Jezus Christus/Godheid

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Godheid van Jezus Christus is Zijn God-zijn. Jezus Christus is een goddelijk Persoon, hij is God, evenals de Vader en de Heilige Geest. De Heer Jezus is de waarachtige God (1 Joh. 5:20). We kunnen Hem de tweede Persoon in de Godheid noemen.

Dikwijls wordt geleerd, dat de Heer Jezus wel de Zoon van God is, maar niet God zelf is. De volgende Schriftplaatsen bewijzen dat Hij "God is over alles, geprezen tot in eeuwigheid." (Rom. 9:5)

God gelijk

Jes 9:6 (9-5) Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst; (SV)

Joh 1:1 In het begin was het Woord; en het Woord was bij God, en het Woord was God. (TELOS)

Flp 2:6 die in de gestalte van God zijnde het geen roof geacht heeft God gelijk te zijn, (TELOS)

Mt 1:23 ‘Zie, de maagd zal zwanger worden, en een Zoon baren, en men zal Hem de naam Emmanuel geven’, dat is vertaald: God met ons. (TELOS)

Joh 5:17 Maar Jezus antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook. (TELOS)

De betrekkingen van de goddelijke Personen in het Latijn verwoord. Vader (Pater), Zoon (Filius) en Heilige Geest (Spiritus Sanctus), elkeen is (est) God (Deus). Zij zijn echter niet identiek aan elkaar. Zie Drie-eenheid.

Joh 10:30 Ik en de Vader zijn één. (...) Joh 10:33 De Joden antwoordden Hem: Niet om een goed werk stenigen wij u, maar om lastering en omdat U die een mens bent, Uzelf God maakt. (TELOS)

Joh 12:39  Daarom konden zij niet geloven, omdat Jesaja opnieuw heeft gezegd: Joh 12:40  ‘Hij heeft hun ogen verblind en hun hart verhard, opdat zij niet met hun ogen zien en met hun hart begrijpen en zich bekeren, en Ik hen gezond maak’. Joh 12:41  Dit zei Jesaja omdat hij zijn heerlijkheid zag en van Hem sprak. Joh 12:42 Toch geloofden ook zelfs velen van de oversten in Hem; maar om de farizeeen beleden zij Hem niet, opdat zij niet uit de synagoge werden gebannen;

De heerlijkheid die Jesaja zag was de heerlijkheid van God.

Jes 6:1 In het jaar, toen de koning Uzzia stierf, zo zag ik den Heere, zittende op een hogen en verheven troon, en Zijn zomen vervullende den tempel. (...) Jes 6:5 Toen zeide ik: Wee mij, want ik verga! dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden eens volks, dat onrein van lippen is; want mijn ogen hebben den Koning, den HEERE der heirscharen gezien. (...) Jes 6:9 Toen zeide Hij: Ga henen, en zeg tot dit volk: Horende hoort, maar verstaat niet, en ziende ziet, maar merkt niet. Jes 6:10  Maak het hart dezes volks vet, en maak hun oren zwaar, en sluit hun ogen, opdat het niet zie met zijn ogen, noch met zijn oren hore, noch met zijn hart versta, noch zich bekere, en Hij het geneze. (SV)

Joh 14:1 Laat uw hart niet ontroerd worden. U gelooft in God, gelooft ook in Mij. (TELOS) 1Jo 5:20 En wij weten dat de Zoon van God gekomen is en ons het verstand gegeven heeft, opdat wij de Waarachtige kennen; en wij zijn in de Waarachtige, in zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God en het eeuwige leven. (TELOS)

Joh 20:28 Thomas antwoordde en zei tot Hem: Mijn Heer en mijn God! (TELOS)

Ro 9:5 tot hen behoren de vaderen, en uit hen is naar het vlees de Christus, die God is over alles, gezegend tot in eeuwigheid. Amen. (TELOS)

Tit 2:13 in de verwachting van de gelukkige hoop en verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Jezus Christus, (TELOS)

2Pe 1:1 Simon Petrus, slaaf en apostel van Jezus Christus, aan hen die een even kostbaar geloof als wij verkregen hebben door de gerechtigheid van onze God en Heiland Jezus Christus: (TELOS)

Heb 1:8 maar van de Zoon: ‘Uw troon, O God, is tot in alle eeuwigheid en de scepter van de rechtmatigheid is de scepter van uw koningschap. Heb 1:9 U hebt gerechtigheid liefgehad en wetteloosheid gehaat; daarom heeft God, uw God, u gezalfd met vreugdeolie boven uw metgezellen’. (TELOS) Vgl. Ps 45:6 (45:7) Uw troon, o God, bestaat eeuwig en altijd; de scepter van Uw Koninkrijk is een scepter van rechtvaardigheid. (HSV)

Jes 40:9  O Sion, gij verkondigster van goede boodschap, klim op een hogen berg; o Jeruzalem, gij verkondigster van goede boodschap, hef uw stem op met macht, hef ze op, vrees niet, zeg den steden van Juda: Zie [hier] is uw God! Jes 40:10 Ziet, de Heere HEERE zal komen tegen den sterke, en Zijn arm zal heersen; ziet, Zijn loon is bij Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht. Jes 40:11 Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden. (SV)

De Heer Jezus heeft gezegd: "Ik ben de goede herder". Het evangelie, de 'goede boodschap', betreft Hem. Hij zal komen, Zijn arm zal heersen. Hij geeft loon.

Grote God

De Heer Jezus wordt 'onze grote God' genoemd.

Tit 2:13 in de verwachting van de gelukkige hoop en verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Jezus Christus, Tit 2:14 die Zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons van alle wetteloosheid verloste en Zichzelf een eigen volk reinigde, ijverig in goede werken. (TELOS)

Vergelijk:

Jes 9:6 (9-5) Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst; (SV)

Zoon van God

De Heer Jezus wordt Zoon van God genoemd in: Mattheus 14 : 33; Markus 1 : 1; Lukas 3 : 38; Johannes 9 : 35 en in 1 Johannes wordt Hij 22 maal Zoon of Zoon van God genoemd.

De Vader en de Zoon zijn één

God is één.

De 6:4 Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één! (HSV)

Mr 12:29 Jezus antwoordde: Mr 12:30 Het eerste is: ‘Hoor, Israel, de Heer, onze God, de Heer is een; en u zult de Heer, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht’. (TELOS)

Mr 12:32 En de schriftgeleerde zei tot Hem: Juist, Meester, U hebt naar waarheid gezegd dat Hij een is en er geen ander is buiten Hem; (TELOS)

De Vader en de Zoon zijn één.

Joh 10:28 En Ik geef hun eeuwig leven, en zij zullen geenszins verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze rukken uit mijn hand. Joh 10:29 Mijn Vader die ze Mij heeft gegeven, is groter dan allen, en niemand kan ze rukken uit de hand van mijn Vader. Joh 10:30 Ik en de Vader zijn een. Joh 10:31 De Joden namen opnieuw stenen op om Hem te stenigen. Joh 10:32 Jezus antwoordde hun: Vele goede werken heb Ik u getoond van mijn Vader; om welk van die werken stenigt u Mij? Joh 10:33 De Joden antwoordden Hem: Niet om een goed werk stenigen wij u, maar om lastering en omdat U die een mens bent, Uzelf God maakt. Joh 10:34 Jezus antwoordde hun: Staat er niet geschreven in uw wet: ‘Ik heb gezegd: U bent goden’? Joh 10:35 Als Hij hen goden noemt tot wie het woord van God kwam (en de Schrift kan niet verbroken worden), Joh 10:36 zegt u van Hem die de Vader heeft geheiligd en in de wereld gezonden: U lastert, omdat Ik gezegd heb: Ik ben Gods Zoon? (TELOS)

Zij delen dezelfde wijze van bestaan, dezelfde goddelijke natuur, en ze zijn verénigd.

