming der Joden. In Nederland doorkruisen Flagellanen het land en zetten het volk tot nieuwe Jodenmoord aan. De hertog van Gelder krijgt vergunning om de Joden te beschermen. De graaf van Holland en Henegouwen moet dat recht reeds vroeger bezeten hebben, zie het jaar 1321. Nijmegen was een vrije rijksstad en dus de Joden gunstig. Zij hadden er een jodenkwartier. Hans de Jood wordt door de stedelijke regering van Geertruidenberg mishandeld, maar door de hollandse hertog Aelbrecht van Beijeren in het gelijkgesteld. Enige Joden stelen het sacrament des altaars in de Catharijne kerk te Brussel.

1370: het sacrament wordt met priemen doorstoken en bloedt (!). De schuldigen gestraft.

15e eeuw

1417: Menslievende bullen van Paus Martin V. - De Joden uit Braband (Nederland) verdreven. Slechts enige weinigen bleven met vergunning in het land.

1420: De dochter van Hendrik Bor van Eck, een Gelderse jonkvrouw, te Keulen verbrand, omdat zij er een Jood heimelijk gehuwd had.

1443: Joden in Luxemburg betalen een jodentol. — Dat was ook elders en daar lag een zekere vernedering in. Voor het overige werden de Joden door geen zware lasten gedrukt. Voor een vast hoofdgeld van 5 à 7 gulden waren zij vrijwel in alle gewesten van belasting vrijgesteld.

1444: De stadsraad verjaagt de Joden uit Utrecht.

1451: Van Cuza komt te Arnhem de aflaat prediken en verwekt beweging onder het volk, dat weer overslaat tot mishandeling der Joden. De stedelijke regering komt tussenbeide, en beschermt hen, die onder 's keizers hoede zijn. Zij moesten echter het onderscheidingsteken weer aannemen.

1460: Verordening voor de slachters te Arnhem. Op het vlees voor Joden bestemd, moet een geel vaantje geplaatst worden.

1465: Een Jood, dokter Meyer, wordt Christen en krijgt van de Utrechtse stadsregering 1 gulden.

1481: De inquisitie in Spanje. 3000 Joden verbrand, 17.000 gegeseld. - In Utrecht hebben de Joden een klein buurtje, ook nu nog het Jodenrijtje genaamd.

1485: De Joden uit Utrecht verdreven.

1490: Veroordeeling van de Talmoed.

1492. Spanje dwingt de joden zich te bekeren tot het katholieke geloof. Miljoenen joden die zich niet willen bekeren slaan op de vlucht, om te voorkomen dat ze ter dood worden gebracht.

1500 - 1940

De reformatie bracht in de landen waar deze doordrong, voor de Joden enige verlichting; met name in Nederland vonden zij een toevlucht en vrijheid. (Spinoza). Allengs daagde voor hen, althans in West-Europa, een betere tijd, dat zij niet maar werden geduld, doch ook vrijheid genoten.

Evenals in de Christenheid was er in de nieuwe tijd ook onder het Jodendom een sterke afval van het geloof der vaderen. Talloos velen laten de gehechtheid aan de wet van hun God varen, en streven er naar, in ieder opzicht te gelijken op de moderne, van de Christelijke religie vervreemde mens.

Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw was een sterke opleving van het nationaal besef bij de Joden te bespeuren. Onder de invloed van de druk, waaronder zij vooral in het Oosten van Europa verkeerden, wenkte velen opnieuw het ideaal van het oude land der vaderen. Een sterke drang naar kolonisatie in het historische thuisland viel waar te nemen. De hoop herleefde onder de Joden van een herstel van hun volksbestaan in het aan Abraham en zijn nageslacht beloofde land. Ten dele ging dit om buiten alle religieuze aspiratie; maar anderdeels werkte hierin ongetwijfeld nog het besef na van de betekenis, die in de geschiedenis der heilsopenbaring het oude volk van Gods verbond heeft gehad.

16e eeuw

1585: Spaanse troepen veroveren Antwerpen. Veel Sefardische joden wijken uit naar Nederland.

