Jesaja (boek)/Hoofdstuk 37

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oude Testament: Ge Ex Le De Jo Ri Ru 1Sa 2Sa 1Ko 2Ko 1Kr 2Kr Ezr Ne Es Job Ps Sp Pr Hgl Jes Jer Kla Eze Da Hos Joë Am Ob Jon Mi Na Hab Zef Hag Za Mal
Nieuwe Testament: Mat Mar Luk Joh Hand Rom 1Kor 2Kor Gal Ef Flp Col 1Th 2Th 1Tim 2Tim Tit Flm Heb Jak 1Petr 2Petr 1Joh 2Joh 3Joh Jud Opb

Jesaja (boek):


Hoofdstuk 37 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Jes. 37:30

Jes 37:30  En dat zij u een teken, dat men [in] dit jaar, wat van zelf gewassen is, eten zal, en in het tweede jaar, wat daarvan weder uitspruit; maar zaait in het derde jaar, en maait, en plant wijngaarden, en eet hun vruchten. (SV)

Met vs. 29 houdt God op Sanherib aan te spreken en richt nu het woord tot de koning van Juda, om hem stil en gerust te doen zijn. Opdat Hizkia het zeker erkent dat het met Sanherib zo werkelijk gaan zal, als hem thans is gezegd, noemt God een teken dat gebeuren zal: in dit jaar zullen Hizkia en zijn volk eten wat vanzelf gegroeid is, wat van een door de Assyriërs bij hun komst in het land verwoeste oogst uit de uitgevallen korrels is opgeschoten; en in het tweede jaar, wat daarvan, uit de van genoemde oogst overgebleven wortels weer uitspruit; want ook in dit jaar zal men aan geen geregelde bewerking van de akkers kunnen denken; maar zaait in het derde jaar en maait, en plant wijngaarden en eet hun vruchten, zo zal volkomen vrede en de oude ongestoorde werkzaamheid weer in het land heersen.[1]

Voetnoot

  1. Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), enige tekst van het commentaar op 2 Kon. 19:29 is onder wijziging verwerkt op 14 okt. 2020.