Jordaan

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Jordaan is de voornaamste rivier van het land Israël.

Doortocht van het volk Israël door de Jordaan. De ark gaat voorop. Het rivierwater wordt tijdelijk door een bovennatuurlijk wonder tegengehouden.

De rivier ontstaat uit drie bronnen, welke alle op de Hermon ontspringen.

De Jordaan stroomt van het Noorden naar het Zuiden. Zij bevochtigde eens, door haar zijtakken, de hele vlakte van de Jordaan, zoals de Nijl Egypteland en de rivier van Eden de hof van Jahweh bevochtigde.

Ge 13:10  En Lot hief zijn ogen op, en hij zag de ganse vlakte der Jordaan, dat zij die geheel bevochtigde; eer de HEERE Sodom en Gomorra verdorven had, [was] [zij] als de hof des HEEREN, als Egypteland, als gij komt te Zoar. (SV)

Aan de westzijde van de Jordaan waren de gebieden van 9,5 stammen van Israël, aan de oostzijde de gebieden van 2,5 stammen (half Manasse, Gad, Ruben).

Veren, doorwaadbare plaatsen

De rivier heeft vele grotere en kleinere watervallen, zodat ze niet overal bevaarbaar is. Op de plaatsen waar de rivier op haar smalst is, trok men haar over door veren, Richt. 3 :28; 12 :5,6, 2 Sam. 17 :22.

Bij Jericho, de stad ten westen van de Jordaan, waren twee doorwaadbare plaatsen[1].

God baande de Israëlieten een weg door de Jordaan, door het water van de rivier tijdelijk tegen te houden, zodat Zijn volk het beloofde land kon intrekken.

Toestromende beken

Zij neemt in haar loop vele beken op, o.a.

  • de Krith, 1 Kon. 17 :3,5;
  • de Jabbok, Gen. 32 :22; Joz. 12 :2; Richt. 11 :13,22;
  • de Arnon, Num. 21 :14, 2 Kon. 10 :33,
  • de Zered, Num. 21 :12;
  • de beek Kidron, 2 Sam. 15 :23, Joh. 18 :1, die ten oosten van Jeruzalem ontspringt in het dal Kedron, en eindigt in de Dode Zee.

Jordaandal

Ter hoogte van Jericho waren een tweetal doorwaadbare plaatsen in de Jordaan, die zonder al te veel moeite het grootste gedeelte van het jaar te passeren zijn, waarom dan ook de grote we­gen, die van Gilead en Moab uit westwaarts voeren, op deze beide oevers uitliepen. Hier verwijdt zich het Jordaandal, dat deel uitmaakt van de geweldige aardspleet, die zich van Noord-Syrië tussen de Libanon langs de Jordaan en de Wadi Araba tot aan de golf van Akaba uitstrekt en in de noordelijke helft der Dode Zee zijn grootste diepte heeft (793 meter beneden de zee), evenals bij Beth-Sean tot een kleine vlakte met een breedte van ongeveer 14 km.

Deze vlakte, die er zich op be­roemen mag, dat het jaar hier bijna één lange zomer is, en die nimmer gebrek aan water heeft, was zo vruchtbaar, dat Jericho van oude tijden af bekend stond als „de palmstad" (Deut. 34 : 3 Richt. 1 : 16; 3 :13; 2 Kron. 28 :15) en door Flávius Jozéfus ge­roemd wordt als „een goddelijke streek", „het vetste van Judea."

Bronnen

C. Lindeboom, Bijbelgids, of Handleiding tot het verkrijgen van Bijbelkennis (Middelburg: Stichting de Gihonbron, 2009; bewerking door J. Pluimers van de uitgave uit 1929), blz. 142-143. Hieruit is, onder toestemming, op 12 mei 2013 verwerkt.

A. Noordtzij, Joh. de Groot, Des Heeren heirscharen. Premieboek bij de N.C.R.V.-kalender 1938. Tekst van blz. 8 hiervan is onder wijziging verwerkt op 22 okt. 2020.

Voetnoten

  1. A. Noordtzij, Joh. de Groot, Des Heeren heirscharen. Premieboek bij de N.C.R.V.-kalender 1938.