IJdelheid

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Ijdelheid is een woord met de volgende betekenissen[1]:

'Vanitas stilleven' door N.L. Peschier. 'Vanitas' is Latijn voor 'ijdelheid'.

1. vergankelijkheid. De schepping is aan de ijdelheid, dat is aan de vergankelijkheid, onderworpen.

Ro 8:20 Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het [der] [ijdelheid] onderworpen heeft;

2. nietige zaak of nietig ding. Synoniem: nietigheid. 'De ijdelheden van deze wereld'. De Prediker merkte de nietigheid en vluchtigheid van de menselijke zaken op en zei:

Pred. 1:2 Ijdelheid der ijdelheden! Alles is ijdelheid! (NBG51)

3. de zucht om door anderen bewonderd en geprezen te worden. Synoniem: pronkzucht. 'De mannelijke ijdelheid'.

4. te hoge dunk van eigen voortreffelijkheid. Synoniemen: zelfingenomenheid, verwaandheid. 'Zijn ijdelheid kent geen grenzen'.

Hebreeuwse woord. Er zijn drie Hebreeuwse woorden die in de Statenvertaling door 'ijdelheid' zijn overgezet. De belangrijkste is הבל, hebel of habel. Het betekent[2] 1) als zelfstandig naamwoord: damp, adem, fig. ijdelheid; 2) als bijwoord: ijdel. Het woord komt 70x voor in het Oude Testament. Het Strongnummer is 01892. De Engelse King James vertaling heeft 61x 'vanity'. Het Hebreeuwse woord komt van het werkwoord הבל habal = ijdel handelen, ijdel (nutteloos) zijn, vruchteloos zijn. Het komt 5x voor in het Oude Testament.

Voetnoten

  1. Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000.
  2. Hebreeuws-Nederlands Lexicon; op basis van Strong-coderingen. Onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia. Het is gebaseerd op het Engelstalige Online Bible Hebrew-Englisch Lexicon van Larry Pierce.