De Vader is in de Zoon en de Zoon in de Vader.

Joh 10:38 maar als Ik ze doe en u Mij niet gelooft, gelooft dan de werken, opdat u erkent en weet dat de Vader in Mij is en Ik in de Vader. Joh 10:39 Zij trachtten dan opnieuw Hem te grijpen, en Hij ontkwam uit hun hand. (TELOS)

De Geest

God is geest (Joh. 4:24). De Geest van God is de Geest van Christus.

Joh. 4:24 God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en in waarheid. (NBG51)

De Heer Jezus is gedood in het vlees, maar levend gemaakt in de Geest.

1Pe 3:18  Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen; Hij die wel gedood is in het vlees, maar levend gemaakt in de Geest. (Telos)

2Co 3:17  De Heer nu is de Geest; waar nu de Geest van de Heer is, is vrijheid. 2Co 3:18  Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heer aanschouwen, worden naar hetzelfde beeld veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid, als door de Heer, de Geest. (Telos)

In Christus is de 'de wet van de Geest van het leven', die mensen vrijmaakt.

Ro 8:2  want de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood. (Telos)

1Co 6:11  En dit waren sommigen van u; maar u bent afgewassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd door de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God. (Telos)

2Co 3:3  u, van wie blijkt dat u een brief van Christus bent, door onze bediening opgesteld, geschreven niet met inkt, maar met de Geest van de levende God, niet op stenen tafelen, maar op vlezen tafelen van de harten. (Telos)

De Geest van Christus is de Geest van God de Vader. Wie de Geest van Christus niet heeft, behoort Hem niet toe.

Ro 8:9  Maar u bent niet in het vlees maar in de Geest, als inderdaad Gods Geest in u woont; maar als iemand de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe. (Telos)

Ro 8:11  En als de Geest van Hem die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij die Christus uit de doden heeft opgewekt, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest die in u woont. (Telos)

De Geest van Jezus leidt en verleent bijstand.

Hnd 16:7  en bij Mysie gekomen probeerden zij naar Bithynie te gaan, en de Geest van Jezus liet het hun niet toe. (Telos)

Flp 1:19  Want ik weet, dat dit mij tot behoudenis zal strekken door uw gebed en de bijstand van de Geest van Jezus Christus; (Telos)

2Co 13:14  De genade van de Heer Jezus Christus en de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen. (Telos)

De Vader, de Zoon en de Geest zijn goddelijke personen, ze delen goddelijke eigenschappen, ze zijn onderscheiden, doch vormen een éénheid. ⇒ Drie-eenheid.

'Ik ben'

Ex 3:13 En Mozes zei tegen God: Zie, wanneer ik bij de Israëlieten kom en tegen hen zeg: De God van uw vaderen heeft mij naar u toe gezonden, en zij mij zeggen: Wat is Zijn Naam? Wat moet ik dan tegen hen zeggen? Ex 3:14 En God zei tegen Mozes: IK BEN DIE IK BEN. Ook zei Hij: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: IK BEN heeft mij naar u toe gezonden. Ex 3:15 Toen zei God verder tegen Mozes: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: De HEERE, de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob, heeft mij naar u toe gezonden. Dit is voor eeuwig Mijn Naam, dit is Mijn Naam ter gedachtenis, van generatie op generatie. (HSV)

Jes 43:10 Gijlieden zijt Mijn getuigen, spreekt de HEERE, en Mijn knecht, dien Ik uitverkoren heb; opdat gij het weet, en Mij gelooft, en verstaat, dat Ik Dezelve ben, [dat] voor Mij geen God geformeerd is, en na Mij geen zijn zal. Jes 43:11 Ik, Ik ben de HEERE, en er is geen Heiland behalve Mij. Jes 43:12 Ik heb verkondigd, en Ik heb verlost, en Ik heb [het] doen horen, en geen vreemd [god] was onder ulieden; en gij zijt Mijn getuigen, spreekt de HEERE, dat Ik God ben. Jes 43:13 Ook eer de dag was, ben Ik, en er is niemand, die uit Mijn hand redden kan; Ik zal werken, en wie zal het keren? (SV)

Joh 8:57 De Joden dan zeiden tot Hem: U bent nog geen vijftig jaar en hebt U Abraham gezien? Joh 8:58 Jezus zei tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: voor Abraham werd, ben Ik. Joh 8:59 Zij namen dan stenen op om ze op Hem te werpen. Maar Jezus verborg Zich en ging uit de tempel. (TELOS)

Zei de Heer dat hij er al 'was', voordat Abraham werd? Dat Hij bestond vóór Abraham? Nee, het Zijn van God, uitgedrukt door 'Ik Ben', past de Heer op zichzelf toe. De Joden begrepen deze toepassing en oordeelden dat als godslastering en wilden hem daarom stenigen.

Van eeuwigheid

Hij was van eeuwigheid in de hemel:

Spr. 8 : 23 van eeuwigheid af gezalfd

Jes 9:6 (9-5) Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst; (SV)

Joh. 1 : 18 die in de schoot des Vaders is

Joh. 3 : 13 die in de hemel is (dit terwijl Hij op aarde was)

Joh. 17 : 5 Zijn heerlijkheid bezat Hij eer de wereld was

Daarom kon Hij vanuit zijn hemelse positie een ongewone gestalte aannemen:

Fil. 2 : 7 de gestalte van een slaaf aannemende

Hij is 'zonder begin van dagen'. Als mens heeft hij een begin gehad, niet als goddelijk persoon.

Heb 7:3 en terwijl hij zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde van leven is, maar op de Zoon van God lijkt, blijft hij priester voor altijd. (TELOS)

Onveranderlijk

Hij is Dezelfde, onveranderlijk. Hebr. 13:8; vgl. Jes. 41:4, 48:12.

Heb 1:10 En ‘U, Heer, hebt in het begin de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn werken van uw handen. Heb 1:11 Zij zullen vergaan, maar U blijft; Heb 1:12 en zij zullen alle als een kleed verouderen, en als een mantel zult U ze samenrollen en als een kleed zullen zij veranderd worden; maar U bent Dezelfde en uw jaren zullen niet ophouden’. (TELOS)

Alomtegenwoordig

Jezus is alomtegenwoordig. God zegt op diverse plaatsen in het Oude Testament: "Ik ben met u!" (Gen. 26:24; 28:15; Deut. 31:23; Ri 6:16; 2 Sam. 7:9; 1 Kron. 17:8; Jes. 41:10; 43:5; Jer. 1:8, 19; 15:20; 30:11; 42:11; 46:28; Hag. 1:13; 2:4  Bijvoorbeeld:

Deut. 31:23 ... want gij zult de kinderen Israëls inbrengen in het land ... en Ik zal met zijn. (SV)

Hag 1:13 Daarop sprak Haggaï, de bode van de HEERE, krachtens de boodschap van de HEERE tot het volk: Ik ben met u, spreekt de HEERE. (HSV)

Mt 1:23 ‘Zie, de maagd zal zwanger worden, en een Zoon baren, en men zal Hem de naam Emmanuel geven’, dat is vertaald: God met ons. (TELOS)

Ook de Heer Jezus heeft gezegd 'Ik ben met u'.

