Goedertierenheid

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Goedertieren betekent oorspronkelijk goeder tiere, van goede groei. Maar goedertieren heeft de betekenis aangenomen die grenst aan de betekenis van genadig. Goedertierenheid behelst: genade, gunst, goedheid, getrouwheid, vriendelijkheid, zachtaardigheid.

Het Engelse equivalent 'lovingkindness' betekent letterlijk liefhebbende vriendelijkheid of edelmoedigheid.

De liefde is goedertieren, kenmerkt zich door goedertierenheid.

1Co 13:4 De liefde is lankmoedig, is goedertieren; de liefde is niet jaloers; de liefde praalt niet, is niet opgeblazen, (TELOS)

De eerste vijf verzen in de Statenvertaling waarin goedertierenheid voorkomt:

Ge 39:21 Doch de HEERE was met Jozef, en wende [Zijn] goedertierenheid tot hem; en gaf hem genade in de ogen van den overste van het gevangenhuis.
Nu 14:19 Vergeef toch de ongerechtigheid dezes volks, naar de grootte Uwer goedertierenheid, en gelijk Gij ze aan dit volk, van Egypteland af tot hiertoe, vergeven hebt!
2Sa 7:15 Maar Mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken, gelijk als Ik [die] weggenomen heb van Saul, dien Ik van voor uw aangezicht heb weggenomen.
2Sa 22:51 [Hij] is een Toren der verlossingen Zijns konings, en Hij doet goedertierenheid aan Zijn gezalfde, aan David en aan zijn zaad, tot in eeuwigheid.
1Kr 16:34 Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.

Ongoedertieren. De dichter van Psalm 43 bidt God, dat hij bevrijdt wordt van het ongoedertieren volk.

Ps 43:1 Doe mij recht, o God! en twist Gij mijn twistzaak; bevrijd mij van het ongoedertieren volk, van den man des bedrogs en des onrechts. (SV)

Goedertierenheid en genade

Genade heeft dikwijls de betekenis van een bepaald soort goedertierenheid en wel een goedertierenheid die men niet gehouden is te bewijzen. "Het lot van de krijgsgevangenen hing af van de genade van de overwinnaar". De overwinnaar is niet gehouden goedertierheid te bewijzen, hij hoeft geen genade te betonen.

Bij goedertierenheid past genadig zijn. Koning David, die overspel had gepleegd en daarover door de profeet Nathan bestraft was, bad 'Wees mij genadig, o God! naar Uw goedertierenheid'.

Ps 51: Een psalm van David, voor den opperzangmeester. (51-2) Toen de profeet Nathan tot hem was gekomen, nadat hij tot Bathseba was ingegaan. (51-3) Wees mij genadig, o God! naar Uw goedertierenheid; delg mijn overtreding uit, naar de grootheid Uwer barmhartigheden. (SV)

Soms is, bij genade, de goedertierenheid zelfs wezenlijk verbeurd.

Gena, o God! vergeef mij mijn schuld!
Vergeet, uit gunst, mijn schand'lijk overtreden!
Betoon aan mij Uw goedertierenheden!
[1]

De goedertierenheid van God

Gods goedertierenheid is geen tijdelijke gezindheid, zij is tot in eeuwigheid.

1Kr 16:34 Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid. (SV)

Ps 136:1 Loof de HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig. (HSV)

Ps. 136 wekt ons op om God te loven om zijn eeuwige goedertierenheid. Elk van de 26 verzen, die Gods grote werken vermelden, eindigt met de woorden "want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid" (SV), of in de Herziene Statenvertaling: "want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig". En onze bekering. De goedertierenheid van God is ons, die van nature zondaars zijn, een reden tot bekering. Hoewel God toornt over de zonde, is Hij ook goedertieren en gaat zijn liefde naar ons uit.

Ro 2:4 Of veracht u de rijkdom van zijn goedertierenheid en verdraagzaamheid en lankmoedigheid, zonder te weten dat de goedertierenheid van God u tot bekering leidt? (TELOS)

Bronnen

Gerbrand Bruining, Nederduitsche Synonymen, deel II (1836) pagina 48v.

Voetnoot

  1. Bron: Gerbrand Bruining, Nederduitsche Synonymen, deel II (1836) p. 49