Hilkia

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hilkia (= "Mijn deel is Jah") of Chilkia[1] heten verschillende mannen in het Oude Testament. De bekendste is de hogepriester onder de regering van koning Josia.

De Hebreeuwse naam is חלקיה, Chilqiyah, of חלקיהו, Chilqiyahoe, en betekent "Mijn deel is Jah". Het Strongnummer is 02518. De eigennaam komt 34x voor in het Oude Testament en verwijst naar:

1. de vader van Eljakim, de vrome hofmeester van Hizkia (2 Kon. 18);

2. de vader van de profeet Jeremia; hij was een priester van Anatot (Jer. 1:1).

3. onderscheidene Levieten;

4. hogepriester, zoon van Sallum of Mesullam. Hij was hogepriester onder de regering van de koning Josia. Bij een herstelling van de tempel vond hij het wetboek, liet het ook Saphan, de schrijver van de koning, lezen, die Josia met zijn inhoud bekend maakte. De koning was door de lezing van dit boek, waarin de vervloekingen tegen de afgodendienaars opgetekend waren, dermate getroffen, dat hij Hilkia, Saphan en anderen naar de profetes Hulda zond, om de Heer te raadplegen. Ondersteund door de vrome Hilkia begon toen Josia zijn hervormingswerk, dat tot zegen voor Juda was (2 Kon. 22 en 23; 2 Kron. 34). Hilkia had twee zonen, voor zover zij ons althans bekend zijn, Azaria en Gemarja, van wie de eerste hem als hogepriester opvolgde, de andere een gezant was van de koning Zedekia.

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Hilkia' is op 3 jan. 2018 verwerkt.

Hebreeuws-Nederlands Lexicon; op basis van Strong-coderingen. Onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia. Het is gebaseerd op het Engelstalige Online Bible Hebrew-Englisch Lexicon van Larry Pierce. 

Voetnoot

  1. De naam 'Chilkia' wordt gebruikt in de NBG51-vertaling en in de Nieuwe Bijbelvertaling (2004).