Getuigenis

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een, het (of degetuigenis duidt op (1) de verklaring die men aflegt omtrent een persoon of zaak, of (2) een bekendmaking van God aan de mensen, of (3) in overdrachtelijke zin: een kenmerk, kenteken, bewijs ("dit alles kan tot getuigenis strekken van zijn uitnemend talent"; "de ontvangst legde getuigenis af van de onbekrompen gulheid van de gastheer")[1].

Verklaring omtrent een persoon of zaak

Een getuigenis is, in de eerste betekenis van het woord, een verklaring die men aflegt omtrent een persoon of zaak. De getuige legt een getuigenis af, geeft getuigenis. Hij verklaart wat hij waargenomen, meegemaakt; hij maakt bekend wat hij weet, gehoord heeft, gezien heeft.

Vals getuigenis. Een getuige kan ook liegen; zijn getuigenis, de getuigeverklaring, is dan vals, onwaar.

Ex 20:16 Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste. (SV)

Ex 20:16 U zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste. (HSV)

Tegen de Heer Jezus legden velen valse getuigenissen af.

Mr 14:56 Want velen legden een vals getuigenis tegen Hem af, en de getuigenissen waren niet eenstemmig. (TELOS)

Bijvoorbeeld:

Mr 14:57  En er stonden enigen op die een vals getuigenis tegen Hem aflegden  Mr 14:58  en zeiden: Wij hoorden Hem zeggen: Ik zal dit met handen gemaakte tempelhuis afbreken en na drie dagen een ander, zonder handen gemaakt, opbouwen.  Mr 14:59  En ook zo was hun getuigenis niet eenstemmig. (Telos)

Goed getuigenis. Een "goed getuigenis hebben" betekent dat omtrent iemand een waarderende verklaring is gegeven, dat iemand een goede naam heeft.

Getuigenis van kennisbronnen. Een verklaring kan ook uitgaan van het geweten, de zintuigen: 'getuigenis van het geweten' (vgl. Frans 'le témoignage de la conscience'), 'getuigenis van de zintuigen' (datege wat de zintuigen ons leren, vgl. Frans 'le témoignage des sens').

Belijdenis. In kerkelijke taal kan 'getuigenis' ook als letterlijke vertaling van het Griekse marturion, Latijnse martyrium betekenen: de belijdenis van het geloof die met de dood of met bloedige foltering wordt bezegeld: 'getuigenissen der heiligen'.

Instemmen met, hulde betuigen.

Joh 18:37 Pilatus dan zei tot Hem: Bent U dus toch een koning? Jezus antwoordde: U zegt het, Ik ben een koning. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik van de waarheid zou getuigen. Ieder die uit de waarheid is, hoort naar mijn stem. (TELOS)

In het Grieks heeft het werkwoord martureo, gevolgd door een 3e naamval, de zin van: zijn instemming met iemand of iets te kennen geven, goedkeuring, hulde betuigen. Zo is het bedoeld in het aangehaalde Bijbelvers. In de Latijnse Vulgaatvertaling: ut testimonium perhibeam veritati. Het Frans bezigt evenzo de uitdrukking "rendre témoignage à quelque chose" in de zin van ”reconnaître cette chose et y rendre hommage”; en "rendre témoignage à la vérité", dat is ”c'est lui faire honneur, s'incliner devant elle”. Waarschijnlijk zijn die Franse zegswijzen ontleend aan de aangehaalde Bijbelplaats. De Statenbijbel heeft "opdat Ik der waarheid getuigenis zou geven" ("op dat ick der waerheyt getuygenisse geven soude”). Later heeft men de uitdrukking "der waarheid getuigenis geven" niet meer begrepen: "der waarheid" werd opgevat als "van, omtrent de waarheid"; vandaar dat men later ging zeggen "van de waarheid getuigenis geven", opgevat als: "datgene getuigen wat de waarheid is, voor de waarheid uitkomen."  Vergelijk:

Lu 4:22 En zij gaven Hem allen getuigenis, en verwonderden zich over de aangename woorden, die uit Zijn mond voortkwamen; en zeiden: Is deze niet de Zoon van Jozef? (SV)

