Jesaja (boek)/Hoofdstuk 2

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 2 van het Bijbelboek Jesaja (boek) wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Jes. 2:1

Jes 2:1  Het woord, dat Jesaja, de zoon van Amoz, gezien heeft over Juda en Jeruzalem. (SV)

Het woord ... gezien over Juda en Jeruzalem. In 1:1 niet 'het woord', maar 'het gezicht'. Bovendien noemt hij in 1:1 de koningen in wier regeringstijden hij het gezicht heeft gezien.

Jes. 2:2

Jes 2:2  En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen, en tot denzelven zullen alle heidenen toevloeien. (SV)

Vergelijk:

Jes 2:2 Het zal in het laatste der dagen geschieden dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan als de hoogste van de bergen, en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen. (HSV)

Mic 4:1 Het zal echter in het laatste der dagen geschieden dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan als de hoogste van de bergen, [letterlijk: in het hoofd van de bergen] en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat de volken ernaartoe zullen stromen. (HSV)

In het laatste der dagen. Voor de uitdrukking 'het laatste der dagen', zie Dag.

De berg van het huis des HEEREN. De berg waarop de tempel gevestigd is. Ook genoemd 'de berg des HEEREN' (vers 3).

Het huis des HEEREN. Ofwel 'het huis van de God van Jakob' (vers 2). Dat huis is er thans (anno 2019) nog niet.

Op de top der bergen. Lett. in het hoofd der bergen. Zo ook in Mic. 4:1.

De berg ... zal vastgesteld zijn op den top der bergen ... hij zal verheven worden boven de heuvelen.

Jes 2:12  Want de dag des HEEREN der heirscharen zal zijn tegen allen hovaardige en hoge, en tegen allen verhevene, opdat hij vernederd worde; (...) Jes 2:14  En tegen alle hoge bergen, en tegen alle verhevene heuvelen; (SV)

Bij de zondvloed was de aardbodem hevig in beweging:

Ps 104:8  De bergen rezen op, de dalen daalden, ter plaatse, die Gij voor hen gegrond hadt. (SV)

In de tijd van het gericht over het aardrijk zullen de bergen verdwijnen (Opb. 16:10). Zie Berg.

De berg van de tempel zal letterlijk verhoogd worden. Zij zal het hoofd der bergen zijn.

Tot denzelven zullen alle heidenen toevloeien. Zie ook vers 2, 'vele volken zullen heengaan'. Een voorafschaduwing hiervan zien wij in het bezoek dat tienduizenden toeristen uit vele volken jaarlijks brengen aan de tegenwoordige tempelberg.

Jes. 2:3

Jes 2:3  En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, tot het huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem. (SV)

Laat ons opgaan tot den berg des HEEREN. Dat de volken uitdrukkelijk spreken van 'de berg des HEEREN' kan niet anders betekenen dat het een bijzondere berg is, gezien het vorige vers: een opvallend hoge berg. De berg is bijzonder doordat (1) het huis van God erop staat, (2) de berg het 'hoofd der bergen' is (zie vers 2).

Opdat Hij ons lere van Zijn wegen. We hebben in de voorbije eeuwen genoeg, uiteindelijk vruchteloos 'geleerd' van menselijke wegen.

Ps 25:8 Teth. De HEERE is goed en recht; daarom zal Hij de zondaars onderwijzen in den weg. (SV)

Ps 25:9  Jod. Hij zal de zachtmoedigen leiden in het recht, en Hij zal den zachtmoedigen Zijn weg leren. (SV)

Op de berg des HEEREN zal onderwijs gegeven worden. De zogenaamde 'bergrede' van de Heer Jezus lijkt daarvan een voorafschaduwing.

Mt 5:1  Toen Hij nu de menigten zag, klom Hij op de berg; en nadat Hij was gaan zitten, kwamen zijn discipelen naar Hem toe. Mt 5:2  En Hij opende zijn mond en leerde hen aldus: (Telos)

Jezus leerde zijn leerlingen en bij andere gelegenheden leerde hij het volk. In de toekomst zal God de volken der wereld leren.

Uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem. Van Jeruzalem is ook het evangelie van Gods genade, van Gods openbaring in Jezus Christus uitgegaan.

