Hosea (profeet)

Uit Christipedia
(Doorverwezen vanaf Hosea)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hosea was een profeet in de laatste decennia van het tienstammenrijk van Israël (8e eeuw v. Chr.), hij schreef het naar hem genoemde boek Hosea, waarin hij de afgodische onttrouw van Israël aan de kaak stelt.

Zie Hosea (Bijbelboek) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Hosea, zich gedacht en geschilderd door James Tissot (1836-1902)

Hij was de zoon van Beëri. Zijn naam betekent ‘hulp, redding’ van het werkwoord Jasoa (in hiphil), ‘helpen, redden, verlossen’[1]. De eigennaam is verwant met die van Jozua en daarmee met die van Jezus.

Hosea was profeet in het tienstammenrijk Israël in de achtste eeuw voor Christus.

Hos 1:1  Het woord des HEEREN, dat geschied is tot Hoséa, den zoon van Beeri, in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz, Hizkia, koningen van Juda, en in de dagen van Jerobeam, zoon van Joas, koning van Israël. (SV)

De dagen van de Judese koningen Uzzia tot en Hizkia waren de jaren 787 - 697 v.Chr. De dagen van de heerschappij van Jeroebeam II waren 787 - 747 v.Chr. Hosea profeteerde tussen ca. 750 en 715 voor Christus, gedurende de laatste decennia van het rijk Israël, dat in 722 v.C. ten onder ging.

Hosea was een tijdgenoot van de profeten Amos, Jesaja en Micha. Hij profeteerde in dezelfde tijd waarin Jesaja in Juda profeteerde (2 Kon. 15; 2 Kron. 26-29). Hosea’s boodschappen waren voornamelijk op de Israëlieten in het noordelijk rijk der tien stammen gericht.

Hosea begon te profeteren tijdens de regering van koning Jerobeam II (ca. 787-747 v.C.). In die tijd beleefde het 10-stammenrijk economisch gezien een gouden eeuw. Maar geestelijk gezien ging het snel bergafwaarts en verviel het volk massaal tot afgoderij. Gevolg: uitbuiting, corruptie en geweld. Hoewel hij een groot deel van zijn leven in Samaria doorbracht, zijn er aanwijzingen in zijn boek dat hij zijn laatste jaren in Judea leefde.

Opvallend voor de persoon Hosea is zijn trieste huiselijke situatie. Zijn vrouw heette Gomer, zij hadden twee zonen en een dochter. Zijn vrouw was hem ontrouw en God gebruikte deze situatie om Israël te wijzen op zijn ontrouw aan God.

Meer weten

Over zijn boek, zie Hosea (Bijbelboek).

Bron

S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen, naar hunne eerste spelling en oorspronkelijke uitspraak met eene korte beschrijving de personen, landen en plaatsen, in het Oude Testament voorkomende, en voor het grootste gedeelte ook etymologisch behandeld. (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Hosea. Hieruit is op 27 sept. 2013 tekst genomen en verwerkt. Van Ronkel was destijds hoofdonderwijzer aan een Joodse school en beëdigd vertaler.

Voetnoot

  1. S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen, naar hunne eerste spelling en oorspronkelijke uitspraak met eene korte beschrijving de personen, landen en plaatsen, in het Oude Testament voorkomende, en voor het grootste gedeelte ook etymologisch behandeld. (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Hosea.