Jezus Christus

Uit Christipedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Jezus Christus is de naam van de Zoon van God, de Heiland der wereld, die uit de hemel kwam en als mens op deze aarde werd geboren, in de wereld goed deed en leerde, verworpen werd en leed, voor zondaren stierf aan het kruis, begraven werd en na drie dagen lichamelijk uit de doden opstond, verheerlijkt werd en thans gezeten is aan de rechterhand van de Majesteit in de hemel, vanwaar Hij eens zal terugkomen om Zijn Gemeente tot zich te nemen en Zijn Koninkrijk op aarde te vestigen.
Ro 8:34 ... Christus Jezus is het die gestorven is, ja nog meer, die opgewekt is, die ook aan Gods rechterhand is, die ook voor ons bidt. (TELOS)
Jezus is de menselijke naam die de Zoon van God kreeg toen Hij als mens geboren was. De naam was zijn ouders door een engel van Godswege bekendgemaakt. De Hebreeuwse naam luidt Yeshu, Yeshua, Yoshua of Yehoshua; hierover bestaat geen zekerheid. De Griekse naam luidt Ièsous.  De naam Jezus betekent verlossinghij die verlost of Jahweh is verlossing of heil van Jahweh. In elk geval drukt de naam het begrip verlossing uit. Een engel verkondigde aan zijn vader Jozef wie Jezus zou verlossen en waarván.
Mt 1:21 Zij nu zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal zijn volk behouden van hun zonden. (TELOS)
De grootheid en heerlijkheid van de Heer Jezus komt bijzonder naar voren door de vele namen en titels, die in het Nieuwe Testament aan Hem gegeven zijn. Zie Namen en titels van Jezus Christus.

Zijn vóórbestaan

Voordat de Heer Jezus op aarde was, was Hij in de hemel. Meer nog, Hij bestond vóór alles dat ontstaan is; voordat de wereld er was, was Hij er al.
Col 1:17 En Hij is voor alle dingen en alle dingen bestaan samen in Hem. (TELOS)
Joh 17:5 ... die Ik bij U had voordat de wereld was. (TELOS)
Joh 1:1 In het begin was het Woord; en het Woord was bij God, en het Woord was God. (TELOS)
Joh 1:2 Dit was in het begin bij God. (TELOS)
Joh 1:3 Alle dingen zijn door Hem geworden, en zonder Hem is niet een ding geworden dat geworden is. (TELOS)
1Jo 1:1  Wat van het begin af was, wat wij gehoord, wat wij gezien hebben met onze ogen, wat wij aanschouwd en onze handen betast hebben betreffende het woord van het leven (TELOS)
1Jo 2:13 Ik schrijf u, vaders, omdat u Hem kent die van het begin af is. 1Jo 2:14 Ik heb u geschreven, vaders, omdat u Hem kent die van het begin af is. (TELOS)
Opb 3:14 En schrijf aan de engel van de Gemeente der Laodicensen: Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods (TELOS)
Voordat de wereld bestond, was Hij in heerlijkheid bij de Vader.
Joh 17:5 en nu, verheerlijk Mij, U, Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid die Ik bij U had voordat de wereld was. (TELOS)
Hij was er dan ook al vóór de aartsvader Abraham geboren werd.
Joh 8:58 Jezus zei tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: vóór Abraham werd, ben Ik.
Merk op dat Hij niet zegt '... was ik', maar '... ben ik'. Dat drukt zijn eeuwigheid uit, zijn verheven zijn boven de tijd.

Het Woord

De Heer Jezus was en is het Woord.
Joh 1:1 In het begin was het Woord; en het Woord was bij God, en het Woord was God. Joh 1:2 Dit was in het begin bij God. Joh 1:3 Alle dingen zijn door Hem geworden, en zonder Hem is niet een ding geworden dat geworden is. (TELOS)
Als het "Woord" heeft Hij alle dingen geschapen (Joh. 1:1; Col.1:16). Zijn machtige stem heeft "in de beginne" weerklonken en het zichtbare werd uit het onzichtbare te voorschijn geroepen (Gen. 1).

Schepper

De Heer Jezus is de oorsprong van de schepselen, Hij is de Schepper.
Opb 3:14 En schrijf aan de engel van de Gemeente der Laodicensen: Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods
God heeft door de Hem de werelden gemaakt.
Heb 1:2 die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door Wie Hij ook de werelden gemaakt heeft. (TELOS)
De werelden, ja alle dingen zijn door Hem ontstaan.
Joh 1:3 Alle dingen zijn door Hem geworden, en zonder Hem is niet een ding geworden dat geworden is. (TELOS)

De Eerste en de Laatste

De Heer Jezus is de Eerste en de Laatste. Hij staat aan het begin en is het begin. Hij staat aan het einde en is het einde. De eerste dingen zijn door Hem en de eerste dingen eindigen door Hem. Hij omspant alles.
Opb 1:16 En Hij had in zijn rechterhand zeven sterren en uit zijn mond kwam een scherp, tweesnijdend zwaard, en zijn gezicht was zoals de zon schijnt in haar kracht. Opb 1:17 En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan zijn voeten; en Hij legde zijn rechterhand op mij en zei: Vrees niet, Ik ben de eerste en de laatste, (TELOS)
Opb 1:18 en de levende; en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid, en Ik heb de sleutels van de dood en de hades. (TELOS)
Opb 2:8  En schrijf aan de engel van de gemeente in Smyrna: Dit zegt de eerste en de laatste, die dood geweest is en weer levend geworden: (TELOS)
Opb 22:12 Zie, Ik kom spoedig, en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden zoals zijn werk is. Opb 22:13 Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde. (TELOS)
Opb 22:16 Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden om u deze dingen te betuigen voor de gemeenten. Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster. (TELOS)

Gods Zoon

Jezus Christus is de Zoon van God. Dit bleek uit zijn wonderwerken en opstanding en werd beleden door mensen en zelfs door demonen.

Hij, God geprezen tot in eeuwigheid, heeft de gestalte van een mens aangenomen (Rom. 1:25; Fil. 2:7). Hij werd door de Heilige Geest verwekt en dat Heilige, dat geboren zou worden, moest "Gods Zoon" genoemd worden (Luk. 1:35).

God getuigde: "Deze is Mijn zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb; hoort naar Hem." (Matth. 17:5)
Zie Zoon van God voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Zijn Godheid

Jezus Christus was en is nog altijd 'de zoon des mensen' en hij was en is zelf mens. Hij is de Zoon van God en ook zelf God. Hij is één met God de Vader.
Zie het artikel Godheid van Jezus Christus. 

Verhouding tot de Vader

De Zoon en de Vader zijn twee onderscheiden personen en daarbij één.
Joh 10:30 Ik en de Vader zijn één. (TELOS)
In Zijn gebed tot de Vader spreekt de Zoon van zijn eenheid met de Vader:
Joh 17:11 ... opdat zij een zijn zoals Wij. (TELOS)
Joh 17:22 ... opdat zij een zijn zoals Wij een zijn: (TELOS)
Ze zijn één in hun God-zijn. Ze zijn beiden God en God is één. De onderscheidenheid en eenheid van de goddelijke personen wordt door het volgende vers uitgedrukt:
Joh 1:1 In het begin was het Woord; en het Woord was bij God, en het Woord was God. Joh 1:2 Dit was in het begin bij God. (TELOS)
Over de Godheid van de Zoon, zie Godheid van Jezus Christus
Ze zijn één in wezen en macht. De Zoon is eenswezens met de Vader, Hij is met de Vader deelgenoot van dezelfde Goddelijke natuur. De almacht van de Vader is ook die van de Zoon. De eenheid is een zodanige, dat de Vader in de Zoon is en de Zoon in de Vader.
Joh 17:21 opdat zij allen een zijn, zoals U, Vader, in Mij en Ik in U, opdat ook zij in Ons een zijn, opdat de wereld gelooft dat U Mij hebt gezonden. (TELOS)
Joh 10:38 ... gelooft dan de werken, opdat u erkent en weet dat de Vader in Mij is en Ik in de Vader. (TELOS)
Ze staan in de allernauwste betrekking tot elkaar. Alleen de Vader en de Zoon kennen elkaar.
Mt 11:27 Alles is Mij overgegeven door mijn Vader; en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon, en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren. (TELOS)
De Zoon stelt ons in staat om de Vader, de Waarachtige, te kennen.
1Jo 5:20 En wij weten dat de Zoon van God gekomen is en ons het verstand gegeven heeft, opdat wij de Waarachtige kennen; en wij zijn in de Waarachtige, in zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God en het eeuwige leven. (TELOS)
De Vader en de Zoon zijn één in willen en gevoelen, in raad en doen. Ze zijn één in handelen, in werken; ze doen hetzelfde. De Zoon deed en toonde vele goede werken van Zijn Vader.
Joh 5:17 Maar Jezus antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook. (...) Joh 5:19 Jezus dan antwoordde en zei tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: de Zoon kan niets doen van Zichzelf, tenzij Hij de Vader iets ziet doen; want alles wat Die doet, dat doet ook de Zoon evenzo. (TELOS)
Joh 10:32 Jezus antwoordde hun: Vele goede werken heb Ik u getoond van mijn Vader; om welk van die werken stenigt u Mij? (...) Joh 10:37 Als Ik niet de werken van mijn Vader doe, gelooft Mij niet; (...) Joh 10:38 maar als Ik ze doe en u Mij niet gelooft, gelooft dan de werken, opdat u erkent en weet dat de Vader in Mij is en Ik in de Vader. (TELOS)
De Heer Jezus zegt als de goede Herder van zijn schapen:
Joh 10:28 En Ik geef hun eeuwig leven, en zij zullen geenszins verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze rukken uit mijn hand.  Joh 10:29 Mijn Vader die ze Mij heeft gegeven, is groter dan allen, en niemand kan ze rukken uit de hand van mijn Vader. Joh 10:30 Ik en de Vader zijn één. (TELOS)
De Zoon en de Vader zijn één, zodat hij of zij, die zich onder de bescherming van de Zoon bevindt, ook onder die van de Vader staat. Een van de dingen die Zij Samen doen, is woning maken bij de liefhebbers van de Zoon.
Joh 14:23 Jezus antwoordde en zei tot hem: Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren, en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en woning bij hem maken. (TELOS)
Dankzij Hun eenheid in doen en spreken, in houding en gedrag, geldt dat wie de Zoon heeft gezien, daarmee ook de Vader heeft gezien.
Joh 14:9 Jezus zei tot hem: Ben Ik zo lange tijd bij u en heb je Mij niet gekend, Filippus? Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien; hoe zeg je dan: Toon ons de Vader? (TELOS)
Alles wat de Vader heeft, is van de Heer Jezus, en andersom. Ze delen hetzelfde eigendom.
Joh 16:15 Alles wat de Vader heeft, is het mijne; daarom heb Ik gezegd dat Hij uit het mijne neemt en het u zal verkondigen. Joh 17:10 (en al het mijne is het uwe en het uwe het mijne), en Ik ben in hen verheerlijkt. (TELOS)
De eenheid van de Vader en de Zoon is een ideaal van de eenheid van de kinderen van God, de gelovigen in Christus.
Joh 17:11 En Ik ben niet meer in de wereld, en zij zijn in de wereld, en Ik kom tot U, Heilige Vader: bewaar hen in uw naam die U Mij hebt gegeven, opdat zij een zijn zoals Wij. Joh 17:22 En de heerlijkheid die U Mij hebt gegeven, heb Ik hun gegeven, opdat zij een zijn zoals Wij een zijn: (TELOS)
Die eenheid van de gelovigen werd werkelijkheid in het begin van de gemeente van Jezus Christus:
Hnd 4:32 De menigte nu van hen die geloofden, was een van hart en ziel, en niemand zei dat iets van zijn bezittingen zijn eigendom was, maar zij hadden alle dingen gemeenschappelijk. (TELOS)

De Engel van de HEER

In het Oude Testament treedt de Engel van de HEER op, die God vertegenwoordigt en tevens Hem gelijk is. De Engel van de HEER is God Zelf. De Engel van de HEER is de Godsverschijning van de Zoon in het Oude Testament.

