Hebreeënbrief/Onderwerpen/Toekomstige goederen

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Op deze pagina wordt het onderwerp Toekomstige goederen in verband met het bijbelboek Hebreeënbrief behandeld.

Schriftplaatsen

Schriftplaatsen die gaan over de toekomstige goederen, het toekomstige aardrijk, al wat beloofd is e.d., uit de TELOS-vertaling:

Heb 2:5 Want niet aan engelen heeft Hij onderworpen het toekomstige aardrijk waarover wij spreken,

Heb 9:11 Maar Christus, gekomen als hogepriester van de komende goederen, door de grotere en volmaaktere tabernakel, niet met handen gemaakt (dat is niet van deze schepping),

Heb 10:1 Want daar de wet een schaduw heeft van de toekomstige goederen, niet het beeld van de dingen zelf, ...

Heb 11:8 Door het geloof gehoorzaamde Abraham toen hij geroepen werd, om uit te gaan naar de plaats die hij als erfdeel zou ontvangen; en hij ging uit zonder te weten waar hij komen zou.

Heb 11:9 Door het geloof verbleef hij als vreemdeling in het land van de belofte als in een vreemd land en woonde in tenten met Izaak en Jakob, de medeerfgenamen van dezelfde belofte;

Heb 11:10 want hij verwachtte de stad die de fundamenten heeft, waarvan God ontwerper en bouwmeester is.

Heb 11:13 In het geloof zijn deze allen gestorven, zonder de beloften te hebben ontvangen, maar zij zagen het in de verte en begroetten het, en beleden dat zij vreemdelingen en bijwoners op de aarde waren.

Heb 11:14 Want wie zulke dingen zeggen, tonen duidelijk dat zij een vaderland zoeken. Heb 11:15 En als ze terugdenken aan dat waaruit zij weggetrokken zijn, zouden zij tijd hebben terug te keren; Heb 11:16 maar nu verlangen zij naar een beter, dat is een hemels vaderland. Daarom schaamt God Zich niet voor hen hun God genoemd te worden, want Hij heeft voor hen een stad bereid.

Heb 11:20 Door het geloof zegende Izaak Jakob en Ezau ook aangaande toekomstige dingen.

Heb 11:24 Door het geloof weigerde Mozes, toen hij groot geworden was, een zoon van Farao’s dochter genoemd te worden, Heb 11:25 omdat hij er de voorkeur aan gaf met het volk van God slecht behandeld te worden, boven een tijdelijke genieting van de zonde, Heb 11:26 en de smaad van Christus groter rijkdom achtte dan de schatten van Egypte, want hij zag op de beloning.

Heb 11:35 Vrouwen kregen hun doden door opstanding terug; anderen echter werden gefolterd zonder de verlossing aan te nemen, opdat zij een betere opstanding verkregen.

Heb 11:39 En deze allen die door hun geloof getuigenis hebben verkregen, hebben de belofte niet ontvangen, Heb 11:40 daar God voor ons iets beters had voorzien, opdat zij niet zonder ons tot volmaaktheid zouden komen.

Heb 12:1 Daarom dan ook, daar wij zo’n grote wolk van getuigen rondom ons hebben, laten ook wij alle last en de zonde die ons licht omstrikt, afleggen en met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt, Heb 12:2 terwijl wij zien op Jezus, de overste leidsman en de voleinder van het geloof,….

Heb 12:28 Laten wij dus, daar wij een onwankelbaar koninkrijk ontvangen, ...

Heb 13:14 want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige.

Leer

Wat zijn de toekomende goederen? Dat zijn de goederen van de toekomende eeuw, de eeuw van het vrederijk.

De Joden maakten onderscheid tussen de ‘tegenwoordige eeuw’ (Heb 9:9; Ga 1:4; Tit 2:12 ) en de ‘toekomstige eeuw’ (Heb 6:5; 9:11). De toekomstige eeuw behelst het nieuwe bestel dat door de Messias zal worden ingevoerd.

Aan welke goederen hebben wij te denken?

  • de opstanding (Hebr. 11:35)
  • een erfenis (Hebr. 9:15), dat is een blijvend bezit
  • een stad, het hemelse Jeruzalem (Hebr. 10:11; 11:16; 13:14)
  • een vaderland, een hemels vaderland (Hebr. 11:14, 16)
  • een koninkrijk, een onwankelbaar koninkrijk (Hebr. 12:28)
  • het toekomstige aardrijk waarover geheerst wordt (Hebr. 2:5)

Van de toekomstige goederen heeft de wet een schaduw (Hebr. 10:1)