Kamos

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Kamos of Kemos was de mannelijke oppergod van de Moabieten. Zij meenden dat hij hen beschermde en hielp in de strijd. De afgod had ook priesters die hem dienden (Jer. 48:7).

Andere schrijfwijzen zijn: Kamoz, Chamos, Kemos, Kemosch. Engels (King James vertaling): chemosh. De naam komt 8x voor in de Bijbel (Oude Testament). Zijn naam betekent 'onderwerper'[1] of 'de toegeruste'[2], de krijgsgod aanduidend. Het Strongnummer is 03645.

Moabieten. Kamos was voornaamste god van de Moabieten, Num. 21 : 29; 2 Kon. 3: 27; 23 : 13; Jer. 48: 7 , 13 , 46. Moab wordt dan ook het 'het volk van Kamos' genoemd.

Jer 48:46 Wee u, Moab, het volk van Kamos is ten onder gegaan, want uw zonen zijn meegenomen in gevangenschap, evenals uw dochters in gevangenschap. (HSV)

Deze nationale godheid van Moab wordt in de Bijbel 'het verfoeisel van de Moabieten' genoemd (1 Kon. 11:7; 2 Kon. 23:13).

1Kon 11:7 ... een hoogte voor Kamos, het verfoeisel der Moabieten, ... (SV)

Ammonieten. Hij werd ook bij de met hen verbonden Ammonieten vereerd. De richter Jefta zond tot de koning van de Ammonieten de woorden:

Ri 11:24 Zou u niet [het land] in bezit nemen van hen die uw god Kamos voor u uit hun bezit verdreef? Zo zullen wij al [het land] in bezit nemen van hen die de HEERE, onze God, van voor onze [ogen] uit hun bezit verdreven heeft. (HSV)

Inscriptie van Mesa. Kamos wordt vermeld op de in 1868 gevonden stèle van Mesa, een gedenksteen uit de 9e eeuw voor Christus met een inscriptie van koning Mesa van Moab. Deze vorst schrijft dat de overwinning op het noordelijke koninkrijk Israël te danken is aan hun god Kamos.

Munten van Ar-moab tonen zijn beeld staande op een vuurzuil met vuurfakkels aan de zijde[2]. Dan zou hij overeenkomen met de Fenicische Baäl als zonne- en vuurgod. Als aan deze Baäl (Jer. 19 : 5) en aan Moloch (Lev. 18 , 21) werden ook aan Kamos kinderen in het vuur geofferd, gelijk bijvoorbeeld de Koning van de Moabieten zijn oudste zoon aan die god ten brandoffer overgaf in de nood van de belegering, 2 Kon. 3: 27.

Kamos is vereenzelvigd met ‘Baäl-peor’, ‘Baäl-zebub’, 'Moloch', ‘Mars’ en ‘Saturnus’. Velen houden[3] Kamos voor dezelfde als Baäl-Peor van de Moabieten en de Ammonitische Malchom of Moloch (Jer. 49 : 1 , 3). Baäl (= heer) en Moloch (= koning) was in het algemeen een aanduiding voor verschillende sterrengoden van het heidendom in Voor-Azië en vandaar de onzekerheid en de verwisselingen reeds bij de oude schrijvers. Zo wordt van Kamos gezegd, dat hij het ongeluksgesternte Saturnus zou geweest zijn; of, dat bij in Arabië onder de gedaante van een zwarte steen door priesters met ontbloot hoofd en in kleren zonder naad vereerd is geworden.

Offerhoogte bij Jeruzalem. Salomo bouwde uit liefde voor zijn Moabietische vrouwen voor deze afgod een heiligdom op de Olijfberg (1 Kon. 11 : 7). Het werd pas door koning Josia van Juda verwoest, 2 Kon. 23 : 13.

1Kon 11:7 Toen bouwde Salomo een [offer]hoogte voor Kamos, de afschuwelijke [afgod] van de Moabieten, op de berg die voor Jeruzalem ligt, en voor Molech, de afschuwelijke [afgod] van de Ammonieten. (HSV)

In ballingschap. Kamos en daarmee zijn volk (Moab) zou in ballingschap weggaan, Jer. 48:7, 46.

Jer 48:7 Want vanwege uw vertrouwen op uw [vesting] werken en op uw schatten zult ook u ingenomen worden. Kamos zal in ballingschap weggaan, zijn priesters en zijn vorsten samen. (HSV)

Bron

H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1872) s.v. Kamos. De tekst van dit lemma is op 5 juli 2016 verwerkt.

Voetnoten

  1. Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
  2. 2,0 2,1 H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1872) s.v. Kamos.
  3. Aldus H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1872) s.v. Kamos.