Jebus

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jebus of Jevoes[1] is een oude naam van Jeruzalem. De inwoners heetten Jebusieten. יבוס

Het Hebreeuws woord is יבוס. De plaatsnaam Jebus betekent 'dorsvloer'[2] of 'neergetreden plaats'[3], van een werkwoord dat 'treden, vertreden' betekent. De stad wordt 4x in de Bijbel genoemd. Het Strongnummer van het woord is 02982.

De eerste keer wordt Jebus genoemd in Richt. 19:10.

Ri 19:10 De man wilde echter niet blijven overnachten, maar stond op en ging weg. En hij kwam tot bij Jebus (dat is Jeruzalem) met het span gezadelde ezels. Zijn bijvrouw was ook bij hem. Ri 19:11 Toen zij bij Jebus waren, was de dag al ver gevorderd. En de knecht zei tegen zijn heer: Trek toch verder, en laten wij naar deze stad van de Jebusieten uitwijken en daar overnachten. (HSV)

De laatste keren wordt Jebus genoemd in 1 Kron. 11.

1Kr 11:4 David trok met heel Israël op naar Jeruzalem, dat is Jebus, want daar waren de Jebusieten, de inwoners van dat land. 1Kr 11:5 Toen zeiden de inwoners van Jebus tegen David: U komt hier niet binnen! David nam echter de vesting Sion, dat is de stad van David, in. (HSV)

Jeruzalem droeg de naam Jebus als de hoofdstad van de Kanaänitische volksstam der Jebusieten, (Gen. 10: 15, 16). Ofschoon haar koning, Adonizedek, door Jozua gevangen en en gedood werd, kon hij evenwel Jebus niet bemachtigen (Joz. 10: 1-12).

De stam Judas ontrukte de Jebusieten de benedenstad; doch de bovenstad, de sterk bevestigde burcht Sion moest hij in de macht van de Jebusieten laten, zodat Israëlieten en Jebusieten tegelijkertijd deze stad bewoonden (Richt. 1:8)

David ontnam hun naderhand ook de bovenstad, en verplaatste de zetel van zijn regering van Hebron naar Jeruzalem, 2 Sam. 5: 2-9.

Bron

S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen, naar hunne eerste spelling en oorspronkelijke uitspraak met eene korte beschrijving de personen, landen en plaatsen, in het Oude Testament voorkomende, en voor het grootste gedeelte ook etymologisch behandeld. (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Jebus. Hieruit is op 12 aug. 2016 tekst genomen en verwerkt.

Voetnoot

  1. De Naardense Bijbelvertaling heeft 'Jevoes', door letterlijke overschrijving uit het Hebreeuws.
  2. Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
  3. S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen, naar hunne eerste spelling en oorspronkelijke uitspraak met eene korte beschrijving de personen, landen en plaatsen, in het Oude Testament voorkomende, en voor het grootste gedeelte ook etymologisch behandeld. (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Jebus. Van Ronkel was destijds hoofdonderwijzer aan een Joodse school en beëdigd vertaler.