Joas (koning van Israël)

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Joas was de twaalfde koning van het noorderrijk Israël.

Over de naam Joas en zijn naamgenoten, zie artikel Joas.

Hij was de zoon en opvolger van Joahaz, koning van Israël.

Geslachtslijn
Nimsi
 
 
 
 
Josafat
 
 
 
 
Jehu
(koning)
 
 
 
 
Joahaz
(koning)
 
 
 
 
Joas
(koning)
 
 
 
 
Jerobeam II
(koning)
 
 
 
 
Zacharia
(koning)

Hij werd koning over Israël in het 37ste jaar van Joas de koning van Juda. Hij regeerde 16 jaren (2 Kon. 13:10), van het jaar 797 — 780 vóór Christus[1].

950 - 850 v.C. < Israël 850 - 750 v.C.[2] > 800 - 700 v.C.
ZachariaJerobeam IIUzziaAmaziaBenhadadJoas (koning van Israël)JoahazJoas (koning van Juda)AthaliaAhazia (koning van Juda)JehuHazaëlJoram (koning van Juda)Joram (koning van Israël)Josafat

Hij deed helaas wat slecht was in de ogen van Jhwh.

2Kon 13:11 Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE: hij week niet af van al de zonden van Jerobeam, de zoon van Nebat, die Israël deed zondigen, maar hij ging daarin voort. (HSV)

Zijn regering was roemvol door de afwerping van het Syrische juk en de nederlaag van Amazia koning van Juda. De machtige Hazaël had bijna geheel het rijk in slaafse onderwerping aan zijn macht gebracht, en treurig was de toestand van het land, toen Joas de troon beklom. Maar spoedig slaagde hij in de verdrijving van de vijanden, wier legermacht hij te Afek in de vlakte van Jizreël geheel versloeg en wier overheersing hij door nog twee overwinningen ten enenmale deed eindigen.

2 Kon 13:15 En Elisa zei tegen hem: Neem een boog en pijlen, en hij bracht hem een boog en pijlen. 2 Kon 13:16 Hij zei tegen de koning van Israël: Leg uw hand aan de boog. Toen legde hij zijn hand daaraan, en Elisa legde zijn handen op de handen van de koning. (HSV)

Wel laat het zich niet loochenen, dat de dood van Hazaël voor zijn ondernemingen zeer bevorderlijk was, maar de grondoorzaak van zijn welslagen lag in zijn geloof en godsvrucht. Zondigde hij op het voetspoor van al zijn voorgangers door de handhaving van de kalverendienst, hij stelde evenwel grote prijs op de vriendschap van Elisa en zag met droefheid het einde van de man Gods naderen. In een zinnebeeld voorspelde de profeet hem zijn zegepralen op de Syriërs en zou hem graag nog grotere roem verkondigd hebben, als zijn volharding en zijn geloof slechts groter geweest was (2 Kon. 13:15v). Na deze voorzegging stierf de profeet (2 Kon, 13:20).

Elisa had waarheid gesproken. Weldra rustte Joas op zijn lauweren en zette de krijg tegen de Syriërs niet voort. Als hij het gedaan had, de Moabieten zouden hem wel niet verontrust hebben; nu namen zij enige steden van Ruben in, en staken zelfs de Jordaan over, om stroop- en plundertochten in het land te doen. Maar nog eenmaal ontwaakte de zucht naar krijgsroem in Israël's vorst. Met 100.000 man gehuurde troepen van het rijk der tien stammen had Amazia van Juda Edom ten onder gebracht en wilde daarna op Joas wraak nemen, daar deze die grenzen van zijn gebied weer tot Beth-horon uitgebreid en zodoende enige steden aan Juda ontnomen had. Deze plaatsen waren op Joahaz door Joas van Juda veroverd geworden. Dit straffeloos te laten geschieden, gedoogde de hoogmoed van Amazia niet. Joas waarschuwde hem vruchteloos.

Derhalve kwam het tot een veldslag te Beth-semes. Joas versloeg hem, nam hem gevangen, en trok de hoofdstad als veroveraar binnen. Zwaar drukte zijn hand op Juda. Jeruzalem werd voor een deel ontmanteld, daar hij haar muren van de poort van Efraïm tot aan de hoekpoort, derhalve aan de noordzijde, afbrak. Voorts nam hij de heilige vaten en de schatten van de koning weg en voerde gijzelaars met zich als waarborg voor de nakoming van de gestelde vredesvoorwaarden. Met eer en roem is Joas gestorven. Hij was een van de weinige koningen van Israël, die een natuurlijke dood stierven.

Hij werd begraven te Samaria bij de koningen van Israël (2 Kon. 13:13; 14:16). Zijn zoon Jerobeam (Jerobeam II) werd koning in zijn plaats (2 Kon. 14:16).

Voetnoten

  1. Volgens Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009). P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. (Haarlem: De erven F. Bohn, 1866) heeft 840 tot 825 vóór Chr.
  2. De jaartallen zijn meerendeels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009).