17e eeuw

In 1603 zochten zeer veel Portugese Joden in Nederland een toevlucht; evenals hun Duitse geloofsgenoten vonden zij in de lage landen een rustige woonplaats en Nederland voer daar wel bij, daar de Joden een rustig, sober en nijver deel van de Nederlandse bevolking vormden en voor Nederland nieuwe bronnen van welvaart openden (de handel op de Levant in de 17e eeuw; de diamantslijperij).

18e eeuw

In Duitsland kwam eerst door de verlichtingsperiode van de 18e eeuw een ommekeer in het lot der Joden, mede door het optreden van Mozes Mendelssohn en van Lessing.

1723: In Engeland ontvangen de Joden het recht grondeigendom te verwerven.

1759: Midden-Oosten getroffen door een aardbeving.

1769: De Joden in Nederland krijgen burgerrecht. Vóór die tijd leefden zij nog onder beperkende bepalingen. In Drenthe bijv. vergunde men een Jood geen nachtverblijf.

19e eeuw

In de meeste Europese landen dagteekent de emancipatie der Joden uit de nieuwere tijd.

1814: Bij de grondwet van 1814 zijn de Joden geheel en al met de overige burgers gelijkgesteld.

1818: Jeruzalem telt 20.000 inwoners: 5.000 moslims, 5.000 christenen en 10.000 Joden.

1831. In Frankrijk wordt de emancipatie van de Joden voltooid.

1833: in Engeland worden de Joden tot de advocatuur toegelaten.

1837: Galilea getroffen door een zware aardbeving. In Spanje worden de Joden sedert 1837 weer toegelaten.

1845: in Engerland worden de Joden toegelaten tot de waardigheid van alderman,

1848: In Denemarken hebben de Joden sinds 1848 burgerrecht

2e helft van de 19e eeuw. In deze tijd ziet het land van Israël vele zendelingen, avonturiers en toeristen uit de Verenigde Staten. Het bezoek wordt bevorderd door de uitvinding van de stoomboten en de fotografie. Foto's wekten belangstelling.

In de 19e eeuw ontstond er onder seculiere Joden van Oost-Europa een een streven naar het stichten van een nationale Joodse staat. Dit 'zionisme' was een antwoord op enerzijds de voortdurende antisemitische verdrukking en vervolging waaraan Joden in Europa blootstonden en anderzijds de angst voor het verdwijnen van de Joodse cultuur. Onder invloed van de verlichting pasten steeds meer Joden zich aan de niet-Joodse cultuur aan. Het zionisme was sterk geïnspireerd door het nationalisme en de romantiek, stromingen die gedurende de 19e eeuw in zwang waren.

1858: In Engeland worden de Joden toegelaten tot het Parlement.

1860: Algerijnse stammen verhuizen massaal van Damascus naar Safed[2]

1866: een grote Amerikaanse kolonie vestigt zich in Jaffa. Het werd de Amerikaanse Adams kolonie genoemd. De heer Adams bezat geen eigendomsbewijzen; noch waren de kolonisten, die veel gekocht hadden, voorzien van de nodige documenten. Het beste en het grootste deel van het land dat zij hadden gekocht raakten zij kwijt.

1871: Het maandschrift De Katholiek bericht over het getal der Joden: "Volgens eene met zorg op gemaakte statistiek bedraagt het tegenwoordig getal Joden over de gansche wereld in ronde cijfers ruim 6,800,000 Hiervan leven er in Europa ruim 4,920,000 in Afrika 1,000,000 ín Azië 470,000 in Amerika 400,000 en in Australië 10,000."[3]

In Duitsland verkrijgen de Joden algehele gelijkstelling door de wetgeving van het Duitse Rijk van 1871, en nog werden zij tot aan het begin van de Eerste Wereldoorlog feitelijk uit bepaalde betrekkingen geweerd, bijv. uit het officierskorps.

Over de geschiedenis van Israel van 1878 tot en met 1948, vanuit een Palestijns gezichtspunt: video (10 minuten, Engels, Youtube)

1892: De eerste trein rijdt van Jaffa naar Jeruzalem.

1898: De Duitse keizer brengt een bezoek aan het land Israël. - Eerste zionistische congres in Basel.

20e eeuw

1901

Stichting van het Joods National Fonds, dat tot doel heeft grond in het land Israël te kopen en te ontwikkelen.

1904

Theodor Herlz, de grondlegger van het politieke zionisme, overlijdt.

