Jodendom

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Jodendom (ook genoemd Judaisme) is de godsdienst van het Joodse volk. De helft van de Joden is vandaag de dag niet religieus.

Voor Jodendom als ethnische groep, zie het artikel Joden

Het aantal aanhangers van het jodendom neemt toe (anno 2011). Gemiddeld komen er iedere dag 250 joden bij (anno 2011). Van 1970 tot 2011 nam het aantal godsdienstige joden toe van ongeveer 
11 miljoen tot bijna 15 miljoen[1], dit is bijna weer op het niveau van vóór de Holocaust tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Hoofdzaak van de Joodse godsdienst is het doen van de Thorah, door God geopenbaard aan Mozes. Het heilige boek van de Joden is de Tenach (door christenen 'Oude Testament' genoemd).

Van groot belang voor de praktische toepassing van Gods geboden is de Talmoed, waarin sinds de Ballingschap uitleggingen zijn vastgelegd.

Rode draad in de godsdienst van de Joden is het vieren van de 'Hoogtijdagen van Adonai', zoals voorgeschreven in Leviticus 23.

De eerste hiervan is de Sabbat, de zevende dag, de rustdag.

Het religieuze begin van het jaar is de maand nisan (maart/april), waarin Pesach gevierd wordt.

Zeven weken later (Pinksteren) volgt het Wekenfeest (Hebr. Sjawoeot), het feest dat herinnert aan het ontvangen van de Thorah op de Sinaï.

De meest heilige dag van het Joodse jaar is Grote Verzoendag (Hebr. Jom Kipoer) op de 10de dag van de Joodse maand Tisjrie. Er wordt gevast en gebeden. Een belangrijk gebed is de Viddoei, dat belijdenis van zonden doet en om vergeving vraagt. Zie verder bij Jom Kipoer.

Op Grote verzoendag volgt in dezelfde maand het Loofhuttenfeest (Hebr. Soekot), waarbij de tocht van veertig jaren wordt herdacht die de Israeliëten eens na de uittocht uit Egypte in de woestijn maakten[2].

Op het Poerimfeest in de voorjaarsmaand Adar wordt herdacht en gevierd dat in de 5e eeuw v.Chr. een dreigende holocaust van de Joden in het rijk der Meden en Perzen werd afgewend.

Het Jodendom kent drie soorten vastendagen:

  1. Dagen van nationale rouw om het verlies van de Tempel, zoals Tisja beAv.
  2. Dagen van inkeer en berouw. Dan vereenzelvigen de Joden zich met het nooddruftige deel van de bevolking en doen zij aan liefdadigheid (Hebr. tsedaka)
  3. Jom Kipoer: onthouding van eten en drinken, geen seksuele omgang, dagelijkse beslommeringen opzij zetten, geen leren schoeisel dragen.

Tisja beAv

Op Tisja beAv (andere schrijfwijze: Tisha b'Av), d.i. de negende dag van de maand Av, is een rouwdag om de verwoesting van de tempels, de huizen van God, die ooit in Jeruzalem hebben gestaan. Op deze dag van vasten en rouw wordt herdacht de vernietiging van de Eerste en de Tweede Tempel in Jeruzalem (568 v.C., 70 n.C.) en de daaropvolgende verbanning van de Joden uit het land Israël. Het is de meest verdrietige dag van de Joodse kalender.

Zie Tisja beAv voor het hoofdartikel over dit onderwerp

Messias

De Heer Jezus Christus werd en wordt door de meeste Joden helaas niet als de beloofde Verlosser van Israël erkend. Erger nog, hij wordt door velen van hen als een valse profeet beschouwd. Het gelovig overblijfsel (d.i. de joden die wel in Jezus de Messias gelovigen) ondervond toen en ondervindt nog steeds tegenstand en afwijzing van de zijde van orthodoxe joden. De houding van de Joden zal echter eens veranderen.

De verworpen Heiland heeft gezegd:

Lu 13:35 Zie, uw huis wordt aan u overgelaten. En Ik zeg u: u zult Mij geenszins zien, totdat de tijd komt dat u zegt: ‘Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer’. (TELOS)

Orthodoxe Joden verwachten intussen dat er een rechtvaardige nakomeling van David zal opstaan, die de God van Israël zal verheerlijken. Hij zal volgens hen, in tegenstelling tot Jezus van Nazareth, niet worden aangebeden, evenmin als Abraham of David of Daniel aanbidding toekwam.

In het bekende lied Anie Ma'Amin (= Ja, ik geloof) drukken Joden hun vast geloof aan de komst van de Messias uit. Ze hebben het gezongen in de tijd van de holocaust en ze zingen het ook op Tisja Be'Av, de jaarlijkse treurdag om de verwoesting van de tempels in Jeruzalem.

