Johannes Calvijn

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
MCC-31320 Portret van Johannes Calvijn (1509-1564)-uitsnede.jpg

Johannes Calvijn (1509 - 1564) was een beroemde Franse hervormer te Genève. Hij kwam in 1536 te Genève als predi­kant, waar hij - met een korte onderbreking te Straatsburg (1538-1541), waarheen hij om zijn strengheid verdreven was - tot zijn dood bleef. Hij leerde en handhaafde in Genève een strenge levenstucht. De protestants-christelijke stroming van het calvinisme is naar hem genoemd.

Namen. Hij wordt ook genoemd Jean Calvin of Johannes Calvinus. Zijn eigenlijk naam was Jean Caulvin of Cauvin.

Hij werd op 10 Juli 1509 geboren te Noyon in het Franse landschap Picardië. Reeds vroeg werd hij door zijn vader Gérard, procureur-fiscaal en bisschoppelijk secretaris, bestemd voor de geestelijke stand en ontving o.a. aan het collége Montaigu te Parijs uitmuntend onderricht.

Toch zag hij zich gedrongen om van de ingeslagen weg af te wijken. Zijn vader kwam op het denkbeeld dat de studie van de rechtsgeleerdheid een betere toekomst zou openen voor zijn rijk begaafde zoon. Hij bezocht nu de hogeschool te Orleans. Daarna begaf hij zich naar Bourges en legde zich toe op de Griekse taal bij de humanist Wolmar.

Omwenteling. In die dagen ontstond er een belangrijke omwenteling in zijn denkbeelden: het bestuderen van de Bijbel en van enige geschriften van de Duitse en Zwitserse Hervormers bracht zijn geloof aan het wankelen. Na de dood van zijn vader (1531) begaf hij zich naar Parijs, waar hij velen aantrof, die de Hervorming genegen waren en waar hij in 1532 Seneca's werk over de Genade uitgaf. Gedurende zijn omgang met hen omhelsde Calvijn onverbloemd de nieuwe leer, liet de rechtsgeleerdheid varen en wijdde al zijn krachten aan de verbetering van de Kerk. Hij verenigde de verstrooide geloofsgenoten tot vertrouwelijke samenkomsten; zelfs Margaretha van Navarra, de zus van de koning, onderhield zich meermalen met hem over zaken van het geloof.

In 1533 werkte hij voor zijn vriend, de rector van de Parijse universiteit Cop, de op Allerheiligenfeest voor koning Frans gehouden rede uit, die wegens de daarin voorkomende vrijzinnige gevoelens over de godsdienstige vraagstukken de spreker de vlucht deed nemen.

Bazel. In 1535 noodzaakte de toenemende vervolgingswoede ook Calvijn, naar Bazel te vluchten, waar hij door velen met open armen ontvangen werd. Hier leerde hij in korte tijd de Hebreeuwse taal en schreef hij zijn voortreffelijke „Institutie religionis christianae" (1536, meermalen, het laatst in 1559 omgewerkt), met de algemeen bewonderde opdracht aan koning Frans I, waarin hij zijn geschrift voorstelt als een openlijke belijdenis van de evangelische waarheid en als een weerlegging van de mening, dat de Hervormden, in Frankrijk wegens hun geloof ter dood gebracht, wederdopers en onruststokers zouden geweest zijn, die de godsdienst en de Staat wilden vernietigen. Dat boek, eerst in het Latijn, vervolgens ook in het Frans verschenen, bevat een afgerond stelsel van christelijk geloof.

Genève. Van Bazel begaf Calvijn zich in 1536 gedurende korte tijd naar het Hof van de hertogin van Ferrara, de rampspoedige beschermster van de Protestanten; moest vandaar opnieuw vluchten, bezocht zijn geboortestad, waar hij zijn zaken in orde bracht, en hoopte te Bazel of te Straatsburg tijd en gelegenheid te vinden tot het voortzetten van zijn geleerde werkzaamheden. Op de reis daarheen — in augustus 1536 — kwam hij te Genève, waar de nieuwe leer door een besluit van de regering was ingevoerd. Quillaume Farel en Pierre Viret waren er verkondigers van het geloof, en eerstgenoemde overreedde Calvijn, na aanvankelijke weigering van dezen, aldaar te blijven.

Calvijn werd predikant en leraar in de theologie te Genève en volbracht met de grootste ijver zijn taak: hij leerde op de kansel en op de katheder, deed reizen naar de naburige gemeenten en schreef verschillende erken, waaronder een groten en een kleine catechismus.

Straatsburg. Verzet tegen de ingevoerde levenstucht was oorzaak, dat hij uit Genève verbannen werd (1538), waarna hij zich over Bazel naar Straatsburg begaf, waar Martin Bucer reeds sedert 10 jaar de beginselen van de Hervorming verkondigde. Calvijn werd er met blijdschap ontvangen, hield er aan de universiteit theologische voorlezingen en stichtte er een Frans-Hervormde gemeente, die zich weldra aanmerkelijk uitbreidde. Hij nam deel aan de Frankforter Rijksdag in 1539 en aan het twistgesprek over de godsdienst te Worms (1540) en dat te Regensburg (1541) en leerde er Melanchthon kennen.