Mt 28:20 En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld. (TELOS)

Hnd 18:10 want Ik ben met u en niemand zal het op u toeleggen om u kwaad te doen, want Ik heb veel volk in deze stad. (TELOS)

Jezus' belofte en verzekering 'Ik ben met u' heeft alleen zin als Hij alomtegenwoordig is, overal kan zijn, tegelijk tal van mensen nabij kan zijn.

Joh 14:23 Jezus antwoordde en zei tot hem: Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren, en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en woning bij hem maken. (TELOS)

Alhorend

De apostel Paulus schreef zijn eerste brief aan de gelovigen te Korinthe ook aan "allen, in elke plaats, die de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen":

1Co 1:2 aan de gemeente van God die in Korinthe is, aan de geheiligden in Christus Jezus, geroepen heiligen, met allen, in elke plaats, die de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen, zowel hun als onze Heer: (TELOS)

In het gebed mogen wij ons tot de Heer Jezus richten. Dat is mogelijk omdat Jezus een goddelijke persoon is, de Zoon van God. Hij is alomtegenwoordig, alhorend, alziend. Hij hoort iedereen! Deze vermogens heeft een engel niet.

Alwetend

God weet alles.

1Jo 3:20 dat als ons hart ons veroordeelt, God groter is dan ons hart en alles weet. (TELOS)

De wijsheid en de kennis van God zijn groot.

Ro 11:33 O diepte van rijkdom, zowel van de wijsheid als van de kennis van God! Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn oordelen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen! (TELOS)

In Christus zijn 'al de schatten van de wijsheid en kennis verborgen' (Col. 2:2)

Col 2:2 opdat hun harten vertroost worden en zij samengevoegd zijn in liefde en tot alle rijkdom van de volle zekerheid van het inzicht, tot kennis van de verborgenheid van God de Vader, Christus, Col 2:3 in Wie al de schatten van de wijsheid en kennis verborgen zijn. Col 2:4 Dit zeg ik, opdat niemand u met overredende taal misleidt. (TELOS)

Ook Hij weet alles.

Joh 16:30 Nu weten wij dat U alles weet en niet nodig hebt dat iemand U vraagt. Hierom geloven wij dat U van God bent uitgegaan. (TELOS)

Joh 21:17 Hij zei tot hem voor de derde keer: Simon, zoon van Johannes, houd je van Mij? Petrus werd bedroefd omdat Hij voor de derde keer tot hem zei: Houd je van Mij? En hij zei tot Hem: Heer, U weet alles, U weet dat ik van U houd. Jezus zei tot hem: Weid mijn schapen. (TELOS)

Almachtig

De Heer Jezus is bij machte, evenals God, om iedere heilige bij te staan met Zijn genade.

Nu 6:25 De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig! (SV)

Ro 1:7 aan alle geliefden van God die in Rome zijn, geroepen heiligen: genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus. (Telos)

Ro 16:20 De God nu van de vrede zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren. De genade van onze Heer Jezus Christus zij met u! (...) Ro 16:24 De genade van onze Heer Jezus Christus zij met u allen. Amen. (Telos)

1Co 16:23 De genade van de Heer Jezus zij met u. (Telos)

2Co 13:14 De genade van de Heer Jezus Christus en de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen. (Telos)

Opb 1:4 Johannes aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: genade zij u en vrede van Hem die is en die was en die komt, en van de zeven Geesten die voor zijn troon zijn, Opb 1:5 en van Jezus Christus, de trouwe getuige, de eerstgeborene van de doden en de overste van de koningen van de aarde. Hem die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft verlost door zijn bloed, (Telos)

Schepper

Elohim, 'God' in het Hebreeuws, is een meervoudsvorm: letterlijk 'Goden'. In het begin 'schiep' (enkelvoud) 'Goden' (meervoud) de hemelen (meervoud) en de aarde (Gen. 1:1).

Als God is Jezus tevens de Schepper

Joh. 1: 3 alle dingen zijn door Hem geworden

1Co 8:6 dan is er toch voor ons maar een God, de Vader, uit Wie alle dingen zijn, en wij voor Hem; en een Heer, Jezus Christus, door Wie alle dingen zijn, en wij door Hem. (TELOS)

Col 1:15 Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van de hele schepping, Col 1:16 want in Hem zijn alle dingen geschapen in de hemelen en op de aarde, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten: alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen. Col 1:17 En Hij is voor alle dingen en alle dingen bestaan samen in Hem. Col 1:18 En Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente, Hij die het begin is, de eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in alle dingen de eerste plaats zou innemen. (TELOS)

God heeft door Zijn Zoon de werelden gemaakt.

Hebr. 1 : 2 door wie Hij ook de werelden gemaakt heeft

Heb 1:10 En ‘U, Heer, hebt in het begin de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn werken van uw handen. Heb 1:11 Zij zullen vergaan, maar U blijft; Heb 1:12 en zij zullen alle als een kleed verouderen, en als een mantel zult U ze samenrollen en als een kleed zullen zij veranderd worden; maar U bent Dezelfde en uw jaren zullen niet ophouden’. (TELOS)

De mens behoort tot de geschapen dingen. De Heer Jezus Christus heeft alle dingen geschapen. Dus heeft Hij ook de mens geschapen.

Ge 1:26 En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis ... (SV).

Ge 1:26 En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. Ge 1:27 En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. (NBG51)

In Gen. 2 zien wij hoe God de mens geschapen heeft.

Ge 2:7 toen formeerde de HERE God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen. (...) Ge 2:18 En de HERE God zeide: Het is niet goed, dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past. (...) Ge 2:21 Toen deed de HERE God een diepe slaap op de mens vallen; en terwijl deze sliep, nam Hij een van zijn ribben en sloot haar plaats toe met vlees. Ge 2:22 En de HERE God bouwde de rib, die Hij uit de mens genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot de mens. (NBG51)

God heeft ons bestemd 'om aan het beeld van Zijn zoon gelijkvormig' te zijn, gelijkvormig aan het beeld van Hem, die Zelf het Beeld van God is, de 'afdruk' van Diens Wezen (Hebr. 1).

Ro 8:29 Want hen die Hij tevoren heeft gekend, heeft Hij ook tevoren bestemd om aan het beeld van zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broeders. (TELOS)

Het begin van de schepping van God. De Heer Jezus is de oorsprong, Hij staat aan het begin van de schepping, Hij is haar begin.

Opb 3:14 En schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: Dit zegt de Amen, de trouwe en waarachtige getuige, het begin van de schepping van God: (TELOS)

De eerste verzen van het Johannesevangelie lichten ons in:

Joh 1:1 In het begin was het Woord; en het Woord was bij God, en het Woord was God. Joh 1:2 Dit was in het begin bij God. Joh 1:3 Alle dingen zijn door Hem geworden, en zonder Hem is niet een ding geworden dat geworden is. (TELOS)

Dat Jezus 'het begin van de schepping van God' is, betekent niet dat Hij het eerst geschapen is. Hij is niet het eerste schepsel. Want alle dingen die geworden zijn, zijn door Hem geworden. Hijzelf is ongeworden, ongeschapen.

Tot Hem, de Zoon, zijn alle dingen geschapen.

Col 1:15 Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van de hele schepping, Col 1:16 want in Hem zijn alle dingen geschapen in de hemelen en op de aarde, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten: alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen. Col 1:17 En Hij is voor alle dingen en alle dingen bestaan samen in Hem. Col 1:18 En Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente, Hij die het begin is, de eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in alle dingen de eerste plaats zou innemen. (TELOS)

Ook tot God zijn alle dingen geschapen.

