Hamath

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hamath ook geschreven Hamat, is in de Bijbel 1. de stamvader van de Rechabieten; 2. sedert de oudste tijden een aanzienlijke stad in Syrië.

De stad Hamath lag aan de voet van de Antilibanon aan de rivier Orontes, 213 km ten noorden van Damascus en nabij Zoba, en heette daarom ook Hamath-Zoba.

Ligging van Hamath in Syrië

Door de Kanaänieten gesticht, werd de stad later door de Syriërs bezet. Zowel de stad als het omliggende land wordt Hamath genoemd, maar van de stad wordt alleen in Amos 6: 2 melding gemaakt. 

Am 6:2 Trek naar Kalne en kijk [er rond]; ga vandaar naar het grote Hamath, en daal af naar Gath van de Filistijnen. Zijn ze beter dan deze koninkrijken? Is hun gebied groter dan uw gebied? (HSV)

Ofschoon aan de Israëlieten het land Kanaän tot Hamath als erfdeel toegewezen was, werd dit echter eerst onder David, die met Thoï, den koning van Hamath, een vriendschapsverbond sloot, hun grens. Na de inwijding van de tempel vierde Israël feest, een grote menigte, "van de weg naar Hamat af tot aan de Beek van Egypte".

1Kon 8:65 Toen vierde koning Salomo het feest, en geheel Israel met hem, een grote schare, van de weg naar Hamat af tot aan de Beek van Egypte, voor het aangezicht van de HERE, onze God, gedurende zeven dagen, en nog eens zeven dagen: veertien dagen. (NBG51)

Onder Hizkia viel het land in de macht van Assyrië, later in die van Egypte, voorts van Babel.

In de tijd der Makkabeeën heette het Amathitis.

Thans draagt de stad de naam Hama, en heeft een bevolking van 313 duizend zielen (stand 2004).

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst hieruit is op 18 april 2014 tekst verwerkt.