Jes 51:4  Luistert naar Mij, Mijn volk! en Mijn lieden, neigt naar Mij het oor! want een wet zal van Mij uitgaan, en Ik zal Mijn recht doen rusten tot een licht der volken. (SV)

Lu 24:47  en in zijn naam bekering tot vergeving van zonden moest worden gepredikt aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem. (Telos)

Hnd 1:8  Maar u zult kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over u komt, en u zult mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het einde van de aarde. (Telos)

Jes. 2:4

Jes 2:4  En Hij zal rechten onder de heidenen, en bestraffen vele volken; en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren. (SV)

Hij zal rechten onder de heidenen, en bestraffen vele volken. God zal de volken leren, de wet geven (vers 3) en rechtspreken. Geen scheiding tussen wetgevende en rechtsprekende macht als in Nederland (anno 2019). Wellicht, gezien de volgende woorden, zal hij vele volken bestraffen om hun oorlogvoering.

Mic 4:3  En Hij zal onder grote volken richten, en machtige heidenen straffen, tot verre toe; en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen den krijg niet meer leren. (SV)

1Sa 2:10  Die met den HEERE twisten, zullen verpletterd worden; Hij zal in den hemel over hen donderen; de HEERE zal de einden der aarde richten, en zal Zijn Koning sterkte geven, en den hoorn Zijns Gezalfden verhogen. (SV)

Ps 82:8  Sta op, o God! oordeel het aardrijk, want Gij bezit alle natiën. (SV)

Ps 96:13  Voor het aangezicht des HEEREN; want Hij komt, want Hij komt, om de aarde te richten; Hij zal de wereld richten met gerechtigheid, en de volken met Zijn waarheid. (SV)

De Heilige Geest is nu al bezig om te overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel:

Joh 16:8  En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel: Joh 16:9  Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven;  Joh 16:10  En van gerechtigheid, omdat Ik tot Mijn Vader heenga, en gij zult Mij niet meer zien;  Joh 16:11  En van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is.(Telos)

De Messias, die God vreest, zal zonder aanzien des persoons richten en bestraffen:

Jes 11:3  En Zijn rieken zal zijn in de vreze des HEEREN; en Hij zal naar het gezicht Zijner ogen niet richten; Hij zal ook naar het gehoor Zijner oren niet bestraffen. Jes 11:4  Maar Hij zal de armen met gerechtigheid richten, en de zachtmoedigen des lands met rechtmatigheid bestraffen; doch Hij zal de aarde slaan met de roede Zijns monds, en met den adem Zijner lippen zal Hij den goddeloze doden. (SV)

En zij zullen enz. De oorlog zal ophouden (zie Oorlog), er zal vrede zijn. Die 'vrede op aarde' wensten de engelen, toen zij God prezen om de geboorte van de Verlosser van Israël.

Joe 3:10  Slaat uw spaden tot zwaarden, en uw sikkelen tot spiesen; de zwakke zegge: Ik ben een held. (SV)

Jes 11:9  Men zal nergens leed doen noch verderven op den gansen berg Mijner heiligheid; want de aarde zal vol van kennis des HEEREN zijn, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken. (SV)

Zac 9:10  En Ik zal de wagens uit Efraïm uitroeien, en de paarden uit Jeruzalem; ook zal de strijdboog uitgeroeid worden, en Hij zal den heidenen vrede spreken; en Zijn heerschappij zal zijn van zee tot aan zee, en van de rivier tot aan de einden der aarde. (SV)

Jes. 2:5

Jes 2:5  Komt, gij huis van Jakob, en laat ons wandelen in het licht des HEEREN. (SV)

Het is of deze woorden gezegd worden door de volken die wensen te wandelen in Gods paden (vers 3).

Jes. 2:10

Jes 2:10  Ga in den rotssteen, en verberg u in het stof, vanwege den schrik des HEEREN, en om de heerlijkheid Zijner majesteit. (SV)

Deze schrik en heerlijkheid wordt in de eindtijd manifest:

Opb 6:16  en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam; (Telos)

Jes. 2:11

Jes 2:11  De hoge ogen der mensen zullen vernederd worden, en de hoogheid der mannen zal nedergebogen worden; en de HEERE alleen zal in dien dag verheven zijn. (SV)

De mens met zijn wetenschap en techniek is in onze tijd hoog verheven. God daarentegen wordt al meer gemarginaliseerd, hij wordt steeds minder relevant geacht. Deze verhouding zal eens worden omgekeerd: de mens zal worden vernederd en God verheven.

