Jaddúa

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jaddúa is de naam van twee personen in de Bijbel:

1. een van de volkshoofden ten tijde van Nehemia;

Geslachtslijn
Aäron, hogepriester
 
 
 
 
...
 
 
 
 
Jozadak, hogepriester
 
 
 
 
Jozua, hogepriester
 
 
 
 
Jojakim, hogepriester
 
 
 
 
Eljasib, hogepriester
 
 
 
 
Jojada, hogepriester
 
 
 
 
Jonathan
 
 
 
 
Jaddúa, hogepriester
ca. 334 vC
 
 
 
 
Onias I, hogepriester
ca. 300 vC
 
 
 
 
Simon I, hogepriester
gest. 270 vC
 
 
 
 
Onias II, hogepriester
2e helft 3e eeuw vC.
 
 
 
 
Simon II, hogepriester
ca. 219-190 vC

2. een hogepriester te Jeruzalem ten tijde van Alexander de Grote ca. 334 vóór Christus. Hij was een zoon van Jonathan (zie stamboom).

Volgens de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus trok Alexander, omdat de Joden tijdens de belegering van Tyrus zijn leger niet van levensmiddelen hadden willen voorzien, na de val van deze stad ook tegen Jeruzalem op. Maar Jaddua, na eerst de straten en huizen met bloemen te hebben doen versieren, ging vergezeld door de overige priesters, in zijn hogepriesterlijk gewaad plechtig uitgedost, de veroveraar tegemoet. Door deze hulde getroffen, liet Alexander zijn vijandige oogmerken varen, begaf zich naar de tempel, offerde aan Jahweh en betoonde het Joodse volk op alle wijzen zijn gunst. Ook zou Jaddua hem in de Godspraken van Daniël de voorspelling van zijn overwinningen hebben aangewezen. Dat dit verhaal met de waarheid overeenkomstig zou zijn, wordt betwijfeld.

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Jaddua' is op 25 nov. 2016 verwerkt.