Jesaja (boek)

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het boek Jesaja is een deel van het Oude Testament en is genoemd naar de schrijver, de profeet Jesaja.

Naam en schrijver

Het boek wordt genoemd 'het gezicht (= visioen) van de profeet Jesaja' (2 Kron. 32:32). De naam Jesaja betekent "het heil van Jah".

2Kr 32:32 Het overige nu der geschiedenissen van Jehizkia, en zijn goeddadigheden, ziet, die zijn geschreven in het gezicht van den profeet Jesaja, den zoon van Amoz, [en] in het boek der koningen van Juda en Israël. (SV)

In een wonderschone en verheven taal volbracht Jesaja zijn profetische opdracht en meer dan een andere profeet sprak hij zó duidelijk van Christus, van zijn geboorte, zijn lijden, zijn sterven en zijn verhoging, dat het was alsof hij sprak als ooggetuige. Vandaar dat hij wel de evangelist van het Oude Testament genoemd wordt.

Zie Jesaja (profeet) voor het hoofdartikel over de profeet.

Tijd

Jesaja profeteerde in de 2e helft van de 8e eeuw vóór Christus in het koninkrijk Juda (Tweestammenrijk), onder de koningen Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia (2 Kon. 15-20; 2 Kron. 27-32; Jes. 1:1), een periode van ongeveer 60 jaren. Hij is dus zeer oud geworden.

800 — 700 v.C. < Israël 750 — 650 v.C.[1] > 700 — 600 v.C.
EsarhaddonManasseBerodach-BaladanSanheribBerodach-BaladanSalmaneserHizkiaHosea (koning)AchazPekahPekahiaPulJothamMenahemSallumZachariaRezinJesaja (profeet)Uzzia

Toestand

De toestand van Juda en Jeruzalem was in zedelijk en geestelijk opzicht slecht. Er was onkunde en ongehoorzaamheid in betrekking tot God (1:3v), bij uitwendige godsdienst (1:11v). Er was onrecht: omkoperij, doodslag, diefstal, afgoderij, het recht van wezen en weduwen werd verwaarloosd. Kinderen en vrouwen speelden een leidende rol, zij heersten over het volk (3:12); vrouwen pronken en lonken (3:16). Oudsten en vorsten hadden de ellendigen beroofd (3:14), Gods volk verbrijzeld (3:15).

Indeling

James Tissot, De profeet Jesaja. 
Aquarel, ca. 1888

(artistieke verbeelding, we weten niet 
hoe Jesaja eruit heeft gezien)

Het boek telt 66 hoofdstukken en kan in tweeën verdeeld worden, namelijk in deel één dat de eerste 39 hoofdstukken bevat en deel twee dat de overige 27 hoofdstukken (Jes. 40-66) bevat. Dit laatste deel wordt wel "het troostboek" genoemd.

Jes. 1-39 

Jes. 1-12. - Van het eerste deel bevatten de hoofdstukken 1 tot 12 de profetieën over Juda, uitgesproken onder de regeringen van Jotham en Achaz.

Jes. 13-23. - Deze hoofdstukken bevatten profetieën tegen de volken o.a. tegen de Babyloniërs en Assyriërs.

Jes. 24-27. - Deze hoofdstukken bevatten profetieën over de eindstrijd, de verlossing van Israël.

Jes. 28-33. - Deze hoofdstukken bevatten profetieën betreffende de relaties van het volk met Assyrië en Egypte en de toekomstige heerlijkheid van het overblijfsel van Israël.

Jes. 34-35. - Deze hoofdstukken bevatten profetieën over het oordeel over de volken en de bevrijding van Israël.

Jes. 36-39. - Deze hoofdstukken vormen een historisch toevoegsel betreffende Hizkia, Sanherib en Merodach Baladan (2 Kon. 18:13-20:19).

Jes. 40-66 

Het tweede en laatste hoofddeel van het boek Jesaja telt 27 hoofdstukken.  

Jes. 40-48. - In deze hoofdstukken wordt de ondergang van Babel vermeld.

Jes. 49-50. - In deze hoofdstukken wordt vooral op de Knecht des Heren, d.i. op Christus, gewezen.

Jes. 51-55. - Gods reddende gerechtigheid en de verlossing van Sion. Gods knecht verzoent Israëls schuld. Uitnodiging tot het heil[2].

Jes. 56-66. - Hier beschrijft de profeet het uiteindelijk herstel van Israël en van alles wat hiermee in betrekking staat. 

Opvallende gedeelten 

In het oog lopende profetieën zijn wel de volgende plaatsen: 

Hfdst. 9, 33, 50, 52-54, die handelen over bijzonderheden betreffende geboorte, opdracht, lijden, sterven en verhoging van Christus en over de resultaten van zijn arbeid. 

Hfdst. 44:28, 45:1-13 vermeldt de verlossing van de Joden uit Babel vermeld, welke plaats zou vinden onder de heidense  koning Kores, de veroveraar van Perzië. Dit feit en de naam Kores worden ongeveer 200 jaren voordat dit feit plaats vond, vermeld.

Hfdst. 2, 4, 9, 11, 35, 65, 66 geven een beschrijving geven van de vrede op aarde die onder de regering van de ware Vredevorst zal gevestigd worden en in 4 : 2 wordt Hij "Spruit" genoemd, "des Heren Spruit". 

Hfdst. 26 noemt de opstanding van het volk.

Hfdst. 14 tekent de koning van Babel, in wie we een voorstelling van de Satan zien.

Hfdst. 42:10 maakt gewag van het zingen van een nieuw lied.

Hfdst. 48:22; 57:21 doet tweemaal de ernstige waarschuwing weerklinken: "De goddelozen, zegt mijn God, hebben geen vrede." 

Commentaar

Op de volgende pagina's worden passages of onderwerpen behandeld:

Meer informatie

M.G. de Koning, Toelichting op het boek Jesaja. Middelburg, 2006. Elektronisch boek (pdf, 308 pagina's) op OudeSporen.nl, download

A. Guignard, De Heilige Israëls; beschouwing over de profetie van Jesaja. Den Haag: uitgeverij J.N. Voorhoeve. Bladzijden: 176

Bron

Voor de eerste versie van dit artikel is, onder toestemming, gebruik gemaakt van tekst uit H. Moll, Wat zegt Gods Woord over ...?, deel 3, blz. 60-61. Oostburg: W.J Pieters, z.j.

Voetnoot

  1. De jaartallen zijn meerendeels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009).
  2. Voor de samenvatting van deze hoofdstukken is gebruik gemaakt van de kopjes in de Herziene Statenvertaling.