Jes. 2:12

Jes 2:12  Want de dag des HEEREN der heirscharen zal zijn tegen allen hovaardige en hoge, en tegen allen verhevene, opdat hij vernederd worde; (SV)

De dag des HEEREN der heirscharen. Over deze dag, zie Dag van Jhwh. Het is een dag waarop de mens vernederd en God verhoogd zal worden.

Tegen allen hovaardige enz. Hierna volgt een opsomming van zaken die groots, hoog zijn in de ogen der mensen.

Vernederd worde. Zie ook vers 11.

Jes. 2:14

Jes 2:14  En tegen alle hoge bergen, en tegen alle verhevene heuvelen; (SV)

Jes 2:2  En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen, en tot denzelven zullen alle heidenen toevloeien. (SV)

Jes. 2:15

Jes 2:15  En tegen allen hogen toren, en tegen allen vasten muur; (SV)

Zaken waarin de mens kan roemen. Over hoge torens, zie Toren.

Jes. 2:16

Jes 2:16  En tegen alle schepen van Tarsis, en tegen alle gewenste schilderijen. (SV)

Gewenste schilderijen. De Herziene Statenvertaling heeft: koopvaardijschepen met kostbare lading.

Jes. 2:17

Jes 2:17  En de hoogheid der mensen zal gebogen, en de hoogheid der mannen zal vernederd worden; en de HEERE alleen zal in die dag verheven zijn. (SV)

Gebogen ... worden. Zie vers 11.

Vernederd worden. Zie vers 11-12.

De HEERE alleen zal in die dag verheven zijn. Zie verzen 11 en 2.

Jes. 2:18

Jes 2:18  En elkeen der afgoden zal ganselijk vergaan. (SV)

Juda was vervuld met afgoden.

Jes 2:8  Ook is hun land vervuld met afgoden; voor het werk hunner handen buigen zij zich neder, voor hetgeen hun vingeren gemaakt hebben. (SV)

Jes. 2:19

Jes 2:19  Dan zullen zij in de spelonken der rotsstenen gaan, en in de holen der aarde, vanwege den schrik des HEEREN, en vanwege de heerlijkheid Zijner majesteit, wanneer Hij Zich opmaken zal, om de aarde te verschrikken. (SV)

Wanneer de dag van Jahweh komt.

Jes 2:10  Ga in den rotssteen, en verberg u in het stof, vanwege den schrik des HEEREN, en om de heerlijkheid Zijner majesteit. (SV)

Vergelijk:

Opb 6:16  en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam; Opb 6:17 want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan? (Telos)

Ook in deze verzen een verwijzing naar de verberging der mensen in de rotsen en de dag van Jahweh.

Jes, 2:20

Jes 2:20  In dien dag zal de mens zijn zilveren afgoden, en zijn gouden afgoden, welke zij zich gemaakt hadden, om zich daarvoor neder te buigen, wegwerpen voor de mollen en de vledermuizen; (SV)

Zijn afgoden. In dit hoofdstuk wordt de afgodendienst aan de kaak gesteld, zie verzen 8

Neder te buigen. Zie verzen 8-9

Wegwerpen. Alle afgoden zullen vergaan (vers 18).

Jes. 2:21

Jes 2:21  Gaande in de reten der rotsen, en in de kloven der steenrotsen, vanwege den schrik des HEEREN, en vanwege de heerlijkheid Zijner majesteit, wanneer Hij Zich opmaken zal, om de aarde geweldiglijk te verschrikken. (SV)

Dit is de derde maal dat hiervan gesproken wordt.

Jes 2:10  Ga in den rotssteen, en verberg u in het stof, vanwege den schrik des HEEREN, en om de heerlijkheid Zijner majesteit. Jes 2:11  De hoge ogen der mensen zullen vernederd worden, en de hoogheid der mannen zal nedergebogen worden; en de HEERE alleen zal in dien dag verheven zijn. (...) Jes 2:19  Dan zullen zij in de spelonken der rotsstenen gaan, en in de holen der aarde, vanwege den schrik des HEEREN, en vanwege de heerlijkheid Zijner majesteit, wanneer Hij Zich opmaken zal, om de aarde te verschrikken. (SV)