Toch bleef zijn hart steeds gehecht aan Genève; toen kardinaal Sadolet de Hervormde ingezetenen van die stad aanspoorde, in de schoot van de Rooms-Katholieke Kerk terug te keren, vermaande Calvijn zijn gemeente in twee brieven tot onwrikbare standvastigheid.

In 1539 trad hij in het huwelijk met een weduwe, Idelette de Bure, en was 10 jaar met deze in een gelukkige echt verbonden. Om een vereniging tot stand te brengen tussen de Hervormde en de Lutherse partij schreef hij in 1540 een boek over het Avondmaal en een commentaar op de „Brief aan de Romeinen".

Verzoek uit Genève. Te Genève hadden inmiddels zijn aanhangers de meerderheid verkregen in de Raad, en het volk gaf zijn verlangen te kennen naar de terugroeping van de beminde leraar. Uitnodigingsbrieven leidden echter niet tot het doel, daar de Straatburgers hem eveneens wensten te behouden. Pas in mei 1541, toen een deftig gezantschap uit de Raad en uit de burgerij van Genève te Straatsburg verscheen met de bede, om toch de geliefde herder terug te geven aan de verlaten kudde, nam Calvijn afscheid van Straatsburg.

Terug in Genève. In september 1541 kwam hij te Genève terug. Hij legde nu aan de Raad een ontwerp voor tot verbetering van de kerkelijke tucht, dat aangenomen en afgekondigd werd. Het beginsel van de gematigde volksregering, dat de grondslag uitmaakte van het staatsbestuur te Genève, waar een door de burgers gekozen commissie het gezag in handen had, werd door Calvijn ook toegepast op de inrichting van de Kerk. De gemeente koos ouderlingen (presbyters), die de kerkelijke zaken moesten regelen en besturen, en deze verordening is een algemene geworden in de Hervormde Kerk.

Hij kende aan het door hem ingestelde consistorium, dat uit 6 geestelijken en 12 ouderlingen bestond, het recht toe, wetten voor te schrijven, verachters van de godsdienst, dronkaards, dansers, vloekers, verspreiders van onrechtzinnige gevoelens terstond ter verantwoording te roepen en aan de wereldlijke overheid ter bestraffing uit te leveren. Hierdoor gaf hij aan de kerkhervorming te Genève een theocratisch karakter, terwijl de meer humane libertijnen zich door zulke maatregelen gekrenkt zagen in hun rechten. Tegen de woordvoerders van deze partij was dan ook de zedelijke gestrengheid van de Hervormer hoofdzakelijk gericht. Met dezelfde gestrengheid werd vonnis geveld over boeken en gevoelens. Wegens tegenspraak tegen Calvijns leer van de predestinatie werd in 1551 Bolsee uit Genève verbannen. Het meest beruchte voorbeeld van de geloofsdwingelandij van Calvijn levert de terechtstelling van de Spanjaard Michaël Servet of Servetus, wegens diens onrechtzinnig gevoelen over de Drie-eenheid (1553).

De uitgebreide werkzaamheid van Calvijn werd in 1559 nog vermeerderd door het stichten van een Hervormde theologische faculteit te Genève. Zijn geliefde leerling Theodoor Bèta belastte hij met het rectoraat, terwijl hij zelf enkel het hoogleraarsambt in de godgeleerdheid bekleedde. Deze kweekschool van de Hervormde godsdienst bracht mannen voort, die de nieuwe, leer overal verspreidden.

Leefwijze. In zijn leefwijze had hij steeds de grootste matigheid in acht genomen en voerde zijn onbaatzuchtigheid tot het uiterste, daar hij niet alleen alle geldelijke aanbiedingen van de Raad in een dure tijd met verontwaardiging afwees, maar ook nog van zijn hoogst beperkt inkomen een aanzienlijke som afzonderde voor de armen. Hij predikte bijna dagelijks, hield wekelijks drie theologische colleges, verzuimde geen zitting van het consistorie, leidde de vergadering van de Vereniging van Predikanten, vaardigde rechts- en godgeleerde decreten uit, hield belangrijke staatkundige verhandelingen, schreef grote werken, zoals de voortreffelijke commentaar op de Bijbel, en hield een uitgebreide briefwisseling met de voornaamste hervormingsmannen en geleerden van Europa.

Behalve zijn gedrukte werken vindt men in de boekerijen te Genève en te Zurich bijna 3000 handschriften van leerredenen, verhandelingen enz. Hij schreef zolang hij de pen kon voeren, en dicteerde, toen hij daartoe te zwak werd. Hij was van alle Hervormers verreweg de geleerdste en gevoelde zich op het gebied van de godgeleerdheid, van de Oude letteren en van de rechtsgeleerdheid evenzeer thuis. Hij was zwaarmoedig en somber van aard, zodat zelfs zijn scherts tot weemoed stemde.