De Engel van de HEER sprak tot Abraham.
Ge 22:11 Maar de Engel van de HEERE riep tot hem vanuit de hemel en zei: Abraham, Abraham! Hij zei: Zie, [hier] ben ik. Ge 22:12 Toen zei Hij: Steek uw hand niet uit naar de jongen en doe hem niets, want nu weet Ik dat u godvrezend bent en uw zoon, uw enige, Mij niet onthouden hebt. (HSV)
Jacob sprak de zegenbede dat de God, de Engel, zijn Jozef zou zegenen.
Ge 48:15 En hij zegende Jozef en zei: De God voor Wiens aangezicht mijn vaderen, Abraham en Izak, gewandeld hebben, de God Die mij als herder geleid heeft, mijn [leven] lang tot op deze dag, Ge 48:16 de Engel, Die mij verlost heeft van al het kwaad, zegene deze jongens, zodat door hen mijn naam en de naam van mijn vaderen, Abraham en Izak, genoemd zal blijven en zij in het midden van het land in menigte zullen toenemen. (HSV)
De Kanttekenaren merken bij vers 16 op: "Dewijl Jakob van dezen engel hetzelfde verzoekt, wat hij (Gen. 48:15) van God bidt, zo kan dit van geen geschapen engel verstaan worden, maar moet verstaan zijn van Gods Zoon." Keil merkt bij de verzen 15 en 16 op, dat de God en de Engel genoemd worden, "terwijl het werkwoord "zegene" toch in het enkelvoud staat. Zo is de Heere op drievoudige wijze genoemd in een eenheid van het goddelijk Wezen."[1]

Zijn zending

De Zoon is door de Vader in de wereld gezonden.
Joh 5:23 opdat allen de Zoon eren zoals zij de Vader eren. Wie de Zoon niet eert, eert de Vader niet die Hem heeft gezonden. (TELOS)
Joh 10:36 zegt u van Hem die de Vader heeft geheiligd en in de wereld gezonden: U lastert, omdat Ik gezegd heb: Ik ben Gods Zoon? (TELOS)
Het is nodig te geloven dat de Vader Zijn Zoon gezonden heeft. De Heer Jezus zei tot Zijn Vader bij het graf van Lazarus:
Joh 11:42 Ik wist wel dat U Mij altijd hoort, maar ter wille van de menigte die rondom Mij staat, heb Ik dit gezegd, opdat zij geloven dat U Mij hebt gezonden. (TELOS)
Hij was uitgezonden om het evangelie van het koninkrijk van te verkondigen.
Lu 4:43 Hij zei echter tot hen: Ook aan de andere steden moet Ik het evangelie van het koninkrijk van God verkondigen, want daartoe ben Ik uitgezonden. (TELOS)
Aan het eind van zijn leven zond hij zijn apostelen (= gezondenen!) in de wereld, zoals de Vader hem gezonden had.
Joh 20:21 Jezus dan zei opnieuw tot hen: Vrede zij u! Zoals de Vader Mij heeft gezonden, zend ook Ik u. (TELOS)

Zoon des mensen

De Zoon van God is mens geworden. Eén van zijn benamingen is: 'zoon des mensen', 'mensenzoon'. In het Oude Testament wordt hij in een gezicht al als een Mensenzoon gezien.
Da 7:13 Ik keek toe in de nachtvisioenen, en zie, er kwam met de wolken van de hemel Iemand als een Mensenzoon. Hij kwam tot de Oude van dagen en men deed Hem voor Zijn aangezicht naderbij komen. (HSV)
De Heer Jezus gebruikt de naam 'Zoon des mensen' dikwijls om naar Zichzelf te verwijzen. Hij, de mens geworden Zoon van God, zou worden overgeleverd 'in handen van mensen':
Mt 17:22  Terwijl zij nu in Galilea om Hem samendrongen, zei Jezus tot hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in handen van mensen (TELOS)
Zijn Godheid en Zijn mensheid waren gedurende Zijn wandel op aarde niet te scheiden, wel te onderscheiden (Joh. 11:35, 43). Als volkomen mens weende Hij bij het graf van Zijn vriend Lazarus ,terwijl Hij even later Zijn godheid zou tonen door te roepen: "Lazarus, kom uit!" God en mens in één persoon.

Laatste Adam

De Heer Jezus is 'de Laatste Adam'. De eerste Adam was de eerste mens, Adam.
1Co 15:45 Zo staat er ook geschreven: ‘De eerste mens, Adam, werd tot een levende ziel’; de laatste Adam tot een levendmakende geest. (TELOS)
Beiden zijn hoofd van een mensengeslacht. In Adam sterven allen door de zonde, welke immers de dood tot gevolg heeft. In Christus, de laatste Adam, worden allen levend gemaakt.
1Co 15:22 Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. (TELOS)
De laatste Adam is een afstammeling van de eerste Adam. Hij is via-via de zoon van (de eerste) Adam.
Lu 3:38 van Enos, van Seth, van Adam, van God. (TELOS)
De eerste Adam is het voorbeeld van de Laatste Adam; de Laatste Adam het tegenbeeld van de eerste Adam. Want Adam is "een voorbeeld van Hem die zou komen." (Rom. 5:14). Adam is hoofd van het oude mensengeslacht, de Laatste Adam is hoofd van een nieuw mensengeslacht. Daarbij zijn er wel grote verschillen: de eerste Adam zondigde en verdierf, de laatste Adam gehoorzaamt en herstelt. De eerste Adam verscheen (met Eva) aan het eind van de schepping, de Laatste Adam staat aan het begin van een nieuwe schepping, waarvan wij gelovigen de eerstelingen zijn.

Zijn menselijke natuur

De uitdrukkingen 'de zoon des mensen', 'de laatste adam', 'de tweede mens', 'de zoon van Abraham, 'de zoon van David'  wijzen op Zijn menselijke natuur.
1Co 15:47 De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel. (TELOS)
God bereidde Hem een menselijk lichaam toe (Hebr. 10:5). Hij "is vlees geworden" (Joh. 1:14). Hij is "geboren uit een vrouw" (Gal. 4:4). Hij is "geworden uit het geslacht van David naar het vlees" (Rom. 1:3).
Heb 10:5 Daarom zegt Hij bij zijn komen in de wereld: ‘Slachtoffer en offerande hebt U niet gewild, maar U hebt Mij een lichaam toebereid; (TELOS)
Ga 4:4 maar toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, (TELOS)
Joh 1:14 En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van een eniggeborene van een vader) vol van genade en waarheid. (TELOS)
Ro 1:3 aangaande zijn Zoon (die geworden is uit het geslacht van David naar het vlees, (TELOS)
Ro 9:5 ... de vaderen, en uit hen is naar het vlees de Christus, die God is over alles, gezegend tot in eeuwigheid. Amen. (TELOS)
1Ti 3:16 En ongetwijfeld, groot is de verborgenheid van de godsvrucht: Hij die geopenbaard is in het vlees, gerechtvaardigd in de Geest, gezien door de engelen, gepredikt onder de volken, geloofd in de wereld, opgenomen in heerlijkheid. (TELOS)
Dat de Heer Jezus in menselijk vlees is gekomen, is een wezenlijk onderdeel van de leer aangaande Christus.
1Jo 4:2 Hieraan kent u de Geest van God: iedere geest die Jezus Christus als in het vlees gekomen belijdt, is uit God; 1Jo 4:3 en iedere geest die niet Jezus als in het vlees gekomen belijdt, is niet uit God; en dit is de geest van de antichrist, waarvan u gehoord hebt dat hij komt, en hij is nu al in de wereld. (TELOS)
2Jo 1:7 Want er zijn vele verleiders uitgegaan in de wereld, die niet Jezus Christus als in het vlees gekomen belijden. Dit is de verleider en de antichrist.
Vlees zonder zonde. Hij had 'een gedaante gelijk aan het vlees van de zonde' (Rom. 8:3), maar in tegenstelling tot ons vlees was zijn vlees zonder zonde. Daarom was Hij slechts 'uiterlijk', naar de uitwendige gedaante, gelijk aan het vlees van de zonde. De zonde is een kwaad beginsel 'IN het vlees'. Weliswaar had hij bloedvaten, beenderen, inwendige organen, enz. (vgl. Ps. 22), maar Hij had géén zondige natuur.
Ro 8:3 Want wat voor de wet onmogelijk was, doordat zij door het vlees krachteloos was-God heeft, doordat Hij zijn eigen Zoon in een gedaante gelijk aan het vlees van de zonde en voor de zonde heeft gezonden, de zonde in het vlees veroordeeld; (TELOS)
Heb 4:15 Want wij hebben niet een hogepriester die niet met onze zwakheden kan meelijden, maar Een die in alle dingen verzocht is als wij, met uitzondering van de zonde. (TELOS)
Menselijke natuur. Hij had een menselijke gedaante èn een menselijke natuur. Hij is de mensen gelijk geworden (Flp. 2:7; vgl. Hebr. 2:17). Hij was volkomen mens. Hij stelde vragen en nam als kind toe in kennis. Hij sprak en hij zweeg. Hij bad en nam beslissingen. Hij kende honger, dorst, verdriet, blijdschap, angst. Hij weende en kende verontwaardiging. Hij was de mensen gelijk geworden en kon op menselijke verlangens en behoeften worden verzocht door de satan.
Flp 2:5  Want laat die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was, Flp 2:6  die in de gestalte van God zijnde het geen roof geacht heeft God gelijk te zijn, Flp 2:7  maar Zichzelf ontledigd heeft, de gestalte van een slaaf aannemend, de mensen gelijk wordend. Flp 2:8  En uiterlijk als een mens bevonden heeft Hij Zichzelf vernederd, gehoorzaam wordend tot de dood, ja, tot de kruisdood. Flp 2:9  Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam geschonken die boven alle naam is, (TELOS)
Heb 2:14 Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deelgenomen, opdat Hij door de dood te niet zou doen hem die de macht over de dood had, dat is de duivel, (...) Heb 2:17 Daarom moest Hij in alles aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en trouw hogepriester zou zijn in de dingen die God betreffen, om voor de zonden van het volk verzoening te doen. Heb 2:18 Want waarin Hijzelf geleden heeft toen Hij verzocht werd, kan Hij hun die verzocht worden te hulp komen. (TELOS)

Beeld van God

Jezus is het beeld van God. Hij was de afstraling van de heerlijkheid van God, de afdruk van Zijn wezen (Hebr. 1:3) en Hij kon zeggen: "wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien" (Joh. 14:9).
2Co 4:4 ... Christus, die het beeld van God is, ... (TELOS)
Col 1:15 Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van de hele schepping, (TELOS)
Joh 14:9 Jezus zei tot hem: Ben Ik zo lange tijd bij u en heb je Mij niet gekend, Filippus? Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien; hoe zeg je dan: Toon ons de Vader? (TELOS)
Joh 15:24 ... maar nu hebben zij zowel gezien als gehaat zowel Mij als mijn Vader. (TELOS)
Flp 2:6 die in de gestalte van God zijnde ... (TELOS)
Joh 12:44 Jezus nu riep en zei: Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Mij, maar in Hem die Mij heeft gezonden. Joh 12:45 En wie Mij aanschouwt, aanschouwt Hem die Mij heeft gezonden. (TELOS)

Eerstgeborene

Hij is de "Eerstgeborene" van de hele schepping. Alle engelen zijn opgeroepen om Hem, de Eerstgeborene, te aanbidden (Hebr. 1:6).