Anie Ma'amin[3]

אֲנִי מַאֲמִין - anie ma'amin
      Ja ik geloof,
בֶּאֱמוּנָה שְׁלֵמָה - bemoenáh shelemáh
      met een vast geloof,
בְּבִיאַת הַמָּשִׁיחַ - beviat hamashi'ach
      komen zal Hij de Messias.
וְאַף עַל פִּי - we'af al pie
      En ook wanneer
שֶׁיִּתְמַהְמֵהַּ - sheyitmahme'ah
      Hij op zich laat wachten
עִם כָּל זֶה - im kol zèh
      Ondanks dat
אֲחַכֶּה לּוֹ - achakèh lo
      verwacht ik hem
בְּכָל יוֹם שֶׁיָּבוֹא - bechol yom shèyavo
      wacht elke dag op zijn komst

Zingen van Anie Ma'amin
bij de Klaagmuur
op Tisj be'Av, aug. 2016.

Een Joods jongenskoor zingt Anie Ma'amin


Er zal een tijd komen dat de Joden zullen inzien dat Jezus van Nazareth de lijdende Knecht van Jahweh was, en dat Hij hun Verlosser was en is.

Richtingen

Men kan de richtingen in het Jodendom als volgt indelen:

  • Het Rabbijns jodendom (Hebreeuws: יהדות רבנית Yahadut Rabanit), de veruit grootste richting, was de opvolger van de Farizeeën na de verwoesting van de Tempel in het jaar 70 na Christus. Het ontwikkelde zich van de 2e tot de 6e eeuw, toen het al het toonaangevende jodendom was. Subrichtingen:
    • Orthodox jodendom.  Subrichtingen:
      • Charedisch jodendom, van 'chared' = vrezend, nl. voor het woord van God. Deze joden heten Charediem. Niet-Joden noemen hen 'ultra-orthodoxen' of spreken van 'ultra-orthodox jodendom'. Er zijn twee takken:
        • chassidisme of chassidisch (= 'vrome') jodendom. Het woord "chassidisch" is afgeleid van het Hebreeuwse חסידות, chassidoet, 'vroomheid'. Het chassidisch jodendom kent veel bewegingen. De grootste bewegingen zijn: Belz, Bobov, Breslov, Ger, Lubavitch (Chabad), Satmar, Vizhnitz. Chassidische bewegingen worden gewoonlijk door Rebbes geleid; de nieuwe Rebbe is meestal een zoon of naast familielid van de voorgaande Rebbe. De meeste chassidim zijn antizionistisch. Bewegingen die bekendstaan om hun extreem antizionistische houding, zijn o.a. Satmar, Toldos Aharon en Dushinsky.
        • de misnagdiem ('tegenstanders') of Litouws (of, naar het Hebreeuws, Litwish, Litwisch, Litvisj, Litvish, Litvaq) jodendom. De niet-Chassidische Charediem.
      • Modern-orthodox jodendom
    • Conservatief jodendom, ook genoemd masorti jodendom. Het is midden 19e eeuw in Duitsland ontstaan, als reactie op het reformjodendom
    • Liberaal jodendom, ook genoemd progressief jodendom, ontstaan in de 19e eeuw.  Subrichtingen:
      • Reformjodendom: hoofdtak van het liberale jodendom.
      • Reconstructionistisch jodendom: kleine beweging, voornamelijk in de Verenigde Staten.
  • Het Karaïtisch jodendom: een kleine richting die het gezag van de rabbijnse interpretatie betwist en alleen de Schrift (Tenach) erkent.
  • Het Messiasbelijdende jodendom: joden die Jezus van Nazareth als de Messias erkennen, en daarbij de Tora en de Halacha (Joodse wet) houden. Of deze richting tot het jodendom gerekend moet worden, is omstreden.


Kennismaking met het Messiasbelijdende jodendom. Engels gesproken. Duur: 12 minuten.

In het ultraorthodoxe (= Charedisch) Jodendom geldt een strikte scheiding op fysiek vlak tussen man en vrouw buiten het huwelijk. Geen enkele man zal een andere vrouw aanraken en omgekeerd zal geen enkele vrouw een man de hand reiken. Deze strikte scheiding van de geslachten is geen symptoom van een laatdunkende of neerbuigende houding van het ene geslacht jegens het andere.

Eens ontving de Belgische toenmalig eerste minister Yves Leterme een delegatie Israëlische kinderen uit het door raketaanvallen geteisterde Sderot. In het gezelschap bevond zich een ultraorthodoxe dame. Zij weigerde zowel de premier als de mannelijke belgische Joden de hand te schudden. “Dit is in strijd met mijn geloofsovertuiging”, verklaarde ze, “maar ik begroet je met mijn ganse hart”, voegde ze er ontwapenend aan toe. De premier kon er toen hartelijk om lachen en betuigde zijn respect voor haar[4].