Lu 4:22 En allen gaven Hem getuigenis en verwonderden zich over de woorden van de genade die uit zijn mond kwamen, en zeiden: Is Deze niet de Zoon van Jozef? (TELOS)

Lu 4:22 En zij betuigden Hem allen hun instemming en verwonderden zich over de woorden van genade die uit Zijn mond kwamen, en zij zeiden: Is Dit niet de Zoon van Jozef? (HSV)

Lu 4:22 Allen hebben hem bijval betuigd, in verwondering over die woorden vol genade die uit zijn mond voortkwamen; maar ook hebben ze gezegd: hij is toch de zoon van Jozef,- niet? (NaB)

Bekendmaking van God aan de mensen

God heeft zich aan de zondige menschheid van de aanvang of op menigerlei wijze geopenbaard, van zich getuigd, in het geweten (Rom. 2: 15 v.) en door het werk van de schepping (Rom. 1: 18 vv. Hand. 14: 17); voornamelijk echter wordt de zaligmakende waarheid, waardoor de drie-enige God zich immer duidelijker in de openbaringsgeschiedenis aan het geweten van de mensen betuigd heeft, opdat zij door hen in geloof zou worden aangenomen (Hebr. 11: 2), 'het getuigenis', getuigenis van de Heer, getuitenis van God (Deut. 6: 17; Ps. 19: 8; 25: 10; 81: 9; 119: 2, 14, 22, 24, 31, 36, 59, 88, 99, 111, 119, 125, 129, 138, 167; Jer. 44: 23) en wel voornamelijk 1. de wet en 2. het evangelie.

De 4:44 Dit is nu de wet, die Mozes den kinderen Israëls voorstelde: De 4:45 Dit zijn de getuigenissen, en de inzettingen, en de rechten, die Mozes sprak tot de kinderen Israëls, als zij uit Egypte waren uitgetogen; (SV)

De 4:44 Dit nu is de wet, die Mozes de Israelieten voorlegde. De 4:45 Dit zijn de getuigenissen, de inzettingen en de verordeningen, die Mozes de Israelieten aangezegd heeft, op hun tocht uit Egypte; (NBG51)

De 4:44 Dit is de Wet, die Mozes heeft neergelegd voor het aanschijn van de zonen Israëls. De 4:45 Dit zijn de overeenkomsten, de inzettingen en de rechtsregels,- die Mozes heeft gesproken tot de zonen Israëls bij hun uittocht uit Egypte, (NaB)

In de getuigenissen van de wet (Deut. 4: 45; Ps. 78: 5, 56; 99: 7; Jes. 8: 16, 20) maakt God zijn wil bekend, tot zaligheid wanneer wij die vervullen (Lev. 18: 5; Gal. 3: 12), bestraffend wanneer wij die overtreden. De tafels van de wet worden dan ook genoemd „de tafelen der getuigenis" of „de getuigenis" (Exod. 31: 18; 32: 15, vgl. 16: 34; 27: 21; 2 Kon. 11: 12), de verbondskist "de ark der getuigenis" (Ex. 40:21) en de tabernakel „de tent der getuigenis" (Num. 9: 15; 17: 7v.; 18: 2; Hand 7: 44; Openb. 15: 5).

Opb 15:5 En daarna zag ik, en de tempel van de tabernakel van het getuigenis in de hemel werd geopend. (TELOS)

De twee wetstafels die God aan Mozes gaf, worden 'tafelen der getuigenis' genoemd. Mozes legde de ze in de ark van het verbond, die ook 'ark van de getuigenis' wordt genoemd.