Zijn geslachtsregister

Wat zijn menselijke afstamming betreft, vinden wij twee geslachtsregisters van de Heer Jezus.

  • Matth. 1 :1-17: de wettelijke lijn van Jezus’ afkomst uit David, als, door Jozefs huwelijk met Maria, de wettige zoon en erfgenaam van Jozef, die uit Davids zoon Salomo was.
  • Luk. 3 :23-38: De natuurlijke lijn van Jezus’ afkomst uit David, door Maria, uit Davids zoon Nathan.

Zie verder bij art. Geslachtsregisters van Jezus Christus

Zoon van David

De Heer Jezus is de Zoon van David. Langs zowel de geslachtslijn van Maria als die van Jozef is Jezus de zoon van David. Het eerste vers van het Nieuwe Testament luidt:
Mt 1:1 Geslachtsregister van Jezus Christus, Zoon van David, Zoon van Abraham. (TELOS)
Bij zijn intocht in Jeruzalem riepen de menigten Jezus de zegenbede toe: Hosanna voor ('Geef heil aan') de Zoon van David!'
Mt 21:9 De menigten nu die voor Hem uitgingen en zij die volgden, riepen de woorden: Hosanna voor de Zoon van David! Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer! Hosanna in de hoogste hemelen! (TELOS)
David was de koning van Israel en de 'man naar Gods hart'. Hij ging door lijden tot heerlijkheid. Zijn zoon, Jezus, is hem daarin, in meerdere mate, gevolgd. De heerschappij en de vrede van de Heer Jezus zijn verbonden met de troon van David en diens koninkrijk. David profeteert van de messiaanse koning in Ps. 61. Diens heerschappij zal eeuwig zijn.
Ps 61:5 (61:6) Want U, o God, hebt mijn geloften gehoord; U hebt mij de erfenis gegeven van wie Uw Naam vrezen. Ps 61:6 (61:7) U zult dagen toevoegen aan de dagen van de koning, zijn jaren [duren voort] als van generatie op generatie. Ps 61:7 (61:8) Eeuwig zal hij tronen voor Gods aangezicht. Beschik goedertierenheid en trouw, dat die hem beschermen.  (HSV)

Zijn uiterlijk

Over het uiterlijk van Jezus Christus weten wij - niettegenstaande de vele afbeeldingen gemaakt in de loop der eeuwen - uit de Schrift vrijwel niets. De Schrift zegt alleen iets over zijn uiterlijk als de lijdende knecht van Jahweh en verstrekt nog de meeste uiterlijke bezonderheden van zijn verschijning inheerlijkheid. Maar hoe hij er in zijn wandel op aarde uitzag, weten wij feitelijk niet. De apostel Paulus zegt: "als wij al Christus naar het vlees hebben gekend, dan kennen wij Hem nu niet meer zo" (2 Cor. 5:16).
Zie verder Uiterlijk van Jezus Christus voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Zijn familie

Jezus was een zoon van Jozef (door adoptie) en Maria (door geboorte). Hij was de eerstgeborene in een gezin van minstens zeven kinderen. Hij was lid van een groot gezin van tenminste negen personen: 2 ouders + Jezus zelf + zijn 4 broers + tenminste 2 zusters = tenminste 9 personen.

Maria baarde haar 'eerstgeboren zoon' (Luc. 2:7) in Bethlehem.
Lu 2:7 en zij baarde haar eerstgeboren Zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg. (TELOS)
Jezus' jongere broers waren Jakobus, Jozef, Simon en Judas. Verder had hij tenminste twee zussen. Dit valt af te leiden uit de opgetekende uitspraken van zijn dorpsgenoten:
Mt 13:55 Is Deze niet de Zoon van de timmerman? Heet zijn moeder niet Maria en zijn broers Jakobus, Jozef, Simon en Judas? Mt 13:56 En zijn zijn zusters niet allemaal bij ons? Waar heeft Deze dan dit alles vandaan? (TELOS)
Mr 6:3 Is Deze niet de timmerman, de Zoon van Maria en de Broer van Jakobus, Joses, Judas en Simon? En zijn zijn zusters niet hier bij ons? En zij namen aanstoot aan Hem. (TELOS)
De namen van Jezus' zusters zijn ons niet gegeven. Dat de Heer een broer genaamd Jakobus had, blijkt uit de mededeling van Paulus. In Jeruzalem sprak hij niemand anders van de apostelen dan 'Jakobus, de broer van de Heer' (Gal. 1:19).
Ga 1:19 ik zag echter niemand anders van de apostelen dan Jakobus, de broer van de Heer. (TELOS)
Wat is de betekenis van de namen die Jozef en Maria aan de broers van Jezus gaven? Jacobus, Grieks Iakobos, de Griekse vorm Iakoob, van het Hebreeuwse Ya'aqob (Nederlands Jacob), betekent 'hielenlichter' ('die de hielen vasthoudt'). Deze zoon van Jozef en Maria is misschien vernoemd naar Jozefs vader Jacob.
Mt 1:16 en Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus is geboren, die Christus wordt genoemd. (TELOS)
Jozef betekent 'laat Hem toevoegen', 'Hij voege toe'. Deze naam gaf aartsmoeder Rachel aan haar eerstgeborene zoon, met de wens dat God meer kinderen zou toevoegen. Joses = 'verheven'. Misschien staat deze naam voor 'Jozef'. Jozef was de naam van zijn en Jezus' vader. Wellicht is deze broer naar zijn vader vernoemd.

Simon (Gr. simoon, van Hebr. sjimoon) betekent 'gehoord'.

Judas is de Griekse benaming voor de Hebreeuwse naam 'Juda' of 'Jehuda(h)' en betekent 'lof, geprezen'.

Jacobus en Judas zijn later dienstknechten van hun broer, eigenlijk van de Heer Jezus Christus geworden, Jac. 1:1. Zij hebben zijn goddelijke afkomst en bediening erkend. Beiden hebben een brief geschreven die ons in de Bijbel is overgeleverd. Jacobus is evenals de Heer zelf een 'apostel' geworden. Paulus schrijft:
Ga 1:19 ik zag echter niemand anders van de apostelen dan Jakobus, de broer van de Heer. (TELOS)
De Heer Jezus was een hoeksteen van de totale gemeente in de wereld. Jacobus werd een steunpilaar in de gemeente te Jerzulem, Gal. 2:9. De Heer was gezonden tot de schapen van het huis van Israël, ook Jacobus had een zending onder de besnedenen, Gal. 2:9. Jezus groeide op in Nazareth, zijn 'vaderstad', in Galilea.
Mr 6:1 En Hij ging vandaar weg en kwam in zijn vaderstad, en zijn discipelen volgden Hem.(TELOS)
De opa van Jezus en de vader van Jozef heette Jakob. Zijn andere opa, de vader van zijn moeder Maria, heette Heli (Grieks), van Hebr. Eli (Luc. 3:23).
Mt 1:16 en Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus is geboren, die Christus wordt genoemd. (TELOS)
Lu 3:23 En Hij, Jezus, begon omtrent dertig jaren [oud] te wezen, zijnde (alzo men meende) de zoon van Jozef, den [zoon] van Heli,(SV)
Lu 3:23 En Hij, Jezus, begon ongeveer dertig jaar oud te worden, en was, naar men meende, een zoon van Jozef, de zoon van Eli, (TELOS)
Jakob is de naam van de aarstvader en een aanduiding van het volk Israël.

Johannes de Doper was een neef van Jezus. Maria, de vrouw van Klopas, was waarschijnlijk de zus van Jezus' moeder en dus zijn tante (→ Maria van Klopas).

Zijn werk vóór zijn 30e jaar

Toen Jezus gedoopt werd, was hij ongeveer 30 jaar oud.
Lu 3:23 En Hij, Jezus, begon ongeveer dertig jaar oud te worden, en was, naar men meende, een zoon van Jozef, de zoon van Eli, (TELOS)
Voordat Hij, na zijn doop, als profeet en leraar ging optreden, was hij timmerman. Dit maken we op uit een opmerking van zijn dorpsgenoten.
Mr 6:1 En Hij ging vandaar weg en kwam in zijn vaderstad, en zijn discipelen volgden Hem. Mr 6:2 En toen het sabbat was geworden, begon Hij te leren in de synagoge; en velen die Hem hoorden, stonden versteld en zeiden: Waar heeft Deze die dingen vandaan en wat is dat voor wijsheid die Hem gegeven is, en zulke krachten, die door zijn handen gebeuren? Mr 6:3 Is Deze niet de timmerman, de Zoon van Maria en de Broer van Jakobus, Joses, Judas en Simon? En zijn zijn zusters niet hier bij ons? En zij namen aanstoot aan Hem. Mr 6:4 En Jezus zei tot hen: Een profeet is niet ongeeerd behalve in zijn vaderstad, onder zijn bloedverwanten en in zijn huis. Mr 6:5 En Hij kon daar geen enkele kracht doen, behalve dat Hij enkele zieken de handen oplegde en hen genas. Mr 6:6 En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof. En Hij trok de omliggende dorpen rond en leerde. (TELOS)
Deze 'Zoon van de timmerman' had zijn vak ongetwijfeld geleerd van zijn vader Jozef, 'de timmerman'.
Mt 13:55 Is Deze niet de Zoon van de timmerman? Heet zijn moeder niet Maria en zijn broers Jakobus, Jozef, Simon en Judas? (TELOS)

Zijn zondeloosheid

De Heer Jezus was volkomen mens, doch zonder zonde. Adam is korte tijd, tot de zondeval, zonder zonde geweest.

Niet allen die zich tot het Christendom rekenen geloven dat de Heer Jezus zonder zonde was. Van de Amerikaanse christenen gelooft ruim één derde van hen niet dat Jezus zondeloos was (2009).

Zijn doel

Zijn menswording had ten doel de wil van God te doen en Hem te verheerlijken (Ps.40:9; Hebr.l0:7). Aan het einde van Zijn leven kon Hij zeggen tot de Vader:
"Ik heb U verheerlijkt op de aarde; ik heb het werk voleindigd, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen." (Joh. 17:4)
In de wil van God lag opgesloten dat zondige mensen met God verzoend zouden worden; daarom moest Hij het oordeel ontvangen over de zonden van allen, die in Hem geloven (1 Petr. 2:24). Dit gebeurde toen Hij aan het kruis onze zonden droeg; dáár werd Hij tot "zonde" gemaakt; dáár werd Hij van de heilige en rechtvaardige God verlaten (2 Cor. 5:21; Matth. 27: 46,50).

Na het volbrengen van de wil van God en begraven te zijn stond Hij op uit de doden, vertoonde zich veertig dagen in Zijn opstandingslichaam aan Zijn volgelingen, om daarna ten hemel te varen (Hand. 1:3, 9).

Hij is gestorven om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardiging (Rom. 4:25). Vanuit de hemel kwam de Heilige Geest op aarde; daardoor werd de belofte vervuld waarvan Hij sprak (Joh. 14:16).

