Hasmal

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hasmal (Hebr. Chashmal) is de Hebreeuwse naam van een blinkende stof die vergelijkenderwijs door de profeet Ezechiël wordt genoemd. Het woord komt drie maal voor in het boek Ezechiël en wordt verder in de Bijbel niet genoemd.

Ezechiel zag iets dat de kleur of glans had van Hasmal:

Eze 1:4 Toen zag ik, en ziet, een stormwind kwam van het noorden af, een grote wolk, en een vuur [daarin] vervangen, en een glans was rondom die [wolk]; en uit het midden daarvan was als de verf van Hasmal, uit het midden des vuurs. (SV)

Onduidelijk is welke stof Ezechiël bedoelt. In elk geval moet Hasmal de betekenis hebben van iets wat hel schittert of glinstert.

Hasmal vatten sommigen op als een vermenging van goud en zilver, anderen als gloeiend erts.

De Statenvertaling laat met “Hasmal” het Hebreeuwse woord in feite onvertaald. Vertalingen zijn: “metaal” (NBG51, WV95,CANIS, Elberfeld), “edelmetaal” (HSV), “staal” (NB), “wit goud” (NBV), “amber” (King James-vertaling), “brons” (Darby), “koper” (Young's Literal Translation). De Duitse Schlachter-vertaling vertaalt “de kleur” (of “glans”) van “Hasmal” als “Silberblick des Erzes” ("aanzien van zilvererts").

Eze 1:4 Toen zag ik, en zie, een stormwind kwam uit het noorden, een grote wolk, flitsend vuur en een lichtglans eromheen. En uit het midden ervan [kwam] iets als de schittering van edelmetaal, uit het midden van het vuur. (HSV)

De vier levende wezens die Ezechiël vervolgens uit de wolk tevoorschijn zag komen, hadden voeten welke glinsterden "als de schittering van gepolijst koper" (Ezech. 1:7, HSV). Dit doet denken aan wat Johannes zag, toen de Heer Jezus hem verscheen met voeten "aan blinkend koper gelijk, als gloeiden zij in een oven" (Opb. 1:15; 2:18). 

Bron

Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Ezechiël 1:4.