Herodes Antipas

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Herodes Antipas (20 v. Chr - ca. 39 na Chr.) was de koning die Johannes de Doper liet onhoofden en in de lijdensgeschiedenis van de Heer Jezus optreedt. In de Bijbel heet hij Herodes de viervorst (bijvoorbeeld in Luk. 3:19). Hij bestuurde Galilea en Perea. Zie Matth. 14:1-10; Marc. 6:14-27; Luc. 3:1, 19-20; 9:7-9; 13:21; 23:6-12; Hand. 4:27; 13:1).

Familie van Herodes de Grote.jpg

Herodes Antipas was een zoon van Herodes de Grote en een van diens vrouwen, de Samaritaanse Malthake. Hij droeg de bijnaam Antipas.

Het gebied dat Herodes bestuurde wordt een viervorstendom genoemd. Hij wordt dan ook 'Herodes de viervorst' genoemd. 'Viervorst' is een titel.

Mt 14:1 In die tijd hoorde Herodes de viervorst het gerucht van Jezus (TELOS)

Hnd 13:1 Er waren nu in Antiochie, in de gemeente die daar was, profeten en leraars: Barnabas, Simeon, Niger geheten, Lucius van Cyrene, Manahen, de jeugdvriend van Herodes de viervorst, en Saulus. (TELOS)

Hij voerde het bewind van 4 voor Chr. tot 39 na Chr. Zijn viervorstendom omvatte Galilea en Perea (zie kaart).

Lu 3:1 In het vijftiende jaar nu van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus stadhouder was over Judea en Herodes viervorst over Galilea en zijn broer Filippus viervorst over Iturea en het land Trachonitus en Lysanias viervorst over Abilene (TELOS)

Galilea en Perea waren geografisch gescheiden gebieden. Daar de Heer Jezus afkomstig was uit Nazareth in Galilea, was Herodes zijn landsheer.

Herodes Antipas stichtte in 17 na Chr. aan het meer van Galilea de zuiver hellenistische stad Tiberias, vernoemd naar de Romeinse keizer Tiberius wiens regering in 14 na Chr. was begonnen.

Herodes deed boze dingen, die Johannes de Doper publiekelijk aan de kaak stelde.

Lu 3:19 toen echter Herodes de viervorst door hem aan de kaak werd gesteld inzake Herodias, de vrouw van zijn broer, en inzake alle boze dingen die Herodes had gedaan, (TELOS)

Eén van de boze stukken was het nemen van zijn schoonzus Heriodias tot vrouw. Zij was de vrouw van zijn broer Filippus I (zie schema hierboven).

Mr 6:17 Want Herodes had zelf knechten gezonden en Johannes gegrepen en hem gebonden in de gevangenis ter wille van Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, omdat hij met haar getrouwd was. (TELOS)

Herodes liet Johannes de Doper ombrengen.

Lu 9:9 Herodes nu zei: Johannes heb ik onthoofd...

Later hoorde hij van Jezus' optreden en tracht hem te zien.

Mt 14:1 In die tijd hoorde Herodes de viervorst het gerucht van Jezus (TELOS)

Mr 6:14   En koning Herodes hoorde het, want zijn naam was openbaar geworden; en zij zeiden: Johannes de doper is uit de doden opgewekt en daarom werken die krachten in Hem. (TELOS)

Het gebied van Herodes Antipas is paars gekleurd.

Lu 9:7 Herodes de viervorst nu hoorde alles wat er gebeurde; en hij was in verlegenheid, omdat door sommigen werd gezegd dat Johannes uit de doden was opgewekt, Lu 9:8 en door sommigen dat Elia was verschenen, en door anderen dat een profeet, een van de ouden, was opgestaan. Lu 9:9 Herodes nu zei: Johannes heb ik onthoofd, maar Wie is Deze van Wie ik zulke dingen hoor? En hij trachtte Hem te zien. (TELOS)

De Heer Jezus werd gewaarschuwd.

Lu 13:31  Op dezelfde dag kwamen er enige farizeeen, die tot Hem zeiden: Vertrek en ga weg van hier, want Herodes wil U doden. Lu 13:32  En Hij zei tot hen: Gaat heen en zegt tot die vos: Zie, Ik drijf demonen uit en volbreng genezingen, vandaag en morgen, en op de derde dag kom Ik aan het einde. Lu 13:33  Ik moet evenwel vandaag en morgen en de volgende dag voortgaan, want het gaat niet aan, dat een profeet omkomt buiten Jeruzalem. (TELOS)

De Heer Jezus duidde Herodes aan met "die vos". Deze uitdrukking tekent de sluwheid van de viervorst en tegelijk het onbetekenende van de man[1].

Nadat Pilatus de beschuldigingen tegen Jezus gehoord had en hem onschuldig achtte, zond hij de Galileeër naar Herodes Antipas. Pilatus en Herodes waren elkaar vijandig gezind. Herodes verlangde echter Jezus te zien.

Lu 23:7 En toen hij vernam dat Hij uit het gezagsgebied van Herodes was, zond hij Hem naar Herodes, die ook zelf in die dagen in Jeruzalem was. Lu 23:8 Toen nu Herodes Jezus zag, was hij zeer verblijd, want hij wilde sinds geruime tijd Hem zien, omdat hij van Hem gehoord had, en hij hoopte een of ander teken door Hem te zien gebeuren. Lu 23:9 Hij nu ondervroeg Hem met talloze woorden, maar Hij antwoordde hem niets. Lu 23:10 De overpriesters en de schriftgeleerden nu stonden Hem heftig te beschuldigen. Lu 23:11 Nadat nu ook Herodes met zijn soldaten Hem verachtelijk had behandeld en bespot, deed hij Hem een prachtig kleed om en zond Hem terug naar Pilatus. Lu 23:12 Herodes en Pilatus nu werden op diezelfde dag vrienden met elkaar, want zij leefden tevoren in vijandschap jegens elkaar. (TELOS)

Daarna zond Herodes Jezus terug naar Pilatus. Ook hij had geen schuld in Jezus gevonden. Pilatus zei tegen de Joden:

Lu 23:14 U hebt deze mens bij mij gebracht als Iemand die het volk afvallig maakt; en zie, ik heb Hem in uw bijzijn verhoord en heb in deze mens geen schuld gevonden aan datgene waarvan u Hem beschuldigt. Lu 23:15 Ja, ook Herodes niet; want hij heeft Hem naar ons teruggezonden, en zie, er is niets door Hem gedaan dat de dood waard is. (TELOS)

Tijdbalk: van Augustus tot Vespasianus
JeruzalemVespasianusVitelliusOthoGalbaGessius FlorusLucceius AlbinusPorcius FestusNeroFelix (stadhouder)Ventidius CumanusHerodes Agrippa IITiberius Julius AlexanderCuspius FadusHerodes Agrippa IClaudiusMarullusCaligulaMarcellusPontius PilatusKajafasValerius GratusTiberiusAnnius RufusMarcus AmbiviusCoponiusAnnasArchelaüsFilippus (viervorst)Herodes AntipasJezus ChristusJohannes de DoperHerodes de GroteAugustus

Voetnoot

  1. Leidraad 1998, commentaar van de Internationale Bijbelbond.