Zijn ongehuwde staat

De Heer Jezus was tijdens zijn leven op aarde ongehuwd. Hoewel deze staat niet uitdrukkelijk genoemd wordt in het Nieuwe Testament, kan tot het ongehuwd-zijn van de Heer besloten worden uit de volgende Schriftgegevens. Ten eerste, alle vier evangeliën vermelden belangrijke sociale feiten met betrekking tot de Heer: de namen van zijn ouders, van zijn broers, van zijn twaalf leerlingen, de namen van enkele vrouwen die hem volgden, de namen van heersers met wie hij te maken had. Het zou heel vreemd zijn als hij getrouwd was en de naam van zijn vrouw onvermeld zou blijven. Zou zo'n belangrijk sociaal feit onvermeld blijven?

Ten tweede, Jezus' opmerking over 'gesnedenen' (ontmanden, gecastreerden) suggereert dat hij zichzelf tot de derde categorie rekent: mannen die zichzelf onthouden omwille van het koninkrijk van God.
Mt 19:12 want er zijn gesnedenen die zo uit de moederschoot geboren zijn; en er zijn gesnedenen die door de mensen zijn gesneden; en er zijn gesnedenen die zichzelf hebben gesneden om het koninkrijk der hemelen. Wie het kan vatten, laat hij het vatten. (TELOS)
Ten derde, de apostel Paulus stelt dat het voor de zaak van de Heer beter is ongehuwd te blijven. “Bent u los van een vrouw, zoek geen vrouw. Maar ook al trouwt u, u zondigt niet; en al trouwt de maagd, zij zondigt niet. Maar zulke personen zullen verdrukking hebben in het vlees, en die wil ik u besparen.” (1 Cor 7:27-28) En: “De ongetrouwde wijdt zijn zorg aan de dingen van de Heer, hoe hij de Heer zal behagen; maar de getrouwde wijdt zijn zorg aan de dingen van de wereld, hoe hij zijn vrouw zal behagen.” (1 Cor. 7:32-33)
1Co 7:32 En ik wil dat u zonder zorgen bent. De ongetrouwde wijdt zijn zorg aan de dingen van de Heer, hoe hij de Heer zal behagen; 1Co 7:33 maar de getrouwde wijdt zijn zorg aan de dingen van de wereld, hoe hij zijn vrouw zal behagen. 1Co 7:34 Er is ook onderscheid tussen de vrouw en de maagd. De ongetrouwde wijdt haar zorg aan de dingen van de Heer om heilig te zijn, zowel naar het lichaam als naar de geest; maar de getrouwde wijdt haar zorg aan de dingen van de wereld, hoe zij haar man zal behagen. (TELOS)
Het zou vreemd zijn om het ongehuwd-zijn aan te bevelen terwijl de Heer en Meester Jezus zelf, die zo ijverde voor Gods huis, gehuwd zou zijn.

Ten derde, van de twee belangrijkste apostelen kennen we hun huwelijkse staat. Paulus was ongehuwd en Petrus was gehuwd. Als de Heer Jezus, hun meester, gehuwd was, zouden we dat zeker geweten hebben.

Ten vierde, de Heer Jezus noemt zichzelf 'de bruidegom' (Matth. 9:15), die tenslotte zal worden weggenomen. In de toekomst zal hij als de bruidegom verschijnen (Matth. 25:1). Johannes de Doper noemde Jezus 'de bruidegom', die 'de bruid heeft' (Joh. 3:29) en zichzelf 'de vriend van de bruidegom'. Het is duidelijk dat Johannes de Doper niet sprak over een neef die op het punt stond met een Joods meisje te trouwen. Jezus in de hoedanigheid van bruidegom moet gezien moet worden in de betrekking van de Heer tot Israël. Israël liet het toen afweten, op een gelovig overblijfsel na. Echter, heel Israël zal behouden worden en in een huwelijksrelatie met de Heer Jezus treden.

De Heer Jezus wijdde zich helemaal aan zijn zending voor de verloren schapen van het huis van Israël en voor het heil van de wereld. Daartoe bleef hij ongehuwd. Wel staat Hem nog een groots huwelijk te wachten, niet met één enkel mensenkind, maar met een collectief, de gemeente, die nu zijn verloofde is, en ook met het vernieuwde Israël.
2Co 11:2 Want ik ben naijverig over u met een naijver van God; want ik heb u aan een man verloofd om u als een reine maagd voor Christus te stellen. (TELOS)

Zijn zachtmoedigheid

Een kenmerk van Jezus' karakter is Zijn zachtmoedigheid. Reeds de profeet Zacharia spreekt daarvan, volgens de aanhaling van Zach. 9:9 in Mattheus 21:5.
Mt 21:5 ‘Zegt aan de dochter van Sion: Zie, uw koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier’. (TELOS)
Het door Mattheus aangehaalde vers uit Zach 9:9 luidt in de Herziene Statenvertaling: "Verheug u zeer, dochter van Sion! Juich, dochter van Jeruzalem! Zie, uw Koning zal tot u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland, arm, en rijdend op een ezel." De oude Griekse vertaling van de Zeventig (LXX) heeft 'zachtmoedig'. Zo verstaan de Joodse commentaren van TargoemJarchi en Kimchi het ook. Mattheus volgt de LXX. De Heer Jezus was beide arm en zachtmoedig. Zijn zachtmoedigheid komt tot uiting in zijn optreden:
Mt 12:19 Hij zal niet twisten of schreeuwen, en niemand zal zijn stem op de straten horen; Mt 12:20 een geknakt riet zal Hij niet verbreken en een walmende vlaspit zal Hij niet uitblussen, totdat Hij het oordeel uitvoert tot overwinning; (TELOS)
Zijn zachtmoedigheid is een voor leerlingen gunstig en aantrekkelijk kenmerk van Jezus' meesterschap:
Mt 11:28 Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven. Mt 11:29 Neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en u zult rust vinden voor uw zielen; Mt 11:30 want mijn juk is zacht en mijn last is licht. (TELOS)
Zijn zachtmoedigheid kan ons door zijn voorbeeld en door Zijn Geest, die Christus' deugden in ons wil werken, bezielen, zoals bij Paulus:
2Co 10:1  Ik nu, Paulus zelf, vermaan u door de zachtmoedigheid en goedertierenheid van Christus, ik, die in uw tegenwoordigheid wel ‘nederig’ ben, maar in mijn afwezigheid ‘moedig’ ben jegens u. (TELOS)

Zijn kracht en macht

De Heer Jezus had gezag en macht, maar hij hield zijn macht in en wendde die aan in nederigheid, ten dienste van de mensen. Hij deed vele krachten, door mensen van allerlei ziekten, gebreken en aandoeningen te genezen en door demonen uit te drijven.
Mr 6:2 En toen het sabbat was geworden, begon Hij te leren in de synagoge; en velen die Hem hoorden, stonden versteld en zeiden: Waar heeft Deze die dingen vandaan en wat is dat voor wijsheid die Hem gegeven is, en zulke krachten, die door zijn handen gebeuren? (TELOS)
De Heer Jezus was krachtig in werk en woord.
Lu 24:19 En Hij zei tot hen: Wat dan? Zij nu zeiden tot Hem: De dingen betreffende Jezus de Nazarener, die een profeet was, krachtig in werk en woord voor God en al het volk, (TELOS)
Lu 19:37 Toen Hij nu de helling van de Olijfberg al naderde, begon de hele massa van de discipelen met blijdschap God te prijzen met luider stem voor alle krachtige daden die zij hadden gezien, (TELOS)
Iets van Jezus' gezag en macht bleek ook toen een arrestatieteam in de hof van Gethsemané hem tegemoet trad.
Joh 18:5 Zij antwoordden Hem: Jezus de Nazoreeer. Jezus zei tot hen: Ik ben het. En Judas, die Hem overleverde, stond ook bij hen.  Joh 18:6 Toen Hij dan tot hen zei: Ik ben het, deinsden zij terug en vielen op de grond.  Joh 18:7 Hij vroeg hun dan opnieuw: Wie zoekt u? En zij zeiden: Jezus de Nazoreeer. Joh 18:8 Jezus antwoordde: Ik heb u gezegd dat Ik het ben; als u dan Mij zoekt, laat dezen heengaan; (TELOS)
Ondanks zijn machtige daden van liefde en heil, werd hij verworpen. In Jes. 9:4 zegt de Messias:
Jes 49:4 Ik, Ik zei: Voor niets heb Ik Mij vermoeid, nutteloos en tevergeefs heb Ik Mijn kracht verbruikt. Voorwaar, Mijn recht is bij de HEERE, en Mijn arbeidsloon is bij Mijn God.(HSV)
Omdat de Heiland de Mensenzoon is, heeft hij, die door mensen geoordeeld werd, van God macht, bevoegheid ontvangen om oordeel uit te oefenen.
Joh 5:26 Want zoals de Vader leven heeft in Zichzelf, zo heeft Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in Zichzelf; Joh 5:27 en Hij heeft Hem macht gegeven oordeel uit te oefenen, omdat Hij de Mensenzoon is. (TELOS)
De Vader echter heeft Hem macht gegeven over alle vlees. De Heer Jezus is bij machte om eeuwig leven te schenken aan alles wat de Vader Hem heeft gegeven. Hij maakt levend wie hij wil.
Joh 17:2 zoals U Hem macht hebt gegeven over alle vlees, opdat alles wat U Hem hebt gegeven, Hij hun eeuwig leven geeft. (TELOS)
Joh 5:21 Want zoals de Vader de doden opwekt en levend maakt, zo maakt ook de Zoon levend wie Hij wil. (TELOS)
Uit zijn machtige bewarend hand zal niemand een gelovige kunnen wegrukken.
Joh 10:28 En Ik geef hun eeuwig leven, en zij zullen geenszins verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze rukken uit mijn hand. (TELOS)
De Vader heeft de Zoon alles in zijn hand gegeven. Alle macht in hemel en op de aarde is aan de Heer Jezus gegeven.
Mt 11:27 Alles is Mij overgegeven door mijn Vader; ... (TELOS)
Mt 28:18 En Jezus kwam naar hen toe en sprak tot hen de woorden: Mij is gegeven alle macht in hemel en op de aarde.
Joh 3:35 De Vader heeft de Zoon lief en heeft alles in zijn hand gegeven. (TELOS)
Als de Heer alles in zijn hand heeft, heeft hij vanzelfsprekend macht over alles. Hij heeft de oppermacht; machten en krachten zijn Hem onderworpen.
1Pe 3:22 die aan Gods rechterhand is, heengegaan naar de hemel, terwijl engelen, machten en krachten Hem onderworpen zijn. (TELOS)
Hij heeft de macht om alles aan Zich te onderwerpen. Zo zal Hij Zijn macht aanwenden om ons vergankelijk, aan ziekte en pijn onderhevig lichaam te veranderen, opdat het gelijkvormig wordt aan Zijn lichaam.
Flp 3:21 die het lichaam van onze vernedering zal veranderen tot gelijkvormigheid aan het lichaam van zijn heerlijkheid, naar de werking van de macht die Hij heeft om ook alles aan Zich te onderwerpen. (TELOS)
In de toekomst zal erkend en beleden worden dat Jezus de kracht en de macht toekomen.
Opb 5:12 en zij zeiden met luider stem: Het Lam dat geslacht is, is waard te ontvangen de kracht en rijkdom en wijsheid en sterkte en eer en heerlijkheid en lof. Opb 5:13 En elk schepsel dat in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem die op de troon zit, en het Lam, zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de macht tot in alle eeuwigheid. (TELOS)
De offers van het Oude Testament beeldden hoedanigheden van de Heiland af. De var, de jonge stier, symboliseert Zijn kracht in geduldige arbeid voor de mensen verricht.