Ro 11:33 O diepte van rijkdom, zowel van de wijsheid als van de kennis van God! Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn oordelen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen! Ro 11:34 Want wie heeft het denken van de Heer gekend? Of wie is zijn raadsman geweest? Ro 11:35 Of wie heeft Hem eerst gegeven, en het zal hem vergolden worden? Ro 11:36 Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen! Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen. (TELOS)

1Co 8:4 wat dan het eten van de afgodenoffers betreft, wij weten dat een afgod niets is in de wereld, en dat er geen God is dan Een. 1Co 8:5 Want al zijn er ook die goden genoemd worden, hetzij in de hemel, hetzij op aarde (zoals er vele goden en vele heren zijn), 1Co 8:6 dan is er toch voor ons maar een God, de Vader, uit Wie alle dingen zijn, en wij voor Hem; en een Heer, Jezus Christus, door Wie alle dingen zijn, en wij door Hem. (TELOS)

De Eerste en de Laatste

God is de Eerste en de Laatste.

Jes 41:4 Wie heeft [dit] gewrocht en gedaan, roepende de geslachten van den beginne? Ik, de HEERE, Die de Eerste ben, en met den Laatste ben Ik Dezelfde. (SV)

Jes 44:6 Zo zegt de HEERE, de Koning van Israël, en zijn Verlosser, de HEERE der heirscharen: Ik ben de Eerste, en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God. (...) Jes 44:8 Verschrikt niet, en vreest niet; heb Ik het u van toen af niet doen horen en verkondigd? Want gijlieden zijt Mijn getuigen: is er ook een God behalve Mij? Immers, is er geen [andere] rotssteen: Ik ken er geen? (SV)

Jes 48:11 Om Mijnentwil, om Mijnentwil zal Ik het doen, want hoe zou Hij ontheiligd worden? en Ik zal Mijn eer aan geen ander geven. Jes 48:12 Hoor naar Mij, o Jakob! en gij Israël, Mijn geroepene! Ik ben Dezelfde; Ik ben de Eerste, ook ben Ik de Laatste. (SV)

De Heer, God, is de Alfa en de Omega.

Opb 1:8 Ik ben de alfa en de omega, zegt de Heer, God, Hij die is en die was en die komt, de Almachtige. (TELOS)

Hij die op de troon zat, zei tot Johannes:

Opb 21:5 En Hij die op de troon zat, zei: Zie, Ik maak alles nieuw. En Hij zei tot mij: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig. Opb 21:6 En Hij zei tot mij: Zij zijn gebeurd! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Ik zal hem die dorst heeft, geven uit de bron van het water van het leven om niet. (TELOS)

Uit Opb. 22 blijkt duidelijk dat de Heer Jezus van zichzelf zegt te zijn de Alfa en de Omega.

Opb 22:12 Zie, Ik kom spoedig, en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden zoals zijn werk is. Opb 22:13 Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde. (...) Opb 22:16 Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden om u deze dingen te betuigen voor de gemeenten. Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster. (...) Opb 22:20 Hij die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig! Amen, kom, Heer Jezus! (TELOS)

Deze korte, majestueuze, betekenisvolle naam 'de Alfa en de Omega' geeft de Heer Jezus zichzelf, als één met God, die in Jes. 44:6 spreekt: “Ik ben de eerste en Ik ben de laatste en buiten Mij is geen God” .

Bron van Leven

Hij is het leven.

Joh 14:6 Jezus zei tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. (TELOS)

Opb 7:17 want het Lam dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen leiden naar bronnen van levenswateren, en God zal elke traan van hun ogen afwissen. (TELOS)

Opb 21:5 En Hij die op de troon zat, zei: ... Opb 21:6 En Hij zei tot mij: Zij zijn gebeurd! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Ik zal hem die dorst heeft, geven uit de bron van het water van het leven om niet. Opb 21:7 Wie overwint, zal deze dingen beërven, en Ik zal Hem een God zijn en hij zal Mij een zoon zijn.(TELOS)

Opb 22:1 En hij toonde mij een rivier van levenswater, blinkend als kristal, die uitging vanuit de troon van God en van het Lam. (TELOS)

Onderhouder van de schepselen

Hij is het 'die alle dingen draagt door het woord van Zijn kracht'

Heb 1:3 Deze, die de uitstraling is van zijn heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen en die alle dingen draagt door het woord van zijn kracht, is, nadat Hij door Zichzelf de reiniging van de zonden tot stand heeft gebracht, gaan zitten aan de rechterhand van de Majesteit in de hoge, (TELOS)

Col 1:15 Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van de hele schepping, Col 1:16 want in Hem zijn alle dingen geschapen in de hemelen en op de aarde, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten: alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen. Col 1:17 En Hij is voor alle dingen en alle dingen bestaan samen in Hem. Col 1:18 En Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente, Hij die het begin is, de eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in alle dingen de eerste plaats zou innemen. (TELOS)

Heer

Jezus is Heer, vandaar dat wij zeggen 'Heer Jezus', 'Heere Jezus' of 'Here Jezus'. Hij is de Christus van de Heer (Luc. 2:26), maar ook zelf de Heer, Christus de Heer.

Lu 2:26  En hij had een Goddelijke aanwijzing ontvangen door de Heilige Geest, dat hij de dood niet zou zien voordat hij de Christus van [de] Heer had gezien. (Telos)

Lu 2:11  want u is heden een Heiland geboren, die Christus [de] Heer is, in de stad van David. (Telos)

Heer der engelen

In Hebr. 1 wordt Hij onderscheiden van en geplaatst boven de engelen.

Hebr. 1 : 6 dat alle engelen Gods Hem aanbidden (TELOS)

De engelen zijn van Hem. Hij zendt ze uit.

Opb 1:1 Openbaring van Jezus Christus, die God Hem heeft gegeven om zijn slaven te tonen wat spoedig moet gebeuren; en Hij heeft die door zijn engel gezonden en aan zijn slaaf Johannes te kennen gegeven. (TELOS)

De Heer, God, heeft zijn engel gezonden, zo wordt tot Johannes gezegd.

Opb 22:6 En hij zei tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig, en de Heer, de God van de geesten van de profeten, heeft zijn engel gezonden om zijn slaven te tonen wat met spoed moet gebeuren. (TELOS)

Even later zegt de Heer Jezus dat hij zijn engel gezonden heeft.

Opb 22:16 Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden om u deze dingen te betuigen voor de gemeenten. Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster. (TELOS)

Heer der heren

God wordt "de Heer der heren" genoemd.

Ps 136:3 Looft den Heere der heren; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. (SV)

De Heer Jezus is eveneens de Heer der heren.

1Ti 6:15 die de gelukkige en enige Heerser, de Koning der koningen en Heer der heren op zijn eigen tijd zal vertonen, (TELOS)

Opb 17:14 Dezen zullen oorlog voeren tegen het Lam, en het Lam zal hen overwinnen-want Hij is Heer van de heren en Koning van de koningen-en zij die met Hem zijn, geroepenen en uitverkorenen en getrouwen. (TELOS)

Opb 19:16 En Hij heeft op zijn kleed en op zijn heup een geschreven naam: Koning van de koningen en Heer van de heren. (TELOS)

Heer van de sabbat

God heeft de sabbat ingesteld, zijn volk ten goede. Hij is als Maker van de sabbat uiteraard de Heer van de sabbat. Hij bepaalt wat wel of niet geoorloofd is. De Heer Jezus verwijst naar zichzelf als 'Heer van de sabbat' (Matt. 12:8; Marc. 2:28; Luc. 6:5).

Mr 2:27 En Hij zei tot hen: De sabbat is gemaakt om de mens, en niet de mens om de sabbat. Mr 2:28 Daarom is de Zoon des mensen Heer ook van de sabbat. (TELOS)

Licht

Jahweh is een eeuwig Licht.

