Jesaja (profeet)

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jesaja (= Jhwh heeft gered) was een profeet in het land Israël, die leefde in de 2e helft van de 8e eeuw voor Christus. Hij schreef een boek dat bekend staat als het Bijbelboek Jesaja.

Hij was de zoon van een zekere Amoz, die volstrekt niet met de profeet Amos verward mag worden. Hij was een burger van het rijk van Juda en een bewoner van Jeruzalem. Zijn profetische werkzaamheid begon in het laatste jaar der regering van Uzzia. Hij profeteerde voorts onder Jotham, Achaz en Hizkia, opeenvolgende koningen van Juda.

800 — 700 v.C. < Israël 750 — 650 v.C.[1] > 700 — 600 v.C.
EsarhaddonManasseBerodach-BaladanSanheribBerodach-BaladanSalmaneserHizkiaHosea (koning)AchazPekahPekahiaPulJothamMenahemSallumZachariaRezinJesaja (profeet)Uzzia

Zijn zonen. Hij was gehuwd en vader van twee zonen. Zijn eerste en oudste zoon heette Sjear-Jashub (Schear-jaschub of Sear-jasub; Jes. 7:3), welke naam bekent "Het overblijfsel bekeert zich"[2] of "Een-rest-bekeert-zich"[3]. Zijn tweede zoon heette Maher Sjalal Chasj Baz (= "Haastende tot de roof, is hij spoedig tot de buit"[4] of "Haastig roof, spoedig buit"[5] of "Haastig-roof-ijlings-buit"[3]).

Jes 8:1  Verder zei de HEERE tegen mij: Neem u een groot schrijfbord en schrijf daarop, voor iedereen leesbaar: Maher Sjalal Chasj Baz. (...) Jes 8:3  Ik was tot de profetes genaderd, zij werd zwanger en baarde een zoon. Toen zei de HEERE tegen mij: Geef hem de naam Maher Sjalal Chasj Baz. Jes 8:4  Want voordat het jongetje papa of mama zal kunnen roepen, zal men het vermogen van Damascus en de buit van Samaria vóór de koning van Assyrië dragen. (HSV)

Jesaja en zijn kinderen waren tot tekenen en wonderen in Israël.

Jes 8:18  Ziet, ik en de kinderen, die mij de HEERE gegeven heeft, zijn tot tekenen en tot wonderen in Israël, van den HEERE der heirscharen, Die op den berg Sion woont. (SV)

De beide zoonsnamen vormen als het ware een samenvatting van Jesaja's boodschap: de verovering en verwoesting van Jeruzalem, maar ook de hoop op herstel daarna.

Het vers Jes. 8:18 wordt op de Heer Jezus en zijn geestelijk nageslacht, zijn leerlingen, toegepast.

Heb 2:13  En opnieuw: ‘Zie, Ik en de kinderen die God Mij gegeven heeft’. (Telos)

Trouwens, ook de Heer sprak van Jeruzalems toekomstige verwoesting en het herstel ('wedergeboorte') van Israël.

Belegering van Jeruzalem. Toen de Assyriërs Jeruzalem belegerden en de inwoners trachten te ontmoedigen riepen Jesaja en de koning Hizkia God aan:

2Kr 32:20 Maar koning Hizkia en de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, baden om die reden en riepen naar de hemel. (HSV)

Zijn dood. De profeet stierf volgens de overlevering de marteldood in de eerste regeringsjaren van Manasse. Hij is doormidden gezaagd in de stam van een Johannesbroodboom; naar dit gruwelijke voorval schijnt Heb. 11:37 te verwijzen.

Heb 11:37 Zij werden gestenigd, in stukken gezaagd, verzocht, met het zwaard vermoord, zij liepen rond in schapevachten, in geitevellen, leden gebrek, werden verdrukt, mishandeld- (TELOS)

Jesaja heeft dus een hoge leeftijd bereikt en wel gedurende meer dan een halve eeuw zijn bediening vervuld. Verder is niets van hem bekend.

Zie ook

Voor naamgenoten van de profeet, zie Jesaja (naam en verwijzing)

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Jesaja' is op 19 dec. 2017 verwerkt.

Voetnoten

  1. De jaartallen zijn meerendeels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009).
  2. Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901).
  3. 3,0 3,1 Aantekening bij de Leidse Vertaling van Jes. 8:18
  4. Statenvertaling
  5. Vertaling in de Naardense Bijbel.