Zijn knechtschap

De Heer Jezus, de Heer der Heerlijkheid, was 'niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen' (Marc. 10:44). Hij ontledigde Zichzelf, werd de mensen gelijk en nam 'de gestalte van een slaaf' aan (Flp. 2:7). Hij diende God en mensen. God noemt Hem 'Mijn Knecht' (Jes. 42:1; 52:13; 53:11). Zijn gehoorzaamheid ging tot de dood, ja, tot de dood van het kruis. Hij gaf zijn leven 'tot een losprijs voor velen'. Om deze zelfvernedering, dienst en gehoorzaamheid, heeft God hem uitermate verhoogd.
Zie Knechtschap van Jezus Christus voor het hoofdartikel over dit onderwerp

Christus

Hij is de "Christus", de Gezalfde van de Vader (Luk. 2:11).

Profeet

De Heer Jezus was een profeet, d.i. een woordvoerder van God, met een boodschap van God gezonden tot de mensen. Mozes voorzegde de komst van een profeet als hijzelf.
De 18:15  Een Profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik, zal de HEERE, uw God, voor u doen opstaan; naar Hem moet u luisteren, De 18:17 Toen zei de HEERE tegen mij: Het is goed wat zij gesproken hebben. De 18:18 Ik zal een Profeet voor hen doen opstaan uit het midden van hun broeders, zoals u. Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en alles wat Ik Hem gebied, zal Hij tot hen spreken. De 18:19 En [met] de man die niet naar Mijn woorden luistert, die Hij in Mijn Naam spreekt, zal [het zó] zijn: Ík zal [rekenschap] van hem eisen. (HSV)
Toen Jezus een dode jongeman opwekte, noemde de menigte hem een 'groot profeet':
Lu 7:16 En vrees beving allen en zij verheerlijkten God en zeiden: Een groot profeet is onder ons verwekt, en: God heeft zijn volk bezocht. (TELOS)
Een blinde, wiens ogen door Jezus waren geopend, zei desgevraagd, dat Jezus volgens hem een profeet was:
Joh 9:17 Zij zeiden dan opnieuw tot de blinde: Wat zegt u van Hem, omdat Hij uw ogen heeft geopend? En hij zei: Hij is een profeet. (TELOS)
Niet alleen zijn daden, ook zijn woorden gaven aanleiding om Jezus een profeet te noemen:
Joh 7:40 Sommigen dan uit de menigte die deze woorden hoorden, zeiden: Deze is waarlijk de profeet. (TELOS)
Jezus' volksgenoten herkenden en erkenden in hem een profeet.
Mt 16:13  Toen nu Jezus gekomen was in de streken van Caesarea-Filippi, vroeg Hij zijn discipelen aldus: Wie zeggen de mensen dat de Zoon des mensen is? Mt 16:14 Zij nu zeiden: Sommigen: Johannes de doper; en anderen: Elia; en weer anderen: Jeremia of een van de profeten. (TELOS)
Mt 21:10 En toen Hij Jeruzalem was binnengegaan, kwam de hele stad in opschudding en zei: Wie is Deze? Mt 21:11 De menigten nu zeiden: Deze is de profeet, Jezus, van Nazareth in Galilea. (TELOS)
Petrus en Stefanus halen na de hemelvaart van Jezus en de komst van de Heilige Geest de voorzegging van Mozes - over een profeet als hij - aan, Hand 3:22-23 en 7:37.

Heiland

Hij is de Heiland der wereld. Er is onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven dan "Jezus Christus", waardoor wij moeten behouden worden." (Hand. 4:10-12)

Heelmeester

De Heer Jezus heeft vele en wonderbaarlijke genezingen verricht.

De cardioloog Roberto Estevez geeft in zijn boek ‘A Physician Examines the Miracles of Jesus’ ('Een arts onderzoekt de wonderen van Jezus') zijn oordeel over de genezingswonderen van de Heer Jezus. Elk geval is een echte ziekte en geeft een ziektebeeld geeft dat ook bij zijn eigen patiënten te vinden is. Onder normale omstandigheden is het niet mogelijk zulke mensen binnen enkele tellen volledig te genezen. Het eindoordeel van de arts is dat de wonderen die Jezus verrichtte echte wonderen zijn.

Verlosser

Jezus kwam als de beloofde Verlosser om zijn volk Israël te verlossen van hun zonden. Het volk, als geheel genomen, heeft Hem echter verworpen. Een overblijfsel heeft Hem aangenomen. Uiteindelijk zal Hij niet alleen Israel verlossen, maar de zonde van de wereld weg te nemen. Hij verlost nu ieder van zonden die in Hem gelooft. Van elke gelovige heeft Hij de zonden weggenomen door deze te dragen in Zijn lichaam aan het kruishout. Hij nam de zonden op zich en stierf in de plaats van zondaars. Ieder die in Hem gelooft, heeft eeuwig leven, komt niet in het oordeel en zal niet verloren gaan.

Als onze grootste behoefte informatie was,
   zou God een onderwijzer hebben gezonden.
Als onze grootste behoefte technologie was,
   zou God ons een wetenschapper hebben gezonden.
Als onze grootste behoefte geld was,
   zou God ons een econoom hebben gezonden.
Maar omdat onze grootste behoefte vergeving was,
   zond God ons een Verlosser.
(Roy Lessin)

Wij verwachten dat Hij uit de hemel zal terugkomen als Verlosser (Fil. 3:20).

Danklied (Opwekking 470)

De Amen

Jezus Christus is De Amen.
Opb 3:14 En schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: Dit zegt de Amen, de trouwe en waarachtige getuige, het begin van de schepping van God: (TELOS)
Hij is de Waarachtige die Zijn woord gestand doet en Gods beloften zeker zal vervullen. Hij is de God van Amen. Het laatste antwoord in de Bijbel zegt "amen" op de woorden van de Heer Jezus. Voor meer informatie, zie het artikel Amen.

Koning

Jezus Christus is de Koning van Israël, ja, de Koning der koningen. Hij zal over Israël en over de hele wereld heersen.

Zie voor het hoofdartikel over dit onderwerp: Koningschap van Jezus Christus.

Zijn doen

De Heer Jezus deed niets van Zichzelf. Hij was afhankelijk van Zijn Vader, wiens wil Hij zocht te doen. Hij zag naar de Vader en wat Die deed, dat deed de Zoon evenzo.
Joh 5:19 Jezus dan antwoordde en zei tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: de Zoon kan niets doen van Zichzelf, tenzij Hij de Vader iets ziet doen; want alles wat Die doet, dat doet ook de Zoon evenzo. (TELOS)
Joh 5:30 Ik kan van Mijzelf niets doen; zoals Ik hoor, oordeel Ik, en mijn oordeel is rechtvaardig, omdat Ik niet mijn wil zoek, maar de wil van Hem die Mij heeft gezonden. (TELOS)
Joh 6:38 Want Ik ben van de hemel neergedaald, niet opdat Ik mijn wil zou doen, maar de wil van Hem die Mij heeft gezonden. (TELOS)

Zijn spreken

Eén wijze van doen was Zijn spreken. Wat de Heer Jezus sprak en leerde, was van de Vader, die Hem gezonden had. Hij sprak niet uit Zichzelf (Joh. 12:49; 14:10), maar Hij sprak hetgeen Zijn Vader geboden had dat Hij zou spreken. Hij zocht de wil van God te doen. Wat God wilde dat Hij spreken zou, dat sprak Hij.

Joh 5:30 Ik kan van Mijzelf niets doen; zoals Ik hoor, oordeel Ik, en mijn oordeel is rechtvaardig, omdat Ik niet mijn wil zoek, maar de wil van Hem die Mij heeft gezonden. (TELOS)
Joh 7:16 Jezus dan antwoordde hun en zei: Mijn leer is niet van Mij, maar van Hem die Mij heeft gezonden. (TELOS)
Joh 12:49 Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken; maar de Vader die Mij heeft gezonden, die heeft Mij een gebod gegeven wat Ik zeggen en wat Ik spreken moet. (TELOS)
Joh 12:50 En Ik weet dat zijn gebod eeuwig leven is. Wat Ik dan spreek, spreek Ik zo als de Vader Mij heeft gezegd. (TELOS)
Joh 14:10 Geloof je niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden die Ik tot u spreek, spreek Ik niet vanuit Mijzelf, maar de Vader die in Mij blijft, Die doet de werken.(TELOS)
Joh 14:24 Wie Mij niet liefheeft, bewaart mijn woorden niet; en het woord dat u hoort, is niet van Mij, maar van de Vader die Mij heeft gezonden. (TELOS)
Hij sprak uit een innige levensgemeenschap met de Vader, die in hem was en bleef (Joh. 14:10).

De Heer Jezus wist dat wat Hij sprak, wat Zijn Vader hem geboden had te spreken, tot eeuwig leven diende voor de hoorders die Zijn woord zouden aannemen (Joh. 12:50).

Het woord door engelen, Gods boodschappers, gesproken, stond vast. Ongehoorzaamheid aan dat goddelijk woord werd bestraft. Hoe noodzakelijk is het dan dat wij het woord van de Zoon van God, de grote Boodschapper uit de hemel, gehoorzamen.
Heb 2:2 Want als het woord door engelen gesproken vast stond en elke overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontvangen heeft, Heb 2:3 hoe zullen wij ontkomen als wij zo’n grote behoudenis veronachtzamen, waarover aanvankelijk gesproken is door de Heer en die aan ons bevestigd is door hen die het gehoord hebben, (TELOS)
Het spreken van Jezus maakte indruk op zijn toehoorders.
Lu 4:22 En allen gaven Hem getuigenis en verwonderden zich over de woorden van de genade die uit zijn mond kwamen, en zeiden: Is Deze niet de Zoon van Jozef? (TELOS)
Mt 7:29 want Hij leerde hen als iemand die gezag heeft, en niet als hun schriftgeleerden. (TELOS)
Joh 7:45 De dienaars dan kwamen tot de overpriesters en farizeeen, en die zeiden tot hen: Waarom hebt u Hem niet meegebracht? Joh 7:46 De dienaars antwoordden: Nooit heeft een mens zo gesproken als deze mens spreekt. (TELOS)

Zijn gesprekken en redenen

  • Gesprek met Nicodémus over de wedergeboorte, Joh. 3 :1-21.
  • Gesprek met de Samaritaanse vrouw over het levende water, Joh. 4 :5-26.
  • Rede in de synagoge van Nazareth, over Jes. 61 :1, Luk. 4 :16 v.
  • De bergrede, Matth. 5-7.
  • Rede bij de aanstelling van de apostelen, Matth. 10.
  • Strafrede over Chorazin enz., Matth. 11 :20-24.
  • Rede over de genezing van de 38-jarige kranke, Joh. 5.
  • Rede over het plukken van aren op de sabbat door de discipelen, Matth. 12 :1-8.
  • De beschuldiging, de duivelen door Beëlzebul uit te werpen weerlegd, Matth. 12 :25-37.
  • Rede over het Brood des Levens, Joh. 6 :22 v.
  • Rede over de reinheid des harten, Matth. 15 :1-20.
  • Rede over de ergernissen en over het vergeven, Matth. 18.
  • Rede op het Loofhuttenfeest, Joh. 7 :14 v.
  • Gesprek met de Farizeeën over de in overspel gegrepen vrouw, Joh. 8 :1-11.
  • Gesprek met de genezen blindgeborene, Joh. 9 :35-38.
  • Rede over de Goede Herder en Zijn schapen, Joh. 10 :1-18.
  • Gesprek met Maria en Martha, Joh. 11 :21-40.
  • Strafrede tegen de Farizeeën en Schriftgeleerden, Luk. 11 :37-54.
  • Gesprek met de rijke jongeling, Matth. 19 :16-30.
  • Rede over de verwoesting van Jeruzalem en de wederkomst ten gerichte, Matth. 24 en 25.
  • Redenen bij het laatste Pascha, Joh. 14, 15, 16.
  • Gesprek op de weg naar Gethsémané, Matth. 26 :31-36.
  • Gesprek met Petrus na Zijn opstanding, Joh. 21 :15-22.
  • Gesprek met Zijn discipelen vóór Zijn hemelvaart, Luk. 24 :44-51, Hand. 1 :6-8.

