Gog (uit Magog)

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Gog was regent in het land van Magog. In de toekomst zal hij de aanvoerder van de volkeren zijn die het herstelde Israël zullen binnenvallen (Eze 38-39). Aan het eind van het Duizendjarig rijk zullen naties optrekken tegen de heiligen en Jeruzalem, wat de Schrift aanduidt met 'Gog en Magog' (Opb. 20:8) 

Magog, in wiens land Gog regeerde, was de zoon van Jafeth. Gog was de ‘hoofdvorst’ of leenheer van Mesech en Tubal (Eze 38:2; 39:1). Ezechiël moest tegen hem profeteren (Eze 38:2v). Gog zal 'in het laatste der jaren' met een grote strijdmacht, vergezeld van vele volken, optrekken tegen Israël, dat hersteld is en in vrede woont. God echter zal Gog in het land Israël straffen en Zich zó grootmaken en bekend worden bij de volken. 

Het gebied van Gog is het land van Magog (Eze 38:2). Dat land ligt, van Israël uit gezien, aan “de zijden van het noorden” (Eze. 38:15; 39:2). Te denken valt aan een landstreek in het tegenwoordige Turkije, Rusland, Oekraïne, Georgië of Armenië of aan het oude Scythië.

Woonplaats van Mesech, Tubal, Gomer, Togarma. 

Magog, Mesech en Tubal waren zonen van Jafeth, de zoon van Noach.

Ge 10:2 De zonen van Jafeth [zijn]: Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Thiras. (SV)

Eze 38:2 Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Gog, het land van Magog, den hoofdvorst van Mesech en Tubal; en profeteer tegen hem, (SV)

Inval in het land Israël

Gog zal met een groot leger Israël binnenvallen. Ezechiel 38 en 39 gewagen daarvan. Zie Invasie door Gog voor het hoofdartikelMen kan vier betrokken partijen/actoren onderscheiden:

Einde Duizendjarig rijk

Wanneer het Duizendjarig vrederijk voleindigd is, zal de satan worden losgelaten. Hij zal de naties uit alle windstreken ten oorlog doen optrekken tegen de heiligen en Jeruzalem. Deze opstand wordt aangeduid als 'Gog en Magog', vermoedelijk omdat zij een herhaling is van de inval door Gog aan het begin van het Duizendjarig rijk, toen Israël van de oorlog hersteld was. 

Opb 20:7 En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten, Opb 20:8 en hij zal uitgaan om de naties te misleiden die aan de vier hoeken van de aarde zijn, Gog en Magog, om hen tot de oorlog te verzamelen, en hun getal is als het zand van de zee. Opb 20:9 En zij kwamen op over de breedte van de aarde en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad; en er daalde vuur neer van God uit de hemel en verteerde hen. Opb 20:10 En de duivel die hen misleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel waar zowel het beest als de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid. (TELOS)

Voetnoten