Hel

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De hel is de plaats van de eeuwige straf, die het deel zal zijn van de duivel en zijn engelen en van de onrechtvaardige mensen (Matth. 25:41), die naar hun werken veroordeeld zijn (Opb. 20:11v).

Gehenna. Het Griekse woord in het Nieuwe Testament is gehenna. Dit grondwoord is uit het Hebreeuws overgenomen en gevormd. Er schijnt gezinspeeld te worden op het dal van Hinnom, dat vroeger buiten Jeruzalem was.

Dal van Hinnom. Het dal van Hinnom was ‘het dal met de dode lichamen en de as’ (Jer. 31:40). Daar ook werden ooit mensenkinderen aan de Molech (of Moloch) geofferd. De hel is de toekomstige verblijfplaats van de Molech van deze eeuw, de satan. Deze plaats der rampzaligheid ligt buiten het hemelse Jeruzalem. In de hel (Gehenna) zal ook, al wederom met toespeling op het dal van Hinnom, een gedurig vuur branden. 

Andere woorden in de brontekst van de Schrift die door 'hel' zijn vertaald, zijn het Hebreeuwse woord sjeool en het Griekse woord hades. Tegenwoordig kunnen deze beide woorden beter door 'dodenrijk' worden vertaald, zoals de Nieuwe Vertaling uit 1951 heeft gedaan, omdat 'hel' in het Nederlands een engere betekenis heeft dan vroeger, zie verderop.

Voor wie bereid. Het is duidelijk en zeker vanuit de Schrift dat er een plaats is van eeuwige straf. De hel is bereid voor de duivel en zijn engelen, maar ook de boze mensen, 'de werkers van ongerechtigheid' (vgl. Luc. 13:27) zullen erin geworpen worden (Matth. 13:40, 42; 25:41; Luc. 13:27; 2 Petr. 2:4; Judas 6, enz.).

Mt 25:41 Dan zal Hij ook zeggen tot hen die aan zijn linkerhand zijn: Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen is bereid; (TELOS)

Heb 10:26  Want als wij moedwillig zondigen nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, blijft er geen slachtoffer voor de zonden meer over,  Heb 10:27  maar een vreselijke verwachting van oordeel en een felheid van vuur dat de tegenstanders zal verslinden.  Heb 10:28  Iemand die de wet van Mozes verworpen heeft, sterft zonder ontferming op het woord van twee of drie getuigen:  Heb 10:29  hoeveel zwaarder straf, meent u, zal hij waard geacht worden die de Zoon van God met voeten heeft getreden en het bloed van het verbond waardoor hij geheiligd was, onheilig geacht en de Geest van de genade gesmaad heeft?  Heb 10:30  Want wij kennen Hem die gezegd heeft: ‘Aan Mij de wraak, Ik zal vergelden’. En opnieuw: ‘De Heer zal zijn volk oordelen’.  Heb 10:31  Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God! (Telos)

Er is in de Bijbel echter geen voldoende grond voor de gedachte dat er nu al gevallen engelen of slechte mensen in de hel zijn. Wel is er de Afgrond, een gevangenis waar boze geesten gevangen zijn, en waar de duivel gedurende het duizendjarig rijk gevangen gehouden zal worden (Opb. 20). En ook bestaat er een 'plaats van pijn', waar de onrechtvaardigen wachten tot het oordeel. Deze laatste plaats schijnt een afdeling van het dodenrijk te zijn, die tegenover 'de schoot van Abraham' of 'het paradijs' staat. De rijke man, die in deze plaats van pijn is, zei tot Abraham: 

Lu 16:27 ... Ik bid u dan, vader, dat u hem [= Lazarus] zendt naar het huis van mijn vader, want ik heb vijf broers,
Lu 16:28 opdat hij ernstig tot hen kan getuigen, zodat ook zij niet komen in deze plaats van pijn.
(TELOS)

Strafplaats. De hel is een plaats van straf (Mt. 5:22; 23:33) voor de veroordeelden. Het is een plaats van verdoemenis.

Mt 25:41 Dan zal Hij ook zeggen tot hen die aan zijn linkerhand zijn: Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen is bereid; (...) Mt 25:46 En dezen zullen gaan in de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven. (TELOS)

Mt 23:33 Slangen, adderengebroed, hoe zult u ontkomen aan het oordeel van de hel? (TELOS)

Daarin geworpen. De verdoemden worden in de hel geworpen.

