Gezag

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Gezag is eigenlijk de macht en het recht om te bevelen[1]. Gezag heeft iemand als anderen zich ongedwongen door hem laten gezeggen, hem vrijwillig gehoorzamen of groot gewicht aan zijn oordeel hechten. Een christen beroept zich op het gezag van Gods woord. In de wereld kan men zich beroepen op het gezag, niet op de macht, van de wetenschap.

Gezag heeft drie betekenissen[2]:

  1. in een rechtsorde vastgelegde bevoegdheid om beslissingen te nemen en die zo nodig door macht te handhaven
  2. regering, de overheid of de lichamen en personen die haar vertegenwoordigen
  3. macht op grond van geestelijk overwicht. Synoniem: autoriteit.

Gezag sluit het gebruik van dwangmiddelen uit. Iemand, G, heeft gezag over X als X vrijwillig G volgt, hem gehoorzaamt.

De Romeinse hoofdman die de Heer Jezus in Kapernäum aansprak stond onder gezag en oefende ook zelf gezag uit:

Mt 8:9 Want ook ik ben een mens onder gezag van anderen en heb soldaten onder mij; en ik zeg tot deze: Ga, en hij gaat; en tot een ander: Kom, en hij komt; en tot mijn slaaf: Doe dit, en hij doet het. (TELOS)

Gezag kan voortvloeien uit en berusten op een aanzienlijke geboorte, een hoge ouderdom, rijkdom, waardigheid, verdiensten of ambtsbetrekking, waardoor in anderen ontzag, gehoorzaamheid, eerbied, en soms vrees verwekt worden[3]. De overpriesters en oudsten vroegen de Heer Jezus, die in de tempel leerde, naar zijn gezag(sgrond).

Mt 21:23 En toen Hij in de tempel gekomen was, kwamen, terwijl Hij leerde, de overpriesters en de oudsten van het volk naar Hem toe en zeiden: Op welk gezag doet U deze dingen? En wie heeft U dit gezag gegeven? (TELOS)

Verwante begrippen

Verwantschap van zin bestaat er met de woorden gebied, macht en bevel. Macht is het vermogen om iets te volbrengen of te doen geschieden en zich te doen gehoorzamen. Gezag is eigenlijk de macht en het recht om te bevelen. "Vóór de eerste Fransche omwenteling was de koninklijke macht in Frankrijk nog even onbeperkt als in de dagen van Lodewijk XIV, maar van het koninklijk gezag was niet meer dan een schaduw overgebleven." "De vaderlijke macht; het vaderlijk gezag."

Alle vier woorden worden ook gebruikt in de zin van heerschappij. Gebied hecht hieraan een begrip van onbeperkte macht. "Laat de Deugd haar luister stralen, dan huldigt alles haar gebied". Bevel hecht aan de gedachte van heerschappij het denkbeeld dat de oppermacht aan de bevelhebber door iemand is toevertrouwd. "De staten droegen Michiel de Ruijter het bevel over de vloot op."

Koninklijke macht en koninklijk gezag hebben beide te maken met heerschappij. Toch is het verschil aanmerkelijk. Macht kan op enkel geweld gegrond zijn; gezag moet steunen op eerbied, ontzag, van de andere zijde. "Napoleon bevond dat hij bij de leden van de staatsorganen niet dat gezag had, dat hen tot de slaafse uitvoerders van zijn wil had kunnen maken; doch zijn macht was reeds zo groot, dat hij onbeschroomd de door hemzelf en ingevoerde grondwet kon verbreken, en zo de hem weerstrevende vergadering opheffen." Men beroept zich op het gezag, niet op de macht, van de wetenschap.

Gezag bij de volken

Lu 22:25 Hij echter zei tot hen: De koningen van de volken heersen over hen, en zij die gezag over hen voeren, worden weldoeners genoemd. Lu 22:26 U echter niet aldus, maar laat de grootste onder u als de jongste zijn, en de voorganger als een die dient. (TELOS)

De stadhouder Pilatus had gezag. Aan diens gezag wilden Jezus' vijanden hem overleveren.

Lu 20:20 En om op Hem te letten zonden zij spionnen uit, die zich voordeden alsof zij rechtvaardig waren, om Hem op een woord te vatten, ten einde Hem aan de overheid en het gezag van de stadhouder over te leveren. (TELOS)

Een voorbeeld hebben wij in het Beest uit de zee, het Beest uit de aarde en de toekomstige tien koningen, die tijdelijk gezag ontvangen. De Draak (= satan) zal gezag aan het beest geven.

Opb 13:2 En het beest dat ik zag was aan een luipaard gelijk, en zijn poten waren als die van een beer en zijn muil als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn macht en zijn troon en groot gezag. Opb 13:4 En zij aanbaden de draak, omdat hij het gezag aan het beest had gegeven, en zij aanbaden het beest en zeiden: Wie is aan het beest gelijk, en wie kan er oorlog tegen voeren? (TELOS)

Opb 13:12 En het oefent al het gezag van het eerste beest uit in diens tegenwoordigheid; en het maakt dat de aarde en zij die erop wonen, het eerste beest aanbidden, van wie de dodelijke wond genezen was. (TELOS)

Opb 17:12 En de tien horens die u hebt gezien, zijn tien koningen, die nog geen koninkrijk ontvangen hebben, maar een uur gezag als koningen ontvangen met het beest. Opb 17:13 Dezen hebben enerlei bedoeling en geven hun macht en gezag aan het beest. (TELOS)

Gezag van de Heer Jezus

De Heer Jezus sprak en leerde met gezag.

