Jakobus (naam en verwijzing)

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jakobus (= 'Hielenlichter') is de naam van vier verschillende mannen in het Nieuwe Testament.

Naam. De naam in de Griekse grondtekst van het Nieuwe Testament is Ιακωβος, Iakobos (klemtoon op de eerste lettergreep), de Griekse vorm van Jakob. De naam betekent "hielenlichter", omdat Jakob bij zijn geboorte de hiel van zijn tweelingbroer Ezau vasthield ("lichtte"). De eigennaam wordt 42x genoemd in het Nieuwe Testament. Het Strongnummer is 2385.

Naamdragers. De volgende personen in het Nieuwe Testament heten Jakobus:

1. Jakobus, de zoon van Zebedeüs. Een apostel en broer van de apostel Johannes. Hij stierf al heel jong als martelaar, gedood door Herodes Agrippa I (Hand. 12:2.). Hij wordt Jakobus de oudere genoemd, ter onderscheiding van zijn andere naamgenoten.

2. Jakobus, de zoon van Alfeüs. Een apostel van Jezus over wie verder weinig bekend is. Hij wordt Jacobus de jongere genoemd, ter onderscheiding van Jacobus de broer van Johannes.

3. Jakobus, de halfbroer van de Heer Jezus. Aanvankelijk stelde hij zich te weer tegen Jezus en zijn leer. Na zijn opstanding verscheen Jezus aan hem (1 Kor. 15:7) en sindsdien maakte hij deel uit van de discipelenkring. (Hand. 1:14.) Hij werd een vooraanstaand leider van de christengemeente te Jeruzalem. Dit mag ook blijken uit de woorden van Petrus na zijn verlossing uit de gevangenis:

Hnd 12:17 Hij echter wenkte hun met de hand dat zij moesten zwijgen en vertelde hun hoe de Heer hem uit de gevangenis had geleid; en hij zei: Bericht dit aan Jakobus en de broeders. En hij ging naar buiten en reisde naar een andere plaats. (TELOS)

Hij schreef een brief die in het Nieuwe Testament is opgenomen: de brief van Jakobus. Volgens verslagen van Flavius Josefus, zou hij in 62 na Christus als martelaar zijn gestorven.

4. Jakobus, de vader van de apostel Judas. Over hem is verder niets bekend.

Bron

Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.