Ex 40:20 Toen nam hij de getuigenis en legde die in de ark. Ex 40:21 Hij bracht de ark in de tabernakel, hing het voorhangsel ter afscherming op en schermde de ark van de getuigenis af, zoals de HEERE Mozes geboden had. (HSV)

Vaak staat "getuigenissen" naast "wet, bevelen, rechten, verordeningen". Bijvoorbeeld:

De 4:44 Dit nu is de wet, die Mozes de Israelieten voorlegde. De 4:45 Dit zijn de getuigenissen, de inzettingen en de verordeningen, die Mozes de Israelieten aangezegd heeft, op hun tocht uit Egypte; (NBG51)

Ps 19:7 De wet des HEREN is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis des HEREN is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige. Ps 19:8 De bevelen des HEREN zijn waarachtig, zij verheugen het hart; het gebod des HEREN is louter, het verlicht de ogen.  Ps 19:9 De vreze des HEREN is rein, voor immer bestendig; de verordeningen des HEREN zijn waarheid, altegader rechtvaardig. (NBG51)

De wet is als een getuigenis, niet alleen tegen de zonde (Ps. 50: 7) maar ook tegen de zondeschuld. De wet wordt volgens Zeller[2] aldus een getuigenis genoemd, voorzover zij negatief en positief op Christus wijst, van Hem getuigt (Joh. 5: 39, 46). Het volkomen getuigenis van Christus is het Evangelie.

Het Hebreeuwse woord in de Bijbel voor 'getuigenis' is edoeth. Dit betekent eigenlijk: verwijzing naar iets buiten zichzelf[3]. De stenen tafelen, de tabernakel, het manna, de staf van Aäron enz. waren volgens Adam Clarke[3] getuigenissen in die zin dat ze spreken van het geestelijke goed dat nog moest komen, namelijk Jezus Christus en zijn heil.

Er is wel onderscheid tussen de begrippen 'wet' (gebod, verbod, voorschrift) en 'getuigenis' (bekendmaking). Wet of gebod is een gegeven voorschrift, verbindend voor degenen aan wie het gegeven is door iemand die daartoe het gezag en de macht bezit. Getuigenis of bekendmaking is een woord, waardoor ik zaken te weten kom, die mij onbekend waren, of waardoor mij die zaken bevestigd worden; in de rechtspraak moet zij op genoegzame gronden als waarheid worden aangenomen. De wet van Israëls God is een getuigenis, door God Zelf gegeven, die daardoor Zijn wil bekend maakt aan Zijn volk.

Grieks woord. Het Griekse werkwoord in het Nieuwe Testament is μαρτυρεω, martureo, dat hierin 79x voorkomt. Het Strongnummer is 3140. Het is afgeleid van μαρτυς, getuige. Martureo betekent "getuige zijn", dat wil zeggen bevestigen dat men iets gezien of gehoord heeft, of dat men het weet door goddelijke openbaring. Martureo kan gebruikt worden in de betekenissen (1) getuigenis afleggen (niet verzwijgen), (2) een goed getuigenis geven van iemand, (3) bezweren, smeken[4].

Getuigenis door teken of wonder. De Heer gaf te Iconium getuigenis aan het woord van zijn genade door tekenen en wonderen te geven door de handen van de evangelisten Paulus en Barnabas. Zodoende bevestigde Hij de waarheid van de boodschap die zij brachten.

Hnd 14:3 Zij bleven dan geruime tijd met vrijmoedigheid spreken over de Heer, die getuigenis gaf aan het woord van zijn genade door te geven dat tekenen en wonderen door hun handen gebeurden. (TELOS)

Bronnen

Woordenboek der Nederlandsche Taal (1888) s.v. Getuigenis

Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000. S.v. getuigenis.

Georg van den Velde, Ontmoetingen en opmerkingen op het gebied van Godsdienst en Christendom, Volume 1 (J.B. Wolters, 1841), blz. 6. Hiervan is enige tekst verwerkt in verband met het onderscheid tussen wet en getuigenis.

H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Eerste deel A - J. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1867) s.v. Getuigen, getuige, getuigenis. Hieruit is op 13 juni 2015 tekst genomen en verwerkt.

Voetnoten

  1. Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000. S.v. getuigenis. 
  2. H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Eerste deel A - J. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1867) s.v. Getuigen, getuige, getuigenis.
  3. 3,0 3,1 Adam's Clarke Commentary, bij Ex. 16:34.
  4. Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.