Job (boek)/Hoofdstuk 12

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oude Testament: Ge Ex Le De Jo Ri Ru 1Sa 2Sa 1Ko 2Ko 1Kr 2Kr Ezr Ne Es Job Ps Sp Pr Hgl Jes Jer Kla Eze Da Hos Joë Am Ob Jon Mi Na Hab Zef Hag Za Mal
Nieuwe Testament: Mat Mar Luk Joh Hand Rom 1Kor 2Kor Gal Ef Flp Col 1Th 2Th 1Tim 2Tim Tit Flm Heb Jak 1Petr 2Petr 1Joh 2Joh 3Joh Jud Opb

Job (boek):


Hoofdstuk 12 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Job 12:4  Ik ben het, [die] zijn vriend een spot is, [maar] roepende tot God, Die hem verhoort; de rechtvaardige en oprechte is een spot. (SV)

Dé rechtvaardige en oprechte was en is de Heer Jezus Christus. Hij was een voorwerp van spot. Hij werd bespot in het huis van de hogepriester.

Lu 22:63  En de mannen die Jezus vasthielden, bespotten en sloegen Hem; (Telos)

Daarna werd hij bespot door de soldaten.

Mt 27:29  en na een kroon van dorens gevlochten te hebben zetten zij die op zijn hoofd, en een rietstok in zijn rechterhand; en zij vielen op hun knieen voor Hem en bespotten Hem aldus: Gegroet, koning der Joden! (Telos)

Zelfs toen hij aan het kruis hing en leed, werd hij bespot:

Lu 23:35  En het volk stond toe te zien. Ook de oversten beschimpten Hem en zeiden: Anderen heeft Hij verlost, laat Hij Zichzelf verlossen als Deze de Christus van God is, de Uitverkorene. Lu 23:36  Ook de soldaten nu bespotten Hem, terwijl zij naderbij kwamen en Hem zure wijn aanboden, Lu 23:37  en zeiden: Als U de koning der Joden bent, verlos Uzelf! (Telos)