Zijn gelijkenissen

De Heer Jezus heeft in zijn prediking gebruik gemaakt van gelijkenissen. Véle dingen sprak hij in gelijkenissen.
Mt 13:3 En Hij sprak tot hen vele dingen in gelijkenissen en zei: Zie, de zaaier ging uit om te zaaien. (TELOS)
Mr 4:2 En Hij leerde hun door gelijkenissen vele dingen; en Hij zei in zijn leer tot hen: (TELOS)
Mt 13:34 Al deze dingen sprak Jezus in gelijkenissen tot de menigten, en zonder gelijkenis sprak Hij niet tot hen, (TELOS)
Door te spreken gelijkenissen vervulde hij de profetie.
Mt 13:35 opdat vervuld werd wat gesproken is door de profeet, die zei: ‘Ik zal mijn mond opendoen in gelijkenissen; ik zal dingen uitspreken die van de grondlegging van de wereld af verborgen zijn geweest’. (TELOS)
Hij sprak niet alleen in gelijkenissen, opdat de profetie vervuld zou worden, maar ook omdat een deel van de toehoorders geestelijk blind en doof waren.
Mt 13:13 Daarom spreek Ik in gelijkenissen tot hen, omdat zij kijkend niet kijken en horend niet horen en niet verstaan. (TELOS)
Soms werden de gelijkenissen door zijn tegenstanders begrepen. De overpriesters en de farizeeën begrepen de gelijkenis van de twee zonen (Matt. 21:28-32) en die van de onrechtvaardige landlieden (Matth. 21:33:46).
Mt 21:45 En toen de overpriesters en de farizeeen zijn gelijkenissen hoorden, begrepen zij dat Hij van hen sprak. (TELOS)
Zijn gelijkenissen zijn deze:
  • De zaaier, Matth. 13 :1-9, 18-23.
  • Het onkruid in de akker, Matth. 13 :24-30.
  • Het zaad, dat ongemerkt uitsproot, Mark. 4 :26-29.
  • Het mosterdzaad, Matth. 13 :31,32, Mark. 4 :30-32, Luk. 13 :18,19.
  • Het zuurdeeg, Matth. 13 :33, Luk. 13 :21.
  • De heer des huizes, nieuwe en oude dingen voortbrengende uit zijn schat, Matth. 13 :52.
  • De twee onderscheiden bouwers, Matth. 7 :24-29, Luk. 6 :47-49.
  • De schat in de akker, Matth. 13 :44.
  • De parel van grote waarde, Matth. 13 :45,46.
  • Het verloren schaap, Matth. 18 :12-14, Luk. 15 :4-7.
  • De verloren penning, Luk. 15 :8-10.
  • De verloren zoon, Luk. 15 :11-32.
  • De onvruchtbare vijgeboom, Luk. 13 :6-9.
  • De kinderkens op de markt, Matth. 11 :16,17.
  • De twee zonen, Matth. 21 :26-31.
  • De wijngaard, Matth. 21 :33-41, Mark. 12 :1-12, Luk. 20 :9-19.
  • Het versmade gastmaal, Matth. 22 :2-10, Luk. 14 :16-24.
  • De nieuwe lap op het oude kleed, Luk. 5 :36.
  • De nieuwe wijn in oude zakken, Luk. 5 :37-39.
  • De rijke dwaas, Luk. 12 :16-21.
  • De onrechtvaardige rentmeester, Luk. 16 :1-9.
  • De rijke man en de arme Lazarus, Luk. 16 :19-31.
  • De onrechtvaardige rechter en de weduwe, Luk. 18 :1-8.
  • De Farizeeër en de tollenaar, Luk. 18 :9-14.
  • De twee schuldenaars, Luk. 7 :41-43.
  • De onbarmhartige dienstknecht, Matth. 18 :23-35.
  • De gesloten deur, Luk. 13 :23-30.
  • Aanmatigende gasten, Luk. 14 :7-11.
  • Onnutte dienstknechten, Luk. 17 :7-10.
  • Het net in de zee geworpen, Matth. 13 :47-50.
  • De uitspruitende vijgeboom, Matth. 24 :32-35, Mark. 13 :28-31, Luk. 21 :29-31.
  • De wakende dienstknechten, Matth. 24 : 42-44, Luk. 12 :35-38.
  • De arbeiders in de wijngaard, Matth. 20 :1-16.
  • De bruiloft, Matth. 22 :1-14.
  • De verschillende huisbezorgers, Matth. 24 :45-51.
  • De tien ponden, Luk. 19 :11-27.
  • De wijze en dwaze maagden, Matth. 25 :1-13.
  • De talenten, Matth. 25 :14-30.
  • De schapen en de bokken, Matth. 25 :31-46.

"Ik ben ..."

De Heer Jezus heeft door verscheidene "Ik ben"-uitspraken meegedeeld wie en wat Hij zoal is:
Joh 6:35, Ik ben het Brood des levens, wie tot Mij komt... 
Joh 8:12, Ik ben het Licht der wereld, wie Mij volgt... 
Joh 10:7-9, Ik ben de Deur der schapen, als iemand door Mij binnengaat... 
Joh 10:14 en 11, Ik ben de goede Herder, ... en wordt door de Mijnen gekend... 
Joh 11:25, Ik ben de Opstanding en het Leven, wie in Mij gelooft, zal leven... 
Joh 14:6, Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij... 
Joh 15:1-5, Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft en Ik in hem die draagt veel vrucht... 
Opb 22:13 Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde.
Meerdere van deze hoedanigheden komen ook naar voren in Zijn woorden tot de zeven gemeenten in Openbaring.
Opb 2:17 Pergamus: Ik zal van het verborgen Manna geven. Vgl. Joh 6:35, Ik ben het Brood des levens.
Opb 2:5 Efeze: Als u zich niet bekeerd zal ik de kandelaar (licht) wegnemen. Vgl. Joh 8:12, Ik ben het Licht der wereld, wie Mij volgt... 
Opb 3:8 Filadelfia: Ik heb voor u een geopende deur gegeven. Vgl. Joh 10:7-9, Ik ben de Deur der schapen, als iemand door Mij binnengaat... 
Opb 2:27 Thyatira: Hij zal de volken hoeden met een ijzeren staf. Vgl. Joh 10:14, Ik ben de goede Herder.
De "Ik ben"-uitspraken lijken concretiseringen van de Godsnaam JHWH.

Het leven

In Christus Jezus is het leven, het eeuwige leven. Hij heeft, evenals en dankzij Zijn Vader, het leven in Zichzelf.
Joh 14:6 Jezus zei tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. (TELOS)
Joh 5:26 Want zoals de Vader leven heeft in Zichzelf, zo heeft Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in Zichzelf; (TELOS)
2Ti 1:1 Paulus, apostel van Christus Jezus door de wil van God, naar de belofte van het leven dat in Christus Jezus is, (TELOS)
Ro 6:23 Want het loon van de zonde is de dood; maar de genadegave van God is het eeuwige leven in Christus Jezus onze Heer. (TELOS)
1Jo 5:11 En dit is het getuigenis: dat God ons eeuwig leven heeft gegeven, en dit leven is in zijn Zoon. 1Jo 5:12 Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet. (TELOS)
Hij geeft het eeuwig leven aan de zijnen.
Joh 10:28 En Ik geef hun eeuwig leven, en zij zullen geenszins verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze rukken uit mijn hand. (TELOS)
Een mens ontvangt het eeuwige leven, wordt daaraan deelachtig, door in Christus Jezus, de Zoon van God, te geloven.
1Jo 5:13 Deze dingen heb ik u geschreven, opdat u weet dat u eeuwig leven hebt, u die in de naam van de Zoon van God gelooft. (TELOS)
Dat geloven is niet slechts geloven dat Hij bestaan heeft. Het is geloven dat Hij voor voor mij gestorven is. Wie dit doet, eet als het ware Zijn vlees eet en drinkt Zijn bloed drinkt. Dit 'voedsel' geeft hem tot eeuwig leven.
Joh 6:54 Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en Ik zal hem opwekken op de laatste dag. (TELOS)
Wie Hem, de Zoon, heeft, heeft het leven (1 Joh. 5:12).
1Jo 5:12 Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet. (TELOS)
De Zoon van God zal de doden opwekken op de laatste dag. Zie Opstanding.
Joh 6:54 Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en Ik zal hem opwekken op de laatste dag. (TELOS)
Joh 5:25 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: er komt een uur, en het is nu, dat de doden de stem van de Zoon van God zullen horen en zij die deze hebben gehoord, zullen leven. Joh 5:26 Want zoals de Vader leven heeft in Zichzelf, zo heeft Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in Zichzelf;  (TELOS)

Het licht der wereld

De Heer Jezus is het licht van de wereld. De zon is dat in de natuurlijke wereld, de Zoon van God is dat in het geestelijk en zedelijk vlak. Hijzelf heeft betuigt het licht der wereld te zijn.
Joh 8:12 Jezus dan sprak opnieuw tot hen en zei: Ik ben het licht van de wereld; wie Mij volgt, zal geenszins in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben. (TELOS)
Joh 9:5 Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht van de wereld. (TELOS)
Johannes de evangelist schrijft:
Joh 1:9 Dit was het waarachtige licht, dat in de wereld komt en iedere mens verlicht. (TELOS)
Zacharias, de vader van Johannes de Doper, had geprofeteerd en gesproken van 'de Opgang uit de hoogte' - de zon gelijk - die het volk Israël zou bezoeken om te schijnen voor hen die in duisternis en schaduw van de dood zitten, om onze voeten te richten op de weg van de vrede (Luc. 1:79).
Lu 1:76 En jij, kind, zult een profeet van de Allerhoogste worden genoemd, want jij zult voor het aangezicht van de Heer heengaan om zijn wegen te bereiden, Lu 1:77 om zijn volk kennis van de behoudenis te geven in de vergeving van hun zonden, Lu 1:78 door de innerlijke barmhartigheid van onze God, waarmee de Opgang uit de hoogte ons zal bezoeken, Lu 1:79 om te schijnen voor hen die in duisternis en schaduw van de dood zitten, om onze voeten te richten op de weg van de vrede. (TELOS)
Het doel van Zijn komen en schijnen was om mensen uit de duisternis te doen komen in het licht.
Joh 12:46 Ik ben als een licht in de wereld gekomen, opdat ieder die in Mij gelooft, niet in de duisternis blijft. (TELOS)
Helaas zijn velen, ondanks het licht, in de duisternis gebleven.
Joh 1:5 En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen. (TELOS)
Joh 3:19 En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld is gekomen, en de mensen hebben de duisternis meer liefgehad dan het licht, want hun werken waren boos. (TELOS)

Zijn wonderen

De Heer Jezus heeft vele wonderwerken verricht. Zo heeft hij wonderlijke genezingen verricht, vervloekte hij een boom, liep hij een keer over het water, stilde een storm, wekte doden op, enz. Zie hieronder.
Mt 11:4 En Jezus antwoordde en zei tot hen: Gaat heen en bericht Johannes wat u hoort en ziet: Mt 11:5 blinden kunnen weer zien en kreupelen lopen, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het evangelie verkondigd; Mt 11:6 en gelukkig is hij die over Mij niet ten val komt! (TELOS)
Over zijn genezingswonderen, zie Genezing.