Lu 12:5 Maar Ik zal u tonen voor Wie u bang moet zijn: weest bang voor Hem die, nadat Hij gedood heeft, macht heeft om in de hel te werpen; ja, Ik zeg u, weest bang voor Hem.
Lu 13:28 Daar zal het geween zijn en het tandengeknars, wanneer u Abraham, Izaak en Jakob zult zien en al de profeten in het koninkrijk van God, maar uzelf buitengeworpen.
Mt 25:41 Dan zal Hij ook zeggen tot hen die aan zijn linkerhand zijn: Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen is bereid;
(TELOS)

Lichamen. De onrechtvaardigen worden er met hun lichamen in geworpen (Mt. 5:29-30; 10:28; 18:9; Marc. 9:43, 45, 47).

Mt 5:30 En als uw rechterhand u een aanleiding tot vallen is, hak die af en werp die van u; want het is nuttig voor u, dat een van uw leden vergaat en niet uw helelichaam naar de hel gaat.
Mt 10:28 En weest niet bang voor hen die het lichaam doden maar de ziel niet kunnen doden, maar weest veeleer bang voor Hem die zowel ziel als lichaam kan verderven in de hel.
(TELOS)

Verderf. De hel is een plaats van verderf (Mt. 10:28)

Thans leeg. In het gewone spraakgebruik is de hel de verblijfplaats van de verdoemden na hun dood, waar zij verkeren in de diepste ellende, het tegendeel van de hemel. Maar er is in de Bijbel geen voldoende grond voor de gedachte dat er nu al demonen of slechte mensen in de hel zijn.

Buitenste duisternis

De hel schijnt dezelfde plaats te zijn als wat de Heer Jezus noemt "de buitenste duisternis".

Mt 8:12  de zonen van het koninkrijk echter zullen worden uitgeworpen in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. (TELOS)

Mt 22:13  Toen zei de koning tot zijn dienstknechten: Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. (TELOS)

Mt 25:30  En werpt de nutteloze slaaf uit in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. (TELOS)

God is Licht, in Hem is "in het geheel geen duisternis" (1 Joh. 1:5). De buitenste duisternis is een plaats waar het licht van God ontbreekt, waar God afwezig is.

1Jo 1:5 En dit is de boodschap die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen, dat God licht is en dat in Hem in het geheel geen duisternis is. (TELOS)

Poel van vuur en zwavel

De hel wordt ook genoemd 'de poel van vuur en zwavel'.

Opb 20:10 En de duivel die hen misleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel waar zowel het beest als de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid. (TELOS)

Vuur

De hel is een plaats van vuur. De Heer Jezus spreekt van de 'hel van het vuur' en van een onuitblusbaar vuur.

Mt 5:22 Maar Ik zeg u, dat ieder die ten onrechte op zijn broeder toornig is, zal vervallen aan het gericht, en wie tot zijn broeder zegt’: Raka!’, zal vervallen aan de Raad, en wie zegt’: Dwaas!’, zal vervallen aan de hel van het vuur. (TELOS)

Mr 9:45 En als uw voet u een aanleiding tot vallen is, hak die af; het is beter voor u kreupel het leven in te gaan, dan met twee voeten in de hel geworpen te worden. Mr 9:46 waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust. (TELOS)

Mt 25:41 Dan zal Hij ook zeggen tot hen die aan zijn linkerhand zijn: Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen is bereid; (TELOS)

Dat de hel een plaats van vuur is worden ook door Jacobus en de schrijver van de Hebreeënbrief aangeduid:

Jak 3:6 Ook de tong is een vuur, de wereld van de ongerechtigheid. De tong is onder onze leden gesteld als dat wat het hele lichaam bevlekt en de loop van de natuur in vlam zet en door de hel in vlam gezet wordt. (TELOS)

Heb 10:26  Want als wij moedwillig zondigen nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, blijft er geen slachtoffer voor de zonden meer over,  Heb 10:27  maar een vreselijke verwachting van oordeel en een felheid van vuur dat de tegenstanders zal verslinden.  (...)  Heb 10:31  Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God! (Telos)

In het boek Openbaring wordt gesproken van 'de poel van vuur', 'de poel, die brandt van vuur en zwavel.' (Opb. 19:20; 20:10, 15; 21:8; vgl. 14:10).

Opb 20:14 En de dood en de hades werden geworpen in de poel van vuur. Dit is de tweede dood: de poel van vuur.

Opb 20:10 En de duivel die hen misleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel waar zowel het beest als de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid. (TELOS)

Opb 21:8 Maar voor de bangen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, hoereerders, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt; dit is de tweede dood. (TELOS)

Hoewel vuur licht geeft, verdrijft het hellevuur de duisternis niet[1]. De hel blijft de plaats van de "buitenste duisternis".

