Jozua (boek)/6

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oude Testament: Ge Ex Le De Jo Ri Ru 1Sa 2Sa 1Ko 2Ko 1Kr 2Kr Ezr Ne Es Job Ps Sp Pr Hgl Jes Jer Kla Eze Da Hos Joë Am Ob Jon Mi Na Hab Zef Hag Za Mal
Nieuwe Testament: Mat Mar Luk Joh Hand Rom 1Kor 2Kor Gal Ef Flp Col 1Th 2Th 1Tim 2Tim Tit Flm Heb Jak 1Petr 2Petr 1Joh 2Joh 3Joh Jud Opb
Jozua (boek): 1 2 3 4 5 6 7 8

Hoofdstuk 6 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Omsingeling, inneming en verwoesting van Jericho. Rachab en haar familie gespaard. Jericho vervloekt.

De volgorde van de omgangers in elke tocht om de stad was, van voren naar achteren: krijgsvolk, zwijgend — zeven priesters, blazend op ramsbazuinen — de ark van het verbond — ongewapend volk, zwijgend.

Joz. 6:18

Joz 6:18  Alleenlijk dat gijlieden u wacht van het verbannene, opdat gij u misschien niet verbant, mits nemende van het verbannene, en het leger van Israël niet stelt tot een ban, noch datzelve beroert. (SV)

Men wacht niets van de stad voor zichzelf nemen, zie vers 19. Van de volgende stad, die veroverd zou worden, van Ai, mochten ze wel roof nemen, Joz. 8:2.

Joz. 6:19

Joz 6:19  Maar al het zilver en goud, en de koperen en ijzeren vaten, zullen den HEERE heilig zijn; tot den schat des HEEREN zullen zij komen. (SV)

Het is alsof het om eerstelingen van de veroverde goederen van het land gaat. Die zijn voor Jahweh. Van Ai, de volgende stad die veroverd zal worden, mocht het volk wel roof nemen, Joz. 8:2.