In de periode 1904 - 1914, tot het begin van de Eerste Wereldoorlog, verdubbelt het aantal Joodse immigranten. De Joden stichten scholen, geven kranten uit en richten een politieke partij op. Ze blijven contact onderhouden met de Turken, in de hoop zelfstandigheid te verkrijgen.

1909

De eerste kibboets in Israël wordt ten zuiden van het meer van Galilea opgericht: Degania.

1910

In Portugal krijgen de Joden burgerrechten.

1911


Film: 'De eerste film van Palestina' (1911), door Murray Rosenberg, ere-secretaris van de Engelse Zionistische Federatie. Duur: 11 min. 15 sec. Hebreeuws-Engels. Bron: Youtube.

1913

Augustus: 11e Zionistische congres, te Wenen.


Film: Leven der Joden in Palestina 1913. Duur: 1 uur 38 sec. 10 minuten. Hebreeuws gesproken. De film werd vertoond op het Zionistische congres te Wenen in 1913. Bron: Youtube.

1914-1918

Eerste Wereldoorlog. Deze werd niet alleen gevoerd in Europa, maar ook in het Midden-Oosten. De legers van Turkije, Duitsland en Oostenrijk bevochten het Britse Rijk, waarvan de legers manschappen Groot-Brittannië, Australië, Nieuw-Zeeland en India kende.

In het begin van de oorlog werden in het land van Israël, onderdeel van het Turkse rijk, Joodse mannen gedwongen dienst te nemen in het Turkse leger. Turkse soldaten plunderden voorraaden ter voorbereiding van hun aanval op het Suezkanaal. Liefdadigheidsfondsen van Europsese joden ten behoeve van de Joden in het land van Israël werden afgesneden. De Turken beraamden plannen om de Joden uit het land van Israël te verdrijven. De ambassadeur van de VS in Turkije, Henry Morgenthau, waarschuwde Joodse lijders in America voor het gevaar dat de Joden in het Heilige Land liepen en deed een beroep op hen voor geldelijke steun.[4]

Oostenrijkse soldaten bij de Klaagmuur te Jeruzalem, 1915. Oostenrijk stond aan de zijde van Turkije.

1915

De eerste Wereldoorlog nam in het Midden-Oosten een aanvang met de aanval van het Ottomaanse leger op Britse stellingen langs het Suez-kanaal in januari 1915. De Turken stonden onder leiding van de Duitse generaal Kress von Kressenstein. Het kanaal was belangrijk voor de verbinding tussen Brittanië en haar kolonies als India. Ook Indiase militaren waren langs het Suezkanaal gelegerd. De strijd breidde zich in drie jaar uit over het Sinai-schiereiland, en vervolgens naar Gaza en Beersheva, Jeruzalem en het gebied van de Dode Zee, Amman en Damascus.

De marine van de Verenigde Staten evacueert 6000 Joden uit Jaffa voordat de Turken hen konden verdrijven.

1916

mei: Sykes-Picot verdrag. In een geheime overeenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk wordt het Ottomaanse Rijk op voorhand verdeeld. De opstellers ervan waren Mark Sykes en Georges Picot.
Oostenrijkse troepen marcheren de zogeheten 'berg Sion' op, 1916.
De onafhankelijkheid van de Arabische staten daarbinnen werd echter niet door Frankrijk en Groot-Brittannië erkend, ondanks beloften aan de Arabieren van de Britse kolonel 'Lawrence of Arabia' die zich daarmee van hun steun tegen het Ottomaanse rijk verzekerd had. Volgens dit verdrag zou Palestina, het latere Mandaatgebied Palestina, onder internationaal bestuur komen.

1917

De verklaring van Balfour.

De Britten, onder bevel van general Edmund Allenby, verdrijven de Turken uit het land van Israël. Onder de Britse manschappen waren ook Australiërs. Ze waren befaamd om hun gewaagde cavalerie-operaties. Ze veroverden Be'er Sheva voordat de Duitsers en Turken de waterbronnen aldaar konden opblazen.

2 november 1917: Balfour-verklaring. In november, tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog en kort voor de capitulatie van het Ottomaanse Rijk stuurt de Britse minister van buitenlandse zaken Arthur Balfour een brief aan Lord Rothschild, waarin Balfour de steun van de Britse regering bij de stichting van een nationaal tehuis voor het Joodse volk in Palestina belooft. Rothschild was een Joodse bankier en de leider van de Joodse gemeenschap in Groot-Brittannië en vertegenwoordiger van de Zionistische Federatie.