Zwavel

In het boek Openbaring wordt gesproken van 'de poel, die brandt van vuur en zwavel.' (Opb. 19:20; 20:10,15; 21:8; vgl. 14:10).

Opb 14:10 die zal ook drinken van de wijn van Gods grimmigheid, die ongemengd is ingeschonken in de drinkbeker van zijn toorn; en hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel ten aanschouwen van de heilige engelen en het Lam. (TELOS)

Opb 19:20 En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet die de tekenen in diens tegenwoordigheid had gedaan, waardoor hij hen misleidde die het merkteken van het beest ontvingen en die zijn beeld aanbaden. Levend werden deze twee geworpen in de poel van vuur die van zwavel brandt. (TELOS)

Opb 20:10 En de duivel die hen misleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel waar zowel het beest als de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid. (TELOS)

Opb 20:14 En de dood en de hades werden geworpen in de poel van vuur. Dit is de tweede dood: de poel van vuur. Opb 21:8 Maar voor de bangen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, hoereerders, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt; dit is de tweede dood. (TELOS)

Opb 21:8 Maar voor de bangen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, hoereerders, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt; dit is de tweede dood. (TELOS)

Pijniging

De hel is een plaats van pijniging. De pijniging vindt plaats met "vuur en zwavel".

Opb 14:10 die zal ook drinken van de wijn van Gods grimmigheid, die ongemengd is ingeschonken in de drinkbeker van zijn toorn; en hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel ten aanschouwen van de heilige engelen en het Lam. Opb 14:11 En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid; en zij hebben dag en nacht geen rust, zij die het beest en zijn beeld aanbidden, en ieder die het merkteken van zijn naam ontvangt. (TELOS)

Opb 20:10 En de duivel die hen misleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel waar zowel het beest als de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid. (TELOS)

Geen rust

Zij die in de hel zijn hebben geen rust.

Opb 14:10 die zal ook drinken van de wijn van Gods grimmigheid, die ongemengd is ingeschonken in de drinkbeker van zijn toorn; en hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel ten aanschouwen van de heilige engelen en het Lam. Opb 14:11 En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid; en zij hebben dag en nacht geen rust, zij die het beest en zijn beeld aanbidden, en ieder die het merkteken van zijn naam ontvangt. (TELOS)

Geween en tandengeknars

De verdoemden zullen hun ellendige toestand vergelijken met die van de zaligen, die zij zullen zien. In de hel zal dan ook geween en tandengeknars zijn.

Mt 8:12  de zonen van het koninkrijk echter zullen worden uitgeworpen in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. (TELOS)

Mt 22:13  Toen zei de koning tot zijn dienstknechten: Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. (TELOS)

Mt 25:30  En werpt de nutteloze slaaf uit in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. (TELOS)

Lu 13:23 Iemand nu zei tot Hem: Heer, zijn het weinigen die behouden worden? Lu 13:24 Hij nu zei tot hen: Strijdt om in te gaan door de nauwe deur; want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan en het niet kunnen. Lu 13:25 Vanaf dat de heer des huizes is opgestaan en de deur heeft gesloten, zult u beginnen buiten te staan en op de deur te kloppen en te zeggen: Heer, doe ons open; en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik weet niet vanwaar u bent. Lu 13:26 Dan zult u beginnen te zeggen: Wij hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken, en U hebt in onze straten geleerd. Lu 13:27 En Hij zal zeker tot u zeggen: Ik weet niet vanwaar u bent; gaat weg van Mij, alle werkers van ongerechtigheid. Lu 13:28 Daar zal het geween zijn en het tandengeknars, wanneer u Abraham, Izaak en Jakob zult zien en al de profeten in het koninkrijk van God, maar uzelf buitengeworpen. (TELOS)

Waar hun worm niet sterft

De hel is een plaats waar de verdoemden een knagend gevoel lijden. 

Mr 9:45 En als uw voet u een aanleiding tot vallen is, hak die af; het is beter voor u kreupel het leven in te gaan, dan met twee voeten in de hel geworpen te worden. Mr 9:46 waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust. (TELOS)

Hiermee wordt beduid dat het wroegend geweten, gelijk aan een knagende worm, de verdoemden onophoudelijk zal pijnigen. 

Tweede dood

De toestand van de verdoemden in de hel wordt dan ook genoemd 'de tweede dood'. Men is gescheiden van de God, de Levensbron.  