Historische ontwikkeling

Reeds in de periode vóór 66 n. Chr. was de invloed van de Farizese partij sterk toegenomen, en de ontwikkeling van het Jodendom in de lijn van wettische vroomheid en angstvallige casuïstiek verder gevorderd.

Het Hellenisme vond in Palestina steun vooral bij de aanzienlijken, de partij van de Sadduceeërs, waartoe vele hogepriesters behoorden; deze groep huldigde een religieus indifferentisme, en was van toenadering tot de Romeinen niet afkerig. Zij vonden echter geen steun bij het volk, dat zich aan de leiding van de Farizeërs en Schriftgeleerden toevertrouwde.

Onder dezen waren leraars en wetsuitleggers van naam, die talrijke leerlingen om zich heen verzamelden, en wier opvattingen van hetgeen al of niet geoorloofd was, in menig geval verschilden. Bekend zijn uit het begin van onze jaartelling de scholen van Hillel en Sjammai; onderscheiden geschilpunten van deze beiden zijn in de Misjna bewaard gebleven.

Niet minder roem verwierf zich R(abbi) Qamaliël, Paulus' leermeester, vgl. Hand. 5. Ook R. Johanan (= Johannes) ben Zakkai, ca. 70, was een vermaard wetsleraar, die kort voor de val van Jeruzalem zich naar Jabne of Jamnia begaf, waar een nieuw centrum van wetsstudie en -toepassing werd gevormd; vermeld mogen in dit verband R. Eleazar ben Azarja, R. Jozua ben Chananja en anderen.

In het eind der eerste en het begin der tweede eeuw waren bekende leeraars R. Akiba en R. Tarfon (= Tryfon), R. Aquila en Theodotion, beide laatsten legden zich toe op een Griekse vertaling van het Oude Testament, die dichter blijven moest bij de letter van de grondtekst.

Het Hellenisme verloor in het land van Israël aan invloed door de strijd, waarin de Joden telkens gewikkeld waren met de Romeinen, de vertegenwoordigers en bevorderaars van een Hellenisering. Als representant van Hellenistisch-gezinde richting kan Flavius Josefus gelden, die dan ook bij de massa van het volk geen vertrouwen genoot.

De troebelen en de benauwenis der verschillende opstanden van de Joden tegen het Romeins gezag deden, na de val van Jeruzalem, een apocalyptische stemming opleven, welke uiting vond in apocalyptische geschriften als de Apocalyps Baruch, IV Ezra en een deel der zogenaamde Sibyllijnse orakels.

Na de verwerping van Zijn Messias verstarde het Jodendom enerzijds, voor het grootste gedeelte, in een angstvallig en nauwgezet naleven van talloze wetsbepalingen en Rabbinistische verklaringen der wet, anderzijds gaf het bijwijlen zich over aan apocalyptische dromerijen, totdat in Bar-Cochba de laatste pseudo-Messias was ondergegaan.

Sedertdien is het volk der Joden geheel en al, voorzover het niet de dienst van God heeft losgelaten, het volk der wet geworden.

200 - 500 n.C. De geschiedenis van het Jodendom sedert ± 200 n.C. loopt gedeeltelijk parallel met de historie van de volken, onder welke de Joden woonden. In de tijd van ± 200—500 n.C. ligt het zwaartepunt nog in het Oosten, in Palestina en Babylon. In deze eeuwen ontstond de Misjna, waaraan rabbi Rehuda hannasi een groot aandeel had, ± 200 n.C.; het was een „herhaling" en uitbreiding van Israëls wetten. In de jaren 200—500 werden deze bepalingen nog meer uitgebreid en aangevuld (Gemara), en vormden met de Gemara de Talmoed, onderscheiden in een Babylonische en Jeruzalemse. Zij deden de religie van het Jodendom nog vaster zich concentreren om de wet, wettische bepalingen en wetsuitleggingen, zodat het leven van de orthodoxe Jood wordt „gebod op gebod, regel op regel".

500 - 1000. In de periode van 500—1000 is het lot van de Joden in verschillende rijken zeer onderscheiden. Met het gehele cultuurleven verplaatst zich ook de ontwikkeling van het Jodendom meer naar het Westen. In Babyion en Syrië waren zij, onder de heerschappij van den Islam, in gunstiger conditie en genoten groter vrijheid dan in het Byzantijnse rijk. Zij breidden zich uit over Duitsland, Frankrijk, Italië en Egypte.

Van betekenis voor de innerlijke ontwikkeling is de aanraking met de Arabische filosofie en wetenschap, die op het jodendom in deze periode haar invloed doet gelden.