December 1917. In december 1917 wordt Jeruzalem ingenomen door het Britse leger. Op de berg Scopus buiten Jeruzalem is een Brits begraafplaats met 2500 gevallen soldaten, waaronder tientallen Joodse soldaten van het Britse leger.

Over de rechten van Joden schrijft een Nederlandse encyclopedie in 1917: "... in Zweden zijn zij nog niet volkomen met de Christenen gelijkgesteld; in Noorwegen mochten zij tot voor korte tijd nog niet eens komen. Beklagenswaardig is nog steeds de toestand der Joden in Rusland en in Roemenië. Vooral in het eerste land staan zij nog aanhoudend aan moord en doodslag bloot (zie op Pogrom). In Zwitserland zijn de Joden nog niet met de Christenen gelijkgesteld; in Spanje, waar zij sedert 1837 weer toegelaten worden, zijn zij van alle burgerrechten verstoken, evenzo in Portugal tot 1910. Het gehele Joodse ras telt ongeveer 11 miljoen zielen. In Nederland wonen er ongeveer 106.000. Zij zijn verdeeld over 2 kerkgenootschappen: het Ned.-Israëlietisch en het Portugees-Israëlietisch."[5]

1918

Australische cavalerie vertrekt uit Jeruzalem, 1918. (De foto is beschadigd.)

In juni 1918 sluiten Joodse vrijwilligers, het Joodse legioen uitmakend, zich aan bij de Britse strijdkrachten van generaal Edmund Allenby. Ze vechten tegen de Turken in de Jordaanvallei.

Generaal verslaat de Ottomaanse troepen in Palestina, waarna de Britten er hun gezag vestigen.

1919

Op 3 januari 1919 tekenen de Arabische leider Feisal ibn-Hoessein en de zionistische leider Chaim Weizmann een verdrag[6]. Artikel IV zegt onder meer: "All necessary measures shall be taken to encourage and stimulate immigration of Jews into Palestine on a large scale, and as quickly as possible to settle Jewish immigrants upon the land through closer settlement and intensive cultivation of the soil." Artikel 6: "The Mohammedan Holy Places shall be under Mohammedan control." De Zionisten wilden 'de Arabische staat' (Syrie) van koning Feisal helpen bij haar ontwikkeling.

Op 5 maart schreef Feisal ibn-Hoessein aan een medewerker van Weizman onder meer: "We feel that the Arabs and Jews are cousins in having suffered similar oppressions at the hands of powers stronger than themselves, and by a happy coincidence have been able to take the first step towards the attainment of their national ideals together. 

We Arabs, especially the educated among us look with the deepest sympathy on the Zionist movement. Our deputation here in Paris is fully acquainted with the proposals submitted yesterday by the Zionist Organisation to Peace Conference, and we regard them as moderate proper. We will do our best, in so far as we are concerned, to help them through: we will wish the Jews a most hearty welcome home. 

With the chiefs of your movement, especially with Dr. Weizmann, we have had and continue to have the closest relations. He has been a great helper of our cause, and I hope the Arabs may soon be in a position to make the Jews some return for their kindness. We are working together for a reformed and revived Near East, and our two movements complete one another. The Jewish movement is national and not imperialist. Our movement is national and not imperialist, and there is room in Syria for us both. Indeed I think that neither can be a real success without the other.

People less informed and less responsible than our leaders and yours, ignoring the need for co-operation of the Arabs and Zionists have been trying to exploit the local difficulties that must necessarily arise in Palestine in the early stages of our movements. Some of them have, I am afraid, misrepresented your aims to the Arab peasantry, and our aims to the Jewish peasantry, with the result that interested parties have been able to make capital out of what they call our differences."[7]

27 januari - 10 februari: het Eerste Palestijns-Arabische Nationale Congres in Jeruzalem. Het wijst de Balfour-verklaring af en eistt tevergeefs de heropname van Palestina in de voormalige Ottomaanse provincie van Groot-Syrië.

In de periode 1919-1923 nam de emigratie van Joden naar hun historische thuisland toe. 35.000 Joden vestigden zich in het gebied waardoor hun aandeel in de totale bevolking groeide tot 12%.