Opb 20:6 Gelukkig en heilig is hij die aan de eerste opstanding deel heeft; over dezen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en met Hem de duizend jaren regeren. (TELOS)

Opb 20:14 En de dood en de hades werden geworpen in de poel van vuur. Dit is de tweede dood: de poel van vuur. (TELOS)

Opb 21:8 Maar voor de bangen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, hoereerders, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt; dit is de tweede dood. (TELOS)

Het tegendeel van de toestand in de hel is 'het eeuwige leven'. 

Mt 25:41 Dan zal Hij ook zeggen tot hen die aan zijn linkerhand zijn: Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen is bereid; (...) Mt 25:46 En dezen zullen gaan in de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven. (TELOS)

De tweede dood is te vermijden.

Opb 2:11 Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, zal geenszins van de tweede dood schade lijden. (TELOS)

Eeuwig

De hel is de plaats der eeuwige verdoemenis. Tegenover het eeuwige leven staat de eeuwige straf. 

Mt 25:46 En dezen zullen gaan in de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven. (TELOS)

Het vuur van de hel brandt eeuwig.

Mt 18:8 Als nu uw hand of uw voet u een aanleiding tot vallen is, hak die af en werp die van u; het is beter voor u verminkt of kreupel het leven in te gaan, dan met twee handen of twee voeten in het eeuwige vuur geworpen te worden. (TELOS)

Paralleltekst:

Mr 9:45 En als uw voet u een aanleiding tot vallen is, hak die af; het is beter voor u kreupel het leven in te gaan, dan met twee voeten in de hel geworpen te worden. (TELOS)

Mt 25:41 Dan zal Hij ook zeggen tot hen die aan zijn linkerhand zijn: Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen is bereid; (TELOS)

De Heer Jezus spreekt van een onuitblusbaar vuur, om de volstrekte eeuwigheid van de helse straffen aan te wijzen. Daartoe dienen ook de uitdrukkingen 'waar hun worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt'. 

Mr 9:45 En als uw voet u een aanleiding tot vallen is, hak die af; het is beter voor u kreupel het leven in te gaan, dan met twee voeten in de hel geworpen te worden. Mr 9:46 waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust. (TELOS)

De worm van de verdoemden zal niet sterven: hun innerlijke knaging (gewetenswroeging, zelfbeschuldiging, spijt) zal niet ophouden.

De poel vuur en zwavel is een plaats van onophoudelijke pijniging.

Opb 14:10 die zal ook drinken van de wijn van Gods grimmigheid, die ongemengd is ingeschonken in de drinkbeker van zijn toorn; en hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel ten aanschouwen van de heilige engelen en het Lam. Opb 14:11 En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid; en zij hebben dag en nacht geen rust, zij die het beest en zijn beeld aanbidden, en ieder die het merkteken van zijn naam ontvangt. (TELOS)

Opb 20:10 En de duivel die hen misleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel waar zowel het beest als de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid. (TELOS)

Verouderde betekenis

De verouderde betekenis van 'hel' is het graf, het dodenrijk, de onderwereld, vgl. Num. 16:30 in de Statenvertaling

Nu 16:33 En zij voeren neder, zij en alles wat hunner was, levend ter helle; en de aarde overdekte hen, en zij kwamen om uit het midden der gemeente. (SV)

De uitdrukking 'ter helle nedervaren' betekent daar niets anders dan in het graf neerdalen, vgl. de Herziene Statenvertaling:

Nu 16:33 En zij daalden levend af naar het graf, zij en alles wat van hen was. En de aarde overdekte hen, en zij waren verdwenen uit het midden van de gemeente. (HSV)

Herkomst van het woord

Het Nederlandse woord hel is in het Middelnederlands: helle, in het Gotisch: halja, Oudsaksisch: hellja, Oudhoogduits: hella, Oudnoors: hel, Nieuwhoogduits: hölle, Angelsaksisch: hell en Engels: hell.

In de Germaanse mythologie was Hel de naam van de doodsgodin. Door de invloed van het christendom werd de hel de verblijfplaats der gestorvenen, die de hemelse gelukzaligheid niet deelachtig konden worden.

Wat de herkomst van het vrouwelijke woord 'hel' betreft, wordt het in verband gebracht met helen, verbergen, zodat het 'verbergster' zou betekenen.

Overdrachtelijke betekenis

In overdrachtelijke zin is de hel een rampzalige toestand op aarde, het toppunt van ellende. In deze betekenis wordt 'hel' gebezigd in: een hel op aarde hebben; dit huis is voor hem een hel; die man en die vrouw bouwen een hel, maken elkaar het leven zeer onaangenaam.