Jes 60:1 Maak u op, word verlicht, want uw Licht komt, en de heerlijkheid des HEEREN gaat over u op. (SV)

Jes 60:19 De zon zal u niet meer wezen tot een licht des daags, en tot een glans zal u de maan niet lichten; maar de HEERE zal u wezen tot een eeuwig Licht, en uw God tot uw Sierlijkheid. Jes 60:20 Uw zon zal niet meer ondergaan, en uw maan zal haar [licht] niet intrekken; want de HEERE zal u tot een eeuwig licht wezen, en de dagen uwer treuring zullen een einde nemen. (SV)

De Heer Jezus is het licht van de mensen, het licht van de wereld.

Joh 1:4 In Hem was leven, en het leven was het licht van de mensen. (TELOS)

Joh 1:9 Dit was het waarachtige licht, dat in de wereld komt en iedere mens verlicht. (TELOS)

Joh 8:12 Jezus dan sprak opnieuw tot hen en zei: Ik ben het licht van de wereld; wie Mij volgt, zal geenszins in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben. (TELOS)

Joh 9:5 Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht van de wereld. (TELOS)

Joh 12:46 Ik ben als een licht in de wereld gekomen, opdat ieder die in Mij gelooft, niet in de duisternis blijft. (TELOS)

Opb 21:22 En een tempel zag ik in haar niet, want de Heer, God de Almachtige, is haar tempel, en het Lam. Opb 21:23 En de stad heeft de zon of de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlichtte haar en haar lamp is het Lam. Opb 21:24 En de naties zullen door haar licht wandelen en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid tot haar. (TELOS)

Waarheid

Evenals God is Jezus de waarheid.

Deut. 32:4 ... al zijn wegen zijn recht. God is waarheid en geen onrecht, rechtvaardig en waarachtig is Hij. (HSV)

Joh 14:6 Jezus zei tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. (TELOS)

Heiland

God is onze Heiland

Jes 43:10 Gijlieden zijt Mijn getuigen, spreekt de HEERE, en Mijn knecht, dien Ik uitverkoren heb; opdat gij het weet, en Mij gelooft, en verstaat, dat Ik Dezelve ben, [dat] voor Mij geen God geformeerd is, en na Mij geen zijn zal. Jes 43:11 Ik, Ik ben de HEERE, en er is geen Heiland behalve Mij. Jes 43:12 Ik heb verkondigd, en Ik heb verlost, en Ik heb [het] doen horen, en geen vreemd [god] was onder ulieden; en gij zijt Mijn getuigen, spreekt de HEERE, dat Ik God ben. (SV)

Jes 45:21 Verkondigt en treedt hier toe, ja, beraadslaagt samen: wie heeft dat laten horen van ouds her? [Wie] heeft dat van toen af verkondigd? Ben Ik het niet, de HEERE? en er is geen God meer behalve Mij, een rechtvaardig God, en een Heiland, niemand is er dan Ik. (SV)

Hos 13:4 Ik ben toch de HEERE, uw God, van Egypteland af; daarom zoudt gij geen God kennen dan Mij alleen, want er is geen Heiland dan Ik. (SV)

1Ti 1:1 Paulus, apostel van Christus Jezus naar het bevel van God, onze Heiland, en van Christus Jezus, onze hoop, (TELOS)

Ook de Heer Jezus is onze Heiland. Onze grote God is Hij.

Tit 1:3 die mij is toevertrouwd naar het bevel van God, onze Heiland; Tit 1:4 aan Titus, mijn echt kind naar het gemeenschappelijk geloof: genade en vrede van God de Vader en van Christus Jezus, onze Heiland. (TELOS)

Tit 2:13 in de verwachting van de gelukkige hoop en verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Jezus Christus, Tit 2:14 die Zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons van alle wetteloosheid verloste en Zichzelf een eigen volk reinigde, ijverig in goede werken. (TELOS)

2Pe 1:1 Simon Petrus, slaaf en apostel van Jezus Christus, aan hen die een even kostbaar geloof als wij verkregen hebben door de gerechtigheid van onze God en Heiland Jezus Christus: (TELOS)

Rotssteen

God is de enige rotssteen, er is geen andere.

Jes 44:6 Zo zegt de HEERE, de Koning van Israël, en zijn Verlosser, de HEERE der heirscharen: Ik ben de Eerste, en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God. (...) Jes 44:8 Verschrikt niet, en vreest niet; heb Ik het u van toen af niet doen horen en verkondigd? Want gijlieden zijt Mijn getuigen: is er ook een God behalve Mij? Immers, is er geen [andere] rotssteen: Ik ken er geen? (SV)

De geestelijke steenrots die de Israëlieten in de woestijn geestelijke drank verschafte, was Christus.

1Co 10:1 Want ik wil niet, broeders, dat u onbekend is, dat onze vaderen allen onder de wolk waren, allen door de zee zijn heengegaan, 1Co 10:2 allen tot Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee, 1Co 10:3 allen hetzelfde geestelijke voedsel aten 1Co 10:4 en allen dezelfde geestelijke drank dronken. (Want zij dronken uit een geestelijke steenrots die volgde; de steenrots nu was Christus.) (TELOS)

Jezus heeft gezegd:

Mt 7:24 Ieder dan die deze mijn woorden hoort en ze doet, zal vergeleken worden met een wijs man, die zijn huis op de rots heeft gebouwd; (TELOS)

Eigen volk

God heeft een volk.

Opb 21:2 En ik zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen van God, gereed als een bruid die voor haar man versierd is. Opb 21:3 En ik hoorde een luide stem vanuit de troon zeggen: Zie, de tabernakel van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn, hun God. (TELOS)

Jezus Christus heeft een volk

Tit 2:13 in de verwachting van de gelukkige hoop en verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Jezus Christus, Tit 2:14 die Zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons van alle wetteloosheid verloste en Zichzelf een eigen volk reinigde, ijverig in goede werken. (TELOS)

Uitverkiezing

God de Vader kiest uit, maar ook de Heer Jezus doet dat. Van 'uitverkorenen van God' spreken Rom. 8:33, Col. 3:12, Tit. 1:1, vgl. Luc. 18:7 'Zijn uitverkorenen'. Van Jezus' uitverkorenen., 'zijn uitverkorenen', spreken Matth. 24:31, Marc. 13:27.

Mr 13:27  En dan zal Hij zijn engelen uitzenden en zijn uitverkorenen bijeenverzamelen uit de vier windstreken van het einde van de aarde tot het einde van de hemel. (Telos)

Bron van genade, barmhartigheid en vrede

Evenals onze hemelse Vader is Jezus een bron van genade, barmhartigheid en vrede. Hij kan iedereen, in Korinte, Efeze, Filippi of waar ook ter wereld, genade en vrede geven.

1Co 1:3 genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus. (TELOS)

Efe 1:2  genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus. (Telos)

Flp 1:2  genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus. (Telos)

2Ti 1:2 aan Timotheus, mijn geliefd kind: genade, barmhartigheid, vrede van God de Vader en van Christus Jezus, onze Heer. (TELOS)

Toevlucht; plaats van geborgenheid

God heeft 'vleugels', waaronder een plaats van toevlucht en geborgenheid is. Boaz zei tot Ruth:

Ru 2:12 Moge de HEERE uw daad vergelden, en moge uw loon volkomen zijn van de HEERE, de God van Israël, onder Wiens vleugels u gekomen bent om toevlucht te nemen. (HSV)

De Heiland zei tot Jeruzalem:

Mt 23:37 Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en hen stenigt die tot u zijn gezonden, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen bijeenverzamelen, zoals een hen haar kuikens bijeenverzamelt onder haar vleugels, en u hebt niet gewild. (TELOS)

Vergeeft zonden

Hij kon zonden vergeven en verleende zelf bevoegdheid om te vergeven (Mark. 2:5, vgl. Matth 9:2v).