Overlijden. Het zwakke lichaam van Calvijn bezweek echter door de onophoudelijke inspanning en door de toenemende ziekelijkheid. Hij overleed op 27 mei 1564. Raadsleden en geestelijken waren om zijn sterfbed verenigd, binnen en buiten Genève werd zijn dood door duizenden beweend. Zijn echtgenote was in 1549 en zijn enige zoon nog vroeger overleden.

Geschriften

Hij schreef onder meer:

  • Psychopannychia (1534)
  • Institutitio religionis christianae (maart 1536, later meermalen door Calvijn zelf omgewerkt, 1539, 1559)
  • Catéchisme de l'église de Genève (1545)

Zijn volledige werken verschenen te Genève in 1617 en te Amsterdam in 1671. Zeer belangrijk zijn ook zijn Commentaires sur l'Ecriture en zijn Traité de la Cène.

Over de overheid

Hoe dacht Calvijn over de overheid? In het slot van de Institutie van 1536 valt op dat Calvijn sterk beïnvloed is door de tweedeling van Luther. Hij sluit aan bij de tweerijkenleer, maar brengt wel een paar nuances aan. Bij hem is er geen scheiding van beide rijken, wel een onderscheiding. Hij plaatst beide regimenten nadrukkelijk onder de soevereiniteit van God. De roeping van de overheidsdienaren is zelfs één van de hoogste roepingen van God en staat naast de roeping van de dienaren van het Woord, die het profetische ambt dragen. De overheid is goed, omdat zij een ordening van God is.

Zo schrijft Calvijn dat de betekenis van de burgerlijke overheid niet alleen gelegen is in het feit dat de mensen kunnen samenleven, maar dat de overheid ook als doel heeft "om te voorkomen dat er afgodendienst, heiligschennis jegens de naam van God, lasteringen tegen Zijn waarheid en andere openlijke aanstoot van de religie zullen ontstaan en onder het volk verbreid zullen worden".

Beide taken staan naast elkaar: er is een algemene taak en een godsdienstige taak, die in elkaar overvloeien. De overheid zorgt dat er voor de mensen medemenselijkheid is en dat er voor de christenen een openbare godsdienst is. Het gaat niet om twee afzonderlijke groepen, maar om het feit dat de overheid zowel voor de openbare orde als voor de openbare uitoefening van de godsdienst verantwoordelijkheid draagt. Calvijn werkt het niet erg concreet uit, hij noemt wel een aantal dingen, zoals blasfemie. Hij laat in het midden hoe beide taken zich tot elkaar verhouden. Het zorgen voor de religie onder de christenen lijkt vooral een uitvloeisel te zijn van het zorgen voor de openbare orde. De overheid is geroepen om randvoorwaarden te scheppen voor de uitoefening van de ware godsdienst en om excessen tegen te gaan. Zij moet dus de vrijheid van godsdienst waarborgen – natuurlijk niet de moderne vrijheid van elke religie, maar de vrijheid van de ware christelijke godsdienst – door te zorgen voor de orde in het publieke domein en zij moet ingrijpen als er aanstoot wordt gegeven.

Dat Calvijn pleit voor een beperkte overheidstaak blijkt ook daaruit dat hij meteen toevoegt dat de lezer het niet vreemd moet vinden dat hij ‘de zorg voor een goede regeling van de religie’ onderbrengt bij de overheid. Hij heeft even tevoren juist betoogd dat de macht van de mensen moet worden teruggedrongen. Als hij de geestelijke macht van de clerus wil inperken, wil hij niet tegelijk die macht in handen van de magistraat leggen. Het is niet zijn bedoeling om de religie aan het goeddunken van mensen over te laten. Calvijn pleit slechts voor orde in de samenleving, waardoor voorkomen wordt dat de ware religie openlijk bezoedeld wordt.

Een pleidooi voor een beperkte taak van de overheid is ook wel te begrijpen vanuit het politieke verband waarin de opdracht aan de Franse koning deze tekst plaatst. Calvijn roept hem op om de vervolging te staken, niet alleen om humanitaire redenen, maar ook omdat hij een beschermheer zou moeten zijn van de protestantse christenen, die hun geloof willen belijden; het geloof zoals Calvijn dat in deze editie van de Institutie samenvat en waarvan hij aantoont dat het katholiek of algemeen christelijk is.

Bronnen

John Kooy (red.), Encyclopedie voor iedereen. Utrecht: W. de Haan N.V., 3e geheel herziene en uitgebreide druk 1937. Tekst van het artikel "Calvijn, J." Artikel is onder wijziging verwerkt op 18 maart 2019.

Vivat's geïllustreerde encyclopedie. Amsterdam: Vivat, 1899-1908. Tekst van het artikel 'Calvin' is onder wijziging verwerkt op 18 maart 2019.

Winkler Prins' Geïllustreerde Encyclopedie (1914-1922). Tekst van het artikel Calvijn is onder wijziging verwerkt op 18 maart 2019.

De paragraaf Over de overheid is op 18 maart 2019 overgenomen van het artikel Overheid.