Jaren '20

Begin jaren twintig bestaat de bevolking van het overgebleven mandaatgebied Palestina voor 78% uit moslims, 11% joden en 9,6% was christenen.

In de jaren tot 1928 nam, na een instroom van 67.000 personen, het aandeel Joden toe tot 16% van de bevolking.

De inheemse Palestijns-Arabische bevolking bestond uit arme pachtboeren, die in de 19e eeuw hun land hadden moeten verkopen vanwege de Ottomaanse belastingdruk. De eigenaars-elite had weinig contact met hen en bestond uit een aantal families in de steden, die voornamelijk twee ruziënde facties vormen: de Husseini's en de Nashashibi's.

1920

Op de Conferentie van San Remo worden besluiten genomen over de verdeling van de mandaatgebieden. Deze zullen vier jaar later, op 24 juli 1922 door de Volkenbond worden bevestigd.

De Arabieren beschouwen het trekken van een grens tussen het Franse mandaat over Syrië/Libanon en het Britse mandaat over Palestina als een ramp.

4-7 april: de Nebi Musa-pogrom. De islamitische feestelijkheden ter ere van de profeet Musa (= Mozes) ontaarden in een pogrom tegen de joodse bevolking van Jeruzalem. Arabische Palestijnen, gewapend met messen, knuppels en enkele vuurwapens, vallen joodse winkels en woonwijken aan. Het komt tot moord, vandalisme tegen joodse heiligdommen, plunderingen en verkrachtingen. Illegale joodse zelfverdedigingsgroepen proberen de joodse bevolking te beschermen. De pogrom duurde tot 7 april, wanneer de Britten de situatie weer onder controle krijgen. Er zijn vijf joden vermoord en 216 gewond, waarvan er 18 in kritieke toestand verkeren. Aan Arabische zijde komen vier personen om het leven, waaronder een klein kind dat getroffen werd door een afgeketste kogel. Verder raken 23 Arabieren en 7 Britse soldaten gewond. De christelijke pelgrims zijn ongemoeid gelaten[8].

Heropening van het treintraject tussen Jaffa en Jeruzalem. Tijdens de eerste wereldoorlog hadden de Turken de spoorweg vernietigd. De heropening wordt verricht door de commissaris Sir Herbert Samuel.

1921

Het Britse militaire bestuur wordt vervangen door een burgerlijk bestuur onder leiding van de Joods-Britse diplomaat Herbert Samuel.

mei: in Jaffa breken onlusten uit tussen Joodse bolsjevistische en socialistische organisaties, waarbij de bevolking van de stad betrokken wordt. Hierbij komen 95 mensen om het leven. De onlusten leiden tot een bestuurlijke scheiding van het christelijke, joodse en islamitische Palestijnse Jaffa en het nabijgelegen Joodse Tel Aviv.

Na een aantal bloedige aanvallen op Joodse nederzettingen wordt, met toestemming van de Britten, de paramilitaire Hagana opgericht om Joden tegen Arabisch geweld te beschermen. De Hagana vormde de basis van het latere Israëlische leger.

1922

Witboek. In 1922 stelt de Engelse minister voor de Koloniën, Winston Churchill, een witboek op, waarin hij het beleid voor Palestina uiteenzet. In 1939 volgt nog een witboek.

24 juli: de verdeling van de mandaatgebieden wordt door de Volkenbond bevestigd. Op de Conferentie van San Remo in 1920 was hierover een besluit genomen. De Volkenbond geeft het mandaat over Palestina officieel aan de Britten. Een groot gebied ten oosten van de Jordaan is inbegrepen.

1923

mei: vanwege de grootschalige immigratie van Joden naar het gehele Britse mandaatgebied wordt het Overjordaanse deel bestuurlijk afgescheiden en verboden voor Joodse immigratie. Dit oostelijke deel onder de naam Transjordanië zal in 1946 de onafhankelijke staat Jordanië worden.

1924


Banim Bonim (= Land van de Belofte). Film over de komst en het leven van Joodse pioniers en de opbouw van het land. Duur: 41 minuten. Taal: stomme film, met engels tekst tussendoor. Bron: Youtube.com. Upload door HebrewUniversity, 6 april 2010.

