Hoogmoed

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoogmoed heeft twee elementen van gevoel of dunk: het verbindt een gevoel of een dunk van eigen grootheid met een gevoel of dunk van minderheid van anderen. De hoogmoedige acht zichzelf groot en tegelijk hoger of meerder dan anderen.

De apostel Paulus noemt hoogmoedigen tezamen met grootsprekers.

2Ti 3:1 Maar weet dit, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen zijn; 2Ti 3:2 want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedigen, lasteraars, de ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, (TELOS)

Ro 1:28 En daar het hun niet goeddacht God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verkeerd denken, om dingen te doen die niet betamen; (...) Ro 1:30 kwaadsprekers, lasteraars, Godhaters, smaders, hoogmoedigen, grootsprekers, uitvinders van boze dingen, de ouders ongehoorzaam, (TELOS)

Verwante begrippen. Met hoogmoed verwant zijn hovaardij, inbeelding en trots. Het gaat bij alle om een gevoel van werkelijke of vermeende eigenwaarde. 

Trots is het gevoel van eigen waarde, dat degene bezit die fierheid heeft. Dikwijls wordt trots gebruikt voor een gevoel van eigenwaarde dat ongegrond is. 

Inbeelding is trots op eigenschappen of voorrechten, die men niet heeft, of in mindere mate heeft dan men zich voorstelt. 

Hoogmoed staat tegenover deemoed of nederigheid; het verbindt als gezegd met een gevoel of een dunk van eigen grootheid dien van minderheid van anderen. 

Jak 4:6 Hij geeft echter grotere genade. Daarom zegt Hij: ‘God weerstaat hoogmoedigen, maar nederigen geeft Hij genade’ (TELOS)

1Pe 5:5 Evenzo u jongeren, weest aan de oudsten onderdanig. En weest allen tegenover elkaar met nederigheid omgord; want ‘God weerstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade’. (TELOS)

Hovaardij is vertoon van hoogmoed.

De hoogmoedige Farizeeër zag neer op de tollenaar.

Voorbeeld. In Jezus' les en gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar acht de Farizeeër zichzelf rechtvaardiger dan de aanwezige tollenaar en de overige mensen. De eerste verhoogde zichzelf, de tollenaar vernederde zichzelf.

Lu 18:9 Hij nu zei ook tot sommigen die van zichzelf vertrouwden dat zij rechtvaardig waren en de overigen verachtten, deze gelijkenis: Lu 18:10 Twee mensen gingen op naar de tempel om te bidden, de een een farizeeer en de ander een tollenaar. Lu 18:11 De farizeeer ging daar staan en bad dit bij zichzelf: O God, ik dank U, dat ik niet ben zoals de overige mensen: rovers, onrechtvaardigen, overspelers, of ook als deze tollenaar. Lu 18:12 Ik vast tweemaal in de week, ik geef tienden van al mijn inkomsten. Lu 18:13 De tollenaar echter bleef op een afstand staan en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel, maar sloeg zich op de borst en zei: O God, wees mij, de zondaar, genadig! Lu 18:14 Ik zeg u: deze ging gerechtvaardigd terug naar zijn huis, in tegenstelling met de ander; want ieder die zichzelf verhoogt, zal worden vernederd, maar wie zichzelf vernedert, zal worden verhoogd. (TELOS)

Verkeerd. Hoogmoed is verkeerd denken.

Ro 1:28 En daar het hun niet goeddacht God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verkeerd denken, om dingen te doen die niet betamen; (...) Ro 1:30 kwaadsprekers, lasteraars, Godhaters, smaders, hoogmoedigen, grootsprekers, uitvinders van boze dingen, de ouders ongehoorzaam, (TELOS)

Jak 4:16 Nu roemt u echter in uw hoogmoedigheden; al zulk roemen is boos. (TELOS)

Onrein. Hoogmoed die vertoond wordt (hovaardij), komt voort uit het hart en verontreinigt de mens.

Mr 7:21 Want van binnen uit het hart van de mensen gaan naar buiten de kwade overleggingen, hoererijen, Mr 7:22 diefstallen, moorden, overspel, hebzucht, boosheden, bedrog, losbandigheid, een boos oog, lastering, hoogmoed, onverstand; Mr 7:23 al deze boze dingen komen van binnen uit voort en verontreinigen de mens. (TELOS)

1Jo 2:16 Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. (TELOS)

Gods reactie. Maria zong dat God hoogmoedigen in de overlegging van hun hart heeft verstrooid.

Lu 1:51 Hij heeft een krachtig werk gedaan door zijn arm; Hij heeft hoogmoedigen in de overlegging van hun hart verstrooid; (TELOS)

God weerstaat hoogmoedigen.

Jak 4:6 Hij geeft echter grotere genade. Daarom zegt Hij: ‘God weerstaat hoogmoedigen, maar nederigen geeft Hij genade’ (TELOS)

1Pe 5:5 Evenzo u jongeren, weest aan de oudsten onderdanig. En weest allen tegenover elkaar met nederigheid omgord; want ‘God weerstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade’. (TELOS)

Laatste dagen. Hoogmoed maakt deel uit van de mentaliteit van de laatste dagen.

2Ti 3:1 Maar weet dit, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen zijn; 2Ti 3:2 want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedigen, lasteraars, de ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, (TELOS)

Remedie. De remedie tegen hoogmoed is zelfkennis (besef van eigen nietigheid, beperktheid), Godskennis (besef dat alle goede gaven van Hem komen), leiding door de Geest (die ons bewust maakt van verkeerde gezindheid en een nieuwe gezindheid in ons werkt), anderen hoger waarderen, anders denken over grootheid, nederigheid (deemoed of ootmoed, het tegendeel van hoogmoed).

Lu 17:10 Zo ook u, wanneer u alles hebt gedaan wat u is bevolen, zegt dan: Wij zijn nutteloze slaven; wat wij behoorden te doen, hebben wij gedaan. (TELOS)

Flp 2:3 Doet niets uit partijzucht of uit ijdele roem, maar laat elk in nederigheid de ander uitnemender achten dan zichzelf; (TELOS)

Mr 10:44 maar wie onder u groot wil worden, zal uw dienstknecht zijn, en wie onder u de eerste wil zijn, zal slaaf van allen zijn. (TELOS)

Col 3:12 Doet dan aan als uitverkorenen van God, heiligen en geliefden: innige ontferming, goedertierenheid, nederigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid, (TELOS)

Toegepast op hoogmoed op het stuk van wijsheid:

1Co 3:18 Laat niemand zichzelf bedriegen. Als iemand onder u meent wijs te zijn in deze eeuw, laat hij dwaas worden, opdat hij wijs wordt. 1Co 3:19 Want de wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor God. Want er staat geschreven’: Die de wijzen vangt in hun sluwheid’; 1Co 3:20 en eveneens: ‘De Heer kent de overleggingen van de wijzen, dat zij inhoudsloos zijn’. (TELOS)

Bron

Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908) s.v. "Hoogmoed - hovaardij - inbeelding- trots".