Judea

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Judéa (Grieks: Iουδαια, Iou’daia) of het land van Judea (ter onderscheiding van de stad Jeruzalem) was ten tijde van de Heer Jezus en zijn apostelen het zuidelijk deel van het voormalige Israëlitische rijk. Pontius Pilatius was stadhouder van Judéa.

De streek lag ten westen van de Jordaan en de Dode Zee en omvatte het oude stamgebied van Juda, Benjamin en een deel van Dan, Efraïm en Simeon. Judea valt ongeveer samen met het voormalige zuidelijke rijk Juda.

Judea-Wolters.jpg

In de tijd van het Nieuwe Testament was Judea één van de drie hoofdprovincies (Judea, Samaria, Galilea) ten westen van de Jordaan. In ruimere zin duidt “Judéa” op heel Palestina. De naam “Judéa” betekent “hij zal geprezen worden” en komt het eerst voor in de Apocriefe Boeken (bijv. Tob 1:21, 1 Ma 3:34, 2 Ma 1:10). Judéa was het land van de Joden, naar wie het genoemd is.

Jezus in Judea en Jeruzalem

Het gebied was door de uit Babel teruggekeerde Joden in bezit genomen en door inlijving van Idumea (Edom) in het zuiden en van een gedeelte van de stammen Dan en Efraïm in het noorden uitgebreid.

Plaatsten. Bekende plaatsen in Judea zijn: Bethlehem, waar de Heiland der wereld geboren is, Jeruzalem, 'de stad van de grote koning', Bethanië aan de Olijfberg, Emmaüs, Hebron, Jericho en Masada.

Enkele Schriftplaatsen die Judéa noemen:

Mt 2:1  Toen nu Jezus was geboren in Bethlehem in Judea, in de dagen van koning Herodes, zie, wijzen uit het oosten kwamen naar Jeruzalem. (TELOS)

Mt 3:1  In die dagen nu trad Johannes de doper op en predikte in de woestijn van Judea (TELOS)

Lu 3:1  In het vijftiende jaar nu van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus stadhouder was over Judea en Herodes viervorst over Galilea en zijn broer Filippus viervorst over Iturea en het land Trachonitus en Lysanias viervorst over Abilene, (TELOS)

Joh 3:22 Daarna kwam Jezus met zijn discipelen in het land van Judea en hield Zich daar met hen op en doopte. (TELOS)

Hnd 8:1  Saulus nu stemde ermee in, dat hij werd gedood. Er ontstond nu in die tijd een grote vervolging tegen de gemeente die in Jeruzalem was; en allen werden verstrooid door de landstreken van Judea en Samaria, behalve de apostelen. (TELOS)

De voornaamsten der Joden in Rome zeiden tot de apostel Paulus:

Hnd 28:21 Zij nu zeiden tot hem: Wij hebben over u geen brieven uit Judea ontvangen, ook is niemand van de broeders hier gekomen, die iets kwaads van u heeft bericht of gesproken. (TELOS)