1927

Schade in Jeruzalem door een aardbeving die Israel in 1927 trof. 

Een zware aardbeving treft Israël op 11 juli om 16:00 uur, waardoor 130 mensen omkomen en 450 gewond raken en ongeveer 300 gebouwen verwoest of zwaar beschadigd worden.

1929

Joden ontvluchten in 1929 de oude stadskern van Jeruzalem na pogroms.

In Jeruzalem ontstaat tot een conflict over de toegang van Joden tot de Klaagmuur. Het gerucht gaat dat Joden de Tempelberg willen veroveren. In de zomer breekt een reeks wrede Arabische aanvallen uit. In Jeruzalem, Safed en Hebron komen bij rellen 133 Joden en 116 Arabieren om. In Hebron worden 67 Joden gedood door een meute van Arabieren. Uit de oude stad van Jeruzalem worden Joden verdreven. In Safed (Tzfat) komen 20 Joden om, In Jeruzalem 17. In Motza, Kfar Uriah en Tel Aviv komen nog meer Joden om.

Britse troepen uit Egypte worden ingezet om de onlusten te onderdrukken.

Jaren '30

1930

Naar aanleiding van de rellen in 1929 beveelt een Britse onderzoekscommissie onder leiding van Shaw onder meer een beperking van de immigratie van Joden alsmede een betere bescherming van de niet-Joodse bevolking. Boycotacties over en weer veroorzaakten een opdeling van de Palestijnse economie in een Joodse en een Arabische sector.

1932-1944

In de twaalf jaren 1932-1944 komen meer dan een half miljoen Arabieren naar Palestina om de economisch gunstige omstandigheden die er zijn.

1933

De nationaalsocialistische regering van Adolf Hitler, die in 1933 in Duitsland verkozen wordt, begint met het doorvoeren van anti-Joodse maatregelen in de door Duitsland beheerde gebieden.

25 augustus: Het Ha'avara-Abkommen ('overdrachtsovereenkomst'), een overeenkomst gesloten tussen de Jewish Agency, de Zionistische Vereinigung für Deutschland en het Duitse ministerie van economische zaken. In deze overeenkomst is vastgelegd hoe Joodse Duitsers die naar Palestina wilden emigreren een deel van hun vermogen mee kunnen nemen.

Ruim 50.000 Joden ontvluchten nazi-Duitsland en een groot aantal van hen trekt naar Palestina door gebruik te maken van het Ha'avara-Abkommen van 1933. Slechts een deel van hen wordt toegelaten; het merendeel wordt teruggestuurd.

1936-1939

Van 1936 - 1939 is de Arabische Opstand, waarbij zwervende Arabische bendes het Engelse leger en Joodse nederzettingen aanvallen.

Op 21 juni 1936 vallen ongeveer 60 gewapende Arabieren in Britse Mandaat Palestina vielen een konvooi van Joodse bussen aan die op weg waren van Haifa naar Tel Aviv. In de daaropvolgende gevechten tussen de Arabische terroristen en Britse troepen wordt een Engelse sergeant gedood en raken drie Schotse soldaten gewond.

Het Britse bestuur onderdrukt de Arabische opstand. Ondanks hun zware verliezen slagen de Arabieren erin de Britse regering de Joodse immigratie en landaankopen ernstig te doen beperken. In 1936, tijdens de Arabische opstand, worden Joden uit de oude stad van Jeruzalem geëvacueerd.

1937

De Peel-commissie beveelt de verdeling van het Britse mandaatgebied aan, in een Joodse en een Arabische staat. 96% van het gebied zou voor de Arabieren zijn. De Palestijnse leider Haj Amin al-Husseini verwierp de aanbeveling.

1938

Kort Brits verslag van de gespannen toestand in Israël (Jeruzalem):


Engels gesproken

9-10 nov.: de Kristallnacht, een door de nazi's georganiseerde pogrom gericht tegen de Joodse bevolking in Duitsland. In heel Duitsland worden Joden aangevallen, 1.000 tot 2.000 synagogen in brand gestoken en ongeveer 7500 winkels en bedrijven van Joden vernield. Ook Joodse huizen, scholen, begraafplaatsen en ziekenhuizen moeten het ontgelden. De brandweer mag de branden niet blussen. Tijdens deze 'Nacht van het gebroken glas' worden 400 Joden vermoord of tot zelfmoord gedreven. Ook in Oostenrijk en Sudetenland worden Joden aangevallen en hun bezittingen vernield[9].

