Heir des hemels

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het heir des hemels is in de Statenvertaling de benaming van de menigte van hemellichamen die zich aan het menselijk oog vertonen: de zon, de maan, de planeten en de talrijke sterren.

Benamingen. Verder vindt men in Nederlandse Bijbelvertalingen benamingen als 'het leger van de hemel', 'het heer des hemels', 'het hemelse heir', 'de hemelse heirschaar', 'het leger der hemellichamen, 'het leger van de hemellichamen', 'de hemellichamen'.

Sterrenhemel

Afgoderij

De mens is geneigd de hemellichamen een goddelijke status toe te dichten en hen te vereren. Van de planeten zijn in het bijzonder vereerd Venus, Mars, Saturnus, Jupiter en Mercurius[1].

In de Assyrisch-Babylonische 'sterrendienst' werden de hemellichamen vereerd vereerd. De sterren waren bij de Assyriërs de levende beelden van de mensen, die hun lot bestuurden. Tegenover het vergankelijke en veranderlijke op aarde, stelden zij de onvergankelijkheid en vastheid van de sterren, die immer aan de hemel zich vertoonden, alle eeuwen uit en in. Zij hadden niet alleen, volgens hen, de macht, om iets tot stand te brengen, maar ook, om te leiden en te ordenen.

God waarschuwde tegen de sterrendienst.

De 4:19 Pas er ook voor op dat u uw ogen niet opslaat naar de hemel, en de zon, de maan en de sterren ziet, heel het leger aan de hemel, en u laat verleiden om u voor hen neer te buigen en hen te dienen. De HEERE, uw God, heeft hen aan al de volken onder de hele hemel toebedeeld, (HSV)

Koning Manasse van Juda boog zich helaas neer voor al het heir des hemels en diende ze.

2Kr 33:3 Want hij bouwde de hoogten weder op, die zijn vader Jehizkia afgebroken had, en richtte den Baäls altaren op, en maakte bossen, en boog zich neder voor al het heir des hemels, en diende ze; (...) 2Kr 33:5 Daartoe bouwde hij altaren voor al het heir des hemels, in beide de voorhoven van het huis des HEEREN. (SV)

In de vertaling van Het Boek:

2Kr 33:3 Hij herbouwde de heidense tempels die zijn vader Hizkia had afgebroken, evenals de altaren van Baäl en de Asjéra-beelden. Ook boog hij neer voor de zon, de maan en de sterren en aanbad deze regelmatig. (Het Boek)

Bron

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar 2 Kon. 21:3. Enige tekst hiervan is verwerkt.

Voetnoot

  1. Vergelijk John Gill's Expositor, commentaar bij 2 Kon. 21:3.