Hesbon

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ligging van Hesbon, in het Overjordaanse, ten oosten van Jericho

Hesbon (= List) was een Amorietische koningsstad. Toen Israël er kwam, was het de residentie van Sihon, de koning der Amorieten (Num. 21 : 26. Deut. 2: 24. Joz. 12 : 2).

De naam Hesbon betekent list.

De stad werd door de Israëlieten aan de Amorieten ontnomen en door Ruben opnieuw opgebouwd (Num. 32 : 37. Joz. 13: 17).

Nu 21:25  Zo nam Israël al deze steden in, en Israël woonde in al de steden van de Amorieten, in Hesbon en in al de bijbehorende plaatsen. Nu 21:26  Want Hesbon was de hoofdstad van Sihon, de koning van de Amorieten. Hij had de strijd aangebonden met de vorige koning van Moab en had al zijn land uit zijn hand genomen, tot aan de Arnon. (HSV)

Later werd zij door Gad aan de Levieten gegeven (Joz. 21: 39. 1 Kron. 6 : 81); naar Jes. 15: 4; 16: 9 en Jer. 48:2 45, weer in de handen van de Moabieten gekomen, en later volgens Josephus weer aan de Joden behorend.

Eusebius en Hiëronymus vermelden het, onder de naam Esbus, als een uitnemende stad op een berg tegenover Jericho.

Hier zijn, op een hoogte, waarvan men 12 uren gaans ver naar alle zijden kan been zien, door latere reizigers prachtige ruïnes gevonden, die 1/2 uur gaans in omvang hebben.

Niet ver hiervan verwijderd ligt een grote ommuurde vijver, 130 schreden lang, 100 breed en 15 voet diep. Deze was zeker een van die vijvers van Hesbon, die weleer in de zonneschijn als heldere ogen schitterden, wanneer men ze van Jeruzalem af aanschouwde, zodat daarmee in Hoogl. 7: 4 de ogen van de bruid vergeleken worden.

Hoo 7:4  ... uw ogen zijn als de vijvers te Hesbon, bij de poort van Bath-rabbim; ... . (SV)

Karl August Dächsel meldde: "Ook de nieuwere reizigers maken nog melding van minstens een grote vijver te Hesbon, ten zuiden van de op een hoogte gelegen stad, in een Wadi gelegen en uit heerlijke bouwwerken bestaand. Oorspronkelijk mogen het wel twee meren geweest zijn, dicht bij elkaar gelegen en zich door de helderheid van hun wateren en de schoonheid van hun oevers onderscheidend, en die zo een treffend beeld voor mooie ogen opleveren."[1]

Er waren daar blijkbaar bij de poort Bath-rabbim twee vijvers, wat bij stadspoorten vaak het geval was.[2]De naam van de poort betekent Dochter van menigten, wellicht zo genoemd om haar grootte en doortocht.

Het water stroomde zonder twijfel door de hier aanvangende Wadi Hesbon of Hesban in de Jordaan, even voor dat zij in de Dode Zee valt.

Bron

H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Eerste deel A - J. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1867) s.v. Hesbon. Tekst hiervan is onder wijziging verwerkt op 16 aug. 2019.

Voetnoten

  1. H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Eerste deel A - J. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1867) s.v. Hesbon. De aangehaalde tekst is voor Christipedia qua spelling gemoderniseerd.
  2. Dr. ir. J. de Graaf e.a. (red.), Tekst voor Tekst; de Heilige Schrift kort verklaard en toegelicht (Boekencentrum, 1987), commentaar bij Hoogl. 7:4.