Mr 2:5 En toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de verlamde: Kind, uw zonden worden vergeven. Mr 2:6 Nu zaten daar enige schriftgeleerden, die in hun harten overlegden: Mr 2:7 Waarom spreekt Deze zo? Hij lastert; wie kan zonden vergeven dan Een: God? (TELOS)

Jezus antwoordde:

Mr 2:10 Maar opdat u weet dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde zonden te vergeven, -zei Hij tot de verlamde: Mr 2:11 Ik zeg u: sta op, neem uw rustbed op en ga naar uw huis. (TELOS)

Hij vergaf ook de zonden van een een vrouw (Luk.7 : 48-49). En Hij verleende bevoegdheid om te vergeven:

Joh 20:23 Wie u ook de zonden vergeeft, zij zijn hun vergeven; wie u ook de zonden houdt, zij zijn hun gehouden.

Genezer

Alleen God kon melaatsheid genezen. Jezus kon een melaatse aanra­ken en genezen, zonder besmet te worden:

2 Kon. 5 : 7 alleen God kon van melaatsheid genezen

Mark. 1 : 41 de melaatsheid week bij één persoon

Luk. 17 : 11-19 de melaatsheid week bij tien personen

Dat Hij blinden het gezicht gaf, is ook ongekend. God maakt de blinden ziende, zegt de Psalmist.

Ps 146:8 de HERE maakt de blinden ziende, de HERE richt de gebogenen op, de HERE heeft de rechtvaardigen lief; (NBG51)

De Heer Jezus heeft ook een gebogene opgericht (vergelijk het aangehaalde vers uit Ps. 146).

Lu 13:11 En zie, er was een vrouw die achttien jaar een geest van ziekte had gehad, en zij was kromgebogen en kon zich in het geheel niet oprichten. Lu 13:12 Toen nu Jezus haar zag, riep Hij haar bij Zich en zei tot haar: Vrouw, u bent verlost van uw ziekte. (TELOS)

Geloofd, vertrouwd

Ps 146:3 Vertrouw niet op edelen, op het mensenkind, bij wie geen heil is. (HSV)

Jer 17:5 Zo zegt de HEERE: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees [tot] zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt! (...) Jer 17:7 Gezegend [daarentegen] is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is! (SV)

2Co 1:9 Ja, wijzelf hadden het doodvonnis al in onszelf, opdat wij geen vertrouwen zouden hebben op onszelf, maar op God die de doden opwekt, (TELOS)

De Heer Jezus is echter meer dan een mens.

Joh 14:1 Laat uw hart niet ontroerd worden. U gelooft in God, gelooft ook in Mij. (TELOS)

2Ti 1:12 Om die reden lijd ik ook deze dingen, maar ik schaam mij niet, want ik weet Wie ik geloofd heb, en ik ben overtuigd dat Hij machtig is mijn aan Hem toevertrouwde pand te bewaren tot die dag. (TELOS)

Hoop

Mt 12:20 een geknakt riet zal Hij niet verbreken en een walmende vlaspit zal Hij niet uitblussen, totdat Hij het oordeel uitvoert tot overwinning; Mt 12:21 en op zijn naam zullen volken hopen’. (TELOS)

Ro 15:12 En verder zegt Jesaja: ‘Er zal zijn de wortel van Isai, en Hij die opstaat om over de volken te heersen; op Hem zullen de volken hopen’. (TELOS)

Efe 1:12 opdat wij zouden zijn tot lof van zijn heerlijkheid, wij die vooraf in Christus hebben gehoopt; (TELOS)

Hand

Joh 10:28 En Ik geef hun eeuwig leven, en zij zullen geenszins verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze rukken uit mijn hand. Joh 10:29 Mijn Vader die ze Mij heeft gegeven, is groter dan allen, en niemand kan ze rukken uit de hand van mijn Vader. Joh 10:30 Ik en de Vader zijn een. (TELOS)

Wekt doden op

Jezus kon als oorsprong van het leven doden opwekken:

Luk. 7 : 14 een zoon wekte Hij op uit de doden op weg naar het graf

Luk. 8 : 55 een meisje wekte Hij op uit de doden, dat nog in het sterfhuis lag

Joh. 11 : 44 een vriend wekte Hij op, die al vier dagen in het graf lag

Opgevaren

Van Jahweh zegt David dat Hij is opgevaren in de hoogte en gaven heeft uitgedeeld.

Ps 68:18  (68-19) Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja, ook de wederhorigen om bij U te wonen, o HEERE God! (SV)

Dat is in vervulling gegaan toen de Heer Jezus ten hemel voer.

Efe 4:7  Maar aan ieder van ons is de genade gegeven naar de maat van de gave van Christus. Efe 4:8  Daarom zegt Hij: ‘Opgevaren naar de hoge heeft Hij de gevangenschap gevangen genomen en heeft de mensen gaven gegeven’. Efe 4:9  Dit nu: Hij is opgevaren, wat is het anders dan dat Hij ook is neergedaald naar de lagere delen van de aarde? Efe 4:10  Hij die is neergedaald, is ook Degene die is opgevaren boven alle hemelen, opdat Hij alles zou vervullen. Efe 4:11  En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, anderen als evangelisten, anderen als herders en leraars, Efe 4:12  om de heiligen te volmaken, tot het werk van de bediening, tot de opbouwing van het lichaam van Christus; Efe 4:13  totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de volgroeidheid van de volheid van Christus, Efe 4:14  opdat wij niet meer onmondigen zijn, heen en weer bewogen en rondgedreven door elke wind van de leer, door bedriegerij van de mensen, door hun sluwheid om door listen te doen dwalen, (Telos)

Verschijning

De psalmist bidt dat Jahweh, de God der wraken, blinkend zal verschijnen om de goddelozen, die Zijn volk verdrukken en de kwetsbaren doden, te oordelen.

Ps 94:1 O God van alle wraak, HEERE, God van alle wraak, verschijn blinkend! Ps 94:2 Rechter van de aarde, verhef U, vergeld de hoogmoedigen naar wat zij verdienen. (HSV)

Zijn verschijning zal zijn als wanneer de zon opgaat. Lichtglans is een aspect van Zijn heerlijkheid.

Hab 3:3 God komt van Teman en de Heilige van het gebergte Paran. sela. Zijn majesteit bedekt de hemelen, en de aarde is vol van zijn lof. Hab 3:4 Er is een glans als van zonlicht, lichtstralen heeft Hij aan zijn zijde en daar is het omhulsel zijner kracht. (NBG51)

Welnu, wat van Gods verschijning wordt gezegd, wordt gezegd van de Heer Jezus. De leerlingen kregen een vooruitblik van de komst van de Heer Jezus in zijn koninkrijk:

Mt 17:2 En Hij werd in hun bijzijn van gedaante veranderd; en zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. (TELOS)

Mal 4:2 Maar voor u die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn; en u zult naar buiten gaan en dartelen als kalveren uit de stal. (HSV)

Zijn verschijning is ook vergelijkbaar met dat van een bliksem.

Lu 17:24 Want zoals de bliksem bliksemt, die van het ene einde onder de hemel tot het andere einde onder de hemel weerlicht, zo zal de Zoon des mensen zijn in zijn dag. (TELOS)

Hij komt voor de ongehoorzamen in 'vlammend vuur', dat spreekt van oordeel.