Zegswijzen en spreekwoorden

Het is er zo duister als de hel, zeer donker.

Zo heet als de hel, zeer heet.

Iemand de hel heet stoken, hem bevreesd maken door een afschrikwekkende voorstelling van de straf, die hem wacht.

Spreekwoord: Ootmoed leidt tot de hemel, maar hovaardij brengt in de hel.

Een kind der hel, iemand die doortrapt slecht is, vgl. Matth. 23:15

Spreekwoord: de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens, zij die zich in 't verderf storten, hebben zich herhaaldelijk voorgenomen een beter leven te zullen leiden;

De hel is tegen hem losgebroken, eigenlijk: de duivels, die de hel bewonen, een groot aantal slechte mensen belagen hem

Werping in de hel in tijdsorde

Zoals hierboven gezegd, is er geen goede Bijbelse grond om aan te nemen dat er nu reeds gevallen engelen of slechte mensen in de hel zijn. Het lijkt erop dat pas na de wederkomst van de Heer op aarde mensen in de hel worden geworpen. Het eerst worden genoemd het Beest en de valse profeet.

Opb 19:20 En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet die de tekenen in diens tegenwoordigheid had gedaan, waardoor hij hen misleidde die het merkteken van het beest ontvingen en die zijn beeld aanbaden. Levend werden deze twee geworpen in de poel van vuur die van zwavel brandt. (TELOS)

Daarna de verdoemden onder de volken.

Mt 25:41 Dan zal Hij ook zeggen tot hen die aan zijn linkerhand zijn: Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen is bereid; (TELOS)

Na het duizendjarige vrederijk wordt de satan in de poel van vuur en zwavel geworpen (Opb. 20:10).

Opb 20:10 En de duivel die hen misleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel waar zowel het beest als de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid. (TELOS)

Tenslotte de dood en de hades en, bij het oordeel van de grote, witte troon, hen die niet geschreven staan in het boek van het leven.

Opb 20:14 En de dood en de hades werden geworpen in de poel van vuur. Dit is de tweede dood: de poel van vuur. Opb 20:15 En als iemand niet geschreven gevonden werd in het boek van het leven, werd hij geworpen in de poel van vuur. (TELOS)

De hel ontwijken

Uit de hel valt niet te ontkomen, de hel is echter wel te vermijden, te ontwijken. Wie zijn zonden aan God belijdt, zich daarvan afkeert en in de Heer Jezus gelooft als Degeen die voor de zonden stierf, komt niet in de hel. Hij gaat over in het Koninkrijk van God en ontvangt eeuwig leven. De hel is de plaats van de verdoemden, maar Jezus Christus nam, veroordeeld en genageld aan het kruis, de plaats in van een verdoemde, d.i. veroordeelde. Daar nam hij de straf op zich die ons rechtens toekwam, opdat ons geen straf, maar vrede zou overkomen.  

Jes 53:5 Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen. (HSV)

Jezus boette en stierf in onze plaats. Hij smaakte de Godverlatenheid van de hel, toen hij uitriep "Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?'. Hij werd door God verlaten, opdat wij, die door de zonde ver van God zijn, nabij God gebracht zouden worden. 

1Pe 3:18  Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen; ... (TELOS)

God woont in de hemel, de plaats van de gelukzaligheid. Het is de plaats waar mensen zullen wonen die door God zijn vrijgesproken, die gerechtvaardigd zijn, omdat ze zich hebben bekeerd en in de Zoon van God, de Heiland der wereld, hebben geloofd. 

Meer informatie

Zie Gehenna

Ger de Koning, De hel. Geluidsopname van een lezing in Menen (België) op 29-01-2010

Bronnen

R.K. Kuipers' Encyclopaedisch Woordenboek (Amsterdam: Elsevier, 1918) s.v. Hel. Hieruit is in mei 2012 tekst genomen.

A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Hell.

J. van Nuys Klinkenberg, Ger. Joh. Nahuys, De Bijbel door beknopte uitbreidingen, en ophelderdende aenmerkingen, verklaard. In 26 delen. Amsterdam: Johannes Allart, 1780-1794. Van het commentaar bij Marc. 9:44 (Statenvertaling) is tekst opgenomen en verwerkt op 12 juli 2014. 

Voetnoot

  1. H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1872) s.v. Vuur, zegt daarentegen dat het hellevuur licht noch warmte geeft, maar een donker, koud vuur is, zoals zout, ijskoude en koude koorts brandt.