De wonderen van de Heer Jezus zijn, opgesomd, deze:

  • Op de bruiloft te Kana: water veranderd in wijn, Joh. 2 :1-11.
  • De genezing van de zoon van de koninklijke hoveling, Joh. 4 :46-54.
  • De eerste wonderbare visvangst, Luk. 5 :1-11.
  • De genezing van de bezetene in de synagoge te Kapernaüm, Mark. 1 :21-28, Luk. 4 :31-37.
  • Simons vrouws moeder en vele kranken in Kapernaüm genezen, Matth. 8 :14-17, Mark. 1:29-34,   Luk. 4 :38-41.
  • De genezing van de geraakte, Matth. 9 :1-8, Mark. 2 :1-12, Luk. 5 :17-26.
  • De man met de verdorde hand, Matth. 12 :9-14, Mark. 3 :1-6, Luk. 6 :6-11.
  • De melaatse gereinigd, Matth. 8 :1-4, Mark. 1 :40-45, Luk. 5 :12-16.
  • De dienstknecht van de hoofdman te Kapernaüm genezen, Matth. 8 :5-13, Luk. 7 :1-10.
  • De zoon van de weduwe te Naïn opgewekt, Luk. 7 :11-15.
  • De genezing van de bezetene, die blind en stom was, Matth. 12 :22-29, Mark. 3 :22-30, Luk. 11 :14-23.
  • De storm op het meer gestild, Matth. 8 :23-27, Mark. 4 :35-41, Luk. 8 :22-25.
  • De genezing van de bezetene te Gadara, Matth. 8 :28-34, Mark. 5 :1-20, Luk. 8 :26-39.
  • De opwekking van het dochtertje van Jaïrus, Matth. 9 :18-26, Mark. 5 :22-24, 35-43, Luk. 8:41,42, 49-56.
  • De bloedvloeiende vrouw genezen, Matth. 9 :20-22, Mark. 5 :25-34, Luk. 8 :43-48.
  • De genezing van twee blinden, Matth. 9 :27-31.
  • De spijziging van de vijfduizend, Mark. 6 :30-44, Joh. 6 :1-14.
  • Jezus wandelende op de zee, Matth. 14 :22-33, Mark. 6 :47-53, Joh. 6 :15-21.
  • De genezing van de dochter van de Kananese vrouw, Matth. 15 :21-28, Mark. 7 :24-30.
  • De genezing van een doofstomme, Mark. 7 : 31-37.
  • De spijziging van de vierduizend, Matth. 15 :32-39, Mark. 8 :1-9.
  • De blinde te Bethsaïda genezen, Mark. 8 :22-26.
  • De genezing van de maanzieke jongen, Matth. 17 :14-21, Mark. 9 :14-29, Luk. 9 :37-42.
  • De stater in de vis, Matth. 17 :24-27.
  • De tien melaatsen gereinigd, Luk. 17 :11-19.
  • De genezing van de blindgeborene, Joh. 9.
  • De opwekking van Lazarus, Joh. 11.
  • De vrouw, die achttien jaar krank was, genezen, Luk. 13 :10-17.
  • De genezing van de twee blinden bij Jericho, Matth. 20 :29-34, Mark. 10 :46-52, Luk. 18:35-43.
  • De onvruchtbare vijgeboom met verdorring geslagen, Matth. 21 :18-22, Mark. 11 :12-14, 20-24.
  • Het oor van Malchus geheeld, Matth. 26: 51-53, Mark. 14 :47, Luk. 22 :49-51, Joh. 18:10,11.
  • De tweede wonderbare visvangst, Joh. 21 :1-14.

Opwekking van doden

Tijdens zijn leven op aarde heeft hij drie doden opgewekt:

  • De zoon van de weduwe te Naïn opgewekt, Luk. 7 :11-15.
  • De opwekking van het dochtertje van Jaïrus, Matth. 9 :18-26, Mark. 5 :22-24, 35-43, Luk. 8:41,42, 49-56.
  • De opwekking van Lazarus, Joh. 11.
Toen Hijzelf stierf en de geest gaf, werden 'de graven geopend en vele lichamen van de ontslapen heiligen opgewekt' (Matth. 27:52).
Mt 27:50 Jezus nu riep opnieuw met luider stem en gaf de geest. Mt 27:51 En zie, het voorhangsel van het tempelhuis scheurde van boven naar beneden in tweeen; en de aarde beefde en de rotsen scheurden. Mt 27:52 En de graven werden geopend en vele lichamen van de ontslapen heiligen werden opgewekt; Mt 27:53 en zij gingen uit de graven na zijn opwekking en kwamen in de heilige stad en verschenen aan velen. Mt 27:54 Toen nu de hoofdman en zij die met hem Jezus bewaakten, de aardbeving zagen en de dingen die waren gebeurd, werden zij zeer bang en zeiden: Waarlijk, Deze was Gods Zoon! (TELOS)
De Heer werd door God opgewekt uit de doden.
Hnd 2:24 Hem heeft God opgewekt door de weeen van de dood te ontbinden, aangezien het niet mogelijk was dat Hij door deze werd vastgehouden. (TELOS)
Hnd 2:32 Deze Jezus heeft God opgewekt, waarvan wij allen getuigen zijn. (TELOS)
Pas daarna - opdat hij de eersteling uit de doden zou zijn - gingen de na zijn dood opgewekte heiligen uit de graven en verschenen aan velen (Matth. 27:53)

Zijn omgang met zondaars

Mensen mopperden over Jezus dat hij omgang met zondaars had.
Lu 15:2 En de farizeeen en de schriftgeleerden mopperden en zeiden: Deze ontvangt zondaars en eet met hen. (TELOS)
Lu 19:7 En allen die het zagen, mopperden en zeiden: Bij een zondig man is Hij naar binnen gegaan om er zijn intrek te nemen. (TELOS)
Lu 7:39 Toen nu de farizeeer die Hem had genodigd dit zag, zei hij bij zichzelf: Als Deze een profeet was, zou Hij wel weten wie en wat voor een vrouw het is die Hem aanraakt, want zij is een zondares. (TELOS)
Hij antwoordde dat hij met zondaars omging om hen te behouden.

Voor zondaar gehouden

Sommige tijdgenoten hielden de Heer Jezus voor een zondaar, een zondig mens.
Joh 9:16 Sommigen dan van de farizeeen zeiden: Deze mens is niet van God, want Hij houdt de sabbat niet. Maar anderen zeiden: Hoe kan een zondig mens zulke tekenen doen? En er was verdeeldheid onder hen. (TELOS)
Joh 9:24 Zij riepen dan voor de tweede keer de mens die blind was geweest en zeiden tot hem: Geef God heerlijkheid; wij weten dat deze mens een zondaar is. Joh 9:25 Hij dan antwoordde: Of Hij een zondaar is, weet ik niet; een ding weet ik, dat ik blind was en nu zie.  (TELOS)
Joh 18:30 Zij antwoordden en zeiden tot hem: Als Hij geen boosdoener was, zouden wij Hem niet aan u hebben overgeleverd. (TELOS)
De Heer echter wist van Zichzelf dat Hij zonder zonde was. Hij heeft geen zonde gekend.
Joh 8:46 Wie van u overtuigt Mij van zonde? Als Ik de waarheid zeg, waarom gelooft u Mij niet? (TELOS)
2Co 5:21 Hem die geen zonde gekend heeft, .... (TELOS)
Naar aanleiding van zijn wonderdadige genezing door de Heer Jezus verklaarde de blindgeborene tegenover zijn verhoorders, die Jezus voor een zondaar hielden,
Joh 9:31 Wij weten dat God geen zondaars hoort, maar als iemand godvrezend is en zijn wil doet, die hoort Hij.  Joh 9:32 Van eeuwigheid af is het niet gehoord, dat iemand de ogen van een blindgeborene heeft geopend.  Joh 9:33 Als Deze niet van God was, zou Hij helemaal niets kunnen doen.  (TELOS)
De Heer Jezus was in deze wereld gekomen "in een gedaante gelijk aan het vlees van de zonde", zegt de apostel Paulus.
Ro 8:3 Want wat voor de wet onmogelijk was, doordat zij door het vlees krachteloos was-God heeft, doordat Hij zijn eigen Zoon in een gedaante gelijk aan het vlees van de zonde en voor de zonde heeft gezonden, de zonde in het vlees veroordeeld; (TELOS)
Aan het kruis werd de Heer Jezus "tot zonde gemaakt".
2Co 5:21 Hem die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem. (TELOS)

Door de wereld niet gekend of begrepen

De Heiland is Degeen die in deze wereld - in het algemeen - niet werd gekend of begrepen. Hij kwam als een licht in de duisternis van deze wereld, maar de wereld heeft het echter niet ingezien, niet begrepen, op een klein groepje mensen na. De wereld heeft Hem niet gekend.
Joh 1:4 In Hem was leven, en het leven was het licht van de mensen. Joh 1:5 En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen. (...) Joh 1:10 Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend. Joh 1:11 Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen. (TELOS)
Dat de Verlosser der wereld niet werd gekend, deelt Hij met Zijn Vader in de hemel, die evenmin door de wereld wordt gekend. In Zijn gebed tot de Vader zei de Heer Jezus:
Joh 17:25 Rechtvaardige Vader, - en de wereld heeft U niet gekend, maar Ik heb U gekend, en dezen hebben erkend dat U Mij hebt gezonden. (TELOS)
Alleen de Vader kent de Zoon echt.
Mt 11:27 Alles is Mij overgegeven door mijn Vader; en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon, en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren. (TELOS)
De leerlingen van de Meester delen in zijn lot van niet-gekend worden door de wereld:
1Jo 3:1 Ziet welk een liefde de Vader ons gegeven heeft, dat wij kinderen van God genoemd zouden worden, en wij zijn het ook. Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet heeft gekend. (TELOS)