2Th 1:7 en aan u die verdrukt wordt, rust met ons bij de openbaring van de Heer Jezus van de hemel met de engelen van zijn kracht, 2Th 1:8 in vlammend vuur, als Hij wraak brengt over hen die God niet kennen en over hen die het evangelie van onze Heer Jezus niet gehoorzamen. (TELOS)

Troon

De Vader heeft een troon, en de zoon heeft een troon. Het is dezelfde troon.

Heb 1:8 maar van de Zoon: ‘Uw troon, O God, is tot in alle eeuwigheid en de scepter van de rechtmatigheid is de scepter van uw koningschap. Heb 1:9 U hebt gerechtigheid liefgehad en wetteloosheid gehaat; daarom heeft God, uw God, u gezalfd met vreugdeolie boven uw metgezellen’. (TELOS)

Vgl. Ps 45:6 (45:7) Uw troon, o God, bestaat eeuwig en altijd; de scepter van Uw Koninkrijk is een scepter van rechtvaardigheid. (HSV)

Opb 3:21 Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, zoals ook Ik overwonnen en Mij gezet heb met mijn Vader op zijn troon. (TELOS)

Opb 22:3 En er zal geen enkele vervloeking meer zijn; en de troon van God en van het Lam zal daarin [ = het nieuwe Jeruzalem ] zijn en zijn slaven zullen Hem dienen, (TELOS)

Opb 5:6 En ik zag in het midden van de troon en van de vier levende wezens en in het midden van oudsten een Lam staan als geslacht; het had zeven horens en zeven ogen, welke zijn de zeven Geesten van God, uitgezonden over de hele aarde. (TELOS)

Opb 7:17 want het Lam dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen leiden naar bronnen van levenswateren, en God zal elke traan van hun ogen afwissen. (TELOS)

Opb 22:1 En hij toonde mij een rivier van levenswater, blinkend als kristal, die uitging vanuit de troon van God en van het Lam. (TELOS)

Krijgsman

Jahweh is een krijgsman, zei Mozes.

Ex 15:3  De HEERE is een krijgsman; HEERE is Zijn Naam! (SV)

Dat bleek bij de verovering van Kanaän.

Joz 10:42  En Jozua nam al deze koningen en hun land op eenmaal; want de HEERE, de God Israëls, streed voor Israël. (SV)

God zal neerdalen om te strijden voor Jeruzalem. Zijn voeten zullen staan op de Olijfberg.

Jes 31:4  Want alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Gelijk als een leeuw, en een jonge leeuw over zijn roof brult, wanneer ook een volle menigte der herderen samengeroepen wordt tegen hem, verschrikt hij voor hun stem niet, en vernedert zich niet vanwege hun veelheid; alzo zal de HEERE der heirscharen nederdalen, om te strijden voor den berg Sions en voor haar heuvel. (SV)

Zac 14:3  En de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds. Zac 14:4  En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; ... (SV)

Ps 24:7  Heft uw hoofden op, gij poorten, en verheft u, gij eeuwige deuren, opdat de Koning der ere inga! Ps 24:8  Wie is de Koning der ere? De HEERE, sterk en geweldig, de HEERE, geweldig in den strijd.  Ps 24:9  Heft uw hoofden op, gij poorten, ja, heft op, gij eeuwige deuren! opdat de Koning der ere inga!  Ps 24:10  Wie is Hij, deze Koning der ere? De HEERE der heirscharen, Die is de Koning der ere. Sela. (SV)

In het laatste Bijbelboek zien we de Heer Jezus als krijgsman en aanvoerder van een hemelse legermacht neerdalen en zijn vijanden verslaan.

Opb 19:11 En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij die daarop zit, heet Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid.  Opb 19:14  En de legers die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, bekleed met wit, rein, fijn linnen.  Opb 19:15  En uit zijn mond komt een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de naties slaat. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmigheid van de toorn van God de Almachtige.          Opb 19:16  En Hij heeft op zijn kleed en op zijn heup een geschreven naam: Koning van de koningen en Heer van de heren. (Telos)

Jahweh is een krijgsman, Jezus is een krijgsman. Deze is de Jahweh der heirscharen die van de hemel neerdaalt om te strijden.

Rechter

God is de Rechter der volken, de Heer Jezus is dat ook.

Jes 3:13  De HEERE staat gereed om Zijn rechtszaak te voeren, en Hij staat klaar om over de volken recht te spreken. (HSV)

Hnd 17:31  omdat Hij een dag heeft bepaald, waarop Hij het aardrijk in gerechtigheid zal oordelen door een man die Hij daartoe heeft bestemd, waarvan Hij aan allen zekerheid heeft gegeven door Hem uit de doden op te wekken. (Telos)

Mt 25:31 Wanneer nu de Zoon des mensen komt in zijn heerlijkheid en alle engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van zijn heerlijkheid; Mt 25:32  en voor Hem zullen alle volken worden verzameld, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals de herder de schapen van de bokken scheidt; (Telos)

Wij, om ons geloof in de Heer Jezus Christus gerechtvaardigden, zullen allen voor de rechterstoel van God/Christus gesteld worden. Niet om verdoemd te worden, of "met de wereld veroordeeld" (1 Cor. 11:32) te worden, maar om beoordeeld te worden en te ontvangen naar wat wij gedaan hebben. ⇒ Oordeel.

2Co 5:10 Want wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus, opdat ieder ontvangt wat in het lichaam is gedaan, naardat hij heeft bedreven, hetzij goed hetzij kwaad. (TELOS)

Ro 14:10 Maar u, waarom oordeelt u uw broeder? Of ook u, waarom minacht u uw broeder? Want wij zullen allen voor de rechterstoel van God gesteld worden; (TELOS)

Er zijn geen twee rechterstoelen, waarvoor wij achtereenvolgens gesteld worden. Het gaat om één rechterstoel, die van Christus/God. De Heer Jezus en God komen ook samen in de volgende passage:

1Co 4:4 Want ik ben van mij niets bewust, maar daardoor ben ik niet gerechtvaardigd; maar Hij die mij beoordeelt, is de Heer. 1Co 4:5 Oordeelt daarom niets voor de tijd, totdat de Heer komt, die ook wat in de duisternis verborgen is, aan het licht zal brengen en de raadslagen van de harten openbaar zal maken; en dan zal ieder zijn lof ontvangen van God. (TELOS)

Bruidegom van een bruidsvolk

God wordt vergeleken met een bruidegom en zijn volk met een bruid:

Jes 62:5 Want [gelijk] een jongeling een jonkvrouw trouwt, [alzo] zullen uw kinderen u trouwen; en [gelijk] de bruidegom vrolijk is over de bruid, [alzo] zal uw God over u vrolijk zijn. (SV)

De Heer Jezus verwees naar zichzelf als de bruidegom.

Mr 2:19 En Jezus zei tot hen: Kunnen de bruiloftsgasten soms vasten, terwijl de bruidegom bij hen is? Zolang zij de bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten. Mr 2:20 Maar er zullen dagen komen dat de bruidegom van hen wordt weggenomen en dan zullen zij vasten, in die dag. (Telos)

2Co 11:2 Want ik ben naijverig over u met een naijver van God; want ik heb u aan een man verloofd om u als een reine maagd voor Christus te stellen. (Telos)

Tempel in het hemelse Jeruzalem

In het hemelse Jeruzalem is God "haar tempel, en het Lam".

