Hizkia

Uit Christipedia
(Doorverwezen vanaf Jehizkia)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hizkía of Jehizkía of Jechizkía was een zeer goede koning van het koninkrijk Juda (2-stammenrijk) in het laatste kwart van de 8e eeuw v. Chr. (725-697 v.Chr). Hij bestreed de afgoderij en herstelde de ware godsdienst. Tijdens zijn bewind werden de Assyriërs, die Jeruzalem hadden belegerd, door Gods ingrijpen vernietigend verslagen.  

We lezen over hem in 2 Koningen 18-20; 2 Kronieken 29-32; Jes. 36-39; Jer 26:18-19; Hos. 1:1; Mich. 1:1.

De naam Hizkia (Eng. Hezekiah) betekent ‘versterkt door Jahweh’.

Hij was de zoon van Achaz, koning van Juda, en Abia (of Abi).

Koningshuis van David
David
 
Bathseba
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Salomo
 
Naäma
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Rehabeam
 
Maächa
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Abia(m)
 
Maächa
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Asa
 
Azuba
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Josafat
 
?
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Joram
 
Athalia
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ahazia
 
Zibja
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Joas
 
Joaddan
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Amazia
 
Jecholia
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Uzzia
 
Jerusa
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Jotham
 
?
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Achaz
 
Abia
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hizkia
 
Hefziba
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Manasse
 
Mesullemet
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Amon
 
Jedida
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Josia
 
Hamutal
 
Zebudda
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Joahaz
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Jojakim
 
Nehusta
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Jojachin
 
 
 
 
 
Zedekia

Vijfentwintig jaar oud volgde hij zijn vader op, 2 Kon. 18:2. Dat gebeurde in het derde jaar van Hoséa de koning van het tienstammenrijk Israël, 2 Kon. 18:1. Hizkia was de twaalfde koning van Juda. Hij regeerde 29 jaren te Jeruzalem[1], 2 kon. 18:2. Hij was coregent[2] met zijn vader Achaz van ca. 728 — 718 v.C. Hij regeerde alleen ca. 718 — 698 v.c. Tenslotte was hij coregent met zijn zoon en opvolger Manasse ca. 698 — 688 v.C.

800 — 700 v.C. < Israël 750 — 650 v.C.[3] > 700 — 600 v.C.
EsarhaddonManasseBerodach-BaladanSanheribBerodach-BaladanSalmaneserHizkiaHosea (koning)AchazPekahPekahiaPulJothamMenahemSallumZachariaRezinUzzia

2Kon 18:3 En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader David gedaan had. (... ) 2Kon 18:5 Hij betrouwde op den HEERE, den God Israëls, zodat na hem zijns gelijke niet was onder alle koningen van Juda, noch die voor hem geweest waren. 2Kon 18:6 Want hij kleefde den HEERE aan; hij week niet van Hem na te volgen, en hij hield Zijn geboden, die de HEERE aan Mozes geboden had. (SV)

Godsdienstig herstel. Hizkia begon zijn bewind met de opening van de deuren van het huis van de Heer, dat was gereinigd en gerepareerd door de priesters en Levieten. Toen riep hij de vorsten, en offers werden aangeboden als zondoffer voor het koninkrijk en het heiligdom, en voor Juda; er werden liederen gezongen, en de koning en alle aanwezigen bogen zich en aanbaden. Hij stelde voor om heel Israël en Juda naar het huis van de Heer in Jeruzalem te doen komen om het Pascha te houden. Daarop werden uitnodigingen aan alle stammen gestuurd dat zij tot de Heer zouden wenden en naar Jeruzalem zouden komen om het Pascha te vieren. Hoewel zijn boodschappers veelal bespot werden, was er een overblijfsel dat de uitnodiging van de koning aannam. De vreugde was zo groot dat op de zeven dagen van de ongezuurde broden nog zeven dagen van blijdschap volgden.

Wat op natuurlijke manier volgde op deze aanbidding was de verwijdering van alle tekenen van afgoderij. Omdat de mensen de koperen slang hadden bewierookt, brak Hij hem in stukken. Hij hing de HEER aan, en de HEER was met hem. Hizkia was voorspoedig waarheen hij ging, 2 Kon. 18:7. Hij schafte de verering van de Assyrische goden af en richtte zich op de verering van Jahweh, de God van Israël. Hij centraliseerde de eredienst weer in Jeruzalem. Hizkia was hierin zeer voortvarend in en wordt daarom als een van de - weinige - Godvrezende koningen van Juda aangemerkt. Hij "deed wat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader David had gedaan." Hij vertrouwde op Jahweh, de God van Israël.

Filistijnen.

2Kon 18:8 Hij was het die de Filistijnen versloeg, tot Gaza toe, en de bijbehorende gebieden veroverde, van de wachttoren af tot de versterkte steden toe. (HSV)

Verhouding tot de Assyrische macht. De ontrouw van zijn vader Achaz aan God hadden de Assyriërs een voet gegeven in Immanuëls land. Toen Hizkia aan het bewind kwam, was Juda een vazalstaat van de Assyriërs. Desondanks liep ook Juda het gevaar veroverd te worden. Hizkia toonde zich naar buiten toe loyaal ten opzichte van de Assyriërs, maar bereidde tegelijkertijd de hoofdstad van Juda, Jeruzalem, voor op een beleg. Hij versterkte de stadsmuren en liet een 533 meter lang ondergronds kanaal (de Hizkia-tunnel) aanleggen van de bij de stad gelegen Gihon-bron naar de ook door hem aangelegde Vijver van Siloam binnenin de stad. De bouw van dit kanaal was voor die tijd een technisch meesterwerk. Toen in 704 v.Chr. de Babyloniërs tegen de Assyriërs ten strijde trokken, steunde Hizkia de opstand tegen de Assyriërs, tezamen met andere Syrische vorsten en in de hoop op steun van Egypte.

