Hebreeënbrief/Hoofdstuk 8

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 8 van het Bijbelboek Hebreeënbrief wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Hebr. 8:1

Heb 8:1 De hoofdzaak nu van wat wij zeggen is, dat wij zo’n hogepriester hebben, die is gaan zitten aan de rechterzijde van de troon van de Majesteit in de hemelen, (TELOS)

Ook hier blijkt de meerderheid van de Heer Jezus: hoog verheven, aan Gods rechterhand.

Gaan zitten aan de rechterzijde van de troon …

Heb 1:3 Deze, die de uitstraling is van zijn heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen en die alle dingen draagt door het woord van zijn kracht, is, nadat Hij door Zichzelf de reiniging van de zonden tot stand heeft gebracht, gaan zitten aan de rechterhand van de Majesteit in de hoge, (TELOS)

Heb 10:12 Maar Hij, nadat Hij een slachtoffer voor de zonden geofferd heeft, is voor altijd gaan zitten aan Gods rechterhand (TELOS)

Heb 12:2 terwijl wij zien op Jezus, de overste leidsman en de voleinder van het geloof, die om de vreugde die voor Hem lag, het kruis heeft verdragen, terwijl Hij de schande heeft veracht, en die is gaan zitten aan de rechterzijde van de troon van God. (TELOS)

Zie ook Jezus_Christus#Verhoging

Hebr. 8:2

Heb 8:2 een bedienaar van het heiligdom en van de ware tabernakel, die de Heer heeft opgericht, niet een mens. (TELOS)

Ook hier blijkt dat hij meerder is dan de gewone hogepriester: in een hemels heiligdom, opgericht door de Heer (= God) zelf.

Hebr. 8:3

Heb 8:3 Want iedere hogepriester wordt aangesteld om zowel gaven als slachtoffers te offeren; daarom was het nodig dat ook Deze iets had om te offeren. (TELOS)

Gaven: dankbaarheid voor Gods goedheid en weldaden. Zie ook vers 4.

Slachtoffers: bloedige offers, ter verzoening.

Hebr. 8:4

Heb 8:4 Als Hij evenwel op aarde was, zou Hij niet eens priester zijn, daar er zijn die naar de wet de gaven offeren. (TELOS)

Niet eens priester zijn. Hij is een priester in de hemel, niet op aarde. Het offer dat hij bracht is weliswaar op aarde geslacht, maar in de hemel aangeboden. Daar is hij als priester naar de orde van Melchizedek erkend.

Daar er zijn die. Namelijk de Levieten. De Heer Jezus was geen Leviet.

Hebr. 8:5

Heb 8:5 Dezen dienen een zinnebeeld en schaduw van de hemelse dingen, zoals Mozes een Goddelijke aanwijzing ontving toen hij de tabernakel zou vervaardigen; want: ‘Zie erop toe’, zegt Hij, ‘dat u alles maakt naar het voorbeeld dat u op de berg getoond is’. (TELOS)

Dezen: de Levietische priesters

Schaduw:

Heb 10:1 Want daar de wet een schaduw heeft van de toekomstige goederen, niet het beeld van de dingen zelf, kan zij met dezelfde slachtoffers die men voortdurend elk jaar offert, hen die naderen nooit volmaken. 

Hebr. 8:6

Heb 8:6 Maar nu heeft Hij een zoveel uitnemender bediening verkregen als Hij ook Middelaar is van een beter verbond, dat op betere beloften is gegrondvest. (TELOS)

Wederom twee opzichten waarin de Heer als hogepriester uitsteekt boven de gewone hogepriester: hemelse bediening, middelaar van een beter verbond.

Uitnemender bediening. Dan dat die van de gewone hogepriester: in de hemelse heiligdom, nabij God.  

Heb 8:2 een bedienaar van het heiligdom en van de ware tabernakel, die de Heer heeft opgericht, niet een mens.

Hebr. 8:7

Heb 8:7 Want als dat eerste onberispelijk was geweest, zou er voor een tweede geen plaats gezocht zijn. (TELOS)

Eerste, dat is het eerste of oude verbond, het verbond van Sinaï (Hebr. 8:9).

Tweede, dat is het tweede of nieuwe verbond.

Hebr. 8:13

Heb 8:13 Door te zeggen: ‘een nieuw’, heeft Hij het eerste oud gemaakt. Wat nu oud is en verouderd, is dicht bij de verdwijning. (TELOS)

'Een nieuw'. Zie vers 8. God zei dat vroeger, niet ten tijde van de schrijver van de brief.