Opb 21:22 En een tempel zag ik in haar niet, want de Heer, God de Almachtige, is haar tempel, en het Lam. Opb 21:23 En de stad heeft de zon of de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlichtte haar en haar lamp is het Lam. Opb 21:24 En de naties zullen door haar licht wandelen en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid tot haar. (TELOS)

Aangebeden, vereerd

God geeft Zijn eer aan geen ander.

Jes 42:8 Ik ben de HEERE-dat is Mijn Naam; Mijn eer zal Ik aan geen ander geven, evenmin Mijn lof aan de afgodsbeelden. (HSV)

Jes 48:11 Om Mijnentwil, om Mijnentwil zal Ik het doen, want hoe zou Hij ontheiligd worden? en Ik zal Mijn eer aan geen ander geven. Jes 48:12 Hoor naar Mij, o Jakob! en gij Israël, Mijn geroepene! Ik ben Dezelfde; Ik ben de Eerste, ook ben Ik de Laatste. (SV)

Engelen mogen niet aangebeden worden. Een engel weert aanbidding door een mens af. Dit gebeurde Johannes.

Opb 19:10 En ik viel voor zijn voeten neer om hem te aanbidden; en hij zei tot mij: Zie toe, doe dit niet; ik ben een medeslaaf van u en van uw broeders die het getuigenis van Jezus hebben; aanbid God! ... (TELOS)

Mensen mogen niet aangebeden worden, Hand. 14:13-15. De Heer Jezus daarentegen werd en wordt gehuldigd en aangebeden. Hij ontving een aanbidding die alleen God waard is.

Joh 5:23 opdat allen de Zoon eren zoals zij de Vader eren. Wie de Zoon niet eert, eert de Vader niet die Hem heeft gezonden. (TELOS)

Engelen aanbaden/aanbidden Hem.

Heb 1:6 En opnieuw, wanneer Hij de Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: ‘En laten alle engelen van God Hem aanbidden’. (TELOS)

Een samaritaan, een blindgeborene, de discipel Thomas en engelen aanbaden/aanbidden Hem.

Luk. 17 : 16 hij (de samaritaan) viel op zijn aangezicht aan Zijn voeten

De genezen blindgeborene aanbad Hem.

Joh 9:38 En hij zei: Ik geloof, Heer. En hij aanbad Hem. (TELOS)

Vergelijk de uiting van Thomas, die gewaar werd dat Jezus werkelijk uit de doden was opgestaan:

Joh. 20 : 28 Thomas zei: "mijn Heer en mijn God"

De vier levende wezens en de vierentwintig oudsten vielen voor het Lam neer.

Opb 5:8 En toen het dat boek had genomen, vielen de vier levende wezens en de vierentwintig oudsten voor het Lam neer; zij hadden elk een harp en gouden schalen vol reukwerken, welke zijn de gebeden van de heiligen. (TELOS)

Opb 5:13 En elk schepsel dat in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem die op de troon zit, en het Lam, zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de macht tot in alle eeuwigheid. (TELOS)

All volken moeten de Heer Jezus vereren. De Zoon des mensen (een benaming van de Messias) in Dan. 7 heeft goddelijke trekken.

Da 7:13 Ik keek toe in de nachtvisioenen, en zie, er kwam met de wolken van de hemel Iemand als een Mensenzoon. Hij kwam tot de Oude van dagen en men deed Hem voor Zijn aangezicht naderbijkomen. Da 7:14 Hem werd gegeven heerschappij, eer en koningschap, en alle volken, natiën en talen moesten Hem vereren. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die [Hem] niet ontnomen zal worden, en Zijn koningschap zal niet te gronde gaan. (...) Da 7:27 Maar het koningschap en de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder heel de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de Allerhoogste. Zijn koninkrijk zal een eeuwig koninkrijk zijn, en alles wat heerschappij heeft, zal Hem eren en gehoorzamen. (HSV)

De uitdrukking "met de wolken van de hemel" wordt in het Oude Testament alleen gebruikt voor een goddelijk wezen. Het hebreeuwse werkwoord pelach in de verzen 14 en 27 vertaald door 'vereren' en 'eren' verwijst in de Bijbels Aramees altijd naar goddelijke verering, d.i. aanbidding gericht op God of goden. Het werkwoord komt 8x voor in Daniël. De Mensenzoon is een goddelijke figuur[1].

Gekend

Het eeuwige leven behelst het kennen van de Vader en de Zoon.

Joh 17:3 En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus die U hebt gezonden. (TELOS)

Kwestie

Vooral in de vroege kerk is veel over de Godheid van Jezus Christus getwist. Het zogenaamde Arianisme (afkomstig van Arius) verwerpt de gedachte dat Jezus even Goddelijk was als God de Vader. In het eerste concilie, gehouden te Nicea in 325, hakt de Romeinse christelijke keizer Constantijn de knoop door: Jezus is de Zoon van God en ook God zelf. Hier wordt eigenlijk de Drie-Eenheid van God bepaald. Later kwam het Arianisme toch weer op en werd het in 381, onder Theodosius' regering, in Constantinopel onderdrukt.

In onze tijd komt weer een vorm van Arianisme op, bij mensen die zeggen dat Jezus niet evenveel God is als Jahweh. Ook geloven velen dat de Heilige Geest minder is dan God. Veel mensen geloven wel dat Jezus geleefd heeft en dat Hij een wijs leraar was, maar niet dat Hij God was. Daartegenover stelde C.S. Lewis: "Ik probeer hier te voorkomen dat iemand de werkelijk dwaze uitspraak doet die mensen vaak over Hem doen: 'Ik ben bereid om Jezus te accepteren als een groots moreel leraar, maar ik accepteer niet zijn claim dat Hij God is'. Dat is de éne uitspraak die we niet kunnen doen. Een man die niets meer was dan dat, een man, maar die het soort dingen zei die Jezus zei zou geen groots moreel leraar zijn. Hij zou ofwel een gek zijn - op het niveau van de man die beweert een gekookt ei te zijn - ofwel de Duivel van de Hel. Je moet een keuze maken. Of deze man was, en is, de Zoon van God; of hij was een gek of iets ergers. Je kan Hem opsluiten als een idioot, je kan naar Hem spugen en Hem als een demon opsluiten; of je kan aan zijn voeten neervallen en Hem Heer en God noemen. Maar laten we niet beginnen met die neerbuigende onzin over wat een groots menselijk leermeester Hij was. Hij heeft die optie niet aan ons opengelaten. Dat was niet zijn bedoeling."[2]

Het leven en de dood van Socrates zijn die van een wijze, maar het leven en de dood van Jezus zijn die van een God. (J.J. Rousseau, 18e eeuw)

Meer informatie

Drie-eenheid

Michael Green, The Truth of God Incarnate. Grand Rapids, Mich.: Eerdmans, 1977.

Bronnen

H. Moll, Wat zegt Gods Woord over …? Deel 4 (Oostburg: Uitgeverij Pieters, z.j.), blz. 8. Hieruit is, onder toestemming, in mei 2011 tekst vewerkt. 

H. Moll, Wat zegt Gods Woord over …? Deel 1 (Oostburg: Uitgeverij Pieters, z.j.), blz. 8. Hieruit is, onder toestemming, op 30 april 2013 tekst vewerkt.

Voetnoten

  1. Dat is ook betoogd door Markus Zehnder, hoogleraar Oude Testament aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven, in zijn openingsrede van het academisch jaar 2013-2014. Aan zijn toespraak zijn de beide argumenten voor de goddelijke status van de Mensenzoon ontleend. Bron: Nieuwsbrief van de Ev. Theol. Fac., november-december 2013.
  2. Uit: Onversneden Christendom, oorspr. Eng. Mere Christianity