1939-1945 Tweede Wereldoorlog

Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog worden zes miljoen joden omgebracht door systematische uitroeiing. Onder hen zijn ca. 3 miljoen Joodse Polen, die in de nazi-concentratiekampen worden vermoord.

1939

De Joden bouwen een nieuw dorp. Een filmimpressie uit 1939:


'Colonization' van Palestine Today, 1939. Engels gesproken.

De Joden bebouwen het land. Een filmimpressie uit 1939:


'Back to the land' van Palestine Today, 1939. Engels gesproken

Een impressie van het leven in Israël in 1939 geeft het volgende kleurenfilmpje uit dat jaar:
Springtime in the Holy Land ('Lente in het Heilige Land'). Jaar: 1939. Duur: 16 minuten. Taal: Engels. Bron: Youtube.com

23 mei 1939. Het Britse lagerhuis keurt een witboek voor Palestina goed, een beleidsnota waarin het idee van de deling van Palestina wordt losgelaten en een ongedeelde staat wordt bepleit. De onafhankelijke, gemengde Arabisch-Joodse eenheidsstaat moet er binnen 10 jaar komen. Deze staat moet bestuurd worden door Palestijnse Arabieren en Joden naar verhouding tot hun inwonertal in 1939. Verder stelt het witboek een maximum van 75.000 joodse immigranten voor de periode 1940-1944. Na 1944 zou de verdere immigratie van Joden naar Palestina afhangen van de toestemming van de Arabische meerderheid. Ook werd het recht van Joden om het land te kopen van Arabieren beperkt.

De teleurstelling bij de zionistische leiders was groot. De nazi's brachten de Joden in Europa in moeilijkheden, terwijl de deur naar Palestina werd vernauwd. De volgende video toont Joden die protesteren tegen het Britse witboek (White Paper):


Palestine Today (1939). Engels gesproken.

Jaren '40

1940

In september wordt Tel Aviv gebombardeerd door de Italiaanse luchtmacht.

1942

20 jan. 1942: op de Wannseeconferentie in Duitsland spreken de nazi's over de eindoplossing ('Endlösung') van het Jodenvraagstuk.

1946

29 juni 1946[10], Israël. Britse soldaten vallen het Joodse Agentschap in Jeruzalem binnen en nemen grote hoeveelheden documenten in beslag. De documenten zijn van cruciaal belang voor de Joodse bevrijdingsbeweging. Ook bevatten zij gevoelige informatie over de activiteiten van Joodse agenten in Arabische landen. De documenten worden overgebracht naar het Britse hoofdkwartier in het Koning David Hotel te Jeruzalem. Gelijktijdig met deze inbeslagneming van documenten worden 2.500 Joodse leiders in heel Palestina gearresteerd en opgesloten.
22 juli 1946: Aanslag op het Koning David Hotel

4 juli 1946[10], Polen: pogrom van Kielce: een gewelddadig bloedbad onder de joden in de zuidoostelijke Poolse stad Kielce. Hier wonen 200 Joden die de Holocaust op 24.000 van hun Joodse medeburgers in de stad hebben overleefd. Van hen worden tijdens de progrom 42 zielen vermoord en 40 andere gewond. Deze naoorlogse pogrom jaagt 75.000 overlevende Poolse Joden op de vlucht.

22 juli 1946[10], Jeruzalem: de Joodse verzetsorganisatie Irgoen pleegt een bomaanslag tegen het hoofdkwartier van de Britse bezettingsmacht dat gevestigd was in het Koning David Hotel in Jeruzalem. Vooraf worden verschillende waarschuwingen afgegeven; de Britten worden gesommeerd om het gebouw te verlaten omdat er een aanslag op til is. Zij weigeren echter. Bij de aanslag ontploffen enkele bommen die in de kelder van het gebouw waren gelegd en komen 91 mensen om het leven (28 Britten, 17 Palestijnse Joden, 41 Arabieren en nog enkelen van andere nationaliteiten) en worden 46 anderen gewond. Twee gebeurtenissen gaven aanleiding tot de aanslag[10]: (1) de inval van de Britten in het Joodse agentschap te Jeruzalem en de bewaring van de geconfisqueerde documenten in het hotel; (2) de pogrom van Kielce, terwijl de Britten de Joodse immigratie naar Palestina nog steeds aan banden legden. De aanslag markeerde het begin van het einde van de Britse bezetting.