2Kon 18:7 De HEERE was met hem. Overal waarheen hij uittrok, handelde hij verstandig. Bovendien kwam hij in opstand tegen de koning van Assyrië en diende hem niet meer. (HSV)

De Assyrische koning Sanherib ondernam hierop een veldtocht tegen de Syriërs en veroverde het zuiden van het land Israël (701 v.Chr.) voordat Egyptische hulp kon arriveren. Op deze veldtocht verwoestte Sanherib de Judese stad Lachis. Muurreliëfs in Sanherib's paleis te Ninive tonen Sanherib terwijl hij, zittend op zijn ivoren troon, op 300 m afstand (een goed boogschot verwijderd), toeziet op de verwoesting van deze stad. Na de val van Lachis betaalde Hizkia 30 talenten goud en 300 talenten zilver aan Sanherib. Desondanks stuurde Sanherib een leger af op Jeruzalem om ook die stad te belegeren:

"Wat Hizkia de Jood aangaat, hij onderwierp zich niet aan mij, ik belegerde 46 van zijn versterkte steden, ommuurde vestingen en talloze dorpen en overmeesterde ze door aangestampte taluds en stormrammen, voetvolkaanvallen, mijnen, stootblokken, alsook sappeurswerk... Hemzelf maakte ik tot gevangene in Jeruzalem, in zijn koninklijke residentie, als een vogel in een kooi"[4].

Sanheribs veldtocht tegen Juda.

Sanherib eiste echter volledige onderwerping, en de Assyriërs kwamen met een geweldige leger tegen Jeruzalem (2 Kon. 18:17v). Hun generaal schold niet alleen Hizkia, maar sprak ook tegen God. Ze stelden Jahweh gelijk met de goden van de overwonnen volken. De God van Israël zou even onmachtig blijken te zijn.

Wegens de bedreiging scheurde Hizkia zijn klederen, bedekte zich met een zak, en ging in het huis van Jahweh. God schonk bevrijding. De belegering van Jeruzalem werd echter afgebroken. Een engel van God vernietigde het leger van Sanherib[5]. Van de Assyriërs werden 185.000 zielen in één nacht gedood. Ook kwam er een gerucht van verzet elders. Sanherib vertrok en keerde terug naar Nineve. Later werd hij gedood door twee van zijn eigen zoons.

Hizkia's ziekte. Na de wonderbare uitredding lezen wij van Hizkia’s ziekte. De profeet Jesaja was naar hem gestuurd met de boodschap dat hij zou sterven. De koning weende zeer en bad voor zijn leven. God hoorde zijn smeekbede en Hizkia’s leven werd vijftien jaar verlengd. Hoewel hij getuige was geweest van een grote verlossing door de Heer, was zijn geloof op dat moment zwak en vroeg hij om een teken. God maakte dat de schaduw op de wijzerplaat van Achaz tien graden terugging. Maar Hizkia gaf niet aan de Heer naar de weldaad aan hem geschied, daar zijn hart verheven werd, en daarom was er toorn over hem en over Juda en Jeruzalem. Toch, toen Hizkia zichzelf vernederde met de inwoners van Jeruzalem, kwam de toorn niet in zijn dagen.

Hizkia had grote rijkdom. Berodach Baladan, de koning van Babel, hoorde dat Hizkia ziek was en dat er wonder in het land was gebeurd (ongewtijfeld de schaduw die tien graden teruggegaan was). Daarom zond de buitenlandse koning gezanten naar hem toe met een cadeau (ongetwijfeld de schaduw gaan terug tien graden). Hizkia toonde hun al zijn rijkdom. Daarna hoorde Hizkia de treurige tijding, dat alles wat hij had getoond zou worden weggevoerd naar Babel en dat zijn zonen hovelingen (eunuchs) zouden worden gemaakt in het paleis van de koning van Babel. Hizkia gaf zich vroom aan de wil van Jahweh over. We lezen dat God "hem verliet, om hem te beproeven, opdat Hij zou weten al wat in zijn hart was." Het was trots, maar God was genadig en gaf hem vrede in zijn dagen.

Na zijn dood werd hij als koning opgevolgd door zijn twaalfjarige zoon Manasse.

Bronnen

Artikel Hizkia, Wikipedia.nl. Tekst hiervan is verwerkt op 28 sept. 2013.

A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. 'Hezekiah, king of Judah'. Hieruit is op 28 sept. tekst genomen, vertaald en verwerkt.

Voetnoten

  1. Aldus Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009). De periode 725-697 heeft de tijdrekenkundige tabel in de editie van de Statenvertaling van Jongbloed uit 1995. A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. ‘Hezekiah, King of Judah’, heeft 727-698 v.C
  2. Zie voor de tijdrekendige kwestie en de coregentschappen als oplossing:https://en.wikipedia.org/wiki/Hezekiah#Chronological_interpretation
  3. De jaartallen zijn meerendeels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009).
  4. Vertaling van het prisma van Sanherib
  5. Aan de vernietiging van het leger – door het ingrijpen van God door een engel – zijn verschillende ‘natuurlijke’ verklaringen gegeven. Volgens de oude Griekse geschiedschrijver Herodotus werd het leger van de Assyriërs getroffen door een muizenplaag. Een andere verklaring wil dat Sanherib het beleg staakte nadat Hizkia hem goud en zilver had betaald. Assyrische bronnen, die bij archeologische opgravingen zijn gevonden, bevestigen deze verklaring. Waarschijnlijk wilden de Assyriërs de ontzettend grote nederlaag niet boekstaven en een eervolle vermelding van Sanheribs aftocht doen.