Mt 7:29 want Hij leerde hen als iemand die gezag heeft, en niet als hun schriftgeleerden. (TELOS)

Lu 4:32 En zij stonden versteld over zijn leer, want zijn woord was met gezag. (TELOS)

Hij gebood met gezag de onreine geesten en zij gehoorzaamden Hem

Mr 1:27 En zij stonden allen verbaasd, zodat zij zich onder elkaar aldus afvroegen: Wat is dit? Welke nieuwe leer is dit? Want met gezag gebiedt Hij zelfs de onreine geesten en zij gehoorzamen Hem! (TELOS)

Lu 4:36 En er kwam verbazing over allen; en zij spraken tot elkaar en zeiden: Wat is dit voor een woord? Want met gezag en kracht gebiedt Hij de onreine geesten en zij gaan uit! (TELOS)

Hij is het hoofd van alle overheid en gezag.

Efe 1:20 die Hij heeft gewerkt in Christus door Hem uit de doden op te wekken en Hem aan zijn rechterhand te zetten in de hemelse gewesten, Efe 1:21 boven alle overheid, gezag, kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze, maar ook in de toekomstige eeuw. (TELOS)

Col 2:10 en u bent voleindigd in Hem, die het hoofd is van alle overheid en gezag. (TELOS)

Opb 12:10 En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is de behoudenis gekomen en de kracht en het koninkrijk van onze God en het gezag van zijn Christus; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht voor onze God aanklaagde, is neergeworpen. (TELOS)

Gezag van zijn dienstknechten

De dienstknechten van de Heer mogen niet gezag voeren zoals de oversten van de volken doen. Hun gezag berust vaak op macht, uitwendige grootheid, aanzienlijke geboorte.

Mt 20:21 Hij nu zei tot haar: Wat wilt u? Zij zei tot Hem: Zeg, dat deze twee zonen van mij mogen zitten, een aan uw rechterhand en een aan uw linkerhand in uw koninkrijk. (...) Mt 20:25 Jezus nu riep hen bij Zich en zei: U weet, dat de oversten van de volken over hen heersen en de groten gezag over hen voeren. Mt 20:26 Zo zal het onder u niet zijn; maar wie onder u groot wil worden, zal uw dienstknecht zijn, Mt 20:27 en wie onder u de eerste wil zijn, zal uw slaaf zijn; Mt 20:28 zoals de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven tot een losprijs voor velen. (TELOS)

De leerling van Jezus zij gericht op dienst aan anderen. Een werker in de Heer kan gezag hebben. De Heer had gezag aan de apostel Paulus gegeven:

2Co 10:8 Want ook als ik iets overvloediger zal roemen over ons gezag dat de Heer gegeven heeft om op te bouwen en niet om u af te breken, ik zal niet beschaamd worden; (TELOS)

2Co 13:10 Daarom schrijf ik u dit in mijn afwezigheid, opdat ik in mijn aanwezigheid niet streng hoef te handelen, volgens het gezag dat de Heer mij heeft gegeven om op te bouwen en niet om af te breken. (TELOS)

Paulus maakte duidelijk dat het hem verleende gezag ergens toe diende: om op te bouwen. Paulus schreef aan Titus:

Tit 2:15 Spreek dit en vermaan en stel aan de kaak met alle gezag. Laat niemand je verachten. (TELOS)

In zijn vrederijk de Heer Jezus aan goede slaven van hem gezag geven over steden.

Lu 19:17 En hij zei tot hem: Goed zo, goede slaaf; omdat je in het geringste trouw bent geweest, heb gezag over tien steden. (TELOS)

Gezag in het huwelijk

In het huwelijk hebben man en vrouw gezag over elkaars lichaam.

1Co 7:4 De vrouw heeft geen gezag over haar eigen lichaam, maar de man; en evenzo heeft ook de man geen gezag over zijn eigen lichaam, maar de vrouw. (TELOS)

Dit betekent in elk geval dat de echtgenoten zich niet naar willekeur kunnen onttrekken aan de seksuele omgang.

Alle gezag te niet gedaan

Na het vrederijk zal alle gezag te niet gedaan zijn. Gods gezag alleen blijft over.

1Co 15:24 Daarna is het einde, wanneer Hij het koninkrijk aan God de Vader overgeeft, wanneer Hij alle overheid en alle gezag en kracht te niet gedaan heeft. (TELOS)

Bron

Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908) s.v. Gezag — gebied — macht — bevel. De tekst hier van is verwerkt op 29 juni 2018.

P. Weiland en G.N. Landré, Woordenboek der Nederduitsche synonimen. Tweede deel D-N ('s Gravenhage, 1825) s.v. Magt, gezag. Tekst hiervan is verwerkt op 29 juni 2018.

Voetnoot

  1. Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908) s.v. Gezag — gebied — macht — bevel.
  2. Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000.
  3. P. Weiland en G.N. Landré, Woordenboek der Nederduitsche synonimen. Derde deel O-Z ('s Gravenhage, 1825) s.v. Ontzag, gezag.