Jaspis

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jaspis (Eng. jasper) is een edelsteen uit de groep chalcedon en daarmee een kwarts mineraal. Jaspis wordt in verschillende kleuren gevonden, waaronder groen, rood en geel. De steen is niet egaal van kleur maar word gekenmerkt door stippen of zelfs strepen. De jaspis bedoeld in de Bijbel heeft hoogstwaarschijnlijk de kleur groen[1].

Jaspis, geslepen zetstukje

Naam. De naam jaspis is via het Latijn (iaspis) en het Grieks (ιασπις, íaspis) ontleend aan een Semitische taal en betekent "gevlekte of gespikkelde steen"[2].

Jaspissteen

Kostbaar. Jaspis is een kostbare steen. Voor een geslepen zetstuk (gebruikt in sierraden) van 17 bij 14 mm word al snel meer dan 15 euro betaald. Complete muren van Jaspis, zoals het Nieuwe Jeruzalem heeft (zie Openbaring) zijn dan ook voor mensen onbetaalbaar.

Zacht. Japsis is een relatief zachte mineraalsoort, ongeveer 15 keer zachter dan diamant (hardheid[3] van ongeveer 6.5 á 7) en kan dan ook prima geslepen en gepolijst worden[4].

Vindplaatsen. De belangrijkste vindplaatsen van jaspis zijn India (Dekkanplateau) en Mexico (gele), Duitsland (rode) en Afrika, Australië, Brazilië, Egypte, Frankrijk en de VS (overige kleuren).[2]

Jaspis in de Bijbel

De steen Jaspis komt zowel in het oude als in het nieuwe testament voor. Helaas kloppen de namen van edelstenen in de oudheid niet altijd met de tegenwoordig gebruikte namen. Thans verwijst 'jaspis' naar een ondoorzichtige en niet bijzonder kostbare edelsteen, terwijl er in de oudheid een kostbare steen mee bedoeld werd (Opb. 21.11). Of met 'jaspis' in de Bijbel diamant wordt bedoeld, is niet zeker.[5]

In Exodus 28 en 39 word Jaspis genoemd als de derde steen in de vierde rij op de borstlap van hogepriester.

Gods aanzien. In Openbaring 4:3 zag Johannes dat Degene die op de Troon zat "was van aanzien een jaspis- en sardiussteen gelijk". Sardius is rood.

Hemels Jeruzalem. In Openbaring 21 word Jaspis gebruikt om te schoonheid van het Nieuwe Jeruzalem te schetsen. Het uiterlijk van de stad, die de heerlijkheid van God heeft, is gelijk aan een kristalheldere jaspis (vers 11). Haar muren zijn gemaakt van jaspis (vers 18), en het eerste van de twaalf fundamenten van de muur is versierd met jaspis (vers 19).

Haar lichtglans is 'als een kristalheldere jaspissteen'.

Opb. 21:10 En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en toonde mij de heilige stad, Jeruzalem, die uit de hemel neerdaalde van God Opb. 21:11 en de heerlijkheid van God had. Haar lichtglans was aan zeer kostbaar gesteente gelijk, als een kristalheldere jaspissteen. (TELOS)

John Gill wijst op twee bijzondere Jaspissoorten die overeenkomen met een ''kristalheldere jaspissteen':

  1. Aerizusa, die aan lucht gelijk is[6];
  2. Crystallizusa[7], helder als kristal. Plinius spreekt[8] van een witte 'jasper' 'genaamd 'Astrios', 'die volgens hem bijna kristal is en die gevonden wordt in India, en op de kusten van Pallene[9].

De bouwstof van de muur is jaspis en de stad was zuiver goud.

Opb. 21:18 En de bouwstof van haar muur was jaspis; en de stad was zuiver goud, aan zuiver glas gelijk. (TELOS)

Gele jaspis

Voetnoten

  1. Aldus het Nederlands Bijbelgenootschap en de Katholieke Bijbelstichting in de verklaring van 'Jaspis' in de woordenlijst bij Groot Nieuws voor u; geillustreerde uitgave van het Nieuwe Testament in de omgangstaal. Haarlem, Boxtel: 1985, 6e druk, 2e oplage.
  2. 2,0 2,1 Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Jaspis
  3. Hardheidsschaal van Mohs, zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Hardheidsschaal_van_Mohs
  4. Zie http://www.silver-stones.nl/cabochons_verkoop_jaspis.html
  5. Dr. ir. J. de Graaf e.a. (red.), Tekst voor Tekst; de Heilige Schrift kort verklaard en toegelicht (Boekencentrum, 1987), commentaar bij Opb. 4:3.
  6. John Gill's Expositor, commentaar bij Opb. 21:11, verwijst naar Ruaeus de Gemmis, l. 2. c. 1.
  7. John Gill's Expositor, commentaar bij Opb. 21:11, verwijst naar Dioscorides, l. 5. c. 160.
  8. John Gill's Expositor, commentaar bij Opb. 21:11, verwijst naar Plinius' werk Nat. Hist. l. 37. c. 9.
  9. Dat is het schiereiland Kassandra.