Handelingen van de Apostelen/Commentaar/Hoofdstuk 1

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 1 van het Bijbelboek Handelingen van de Apostelen wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Hand. 1: De periode tussen de opstanding van de Heer en de uitstorting van de Heilige Geest.

Hand. 1: 1 - 12 Bijzonderheden betreffende de hemelvaart van de Heer Jezus en de belofte van zijn wederkomst.
Hand. 1: 13 - 26 De verkiezing van Matthias als apostel in de plaats van Judas Iskariot.

Hand. 1:2

Hnd 1:2 tot op de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij door de Heilige Geest zijn opdrachten had gegeven aan de apostelen die Hij had uitverkoren; (TELOS)

Opgenomen. Hiervan is verderop ook sprake:

Hnd 1:9 En terwijl Hij dit zei, werd Hij opgenomen, terwijl zij toekeken, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. Hnd 1:10 En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij heenging, zie, twee mannen stonden bij hen in witte kleren, Hnd 1:11 die ook zeiden: Galilese mannen, wat staat u naar de hemel te kijken? Deze Jezus die van u is opgenomen naar de hemel, zal zo komen, op dezelfde wijze als u Hem naar de hemel hebt zien gaan. (TELOS)

Opdrachten. Deze opdrachten waren in elk geval, zo blijkt verderop in dit hoofdstuk: (1) de opdracht om Zijn getuigen te zijn, van Jeruzalem tot aan het einde van de aarde; (2) de opdracht om te Jeruzalem op de komst van de Heilige Geest te wachten.

Hand. 1:8

Hnd 1:8 Maar u zult kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over u komt, en u zult mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het einde van de aarde. (TELOS)

De kring wordt al wijder, te beginnen in Jeruzalem. De apostel Paulus heeft dezelfde beweging gemaakt. In zijn bekeringsgeschiedenis, aan koning Agrippa verhaald, zegt hij:

Hnd 26:20 maar ik heb eerst hun die in Damaskus en in Jeruzalem waren en in het hele land van Judea en aan de volken verkondigd, dat zij berouw moesten hebben en zich tot God bekeren en werken doen, de bekering waardig. (TELOS)

Hand. 1:9

Hnd 1:9 En terwijl Hij dit zei, werd Hij opgenomen, terwijl zij toekeken, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.

Werd hij opgenomen.