Judas (broer van Jakobus)

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Judas de broer van Jakobus was de broer van Jakobus en de (biologische) halfbroer van Jezus Christus. Hij schreef een brief die ons in het Nieuwe Testament is overgeleverd, de brief van Judas.

Door zijn moeder Maria was Judas een jongere halve broer van Jezus. Met Jakobus, Jozef en Simon maakte hij het viertal lijfelijke zonen van Jozef en Maria uit.

 
 
 
 
Heilige Geest
 
Maria
 
Jozef
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Jezus
 
Jakobus
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Jozef
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Simon
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Judas
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
dochters

Hij wordt met zijn broers genoemd in het evangelie naar Mattheüs en in dat naar Marcus. De namen van zijn (twee of meer) zusters zijn onbekend.

Mt 13:55 Is Deze niet de Zoon van de timmerman? Heet zijn moeder niet Maria en zijn broers Jakobus, Jozef, Simon en Judas? (TELOS)

Mr 6:3 Is Deze niet de timmerman, de Zoon van Maria en de Broer van Jakobus, Joses, Judas en Simon? En zijn zijn zusters niet hier bij ons? En zij namen aanstoot aan Hem. (TELOS)

Judas geloofde eerst niet in Jezus als de Messias, de Zoon van God. Zijn andere broers geloofden ook niet.

Joh 7:5 Want ook zijn broers geloofden niet in Hem. (TELOS)

Judas' broer Jakobus werd in latere tijd opziener van de Christelijke gemeente te Jeruzalem. Judas is dus niet de broeder van Jakobus, de zoon van Alpheüs. Op de meest waarschijnlijke gronden houdt men Judas voor de schrijver van de brief van Judas. Maar aan wie, waar en wanneer hij hem geschreven heeft, is geheel onbekend. Misschien vóór de verwoesting van Jeruzalem aan de christenen in het algemeen. In de brief wordt tegen dwaalleraars, die een schandvlek waren van de Christelijke naam, krachtig gewaarschuwd. In de aanhef van de brief stelt Judas zich aldus voor:  

Jds 1:1 Judas, slaaf van Jezus Christus en broer van Jakobus, aan de geroepenen die in God de Vader geliefd en in Jezus Christus bewaard zijn (TELOS)

Judas beroemt zich er niet op een broer van de Messias te zijn. Hij duidt zichzelf als "slaaf" aan. Evenals Jakobus, een andere broer van Jezus, was hij niet één van de twaalf apostelen, maar een gewone discipel. De manier waarop hij in vs. 17 over de apostelen schrijft bevestigt deze veronderstelling. Achter de strenge afwijzing van goddeloos gedrag klopt een warm en liefhebbend hart, gezien de 3x voorkomende term "geliefden" (3, 17, 20.) en zijn vermaning om meelijden met sommige twijfelaars te hebben en anderen te redden (vers 22-23).

Uit de christelijke traditie is weinig bekend over Judas, wel over zijn kleinzoons, die rond het jaar 100 leiders waren van christengemeenten in het land Israël.

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Judas' is op 25 feb, 2017 verwerkt.