Oorzaken

Wat zijn de oorzaken van het feit dat de Redder der wereld niet werd begrepen en niet werd gekend? Vooreerst, zonde en liefde tot de zonde vertroebelen onze blik.
Joh 3:19 En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos. Joh 3:20 Want ieder die kwade dingen bedrijft, haat het licht en komt niet tot het licht, opdat zijn werken niet bestraft worden. (TELOS)
Vergelijk:
Job 24:13 Zij zijn onder de wederstrevers des lichts; zij kennen Zijn wegen niet, en zij blijven niet op Zijn paden. Job 24:14 Met het licht staat de moorder op, doodt den arme en den nooddruftige; en des nachts is hij als een dief. Job 24:15 Ook neemt het oog des overspelers de schemering waar, zeggende: Geen oog zal mij zien; en hij legt een deksel op het aangezicht. Job 24:16 In de duisternis doorgraaft hij de huizen, [die] zij zich des daags afgetekend hadden; zij kennen het licht niet. (SV)
Spr 1:22 Hoelang zult gij, onverstandigen, het onverstand liefhebben, zullen spotters aan spotternij een welgevallen hebben, en dwazen de kennis haten? (SV)
Spr 1:29 Omdat zij de kennis hebben gehaat en de vreze des HEREN niet hebben verkozen, Spr 1:30 mijn raad niet hebben gewild, al mijn vermaningen hebben versmaad, (SV)
Een zondaar is afkerig van het licht, wat deels verklaart waarom de Heer Jezus niet werd begrepen of gekend. Daarenboven kan God als straf de ogen van mensen verblinden en hun hart verharden.
Joh 12:36 Terwijl u het licht hebt, gelooft in het licht, opdat u zonen van het licht wordt. Dit sprak Jezus, en Hij ging weg en verborg Zich voor hen. Joh 12:37 Maar hoewel Hij zoveel tekenen in hun bijzijn had gedaan, geloofden zij niet in Hem; Joh 12:38 opdat het woord van de profeet Jesaja werd vervuld, dat hij heeft gezegd: ‘Heer, wie heeft onze prediking geloofd? En aan wie is de arm van de Heer geopenbaard?’ Joh 12:39 Daarom konden zij niet geloven, omdat Jesaja opnieuw heeft gezegd: Joh 12:40 ‘Hij heeft hun ogen verblind en hun hart verhard, opdat zij niet met hun ogen zien en met hun hart begrijpen en zich bekeren, en Ik hen gezond maak’. (TELOS)
Ro 1:28 En daar het hun niet goeddacht God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verkeerd denken, om dingen te doen die niet betamen; (TELOS)
Daar komt bij dat de geestelijke dingen, die de Heer Jezus sprak, alleen dankzij de Geest van God begrepen kunnen worden.
1Co 2:14 Maar de natuurlijke mens neemt niet aan wat van de Geest van God is, want het is hem dwaasheid, en hij kan het niet begrijpen, omdat het geestelijk beoordeeld wordt. (TELOS)
Onbekend met Gods wijsheid, hebben de oversten van deze wereld de Heer der heerlijkheid gekruisigd.
1Co 2:6 Maar wij spreken wijsheid onder de volmaakten; maar een wijsheid niet van deze wereld, ook niet van de oversten van deze wereld, die te niet gedaan worden; 1Co 2:7 maar wij spreken Gods wijsheid in verborgenheid, de bedekte wijsheid, die God voor alle eeuwen heeft voorbestemd tot onze heerlijkheid, 1Co 2:8 die geen van de oversten van deze wereld heeft gekend (want als zij haar hadden gekend, zouden zij de Heer der heerlijkheid niet gekruisigd hebben); 1Co 2:9 maar zoals geschreven staat: ‘Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben’. 1Co 2:10 Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van God. (TELOS)
Om Jezus Christus te kennen is openbaring nodig en een kinderlijke ontvankelijkheid.
Mt 11:25 In die tijd antwoordde Jezus en zei: Ik prijs U, Vader, Heer van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen en ze aan kleine kinderen hebt geopenbaard. Mt 11:26 Ja Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U. Mt 11:27 Alles is Mij overgegeven door mijn Vader; en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon, en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren. (TELOS)

Niet aangenomen, verworpen

De Heer Jezus werd door Zijn volk niet aangenomen:
Joh 1:11 Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen. (TELOS)
Niet alleen werd Hij niet aangenomen, Hij werd ook verworpen:
Lu 17:25 Eerst echter moet Hij veel lijden en verworpen worden door dit geslacht. (TELOS)
Mr 8:31 En Hij begon hun te leren dat de Zoon des mensen veel moest lijden en verworpen worden door de oudsten, de overpriesters en de schriftgeleerden en gedood worden en na drie dagen opstaan. (TELOS)
Mt 21:42 Jezus zei tot hen: Hebt u nooit gelezen in de Schriften: ‘De steen die de bouwlieden hebben verworpen, die is geworden tot een hoeksteen; van de Heer is dit gebeurd en het is wonderlijk in onze ogen’? (TELOS)
1Pe 2:4 tot Wie u komt, tot een levende steen, door mensen wel verworpen maar bij God uitverkoren en kostbaar, (...) 1Pe 2:7 Voor u dan die gelooft, is dit kostbare; maar voor de ongelovigen: ‘De steen die de bouwlieden hebben verworpen, deze is tot een hoeksteen geworden’, en’ een steen des aanstoots en een rots der ergernis’. (TELOS)

In levensgevaar

De tegenstanders van de Heer Jezus zochten Hem om te brengen. Van zekere dag af beraadslaagden zij om Hem te doden: zij overlegden en beraden zich op de aanpak (Joh. 11:53). Hieronder een aantal verzen die spreken van het levensgevaar waarin de Heer verkeerde.
Mt 12:14 De farizeeen nu gingen naar buiten en beraadslaagden tegen Hem dat zij Hem zouden ombrengen. (TELOS)
Mt 21:38 Toen de landlieden echter de zoon zagen, zeiden zij onder elkaar: Deze is de erfgenaam, komt, laten wij hem doden en zijn erfenis in bezit nemen. (TELOS)
Mr 3:6 En de farizeeen gingen terstond naar buiten met de herodianen en beraadslaagden tegen Hem, hoe zij Hem zouden ombrengen. (TELOS)
Joh 5:16 En daarom vervolgden de Joden Jezus, omdat Hij deze dingen op sabbat deed. (...) Joh 5:18 Daarom dan trachtten de Joden des te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen de sabbat brak, maar ook God zijn eigen Vader noemde, zodat Hij Zich aan God gelijk maakte. (TELOS)
Joh 7:25 Sommigen dan van de Jeruzalemmers zeiden: Is Deze het niet die zij trachten te doden? (TELOS)
Joh 10:31 De Joden namen opnieuw stenen op om Hem te stenigen. (TELOS)
Joh 10:39 Zij trachtten dan opnieuw Hem te grijpen, en Hij ontkwam uit hun hand. (TELOS)
Joh 11:53 Van die dag af dan beraadslaagden zij om Hem te doden. (TELOS)
Johannes noemt twee redenen waarom de Joden Jezus trachten te doden, Joh. 5:18, (1) Hij brak de sabbat, (2) Hij maakte zich aan God gelijk door God Zijn Vader te noemen.

Zijn lijden

De Heer Jezus heeft veel geleden. Dat was nodig om ons te redden, God te verheerlijken en om een barmhartig hogepriester te kunnen worden, die met ons kan meevoelen en ons met begrip - door zijn eigen ondervinding - kan bijstaan.

Zie Lijden van Jezus Christus voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Lam van God

Als een lam werd Hij ter slachting geleid (Hes. 53), voorzegde de profeet Jesaja. De profeet Johannes noemt hem "het Lam van God". Dit zal de zonde van de wereld wegnemen. Hij was als Lam van God voorgekend vóór de grondlegging der wereld (1 Petr. 1:19-20).

Zijn opstanding

De Heer Jezus is gestorven, levend geworden en uit de doden opgestaan. Zie voor het hoofdartikel over dit onderwerp: Opstanding van Jezus Christus.

Zijn verhoging

Na Zijn opstanding en hemelvaart heeft God de Heer Jezus verhoogd en een plaats gegeven aan Zijn rechterhand. Van deze verhoging spreken de volgende Schriftplaatsen: Ps. 110:1, Mt. 22:44, Marc. 16:19, Hand. 2:34, Ef. 1:20.
Zie Verhoging van Jezus Christus voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Voorspraak

In de hemel is Hij onze voorspraak bij de vader (1 Joh. 2:1).

Hogepriester

Jezus is hogepriester geworden, naar de orde van Melchizedek, tot in eeuwigheid.
Hebreeën 6:19 ... tot binnen het voorhangsel, Hebreeën 6:20 waar Jezus als voorloper voor ons is ingegaan, naar de orde van Melchizedek hogepriester geworden tot in eeuwigheid. (TELOS)
Hij is de grote hogepriester voor alle gelovigen - die zich op aarde in zwakheid openbaren - om hun belangen te behartigen, hen te ondersteunen en voor hen te bidden (Hebr. 4:4; Hebr. 8:2).

Rechter

Als Rechter zal hij terugkomen om te oordelen (Hand. 10:42; 17:31).

Vredevorst

Jezus Christus zou volgens een Oudtestamentische profetie de naam van 'Vredevorst' krijgen. Hij maakt vrede tussen mensen en God, tussen mensen en mensen, hij schenkt vrede in het hart en zal de Koning der koningen van het Duizendjarig Vrederijk zijn.
Zie Vredevorst voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Zijn enigheid

Jezus' leven is in veel opzichten enig, uniek: zijn conceptie, geboorte, dood, begrafenis, opstanding, hemelvaart en wederkomst.

Meer informatie in: David Pawson, Jezus is uniek. Uitgeverij Boekhout, 2012. Pagina's: 142.

Toekomst

Vanuit de hemel zal Hij, op Gods tijd, de zijnen tegemoet gaan in de lucht om hen in te voeren in het vaderhuis en hen aan de Vader voor te stellen (1 Thess. 4:16, 17; Hebr. 2:13).

Daarna komt Hij met de zijnen uit de hemel om het oordeel over de ongelovigen te voltrekken en Zijn heerschappij over alles te aanvaarden (Jud. 15; 2 Thess. 1:10; 1 Cor. 15:27).

Hem kennen

Allen, die in de Heer Jezus geloven als hun persoonlijke Heiland, kunnen met vrijmoedigheid getuigen, dat ze Hem kennen. De Heer bevestigde dit met de woorden: "Ik ken de mijnen en word door de mijnen gekend" (Joh. 10:14).

Toch is dit kennen van Hem slechts ten dele. In absolute zin kent niemand de Zoon dan de Vader (Matth. 11:27).

Het is evenwel de wens van God, de Vader, dat zijn kinderen de Heer Jezus niet alleen kennen als hun Heiland maar dat ze Hem meer en beter leren kennen en daardoor nog meer waardering en bewondering voor Hem hebben. Het moet het hart van God goed gedaan hebben, dat de apostel Paulus de wens had: "om hem te kennen en de kracht van zijn opstanding en de gemeenschap aan zijn lijden, terwijl ik aan zijn dood gelijkvormig word" (Fil. 3:10).

Door de Heilige Schrift kan onze kennis van de Heer Jezus vergroot en verdiept worden. Dat is ook het doel, dat God zich gesteld heeft. De grootheid en heerlijkheid van de Heer Jezus wordt op vele plaatsen van de Schrift getoond.

Meer informatie

Bronnen

C. Lindeboom, Bijbelgids, of Handleiding tot het verkrijgen van Bijbelkennis (Middelburg: Stichting de Gihonbron, 2009; bewerking door J. Pluimers van de uitgave uit 1929), blz. 129-132. Hieruit is onder toestemming in febr. 2012 en feb. 2013 tekst gebruikt.

H. Moll, Wat zegt Gods Woord over …? Deel 1 (Oostburg: Uitgeverij Pieters, z.j.), blz. 8-10. Hieruit is, onder toestemming, op 30 april 2013 tekst vewerkt.

H. Moll, Zeven wonderen; in het evangelie naar Johannes, door de Heer Jezus, vóór zijn kruisdood verricht, artikel in: Bode des Heils in Christus, jaargang 124 (1981). Tekst van dit artikel betreffende het kennen van de Heer Jezus is verwerkt op 15 nov. 2014.

Voetnoot

  1. Aangehaald in het commentaar van Dächsel, Van Lingen en Griethuijsen bij Gen. 48:16. Het commentaar is onderdeel van de Online Bible.