1000 - 1200. Het tijdvak van ± 1000—1200 wordt gekenmerkt enerzijds door een opleving van het Jodendom, anderzijds door de bloedige vervolgingen, waaraan zij blootstaan.

In Spanje woedde de strijd tussen christenen en Mohammedanen, wat voor de rust van de Joden aldaar niet ongunstig was; ook in het Oosten was de oppermacht van de Arabieren tot de dood van Sultan Saladin (overleden 1193) een periode van rust.

In de christenwereld waakte door de kruistochten de vijandige gezindheid van de christenen tegen alle ongelovigen, tegen de vijanden van het kruis van Christus, op. Deze stemming, hoewel niet de enige oorzaak, is toch niet vreemd aan de Joden-vervolgingen, tijdens verschillende kruistochten in ettelijke Duitse steden ingesteld.

Vermelding verdient uit dit tijdvak de filosoof Maimonides, onder wiens invloed een pantheïstische, mystieke trek in het Jodendom zich ging aftekenen, die scherp stond tegenover het legalistische en de casuïstiek, en velen bekoorde.

1300 - 1900. In de volgende eeuwen moeten de Joden veel smaad en vervolging verduren. Uit Spanje werden zij in 1492 verdreven; ook in Duitsland breidden zich de vervolgingen uit. De ijver der kerk om de Joden tot het christendom te bekeren, en de positie der Joden, die vaak een groot economisch overwicht bezaten, werkten samen tot een bemoeilijking en verdrukking van het Jodendom. Uit Duitsland, Spanje en Frankrijk zochten zij in groten getale een toevlucht oostwaarts; vooral in Polen en Rusland zetten zij zich neer.

De reformatie bracht, in de landen, waar deze doordrong, voor de Joden enige verlichting; met name in Nederland vonden zij een toevlucht en vrijheid (Spinoza). Allengs daagde voor hen, althans in West-Europa, een beter tijd, dat zij niet maar werden geduld, doch ook vrijheid genoten.

Evenals in de Christenheid was er in de nieuwe tijd ook onder het Jodendom een sterke afval van het geloof der vaderen. Talloos velen laten de gehechtheid aan de wet van hun God varen, en streven er naar, in ieder opzicht te gelijken op de moderne, van de christelijke religie vervreemde mens.

In de 2e helft van de 19e eeuw is een sterke opleving van het nationaal besef bij de Joden te bespeuren. Onder de invloed van de druk, waaronder zij vooral in het Oosten van Europa verkeren, wenkt velen opnieuw het ideaal van het oude land der vaderen. Een sterke drang naar kolonisatie in Palestina valt waar te nemen. De hoop herleeft onder de Joden van een herstel van hun volksbestaan in het aan Abraham en zijn nageslacht beloofde land. Ten dele gaat dit om buiten alle religieuze aspiratie; maar anderdeels werkt hierin ongetwijfeld nog het besef na van de betekenis, die in de geschiedenis der heilsopenbaring het oude volk van Gods verbond heeft gehad.

Meer informatie

Jodendom Online (Jodendom-online.nl) bevat nieuwsberichten en artikelen, op het standpunt van het Charedisch jodendom, gericht op Joden.

Noachieden-online.nl is een charedische site gericht op niet-Joden.

BestJewishStudies.com is de meertalige website van professor rabbijn Ahron Daum. Ook in het Nederlands.

Judaism 101 is een Engelstalige orthodox-joodse website met artikelen over het judaïsme (jodendom): www.jewfaq.org

Over de geschiedenis van het Israël, zie aldaar.

Bronnen

Art. Rabbijns Jodendom, op Wikipedia.nl. Tekst hiervan is verwerkt op 14 sept. 2013.

Art. Chassidisch jodendom, op Wikipedia.nl. Enige tekst hiervan is verwerkt op 31 aug. 2015.

IsraelDailyPicture.com, e-mailbericht van 5 aug. 2014.

Christelijke Encyclopaedie voor het Nederlandsche Volk (Kampen: Kok, 1925-1931) s.v. Jodendom, punt 6 en 7. De tekst hiervan op 24 mei 2015 tekst en 1 oktober 2016 verwerkt.

Voetnoten

  1. Artikel Steeds minder atheïsten, nieuwsartikel op RefDag, 3 dec. 2011. Het genoemde aantal blijkt uit het onderzoek ”Status of Global Mission 2012” van het Amerikaanse tijdschrift International Bulletin of Missionary Research (IBMR).
  2. Meer informatie over het loofhuttenfeest in het artikel Soekot op Wikipedia.nl
  3. Tekst en vertaling ontleend aan: Video: Uitzien naar de Messias op Tisha be'Av, IsraelToday.nl, 19 aug. 2016.
  4. Bron: Onkelinx geschoffeerd door ultraorthodoxe minister, nieuwsbericht op JoodsActueel.be, 23 mei 2012.