Herodias

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Herodias was de vrouw van Herodes Antipas, bestuurder van Galilea en Perea. Zij liet haar dochter Salome om het hoofd van Johannes de Doper vragen. Zie Matth. 14:3-12; Marc. 6:17-28; Luc. 3:19.

'Herodias', schilderij van Paul Delaroche

Herodias was de dochter van Aristobulus IV, de zoon van Herodes de Grote.

 
 
Alexander
van Judea
 
Alexandra
de Maccabese
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Herodes
de Grote
 
Mariamne I
gest. 29 vC
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Aristobulus IV
gest. 7 vC
 
Berenice
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Herodes
Agrippa I
 
Filippus
 
Herodias
 
Herodes
Antipas
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Salome
 

Naar de wens van haar grootvader (Herodes de Grote) met haar oom Filippus gehuwd, bij wie zijn een dochter Salome kreeg, verliet zij haar echtgenoot, om zich in overspel te verbinden met zijn stiefbroer Herodes Antipas, en deelde met hem in later dagen de ongenade van de keizer en de ballingschap. Deze berichten zijn bij Flavius Josephus ons bewaard gebleven[1].

Herodias is medeplichtig aan de moord op Johannes de Doper. Toen deze onverschrokken boetgezant Herodes Antipas ernstig bestraft had over zijn wangedrag, wist zij te bewerken, dat hij in de gevangenis geworpen werd (Matth. 14: 3-5; Mark. 6: 17-18; Luk. 3: 19-20), legde het daarna, zijn invloed op Herodes Antipas vrezend, toe op zijn dood (Mark. 6:19-20), en nam eindelijk, tot bereiking van haar oogmerk, de eed te baat, die Herodes, op de feestdag van zijn geboorte, aan haar dochter en zijn stiefdochter en nicht Salome lichtvaardig gezworen had, om haar elk verzoek in te willigen (Matth. 14:6-11; Mark. 6. 21-28). Zo koelde zij haar wraakzucht, maakte haar dochter medeplichtig aan haar misdrijf, en laadde een vreselijke moord op het geweten van Herodes (vgl. Matth. 14:1-2; Mark. 6:14-16). 

Dat zij ook nog tegen het lijk van de Profeet gewoed zou hebben, zoals latere berichtgevers willen, blijkt uit de Evangeliën niet (vgl. Matth. 14:12; Mark. 6:29).

Bron

W. Moll, P.J. Veth, F.J. Domela Nieuwenhuis e.a., Bijbelsch woordenboek voor het christelijk gezin. Eerste deel A – H. Amsterdam: P.N. van Kampen, 1852. Uit het lemma Herodias is op 20 feb. 2013 tekst genomen en verwerkt.

Voetnoot