Hebreeënbrief/Hoofdstuk 3

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oude Testament: Ge Ex Le De Jo Ri Ru 1Sa 2Sa 1Ko 2Ko 1Kr 2Kr Ezr Ne Es Job Ps Sp Pr Hgl Jes Jer Kla Eze Da Hos Joë Am Ob Jon Mi Na Hab Zef Hag Za Mal
Nieuwe Testament: Mat Mar Luk Joh Hand Rom 1Kor 2Kor Gal Ef Flp Col 1Th 2Th 1Tim 2Tim Tit Flm Heb Jak 1Petr 2Petr 1Joh 2Joh 3Joh Jud Opb

Hebreeënbrief:


Hoofdstuk 3 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Hebr. 3:1

Heb 3:1 Daarom, heilige broeders, deelgenoten van de hemelse roeping, beschouwt de apostel en hogepriester van onze belijdenis, (TELOS)

Hemelse roeping. De hemelse roeping is een roeping die van de hemel uitgaat en tot de hemel leidt.

Heb 12:25 Kijkt u uit dat u Hem die spreekt, niet afwijst. Want als zij niet ontkomen zijn, die Hem afwezen die op aarde Goddelijke aanwijzingen gaf, hoeveel te minder wij, als wij ons afwenden van Hem die van de hemelen spreekt. (TELOS)

De Heer leidt ons tot heerlijkheid, Hebr. 2. Wij geroepenen ontvangen een eeuwige erfenis.

Heb 9:15 En daarom is Hij middelaar van een nieuw verbond, zodat, nu de dood heeft plaatsgevonden tot verlossing van de overtredingen onder het eerste verbond, de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen. (TELOS)

We hebben een "grote behoudenis" (Hebr. 2:3) ontvangen en ons wacht "een sabbatsrust over voor het volk van God" (Hebr. 4:9).

Heb 2:3 hoe zullen wij ontkomen als wij zo’n grote behoudenis veronachtzamen, waarover aanvankelijk gesproken is door de Heer en die aan ons bevestigd is door hen die het gehoord hebben, (TELOS)

Wij zullen vanuit de hemel met Christus regeren over de aarde, Hebr. 3.

Onze belijdenis. Over belijden, zie Belijden. Vergelijk 2:3-4; 4:14: 10:23. Belijden is openlijk uitspreken. Rom. 10 "met uw mond belijden". Hebr. 3:6 "roemen in de hoop".

Hebr. 3:4

Heb 3:4 Want elk huis wordt door iemand gebouwd, maar die alles heeft gebouwd is God.

Alles. Mogelijk: de stoffelijke wereld, het heelal.

Hebr. 3:6

Heb 3:6 maar Christus als Zoon over zijn huis, Wiens huis wij zijn, als wij de vrijmoedigheid en het roemen in de hoop tot het einde toe onwrikbaar vasthouden.

Huis. "Huis" in de Bijbel slaat op (1) gebouw of (2) familie.

Als wij. Vergelijk Mt. 13 "wie volharden zal tot het einde, zal behouden worden".

Vrijmoedigheid. Op grond van Jezus' vergoten bloed. Vgl. Num. 13:30.

Nu 13:30 Toen stilde Kaleb het volk voor Mozes, en zeide: Laat ons vrijmoedig optrekken, en dat erfelijk bezitten; want wij zullen dat voorzeker overweldigen!

Onwrikbaar. Zie 3:14.

Hebr. 3:8

Heb 3:8 verhardt uw harten niet zoals bij de verbittering, in de dag van de verzoeking in de woestijn,

Verzoeking. Zie Ex. 17:7, Num. 20:13.

Hebr. 3:9

Heb 3:9 waar uw vaderen Mij verzochten door Mij op de proef te stellen, en zij zagen toch mijn werken veertig jaar lang.

Mij op de proef te stellen. Ps. 95:9 God beproef door het volk. In Ps. 81:8 God stelde op de proef.