Rosj Hasjana. Joods-burgerlijk nieuwjaar Rosj Hasjana, filmimpressie van bezoek aan de Klaagmuur:


Engels gesproken.

1947

April 1947. In april geeft Groot-Brittannië het mandaat over Palestina, dat haar in 1922 door de Volkenbond (opgericht in 1917) werd verleend, terug aan de Verenigde Naties (opgericht in 1945).
Verdelingsplan van de Verenigde Naties, 1947.
Mei 1947. De United Nations Special Committe on Palestine (UNSCOP) raadt aan, het land Palestina te verdelen in een Joods en een Arabische staat. Jeruzalem en Bethlehem zouden een internationale status moeten krijgen.

In de volgende filimimpressie vertolken in een bijeenkomst van de Verenigde Naties twee vertegenwoordigers van respectievelijk de Joden en de Arabieren hun zienswijze met betrekking tot Palestina:


Engels gesproken.

29 november 1947: de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties beveelt met Resolutie 181 aan, het land Palestina op te delen: een joodse staat op 55 procent van het grondgebied, een Arabische staat op 42 procent en een internationale zone rondom Jeruzalem.

Joden verheugen zich over het verdelingsplan van de VN (1947)

De joden (de meerderheid van de zionisten) aanvaarden het verdelingsplan (zie kaart). Voor veel religieuze joden echter is een tweestatenoplossing onaanvaardbaar in het licht van de Thora.

De Arabieren in Palestina en Arabische staten (Arabische Liga) verwerpen het verdelingsplan. De Arabische Liga weigert een Joodse staat te erkennen. De strijd om het land Israël/Palestina barst los.

Het volgende nieuwsbericht ("The Arabs Declare Holy War") vertelt wat de reacties van Joden respectievelijk Arabieren waren.


Engels gesproken.

De geschiedenis van de navolgende jaren wordt vervolgd op Geschiedenis van Israël 1948 - heden

Bronnen

Geschiedenis van Israël, artikel op Wikipedia.nl, geraadpleegd op 1 okt. 2016. Enige tekst hiervan is verwerkt.

P.M. Wink, Geïllustreerde encyclopedie (Tweede, vermeerderde druk. Zaltbommel: 1916-1917) s.v. Joden. Tekst hiervan is verwerkt op 28 dec. 2016.

Zie ook Geschiedenis van Israël

Voetnoten

  1. Enige tekst overgenomen van http://nl.wikipedia.org/wiki/Jodenhoed, geraadpleegd 24 mei 2015. 
  2. Joan Peters, From Time Immemorial (1984). Aangehaald in: Abbas: ‘De arabieren werden in 1948 niet verdreven maar vluchtten vrijwillig weg’, Brabosh.com, 1 jan. 2018.
  3. De Katholiek; godsdienstig, geschied- en letterkundig maandschrift, zestigste deel, 1871, blz. 240
  4. The U.S. Navy Saved the Jews of the Holy Land 100 Years Ago, op www.IisraelDailyPicture.com, 11 feb. 2016.
  5. P.M. Wink, Geïllustreerde encyclopedie. (Tweede, vermeerderde druk. Zaltbommel: 1916-1917) s.v. Joden. De spelling in het citaat is gemoderniseerd.
  6. Zie http://www.eretzyisroel.org/~samuel/feisal1.html 
  7. Zie http://www.eretzyisroel.org/~samuel/feisal2.html
  8. Bron: Nebi Musa-pogrom, artikel op Wikipedia.nl. Enige teksthiervan is verwerkt op 1 okt. 2016.
  9. Kristallnacht, Wikipedia.nl. Enige tekst hiervan is verwerkt op 1 okt. 2016
  10. 10,0 10,1 10,2 10,3 Bron: Bij de 70ste verjaardag van de bomaanslag op het Koning David Hotel in Jeruzalem in 1946, Brabosh.com, 22 september. Brabosh.com is de site van de Vlaamse vrienden van Israël.